De minimarkten van de Filippijnen
Door Ontwaakt!-correspondent op de Filippijnen
WAAR kan iemand in deze dagen van reusachtige supermarkten in grote warenhuizen met enorme vloeroppervlakken nu nog terecht voor één snoepje, één stukje kauwgom, één tomaat, voor een paar centen zout of en heel klein beetje sojasaus? Als u een inwoner van de Filippijnen bent, zou u waarschijnlijk naar een sarisari-winkel gaan, een van de vele duizenden minimarkten in het land.
De sarisari-winkel verkoopt een groot aantal kleine waren van allerlei aard en bevindt zich in een weinig ruimte biedend hokje op de begane grond van iemands huis. Onder de artikelen die verkocht worden, kan men uiteenlopende artikelen aantreffen: zeep, petroleum, snoepgoed, gedroogde vis, frisdranken, rijst, maïs, bonen, voedsel in blik, brood, zout, suiker, aspirine, jodium en schoolbehoeften. Hoe groter de winkel, hoe groter de verscheidenheid aan koopwaar die er te vinden is.
De minimarkt is het drukst in de vroege ochtenduren, tussen de middag en ’s avonds. Kinderen, huisvrouwen, kantoorpersoneel, jeepney-chauffeurs — allerlei soorten mensen die in en uit lopen — doen de sarisari-winkel op een bijenkorf lijken.a De winkelhouder heeft het werkelijk druk. Hij bedient de klanten, pakt hun inkopen in, telt wisselgeld uit, opent limonadeflesjes, giet heel handig rijst over in papieren zakken — ja, hij verricht heel wat handelingen op zijn 16-urige werkdag, zeven dagen per week.
De sarisari-winkel doet soms ook dienst als plaats waar men een krant kan komen lezen, als buurttrefpunt, EHBO-post, telefooncel, kindercrèche, bureau voor gevonden voorwerpen, klein postkantoor en plek waar de laatste nieuwtjes worden uitgewisseld. De winkelhouder doet dat alles eenvoudig onder de bedrijven door.
Sommige van deze winkels zijn coöperatief, wat inhoudt dat vele personen hun kapitaaltjes bijeenvoegen om een winkel op te zetten en dat zij de winst met elkaar delen. Maar de meeste winkels zijn gezinsondernemingen.
Bepaalde sarisari-winkels hebben hun deur moeten sluiten vanwege de zware concurrentie van nieuwere en grotere winkels opgezet door buren die graag een flink graantje willen meepikken van wat er in de buurt te verdienen valt. Maar vele zijn uitgegroeid tot goedlopende ondernemingen of hebben zich vertakt in nog andere zaken. Deze minimarkten helpen het gezin in magere jaren op de been te houden en verschaffen het geld dat hard nodig is voor de schoolopleiding van de kinderen.
Een leerschool in menselijke betrekkingen
Het vergt heel wat geduld om met de uiteenlopende soorten klanten van een sarisari-winkel om te gaan. Ook zal de winkelier gevoel voor humor moeten bezitten. Hij neemt zijn zaak natuurlijk serieus, maar toch ook weer niet al te serieus. De tekortkomingen van andere mensen legt hij naast zich neer, in de hoop hen ertoe te kunnen aanzetten vaker bij hem te kopen. Maar als hij vandaag een peso (32 cent) verlies lijdt, incasseert hij dat met een glimlach. Wat betekent een peso onder buren? Dat wordt wel weer goedgemaakt. Dus neuriet hij een deuntje en vindt het welletjes voor vandaag, dankbaar dat hij deze dag weer als eerlijk man heeft beëindigd.
Eerlijkheid nog steeds een verstandige gedragslijn
De winkelhouder weet dat het absoluut noodzakelijk is eerlijk te zijn in het zakendoen. Hij zorgt ervoor dat hij goed fruit verkoopt, zonder wormen of maden, dat zijn vis of ander vlees vers is en dat de klanten hun juiste wisselgeld terugkrijgen. Als hij zou knoeien met het gewicht dat hij geeft, zou dat ertoe kunnen leiden dat zijn buren hem links laten liggen en dat hij een forse boete krijgt opgelegd door het stadsbestuur. Door eerlijkheid betoont de winkelhouder zich echter een goede vriend en een voortreffelijke buur. Zo mag hij erop rekenen dat zijn minimarkt het in de gemeenschap goed zal doen.
Een vriendelijk buurttrefpunt
De kleine sarisari-winkel is meer dan alleen een buurtwinkel waar men gemakkelijk allerlei dingen kan kopen. Er heerst een vriendelijke sfeer en het is een plek waar mensen elkaar ontmoeten en beter leren kennen. Hier hoort u mensen elkaar opgewekt begroeten. Wanneer de avond enige koelte heeft gebracht, blijft men misschien nog even talmen, af en toe een muskiet doodmeppend en het laatste nieuws besprekend — de opgroeiende kinderen, de mensen die pas in de stad zijn komen wonen, de rijstoogst, de laatste weersvoorspellingen, de oliecrisis, de nieuwe president van een of ander ver land, of misschien zelfs het goede nieuws van God koninkrijk. — Matth. 24:14.
Alles gaat er heel ongedwongen toe. U kunt gerust uw jongste kind sturen om de boodschappen voor u te halen. Geef het kind eenvoudig een mandje, een boodschappenlijstje en wat geld mee. De winkelhouder zal de gevraagde artikelen voor hem pakken, ze op het lijstje aanstrepen zodat hij niets zal vergeten, en uw kind het juiste wisselgeld geven plus een paar snoepjes als de zaken die dag goed gaan. Mocht u uw kind te weinig geld hebben meegegeven, dan zal de winkelier hem toch met de boodschappen naar huis laten gaan en vragen even terug te komen om het ontbrekende geld te brengen.
Kinderen ontvangen opleiding
De duizenden kinderen die hun ouders in de sarisari-winkels helpen, worden bij het aannemen van geld meesters in het toepassen van allerlei rekenkunstjes, en doen hele berekeningen uit hun hoofd. Ook betekent het opleiding voor deze kinderen — en een schitterend avontuur — wanneer hun moeders hen meenemen naar de grote markt in de stad om de winkelvoorraad aan te vullen.
Met de kinderen staat ze ’s morgens heel vroeg op om op de markt verse vis, groeten, fruit en andere waren voor de winkel te kopen. Ze wil rechtstreeks van de boer of de visser kopen, die lagere prijzen vragen dan ze later op de dag zou moeten betalen wanneer ze zou kopen van tussenhandelaren.
De kinderen leren naar lagere prijzen uit te kijken. „Koop niet bij de kraampjes die dicht aan de straat staan”, vertelt hun moeder hun. „De huur is hoger voor die plaatsen en daarom zijn de prijzen hoger. Ga verder de markt op waar het staangeld minder is, om zo voordelig mogelijk te kopen.” Hoewel ze de gunstigste prijzen probeert te vinden, leert de moeder haar kinderen ook op hun hoede te zijn voor ongewoon lage prijzen. Zulke goederen zijn misschien gestolen, er zit een gebrek aan of het betreft smokkelwaar.
Een winkelhouder is ordelijk
Van de markt thuiskomend plaatst de moeder haar voorraden netjes op de open planken in haar winkel. Flessen komen op één plank te staan, blikjes op een andere. Frisdranken worden bij de ijskast gezet. Verse groenten en fruit worden op een bamboetafel uitgestald, op een plek waar het koel is en ze niet in de zon liggen.
Rijst en maïs worden in houten kistjes bewaard waaruit gemakkelijk kleinere zakje gevuld kunnen worden. Snoepjes, kauwgom en andere bij kinderen gewilde artikelen, gewoonlijk in grote stopflessen, hebben weer een andere plaats. Suiker — donker bruin, lichter en geraffineerd — is al uitgewogen in papieren zakken. Prijzen staan op kleine stukjes karton geschreven of zijn op de afzonderlijke artikelen aangegeven.
De moeder is trots op de wijze waarop zij haar winkel drijft en heeft graag elk artikel op zijn vaste plaats. Zij maakt alles de avond tevoren in orde en bij het aanbreken van de dag kunnen de eerste klanten komen.
Ondanks de druk bezochte supermarkten en warenhuizen die thans in de meeste Filippijnse steden floreren, voorziet de eenvoudige sarisari-winkel nog steeds in een belangrijke behoefte. Hier kan de Filippino kopen wat hij zo dagelijks nodig heeft en hier ook vindt hij een bepaalde mate van hartelijke omgang, plezierige conversatie en een gevoel tot de gemeenschap te behoren. Dus mocht u eens in dit deel van de wereld zijn, dan moet u echt eens aandacht schenken aan de eenvoudige sarisari-winkels — de minimarkten van de Filippijnen.
[Voetnoten]
a De jeepney, een tot minibus verbouwde jeep, is al evenzeer een voorbeeld van de ondernemingslust van de Filippino’s. Zie De Filippijnen in een notedop in „Ontwaakt!” van 8 december 1976.