. . . maar zijn alle drugs gevaarlijk?
„IK BEN 17 jaar, zit in de laagste klas van de middelbare school en rook nu ongeveer een jaar lang pot”, zo schreef een jongeman aan de medische raadgever en rubriekschrijver van de New York Post. „Veel van mijn vrienden gebruiken drugs,” zo schreef hij verder, „en ze zeggen dat je van het ’harde spul’ moet afblijven, maar pot is oké. Wat is uw mening?”
De gedachte dat ’pot’ of marihuana een onschadelijk produkt is, wint steeds meer veld. Een van de oorzaken hiervan is de stroom van tegenstrijdige berichten uit de wetenschappelijke wereld. Het lijkt wel of elk onderzoeksrapport tegen marihuana een tegenrapport oproept ten gunste van deze drug.
Voorstanders wijzen zelfs op bepaalde nuttige medische eigenschappen van marihuana. Zo zou ze de symptomen van groene staar en astma enigszins verlichten, alsook de misselijkheid en braakneigingen verminderen waar de geneesmiddelenbehandeling van kanker mee gepaard gaat. Tevens is men bezig met een onderzoek naar de uitwerking op vallende ziekte, slaap en eetlust.
Gewapend met dergelijke gunstige commentaren, geloven velen dat marihuana niet gevaarlijker is dan alcohol en tabak, en mogelijk zelfs minder. Zij menen dat regeringen die deze drug verbieden, de mensen van hun pleziertjes beroven. In bepaalde landen heerst dan ook een krachtig streven om marihuana „uit de criminele sfeer te halen.”
Het is niet het doel van Ontwaakt! om te bepalen of bepaalde drugs wel of niet bij de wet verboden moeten worden. De geschiedenis wijst uit dat veel mensen gewoon hun gang gaan en doen waar ze zin in hebben, ongeacht of de wet dit nu wel of niet verbiedt. Velen bekommeren zich evenmin om de medische gevolgen van hun daden, zoals wel blijkt uit het enorme aantal mensen dat tabak gebruikt ondanks alle bewijzen van de schadelijke gevolgen ervan.
Degenen echter die zich wel om de medische en/of morele kant van hun daden bekommeren, dienen voldoende informatie te hebben om een gedegen beslissing te nemen. Met dit als doel, wordt in dit tijdschrift de volgende informatie geboden.
Wordt marihuana ten onrechte beschuldigd?
De tegenstrijdige bevindingen ten aanzien van de uitwerking van marihuana, brachten onlangs een verslaggever van de Amerikaanse Milwaukee Journal ertoe aan een deskundige de volgende vraag te stellen: „Marihuana is al dan niet schadelijk, één van de twee. Waarom kunnen u en uw mededeskundigen het omtrent dat punt niet eens worden?”
H. Jones, hoogleraar in de medische fysica aan de Universiteit van Californië, gaf daarop als antwoord:
„Wij komen tot verschillende antwoorden omdat we verschillende vragen stellen. Kijkt u bijvoorbeeld naar het begin van marihuanagebruik, of naar gebruik dat zo af en toe geschiedt, dan stelt u erg weinig schade vast. Ik ben er echter op getraind om te letten op effecten op lange termijn. En bewijzen dat die bestaan, heb ik in overvloed.” — 29 mei 1977, blz. 28
Een van de factoren waaraan zulke „effecten op lange termijn” te wijten zijn, is het actieve ingrediënt van marihuana, THC (tetrahydrocannabinol), dat zich in het vetweefsel van het lichaam — zoals de neuronen van de hersenen en de geslachtscellen van zaadballen en eierstokken — ophoopt. Dit in tegenstelling tot alcohol, dat in water oplosbaar is en binnen enkele uren volledig door het lichaam wordt omgezet in water en koolzuur. De aanwezigheid van THC kan echter nog weken na gebruik worden vastgesteld.
Hoewel men het niet met elkaar eens is hoe gevaarlijk precies deze ophoping van THC is, zijn enkele wijdverspreide berichten over de uitwerking ervan op de geest, het beschouwen waard. Dr. Jones stelt onder andere dat „ouders en leraren duidelijk de grote persoonlijkheidsveranderingen waarnemen die bij jonge gebruikers optreden”. Hij voegt hieraan toe: „Nooit zie ik in hun ogen en op hun gezicht ook maar één sprankje levenslust.”
En Dr. J. A. S. Hall, hoofd van de afdeling geneesmiddelen aan het Kingston-ziekenhuis op Jamaica, stemt ermee in dat „persoonlijkheidsveranderingen onder ganja-rokers [marihuana] . . . op Jamaica een kwestie van algemene waarneming is”. Apathie, een zich terugtrekken uit de werkelijkheid en onvermogen of onwilligheid om zich lang achtereen ergens op te concentreren, noemt hij onder andere als de symptomen bij deze gebruikers.
Een sterke aanwijzing dat marihuana invloed heeft op de geest, is het feit dat deze drug na heroïne genoemd wordt als de tweede hoofdoorzaak waardoor mensen in Amerika in inrichtingen voor geesteszieken belanden. Maar niet alleen in Amerika is dit waar te nemen. „Tijdens een bezoek aan een psychiatrische inrichting in Salé, in Marokko”, zo schreef Dr. P. C. Haber in een ingezonden brief aan het tijdschrift New York, „zag ik een hele ziekenafdeling vol patiënten die werden verpleegd wegens het langdurig roken van cannabis [hasjiesj en marihuana].”
Als de bovenstaande beweringen waar zijn, zouden we echter ook in de contacten van marihuanagebruikers met anderen tekenen van geestelijke beschadiging moeten waarnemen. Is dat zo?
De uitwerking op menselijke betrekkingen
Hoewel in een verslag over een recent driejarig onderzoek ten behoeve van het Amerikaanse Instituut tegen Drugmisbruik, de lichamelijke schade die marihuana toebrengt, onbeduidend werd genoemd, nam men wel „aanzienlijke verschillen waar in de gezinsstructuur van gebruikers, vergeleken met niet-gebruikers,” aldus de American Medical News. In het rapport stond onder meer: „Bij ons onderzoek trad een samenhang aan het licht tussen zwaar marihuana-roken en een ontwricht gezinsleven.”
Een extreem voorbeeld van een dergelijke ontwrichting leverde onlangs een voorval in Texas, waar een vader terechtstond wegens moord op zijn twintigjarige zoon. Bij zijn opsomming van de omstandigheden die hem ertoe hadden gebracht de jongen te doden, zei de vader: „Hij was mijn trots en vreugde, en we deden alles samen — totdat drie jaar geleden dit alles gebeurde.”
De zoon begon valium (een kalmeringsmiddel) en marihuana te gebruiken. „Hij veranderde, hij veranderde totaal”, vertelde de vader met hartverscheurende stem. „Ik dacht dat we hem weer op het goede pad hadden gekregen en toen begon hij opnieuw. Hij had een baan, maar nam z’n ontslag en besteedde al zijn geld aan die troep. Hij bleef volhouden dat het allemaal oké was.”
Natuurlijk is de schadelijke uitwerking van marihuana op het gezin maar zelden zo buitengewoon als in dit geval, maar toch kan men zich afvragen of het tijdelijke genoegen dat deze stof biedt, een voldoende rechtvaardiging vormt om de betrekkingen met degenen die ons het meest na staan, in gevaar te brengen.
Ook andere verhoudingen kunnen worden aangetast. Een leraar aan een middelbare school schreef aan het blad Psychology Today een ingezonden brief waarin hij zich lovend uitliet over een daarin verschenen artikel dat, zoals hij zei, „alle mythen omtrent de gevolgen van deze drug [marihuana] had ontkracht”. Het artikel had zich vanuit medisch standpunt in het algemeen gunstig over marihuana uitgelaten. Maar toch voegde hij eraan toe:
„Wel ben ik in mijn klas gealarmeerd geraakt door de aanwezigheid van leerlingen die ’high’ zijn. Ik zou wel de laatste zijn om zonder onderscheid te verklaren dat al hun intellectuele vermogens als gevolg van druggebruik zijn verminderd, maar het is mij wel opgevallen dat degenen die high zijn, er grote moeite mee hebben zelfs heel eenvoudige ideeën mondeling op een niet-gebruiker over te brengen, en omgekeerd. . . . Deze ’onschadelijke’ vergiftiging heeft op de een of andere manier een barrière opgeworpen.” — Maart 1977, blz. 8
Ja, niet alleen de uitwerking van de drug tijdens gebruik, maar ook het feit dat men er vaak op ongelegen tijdstippen naar grijpt, onthult heel veel. Het verlangen naar marihuana kan iemands gezonde oordeel vertroebelen. In plaats van het gebruik te beperken tot momenten van persoonlijke „ontspanning,” laat men vaak toe dat noodzakelijke bezigheden van het leven erdoor ontregeld raken. Gebruikers neigen ernaar hun genoegen centraal in hun leven te stellen en geven vaak blijk van een algehele minachting voor anderen. Hun beschadigde oordeel omtrent wat gepast is, kan voor onschuldige mensen zelfs een gevaar gaan inhouden. Waarom?
Gevaar voor anderen
„De grootste bezorgdheid die ik met betrekking tot deze drug koester”, aldus Dr. R. L. DuPont, directeur van het Amerikaanse Instituut tegen Drugmisbruik, „is het gevaar dat hij oplevert voor het autoverkeer in dit land.”
De Medical Letter verschaft enige details met betrekking tot de omvang van dit gevaar, door te berichten dat
„42 percent van degenen die een lage dosis gebruikten (4,90 mg THC per sigaret) en 63 percent van de gebruikers van een hoge dosis (8,40 mg THC per sigaret) na het roken van één marihuanasigaret een achteruitgang vertoonden in hun rijvaardigheid. Tot hun ongewone rijgedrag behoorden ’het missen van stoplichten of stoptekens; . . . en het niet zien of niet juist waarnemen van voetgangers of stilstaande voertuigen’”.
Denkt u dat mensen van wie het gezonde oordeel zo is aangetast dat ze „high” op school komen, zichzelf enige beperking zullen opleggen wanneer ze moeten rijden? Het gebruik van deze drug kan hierom nauwelijks een „persoonlijke” aangelegenheid genoemd worden. Gezinsleden, klasgenoten, medewerkers en zelfs volslagen onbekenden kunnen er de, mogelijk schadelijke, gevolgen van ondervinden.
En hoewel de huidige wetenschappelijke onenigheid ertoe bijdraagt dat de medische gevaren van marihuana worden versluierd, betekent dit nog niet dat bepaalde, onmiskenbare gevaren niet zouden bestaan.
Aangetoonde medische gevaren
Behalve enkele gevaren waarover men het in de medische wereld nog niet eens is — zoals hersenbeschadiging, remming van de celgroei, afname van de spermaproduktie, chromosomenschade en dergelijke — zijn er ook gevaren waarover nog maar weinig verschil van mening bestaat.
Eén daarvan is longbeschadiging. „Marihuana is veel irriterender voor de ademhalingswegen dan tabak,” aldus Dr. N. A. Pace, voorzitter van de afdeling New York van de Amerikaanse Raad voor alcoholisme. „Men moet 20 jaar zwaar roken om dezelfde ernstige vorm van voorhoofdsholteontsteking, keelontsteking, bronchitis of emfyseem te ontwikkelen, die door één jaar dagelijks marihuana-roken wordt teweeggebracht.”
Bovendien bericht de Medical Letter dat onderzoek heeft aangetoond dat „rook van marihuanasigaretten, net als rook van gewone sigaretten, de kwaadaardige verandering van longcellen in weefselcultures versnelt”. Medische bewijzen van dit kankergevaar worden ook genoemd door Dr. H. Jones, die schreef: „Bij bronchiale weefselmonsters die men had weggenomen bij 30 Amerikaanse soldaten in Duitsland welke enkele maanden achtereen 25 tot 30 gram hasjiesj (een produkt van dezelfde plant als marihuana, maar met een hoger THC-gehalte) per maand hadden gerookt, werd in 24 gevallen het voorstadium van een kankerachtige aandoening geconstateerd.”
Alle gezondheidsgevaren van marihuanagebruik kunnen dus niet eenvoudig van de hand worden gewezen met de opmerking dat er nog niets zeker is.
Hoe staat het met cocaïne?
Een andere drug die velen betrekkelijk „veilig” achten, is cocaïne. Het is het genotmiddel geworden van rijken, beroemdheden en anderen die voldoende geld hebben of voldoende geld kunnen stelen om het te kopen. Nog geen eeuw geleden werd cocaïne gemengd in een wijnprodukt dat de lof oogstte van vier Europese koningen, Franse en Amerikaanse presidenten, de opperrabbijn van Frankrijk, paus Pius X en paus Leo XIII, die de maker met een gouden medaille vereerde. Zelfs de frisdrank Coca-Cola werd de eerste zeventien jaar van zijn bestaan gemengd met cocaïne, waarna dit stimulerende middel rond 1903 vervangen werd door cafeïne.
Over het gevoel dat cocaïne geeft, merkte een schrijver het volgende op: „Het treft je recht in je brein, en bewerkt een aaneenschakeling van vreugdevolle gevoelens . . . De met cocaïne geladen hersenen zijn een helse flipperautomaat, met een elektrisch orgasme van blauw en roze licht.” Een ander merkte op: „Onder invloed van cocaïne voel ik mij een koning.”
Maar wat is de prijs die men voor deze korte vlucht uit de realiteit betaalt? Harvard-onderzoeker Dr. A. Weil geeft de verklaring dat „cocaïne het lichaam niet op wonderbare wijze van energie voorziet; ze maakt alleen de energie vrij die reeds in chemische vorm in bepaalde delen van het zenuwstelsel ligt opgesloten. Het gevolg is dan ook dat wanneer de onmiddellijke uitwerking van de drug afneemt, men zich ’down’ voelt — minder energiek dan normaal”.
„Ik stort altijd van hemelse hoogten naar helse diepten”, zegt een gebruiker. „Ik ben overgevoelig voor kritiek”, verklaart een ander. „Zorg dat je uit m’n buurt blijft wanneer ik ben ’uitge-coked’.”
In een recent rapport van het Amerikaanse Instituut tegen Drugmisbruik over een vierjarig onderzoek naar cocaïne wordt dan ook gewaarschuwd dat het gebruik van cocaïne een verre van onschuldige tijdpassering is, maar neerkomt op „een ernstige vorm van drugmisbruik” met nevenverschijnselen die kunnen variëren van angstgevoelens, slapeloosheid en zinsbegoochelingen tot zelfs de dood.
Is het het waard?
Sommigen zullen wellicht argumenteren dat cocaïne, net als marihuana, ook voor medische doeleinden wordt gebruikt. Daarom, zo denken ze, moet het veilig zijn. Maar het feit dat een geneesmiddel van nut is bij de behandeling van zieke mensen, betekent nog niet dat het ongevaarlijk is. „Zelfs de meest heilzame geneesmiddelen bezitten schadelijke bijwerkingen”, aldus een hoogleraar in de farmacologie. „Het beste wat men van elk medicijn kan zeggen, is dat voor de meeste patiënten in de meeste gevallen de heilzame werking ruimschoots tegen de schadelijke bijwerkingen opweegt.”
Men neemt dus altijd een zeker risico wanneer men een ziekte met medicijnen poogt te genezen. En de zieke zal met zijn arts moeten beslissen of dat risico, ook met het oog op de ernst van de ziekte, aanvaardbaar is of niet. Maar welke reden is er om een geneesmiddel te nemen dat schade veroorzaakt, wanneer daar geen enkele medische noodzaak voor bestaat? Is het wenselijk dat iemand enkel voor een kortstondig genoegen zijn lichaam laat vergiftigen? „Laten wij ons reinigen van elke verontreiniging van vlees en geest”, is het gezonde antwoord dat in de bijbel wordt aangetroffen. — 2 Kor. 7:1.
Sommigen zullen echter beweren dat het gebruik van marihuana of cocaïne niet verschilt van het gebruik van alcoholische dranken, die in de meeste samenlevingen als aanvaardbaar worden beschouwd. „Als alcohol oké is, waarom dan niet pot en coke?”, zo redeneren zij.
Ten eerste zou hierover kunnen worden opgemerkt dat de meeste mensen alcoholische dranken nuttigen als een vorm van vloeibare verfrissing en om zich te ontspannen, niet om er dronken van te worden. Zoals reeds eerder werd opgemerkt, verwerkt het lichaam alcohol net als voedsel en breekt het de alcohol betrekkelijk snel af. Zoveel alcohol gebruiken dat het denken verstoord raakt, is echter een geheel andere kwestie. En dat is ook het punt waar het bij deze kwestie in feite om draait: kan enige drug of alcoholische drank, wanneer die voornamelijk wordt gebruikt om veranderingen teweeg te brengen in het denken, als moreel aanvaardbaar worden beschouwd, als een aanvaardbaar middel tot ontspanning?
Wat dit betreft, is het interessant op te merken dat de bijbel wijn wel goedkeurt als drank, maar niet als verstoorder van de geestelijke vermogens: ’Dronkaards zullen Gods koninkrijk niet beërven.’ — 1 Kor. 6:9, 10.
Een zelfde beginsel is van toepassing in het geval van marihuana en/of cocaïne, die als voedsel of drank geen enkel nut hebben, en hoofdzakelijk worden gebruikt om veranderingen te brengen in iemands geestelijke bewustzijn. Dit is in verschillende opzichten schadelijk.
Wanneer mensen onder invloed geraken van een drug of alcohol, zijn ze gemakkelijk bereid tot daden die aanzienlijk kunnen verschillen van wat ze zouden doen als ze de volledige beheersing over hun vermogens zouden hebben. Een dergelijk verlies van controle kan leiden tot buitenechtelijke seksuele betrekkingen, met alle gevolgen van dien: ziekten, onwettige kinderen en verbroken gezinnen. Om zulke problemen te vermijden, dringt de bijbel er bij ons op aan ’ons niet te laten leiden door onze driften zoals de heidenen die God niet kennen’. — 1 Thess. 4:3-5, Nieuwe Testament in de omgangstaal.
Maar iemand die onder invloed verkeert van drugs als marihuana en cocaïne, heeft gewoonlijk niet de volledige beheersing over zijn ’driften’. Dat heeft dan de drug. De mens heeft echter al zijn geestelijke vermogens nodig om aan de druk van de tegenwoordige tijd het hoofd te bieden en zichzelf te beschermen tegen misleidende attracties die tot ziekte en hartzeer kunnen leiden. De bijbel wijst er heel terecht op dat „het denkvermogen zelf de wacht over u [zal] houden” en „het onderscheidingsvermogen zelf [u zal] beveiligen, om u te bevrijden van de slechte weg”. — Spr. 2:11-13.
Iemand die ertoe wordt gedreven om drugs te gebruiken, zou zichzelf de vraag kunnen stellen: Waarom zoek ik de onwerkelijke voorstellingswereld die drugs mij voortoveren? Is het nodig dat een gezond en evenwichtig persoon zijn ontspanning zoekt in het veranderen van de normale werkzaamheid van zijn hersenen? Is niet de gehele drug-ervaring een egocentrisch gebeuren, dat een verzwakkende uitwerking heeft op de morele onkreukbaarheid en op de gezondheid?
Ja, het gebruik van drugs „vernietigt”, zoals Dr. H. Jones eens verklaarde, „het genoegen dat is gelegen in het functioneren als een gezond, krachtig en energiek mens”. Het jonge echtpaar in het volgende artikel ervoer hoe waar dat was, maar leerde ook hoe zij, zonder drugs, weer voldoening uit het leven konden putten en hun bestaan inhoud konden geven.
[Inzet op blz. 7]
„Bij ons onderzoek trad een samenhang aan het licht tussen zwaar marihuana-roken en een ontwricht gezinsleven.” — Het Amerikaanse Instituut tegen Drugmisbruik
[Inzet op blz. 8]
„Men moet 20 jaar zwaar roken om dezelfde ernstige vorm van voorhoofdsholteontsteking, keelontsteking, bronchitis of emfyseem te ontwikkelen, die door één jaar dagelijks marihuana-roken wordt teweeggebracht.” — Dr. N. A. Pace
[Illustratie op blz. 9]
Een man die cocaïne snuift