Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g78 22/2 blz. 11-15
  • Druggebruik — Hoe we ertoe kwamen en de weg terug vonden

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Druggebruik — Hoe we ertoe kwamen en de weg terug vonden
  • Ontwaakt! 1978
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Wat drugs kunnen doen
  • Toen ik Nancy leerde kennen
  • Bedrog en vlucht
  • Op zoek naar een verandering
  • Het vinden van de benodigde kracht
  • Mijn roze boekje
    Ontwaakt! 2009
  • Kan de oorlog tegen drugs gewonnen worden?
    Ontwaakt! 1999
  • Waarom zij zich wenden tot drugs
    Ontwaakt! 1974
  • Bescherm uw gezin tegen drugmisbruik
    Ontwaakt! 1970
Meer weergeven
Ontwaakt! 1978
g78 22/2 blz. 11-15

Druggebruik — Hoe we ertoe kwamen en de weg terug vonden

WANNEER u ons zou ontmoeten, zouden we er waarschijnlijk net zo uitzien als een willekeurig ander jong echtpaar. Het enige verschil is dat Nancy en ik verslaafd zijn geweest aan drugs. En misschien kan ons verhaal anderen helpen die aan drugs verslaafd zijn, maar die zich daarvan willen bevrijden en weer een zinvol leven willen gaan leiden. Het zal wellicht ook een hulp zijn voor ouders die kinderen hebben welke met deze gewoonte spelen.

Wanneer ik nu terugdenk aan de tijd dat we verslaafde tieners waren, raak ik nog ontzet over de angstaanjagende en lugubere ervaringen die toen ons deel zijn geweest.

Nancy en ik waren geen verwaarloosde kinderen. We kwamen beiden uit een „gegoede” buurt en uit wat men zou kunnen omschrijven als „typisch Amerikaanse” gezinnen; ik uit een hardwerkend arbeidersgezin, zij uit een gezin van de hogere middenstand. Onze ouders meenden waarschijnlijk dat zij hun kinderen in een „veilige” omgeving opvoedden. Maar laat mij u dit wel zeggen:

Wat woonplaats betreft bestaat er nergens zo iets als een veilige omgeving waar kinderen niet aan de verleiding van druggebruik worden blootgesteld. Maar al te vaak zijn ouders geneigd hun onrust te sussen met de misleidende gedachte dat het druggebruik zich afspeelt onder mensen met een lagere levensstandaard. Dat is gewoon niet het geval. Vrijwel elke laag van de samenleving is doortrokken van alle denkbare soorten drugs. Wil iemand drugs hebben, dan kan hij ze vinden. Dat is een kwestie van willen, en niet van plaats.

Ikzelf groeide bijvoorbeeld op in een gezin met hardwerkende ouders, die me een gelukkige jeugd bezorgden en onderwezen in de waarde van werken, zodat ik in het gezin mijn eigen lading verantwoordelijkheid droeg en een normaal, actief leven leidde. Op school koos ik de b-kant, omdat ik grote belangstelling koesterde voor alles wat met wiskunde en natuurwetenschappen te maken had. Ik had ook het grote verlangen piloot of astronaut te worden. John Glenn was mijn jongensidool.

Toen ik echter in de tienerleeftijd kwam, begon het leven me te vervelen. Ik wilde „opwinding” en raakte betrokken bij kleine misdrijven — gewoon voor de lol. Omstreeks die tijd, in 1964, verhuisde ons gezin naar een rijke voorstad van New York.

Tijdens de tocht naar onze nieuwe woning, zo kan ik me nog heel goed herinneren, nam ik het besluit mijn levensstijl drastisch te gaan wijzigen en niet bij de „squares”, de „conventionelen,” te blijven, zoals ik de jongeren noemde die zichzelf netjes gedroegen. Ik begon kameraden met een zelfde instelling te zoeken; en dat lukte zeer snel. We wedijverden met elkaar in het nemen van risico’s, en omdat ik graag de „grote jongen” wilde uithangen, was het gebruik van drugs onvermijdelijk. Mijn ouders waren zich totaal niet bewust van deze verandering in mijn denkwijze en houding.

Ermee beginnen was zo eenvoudig: een „onschuldig” trekje aan een marihuanasigaret, dan nog één en nog één. En na korte tijd was ik overgestapt op LSD, heroïne, barbituraten, het snuiven van schoonmaakmiddelen — ik probeerde alles!

Wat drugs kunnen doen

Op een dag konden een vriend en ik de hand leggen op een voorraad astma-poeder. We trachtten het spul te eten, te drinken, te roken en te snuiven. Ten slotte raakte ik in een staat van verdoving. Op de een of andere manier wist ik nog thuis te komen en met etenstijd aan tafel te gaan zitten. Maar ik had het idee dat de tafel en het voedsel op de vloer tuimelden en dat niets meer stil stond.

Ik wankelde van tafel en stommelde op de tast langs de trap naar boven. Dat is het laatste wat ik me herinner. Mijn moeder vond me in de kamer van mijn zuster, waar ik naakt in het donker met poppen speelde. Toen ze het licht aandraaide, sprong ik op, rende de gang af en viel van de trap. Mijn vader hield me met geweld in bedwang tot de ambulance arriveerde. De dokter wist me op tijd een tegenmiddel toe te dienen, en mijn leven, voor zover daar nog sprake van was, te redden.

Ik voelde geen spijt, ook niet na de vele andere keren dat mijn leven aan een zijden draadje hing. Toch leefde er ergens in mijn achterhoofd een bepaald schuldgevoel.

Toen ik Nancy leerde kennen

Nancy, het meisje dat later mijn vrouw zou worden, kwam uit een welgesteld middenstandsgezin. Ze kreeg van alles van haar ouders en kreeg les in muziek, dansen en zingen. Ze gaven haar het idee dat ze iets heel bijzonders was. Haar voorspelbare verlangens waren: eerst naar school en dan een goed huwelijk, dat wil zeggen, met een jongeman uit haar eigen milieu, die haar financieel in de gelegenheid zou stellen dezelfde levenswijze voort te zetten als waaraan ze gewend was.

Nancy’s ouders verhuisden naar onze stad ongeveer tegen de tijd dat ze naar de middelbare school zou gaan. Op een dag vroeg ik haar met me mee uit te gaan. Ze weigerde omdat ik onder de jongeren bekendstond als een druggebruiker. Maar naarmate de populariteit van drugs toenam, en in onze stad het aantal jonge mensen dat ze gebruikte steeds groter werd, ging Nancy er ook toe over.

Zij begon met marihuana. Wilde ze haar levenslot ontvluchten? Zocht ze opwinding? Geen van beide; ze was enkel nieuwsgierig. Het duurde niet lang of we gingen steeds samen uit en bevredigden gezamenlijk ons beider verlangen naar drugs. Twee normale kinderen uit „goede” gezinnen en een „goede” buurt waren drugverslaafden geworden en daarmee ook deelnemers aan daden die in het algemeen met druggebruik in verband staan.

Bedrog en vlucht

Nancy noch ik bespraken ooit onze druggewoonten met onze ouders. We trachtten hen zelfs op alle mogelijke manieren een rad voor de ogen te draaien. Misschien vermoedden ze het wel, maar in elk geval spraken ze er nooit over. Als ze het al wisten, hebben ze het zichzelf waarschijnlijk nooit willen bekennen. Ik ben er zeker van dat mijn moeder me nog steeds zag als „Johnny, de echte American boy”.

Een van onze geliefkoosde methoden van misleiding na het gebruik van drugs, was het drinken van een blikje bier voor we naar huis gingen. Ik kon dan thuis nog maar nauwelijks de trap op komen, maar dan zeiden m’n ouders: „Oh, hij heeft een beetje te veel gedronken!” Zo zeer wilden ze niet stilstaan bij de mogelijkheid dat hun zoon drugs zou gebruiken, dat ze de voorkeur gaven aan een andere, even schadelijke, maar maatschappelijk aanvaardbaardere vorm van slavernij — alcoholisme.

In onze stad vermoedde de politie echter wel dat ik met drugs bezig was, maar ze kregen me nooit te pakken op momenten dat ik iets bij me had. Telkens werd ik aangehouden en gefouilleerd. Toen ik zeventien was, moest ik mee naar de politiekazerne, waar men mij vastbond en als een stuk vlees, ondersteboven ophing. De agenten schopten en stompten me in mijn buik en over heel mijn lichaam. Ze wilden me angst aanjagen, m’n weerstand breken, en ik kan me hun walging voorstellen. Ik was de vertegenwoordiger van het slechte in hun stad. Maar hun bedreigingen lieten me koud en deden me niets.

Op zoek naar een verandering

Naarmate Nancy en ik naar de twintig begonnen te lopen, gingen we meer en meer denken over de jaren die zouden volgen en over de uitwerking die aanhoudend druggebruik op ons zou hebben. We raakten bezorgd en bevreesd in verband met onze gewoonte, want de schadelijke uitwerking ervan viel niet te loochenen.

Na enige tijd drugs te hebben gebruikt, heeft men er enorme moeite mee om met anderen te praten, helder te denken en gedachten onder woorden te brengen. Men voelt zich geïsoleerd en niet in staat om contacten te leggen, vooral niet met niet-gebruikers. Gevoelens van diepe neerslachtigheid, ontvreemding, en zelfs agressie, kwamen naar boven. Gedurende de momenten dat we betrekkelijk helder waren — wat overigens steeds minder voorkwam — beseften we wel dat we ermee moesten stoppen. We moesten ons uit de drugomgeving losmaken, als we in leven wilden blijven. Maar hoe?

Ik besloot een radicale verandering in mijn leven aan te brengen. Misschien kon ik dan ook Nancy helpen. Ik meldde me aan bij de Amerikaanse marine. Maar zelfs daar was niet aan de drugs te ontkomen. Binnen enkele weken na mijn aankomst op het trainingskamp, kon ik de druggebruikers er zo uitpikken, en het duurde niet lang of ik zette mijn gewoonte voort. Er was geen ontkomen aan!

Ten slotte vroeg ik tijdens een van mijn verlofperiodes Nancy ten huwelijk. We hielden van elkaar, en misschien konden we samen meer bereiken. Ze zei ja, en we trouwden tijdens mijn volgende verlof. Nancy kwam over en richtte ons huisje in, in de buurt van de marinebasis; samen bleven we ook drugs gebruiken.

Meer en meer begonnen we te praten over de wereldtoestanden, de hopeloosheid van alles, en wat we moesten doen aan ons grote probleem. We wisten dat als we nog enige toekomsthoop wilden koesteren, we onmiddellijk met drugs moesten stoppen. Maar we beseften ook dat we er nooit de kracht voor zouden hebben. Iemand die drugs gebruikt en zegt dat hij ermee op kan houden wanneer hij wil, zal een diepe ontgoocheling wachten op de dag dat hij het wil gaan proberen.

Terugblikkend, besef ik nu echter wel dat er toch iets erg belangrijks met ons had plaatsgevonden. Onze motivatie was veranderd. We hadden niet langer zo’n intens verlangen naar opwinding, naar de bevrediging van onze nieuwsgierigheid of naar de omgang met mede-druggebruikers en hoefden niet meer zo nodig door hen geaccepteerd te worden. Maar toch voelden we ons nog wanhopig, radeloos en opgejaagd, en we zochten naar een uitweg.

Het vinden van de benodigde kracht

Nancy nam een baantje als dienster bij een plaatselijk restaurant. En dat bleek de aanloop tot het grootste dat ons ooit in ons leven zou overkomen. Op een dag ging het gesprek met een andere dienster vreemd genoeg over spookhuizen. Het meisje zei dat ze pas heel interessante dingen over geesten had geleerd en ze vroeg Nancy of die het leuk zou vinden als er iemand naar onze stacaravan zou komen om dat onderwerp te bespreken. Nancy zei ja, en een paar dagen later stond er een jong echtpaar voor de deur, Jehovah’s Getuigen.

Tijdens onze bespreking van het hoofdstuk „Zijn er goddeloze geesten?” in het boek De waarheid die tot eeuwig leven leidt wierpen we onze eerste blik in de bijbel, en vielen ons in meer dan één opzicht de schellen van de ogen. Niet alleen werden onze vragen over goddeloze geesten beantwoord, maar we ontvingen ook een geloofopbouwende blik in wat de bijbel over onze tijd en onze toekomst te zeggen heeft. We waren erg onder de indruk en volledig sprakeloos zoveel in één avond uit de bijbel te hebben vernomen. Dankbaar aanvaardden we het aanbod van de Getuigen om zonder kosten wekelijks de bijbel te bestuderen. Plotseling was onze toekomst weer verlicht door enige hoop.

Nancy en ik stonden volledig open voor de bijbelse waarheden die we in de weken daarna leerden. Het was allemaal zo logisch en zinvol. Eindelijk werd het ons duidelijk wat de ware oplossing voor de ziekelijke samenleving op aarde was, en zagen we ook een begaanbare en deugdelijke weg om uit ons rampzalige probleem — ons druggebruik — te komen. Tijdens de daaropvolgende weken van studie leerden we waarom het nodig is Jehovah te aanbidden en zijn beginselen voor het leven te respecteren. We kregen begrip omtrent de ware betekenis van christelijke liefde, en gingen beseffen dat die liefde werkelijk onder Jehovah’s christelijke getuigen bestaat. We leerden over Gods opgerichte koninkrijk onder Christus en de zegeningen die dit de mensheid zal brengen. En wat nog het prachtigste was, we vernamen dat die zegeningen zeer spoedig in ons leven, verwezenlijkt zouden worden. Elke dag werden we sterker in het geloof. En elke dag wilden we hetgeen we leerden, met steeds meer mensen delen.

Mijn actieve dienst bij de marine zat erop en Nancy en ik namen afscheid van die geweldige mensen die ons zozeer met de bijbel geholpen hadden. We keerden terug naar de plaats waar we vandaan kwamen, maar niet naar onze oude kennissen. Integendeel, we vulden onze dagen met een voortgezette studie van de bijbel en omgang met Jehovah’s Getuigen.

En hoewel wij geen van beiden kunnen zeggen dat het gemakkelijk was, slaagden we er alle twee toch in die grote dag te bereiken dat er in ons leven voor drugs geen plaats meer was. Iets van veel grotere waarde en met een veel grotere kracht vulde nu ons bestaan — de waarheid van Gods Woord en het verlangen om Jehovah voor eeuwig te dienen. Verheugd kwamen we samen tot de conclusie dat we ons hernieuwde leven aan Jehovah wilden opdragen en gedoopt wilden worden. En dat gebeurde, op 2 december 1972.

Thans ligt onze drug-nachtmerrie al weer ver achter ons. Ik heb het voorrecht in de plaatselijke gemeente van Jehovah’s Getuigen als dienaar in de bediening te dienen, en Nancy is erg actief in het predikingswerk. Bovendien hebben we het druk met de opvoeding van ons kleine, lieve dochtertje Rebekka. We zijn nu gelukkiger dan we ooit voor mogelijk hadden gehouden. We hebben thans geluk gevonden, zonder drugs, in het enige blijvende en zinvolle werk dat er thans op aarde bestaat: anderen helpen Jehovah’s eeuwige voornemen te leren kennen en onder zijn bescherming en zegen te komen. — Ingezonden.

[Inzet op blz. 12]

„Mijn moeder vond me in de kamer van mijn zuster, waar ik naakt in het donker met poppen speelde.”

[Inzet op blz. 13]

„Een van onze geliefkoosde methoden van misleiding na het gebruik van drugs, was het drinken van een blikje bier vóór we naar huis gingen.”

[Inzet op blz. 14]

’Het gesprek ging vreemd genoeg over spookhuizen.’

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen