Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g79 8/3 blz. 16-20
  • Leven en blijven leven in het droge cactusgebied van Brazilië

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Leven en blijven leven in het droge cactusgebied van Brazilië
  • Ontwaakt! 1979
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • De „catinga’s” — het door droogte geteisterde land van de cactussen
  • Het droge seizoen overleven
  • De „vaquero” — een helper in de nood
  • Het vee binnenbrengen
  • Rodeo en zangers van volksliedjes
  • De cowboy en religie
  • Bronnen van geestelijke wateren openen
  • Paniolo’s — De cowboys van Hawaii
    Ontwaakt! 2003
  • Wilde stier
    Inzicht in de Schrift, Deel 2
  • Wilde stier
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • Stier
    Hulp tot begrip van de bijbel
Meer weergeven
Ontwaakt! 1979
g79 8/3 blz. 16-20

Leven en blijven leven in het droge cactusgebied van Brazilië

Door Ontwaakt!-correspondent in Brazilië

KIJK eens naar die donkere vlek op het kaartje, een gebied van zo’n 1.500.000 vierkante kilometer. Het is het noordoostelijke deel van Brazilië, een streek die berucht is wegens de verzengende hitte, periodieke droogten en een ongewone manier van leven. Alleen al de worsteling om in leven te blijven neemt daar in het droge seizoen dramatische proporties aan.

Maar kom wat dichterbij. In het noorden en oosten bespoeld door de Atlantische Oceaan, heeft dit gebied prachtige, met palmen omzoomde stranden onder een diepblauwe hemel waaraan bijna het hele jaar de zon staat te branden. Dit heeft de beschrijvende naam Costa do Sol (Zonnige Kust) doen ontstaan. Aan de kust woont dan ook het grootste deel van de bevolking. De algemene kenmerken van deze mensen verraden een inheemse afkomst, een kruising tussen de blanke en de Indiaan. Ze zijn gastvrij en talentvol, en hebben een rijke verbeeldingskracht. Maar als we de kust achter ons laten, gaan we het achterland eens verkennen.

De „catinga’s” — het door droogte geteisterde land van de cactussen

Reizen we landinwaarts, dan zien we geleidelijk aan de vegetatie veranderen. Bomen worden schaarser en bereiken minder vaak hun normale volgroeide staat. Plotseling komen we in een catinga (hetgeen betekent „wit woud”, dat wil zeggen, een licht woud). Dit is de naam die de inlandse bevolking heeft gegeven aan dit karakteristieke terrein waar het droge seizoen het hardst toeslaat en het langst duurt. Deze catinga’s vormen geen aaneengesloten gebied, maar zijn tamelijk kleine of wat grotere hoogvlakten die over het noordoosten van Brazilië verspreid liggen. Hier zijn de perioden van droogte werkelijk zo dat het leven erdoor bedreigd wordt.

Aanvankelijk zou men dat niet denken, als men ziet wat hier zoal groeit, vooral in het regenseizoen wanneer het land groen en weelderig is. Overal ziet men het typerende silhouet van de mandacaru (Cereus jamacaru) met zijn vlak boven de grond vertakte doornige stammen tegen de lucht afsteken. Deze cactus wordt drie meter hoog. De Xique-xique (Pilocereus gounellei) ziet er net zo uit, is alleen kleiner en heeft soms wel wat weg van een kandelaber. Men vindt er de doornige Prosopis mesquita, een boom met kleine blaadjes, die een ondoordringbare parasol vormt waaronder in de vochtige schaduw andere planten kunnen groeien. De jujubeboom spreidt zijn brede, altijd groene kroon uit op een hoogte van 10 tot 15 meter. De meest algemene boom is de Cassia fistula, de „trommelstok-boom”, zo genoemd vanwege zijn lange, rolronde peulen. In het voorjaar voegen zijn grote gele bloemen een uitbundige kleurenpracht en geur toe aan het dichte gebladerte. Dan is er de bloeiende pracht van de mimosa en de Melanoxylon brauna. De pau-branco (Auxemma glazioviana, een Polemonium-soort) met zijn geurige witte bloemen die zwermen wilde bijen aantrekken, lijkt op een enorme bruidssluier.

De oiticica-olie leverende Licania rigida is een forse boom met een vrijwel ronde kruin die een omtrek heeft van zo’n 15 meter. De tropische umbu-rana met zijn roze bloemen en de nooit ontbrekende carnaubapalm (Copernicia cerifera) steken links en rechts boven een warwinkel van heesters en doornige struiken uit. Dan zijn er nog de croton en de kwee, pepers en bromelia’s met hun stekelige bladeren en de bloemen in hun dichtbezette aren. Al die planten hebben één ding gemeen: ze zijn sterk, in het regenseizoen zijn ze heel kleurrijk, en ze kunnen maanden achtereen iedere droogte doorstaan. Misschien verliezen ze al hun bladeren en lijken ze dood, maar zo gauw het regenseizoen begint, komen ze plotseling tot leven met een explosie van tropische kleuren.

Bomen en heesters zijn geenszins de enige vormen van leven. Een verscheidenheid van wilde dieren draagt ook bij tot leven en afwisseling. De sluwe vos en de heimelijke jaguar worden hier aangetroffen. Men ziet hier een twee meter lange tejuhagedis, en ook gordeldieren, buidelratten en de rotsmoko of rotscavia. Heel in de hoogte cirkelt de gevreesde caracara en veel lager komen veel wilde duiven voor.

Maar wat voor middelen van bestaan mag men verwachten in een dergelijk land dat een heel seizoen zo onherbergzaam is? Veeteelt. Ja, grote veefokkerijen profiteren zoveel mogelijk van wat de weidegronden tijdens het gunstige seizoen opleveren. De regens die van januari tot maart vallen, zijn echter niet voldoende om goed grasland tot ontwikkeling te brengen. Ze zetten slechts aan tot de groei van cactussen en struikgewas dat maar al te gauw weer is verdwenen, gedeeltelijk door het hongerige vee, gedeeltelijk door de meedogenloze zon.

Het droge seizoen overleven

Reeds in mei of juni is het grasland in de catinga schaars. De veefokker komt nu voor moeilijkheden te staan. Zonder zich door dit eeuwenoude probleem van de wijs te laten brengen, en gewoon niet in staat om zijn dieren te voeren, is hij genoodzaakt „ze buiten de deur te zetten”. Wat betekent dat de corral, de kraal of omheinde plaats voor het vee, wordt gesloten en de dieren worden weggestuurd om voor zichzelf te zorgen.

Praktisch aan hun lot overgelaten, leveren de dieren een strijd om in leven te blijven, die hun moeilijk verbeterd zou kunnen worden. Om te beginnen kauwen ze op de onderste takken. Dan vallen ze aan op de schors van kleine boompjes, en ten slotte is er bijna niets meer om hun honger te stillen. Langzaam, onder een gloeiende zon die prachtig en tegelijk verschrikkelijk is, verdwijnen de blaadjes en trekken de vogels weg, weten nog net in leven te blijven of gaan anders dood. De kleine riviertjes en beekjes die uit het regenseizoen zijn overgebleven, drogen op. De hele vegetatie verandert in een akelig grijs. Ontdaan van hun gebladerte is er nu een wildernis van stekelige takken zichtbaar. De heesters en bomen hebben meer weg van uit de grond getrokken wortels. Met hun hoogte van wel drie meter vormen ze een bijna ondoordringbaar geheel van doornen. Zo ver het oog reikt is het hetzelfde ontmoedigende beeld. De dieren gaan al snel gewicht verliezen. Wanneer ze naar water zoeken, vinden ze dat alleen nog maar in kleine ondiepe poelen — door struikgewas beschutte resten van de laatste regenval.

De „vaquero” — een helper in de nood

De vaquero (de herder of cowboy) is kalm en zwijgzaam, tenger van bouw en een beetje gebogen. Zijn ogen hebben een lome uitdrukking — zo te zien een man zonder grote ambities. Wanneer de droogte invalt, bereidt hij zich voor op het zwaarste deel van zijn taak. Van nu af aan zal hij zijn vreemd uitziende kleren dragen. Een leren jasje hangt om zijn knokige schouders. Een borstbeschermer, vaak gemaakt van de huid van een jaguar, reikt van zijn hals tot zijn gordel. Harde leren beenkappen beschermen zijn benen. Zijn voeten steken in ruw, op sandalen lijkend schoeisel. Dikke leren handschoenen en een leren punthoed met een omgeslagen rand maken zijn uitrusting compleet.

Alleen wanneer hij zo gekleed is, kan de vaquero de met struikgewas bedekte catinga ingaan. Hij zoekt naar zieke dieren, de dieren die gewond zijn of verhongeren, die niet meer kunnen lopen. Als een herder brengt hij hen tijdelijk naar de kraal. Als laatste redmiddel krijgen de dieren een rantsoen van twijgen van een dichtbijzijnde mesquita. Of ze mogen kauwen op een wrange mandacaru of xique-xique, cactussen die veel water bevatten. De cowboy zal dan eerst de dorens hebben moeten wegschroeien. In gevallen van uitzonderlijke droogte is het wel voorgekomen dat hij in dit sobere dieet heeft gedeeld.

Het vee binnenbrengen

Van ongeveer december af keert het regenseizoen terug en brengt een welkome verlossing van het spookbeeld van de droogte. Er vindt een wonderbaarlijk ontwaken van grond en bomen plaats. Nu breekt de tijd aan dat de oudere dieren in het uitbottende struikgewas gevangen worden en naar de boerderij worden gebracht. Sommige zullen geschikt zijn voor de slacht. Andere zullen nog een jaar of wat in hun halfwilde staat mogen rondzwerven.

Gekleed in zijn leren harnas, dat hem meer op een middeleeuwse ridder dan op een cowboy doet lijken, zoekt de vaquero te paard zijn weg, waakzaam en oplettend. Van voorgaande keren weet hij dat de meeste dieren het overleefd zullen hebben. Ongetwijfeld is dit deels te danken aan de sterke Indiaanse kruising, plaatselijk „rough-bred” genoemd.

De vangst van een dier is werkelijk een schouwspel. Kijk! Daar gaat een stier. Ja, het paard heeft hem ook in de gaten gekregen. De cowboy weet wat zijn afgerichte rijdier nu gaat doen, en hij bereidt zich erop voor door zijn hoofd in de manen van het paard te stoppen. Dan is de waanzinnige race aan de gang!

Gewend aan zijn wilde staat, geeft de stier zich niet makkelijk gewonnen. Het paard gaat er in rechte lijn achteraan, dieper het struikgewas in, zonder zich om zijn berijder te bekommeren, die zich zo dicht mogelijk tegen zijn rijdier drukt en probeert de regen van takken te ontwijken die zijn leren harnas geselen. Het paard is bezeten van maar één ding: haal die stier in!

Dan komt er een stuk open terrein — de kans om het vluchtende dier in te halen! Met een plotselinge spurt komen cowboy en paard vlak naast de vluchteling. Rechtervoet in de stijgbeugel, met één hand de manen van het paard vasthoudend, hangt de cowboy naar rechts en grijpt de staart van de stier. Een goed uitgekiende en snelle ruk opzij en de stier struikelt en valt met een doffe dreun op de grond neer.

Wanneer de stier tegen de grond gaat springt de cowboy boven op hem. Hij draait de kop van de stier opzij en duwt zijn horens in de grond. Op onverklaarbare wijze maakt het rund uit deze beweging op dat de strijd verloren is. Het biedt geen verdere weerstand. Uit zijn zadeltas haalt de cowboy een leren masker om het dier te blinddoeken en ook kluisters (een paar kleine stukken hout) waarin de voorpoten van het dier passen. Zo geblinddoekt en gebonden blijft de stier onbeweeglijk totdat hij naar de corral wordt gedreven.

Nu reikt de cowboy opnieuw in zijn zadeltas en haalt er een brok bruine suiker uit. Terwijl zijn oog over de catinga blijft gaan, stilt hij hiermee zijn honger en lest hij zijn dorst. De vaquero blijft in het terrein totdat hij een kudde dieren bijeen heeft. Dan pas keert hij terug naar zijn eenvoudige hut met een simpel rieten dak, en naar zijn gezin.

Rodeo en zangers van volksliedjes

Aan het eind van het regenseizoen vindt de voor het noordoosten kenmerkende rodeo plaats. Hoewel van Spaanse oorsprong, heeft deze gebeurtenis een plaatselijk tintje gekregen. Het is het feest dat het werk van de vaquero weergeeft, maar dan met een heleboel vrolijkheid en onder het applaus van publiek.

Uit alle delen van het gebied arriveren de herders op hun rijdieren. Met opgepoetste zadels, hun paarden met een schoongemaakt tuig en zijzelf in leren jasjes die ook een schoonmaakbeurt hebben gehad, herhalen ze de prestaties die gewoonlijk alleen in de wildernis worden geleverd.

Met de cowboys komen de „zangers”, geestige verzenmakers uit de binnenlanden, die zichzelf op de gitaar begeleiden. Zij delen in de algemene vrolijkheid en zijn een populaire attractie op de kermissen en rodeo’s. Dan is er ook de feuilletonist, een schrijver van de binnenlanden, die zijn werk aanprijst, dat in de taal van het binnenland is gesteld en een aaneenschakeling van onmogelijke verhalen vormt. Voor een ogenblik zijn allen de hardheid van hun land vergeten.

De cowboy en religie

Hoewel de rooms-katholieke godsdienst in dit gebied de meest voorkomende religie is, komt de praktijk erop neer dat de populaire vorm van aanbidding een mengeling is van mystiek en bijgeloof. Ziet u die vreemde gestalte op de weg, die gekleed is in een boetekleed, een soort van harige religieuze habijt? Dit is een gewone verschijning in deze streken. Hij gaat weliswaar als monnik gekleed, maar zijn geloften zijn slechts tijdelijk. Vaak kan men een man een zwaar kruis zien dragen, terwijl hij op weg is naar een kerk verscheidene kilometers verderop. Of hij loopt als een pelgrim religieuze hymnen en gebeden te zingen. Sommigen bootsen de „kruisiging” na door zich vóór een kerk of kapel aan een groot houten kruis te laten binden.

Eén keer per jaar komen honderden cowboys bijeen om de „gezongen mis van de cowboy” te vieren, ter herinnering aan een vermoorde collega. Voor een geïmproviseerd altaar in het open veld luisteren ze eerst naar een cowboy-priester. Dan rijden ze op hun paarden achter elkaar aan langs het altaar om hun offergaven neer te leggen. Voor de communie zitten ze allemaal op de grond en nuttigen hun gebruikelijke voedsel met elkaar: gedroogd vlees, harde brokken suiker en maniokmeel.

Bronnen van geestelijke wateren openen

De mensen hebben het niet gemakkelijk gehad in het door droogte getroffen noordoosten van Brazilië. Maar langzamerhand is het economische beeld van de binnenlanden aan het veranderen. In de steden worden de arbeidsvoorwaarden beter. In de afgelopen jaren zijn er honderden reservoirs voor regenwater gebouwd, waaronder bij Oros een die een capaciteit heeft van meer dan twee miljard kubieke meter. Een dam in de rivier de São Francisco heeft een meer van 34 miljard kubieke meter doen ontstaan.

Nog belangrijker is dat het Woord van God in dit gebied grote vooruitgang heeft geboekt. Zelfs in de gebieden die het zwaarste door de periodes van droogte worden getroffen, wellen rijkelijke geestelijke wateren van goddelijke waarheid op om de dorst naar kennis van God te lessen. Vele getuigen van Jehovah zijn erin geslaagd afgelegen stadjes en geïsoleerde boerderijen met het vertroostende goede nieuws van Gods koninkrijk te bereiken. — Matth. 24:14; Openb. 22:17.

Ondanks het analfabetisme en het bijgeloof zijn er velen die hun geestelijke dorst willen lessen. Verscheidene christelijke gemeenten zijn er druk mee bezig anderen te vertellen dat de tijd nabij is dat letterlijke „waterbronnen” in de woestijn zullen openbreken (Jes. 35:6, 7). Dan zullen de fascinerende maar geteisterde catinga’s een prachtig deel van een wereldomvattend paradijs worden waar het geen strijd meer zal betekenen om in leven te blijven.

[Kaart/Illustratie op blz. 16]

(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)

BRAZILIË

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen