„Hier volgt het nieuws!”
ONGEACHT wat we aan het doen zijn, de woorden: „Hier volgt het nieuws!” of andere van gelijke strekking, trekken onmiddellijk de aandacht. Mensen houden op met hetgeen waaraan ze bezig zijn, automobilisten zetten hun radio harder, huisvrouwen doen de stofzuiger uit en gesprekken verstommen abrupt. De volgende woorden van de nieuwslezer kunnen van alles brengen — een bijzondere gebeurtenis of ramp in uw eigen omgeving, of de moord op een regeringsleider ver weg.
De uitzending van nieuws is een bijna dagelijks over de gehele aarde weerkerend gebeuren, waarmee we allemaal vertrouwd zijn. Minder vertrouwd zijn we echter met hetgeen er plaatsvindt voordat de nieuwsmededelingen de normale uitzendingen van de dag onderbreken. We kunnen daar echter achter komen door een persbureau binnen te stappen en daar eens om ons heen te kijken.
Een van onze eerste indrukken is dan de rust die daar heerst. Persbureaus genieten de bijna traditionele reputatie haastige, lawaaierige bedrijven te zijn waar een „georganiseerde wanorde” heerst — gevuld met tientallen telexen die ratelend nieuws en sportcommentaren uit de gehele wereld neertypen, het gerikketik van talloze schrijfmachines waarop redacteuren en verslaggevers hun verslagen uitwerken, en haastige loopjongens die complete verslagen naar en van de redactie brengen. En inderdaad was dit tientallen jaren een tamelijk kloppend beeld.
Maar in het computertijdperk waarin we nu zijn aangeland, zijn ook de persbureaus met hun tijd meegegaan. De lawaaierige telexen zijn verdwenen. En in hun plaats staan nu moderne machines met speciale elektronische koppen die geluidloos over het papier heen en weer glijden en waarvan sommige snelle exemplaren thans al twaalfhonderd woorden per minuut produceren — hele paragrafen van zes regels in een luttele drie seconden!
Verdwenen zijn ook de schrijfmachines. In plaats daarvan zitten de nieuwsmensen nu achter het bedieningspaneel van een computer — een soort van televisiescherm met een toetsenbord daaronder. Als de schrijver de toetsen aanslaat, verschijnen de letters op het scherm en rijgen de regels zich aaneen. Met zo’n uitrusting kan de nieuwsschrijver zijn verhaal ook weer onmiddellijk veranderen, zinnen herschrijven, hele paragrafen eruit nemen, een gedeelte elders in het verhaal plaatsen of fouten uitwissen.
Het enige geluid dat men nu nog hoort, zijn de gesprekken, zo af en toe wat telefoongerinkel, en natuurlijk — de belsignalen. Belsignalen melden de redacteur dat een spoedeisend verslag binnenkomt. Men hoort ze niet vaak en een bezoeker zal het zwakke gerinkel misschien niet eens opmerken, maar de machine die het alarm geeft, ontvangt prompte aandacht van minstens een van de dienstdoende nieuwsmensen.
Hoe het allemaal begon
In 1835 was er in Parijs een man genaamd Charles Havas, die besloot een nieuw soort van onderneming te beginnen. Hij abonneerde zich op een aantal buitenlandse kranten, liet de financiële informatie daaruit vertalen en drukken, en verkocht deze inlichtingen aan de zakenlieden in de stad. Ook kranten raakten geïnteresseerd, zodat Havas zijn onderneming ging uitbreiden en eveneens nieuwsverslagen ging vertalen en verkopen.
Spoedig verzamelde Havas nieuws vanuit geheel Frankrijk — door boodschappers, postduiven, en later met behulp van de telegraaf. Aldus werd het Agence France-Presse, het persbureau van Frankrijk, geboren. Ondertussen hadden ook in New York een zestal uitgevers een bureau voor nieuwsgaring gevormd, dat later bekendheid kreeg onder de naam Associated Press. En spoedig verschenen er nog meer, in diverse landen — Reuter in Londen, de Canadian Press in Toronto, het Belgische nieuwsagentschap (1920) en het Algemeen Nederlands Persbureau (ANP) in Den Haag (1934).
Honderden kranten kwamen tot de ontdekking dat hun lezers niet alleen nieuws wilden horen uit hun eigen omgeving, maar vanuit de gehele wereld, en dat was iets wat voor een afzonderlijke krant onmogelijk te realiseren viel. Dank zij de oprichting van persbureaus bleek dat echter wel te lukken.
Maar hoe vergaren persbureaus hun nieuws?
De werking van de persbureaus
Er bestaan twee soorten persbureaus — de nationale en de internationale. Een nationaal persbureau zorgt voor de nieuwsgaring en -verspreiding in één bepaald land. Daarin richt het een aantal bijkantoren op en verschaft informatie aan misschien wel honderden of duizenden kranten en aan de nieuwsdienst van de één of meer radio- en tv-omroepen die het land telt. De prijs hiervoor hangt in het algemeen af van de grootte van de krant of de bepaalde omroep.
Alle kranten en vaak ook plaatselijke radio- en tv-omroepen, hebben hun eigen nieuwsafdeling voor de behandeling van het nieuws uit de omgeving. Maar wanneer er een bericht doorkomt dat ook voor mensen elders interessant zal zijn, zenden zij het naar het bijkantoor van het persbureau, dat het op zijn beurt weer doorzendt naar alle andere cliënten.
Ondertussen beschouwt het hoofdkantoor van het persbureau al het plaatselijke nieuws dat vanuit het land binnenkomt, en wanneer daar onderwerpen van algemeen belang bij zijn, worden die nationaal uitgezonden. Bovendien heeft het nationale persbureau ook zijn eigen staf van verslaggevers en schrijvers die nieuws vergaren en berichten opstellen.
Om informatie te ontvangen over wereldgebeurtenissen, zijn nationale persbureaus geabonneerd bij één of meer internationale persbureaus, die een aantal landen bestrijken en een aantal nationale bureaus en soms ook grote kranten en radio- en tv-omroepen bedienen. Aan de andere kant raadplegen de internationale bureaus weer de nationale bureaus, zodat wanneer er een bericht van internationaal belang verschijnt, het ook in de internationale openbaarheid komt.
Bureaus die van elkaar nieuws betrekken, hebben hun computers onderling verbonden, en zorgen ervoor dat alle berichten die op één bureau in de computer worden ingevoerd, ook automatisch in de computers verschijnen van alle persbureaus die met dat oorspronkelijke bureau zijn verbonden. Neem bijvoorbeeld wat er gebeurt wanneer er vanuit een bepaalde omgeving een belangrijk bericht te melden valt:
Zeg dat er iets gebeurt in San Francisco, en het bijkantoor van het Amerikaanse persbureau Associated Press weet er het eerst de hand op te leggen. Een verslaggever van het bijkantoor stelt een bericht op en toetst dat in op het computerscherm. Zijn redacteur controleert het op nauwkeurigheid en zendt het onmiddellijk uit. Enkele seconden later is het bericht binnen op het hoofdbureau in New York, waarvandaan het over het gehele land wordt verspreid, op de telexen van alle kranten, radio- en tv-stations in de V.S.
Ondertussen heeft een redacteur op het Canadese persbureau in Toronto, gealarmeerd door het belgerinkel, het bericht ook op zijn computerscherm opgeroepen, doorgelezen en over geheel Canada uitgezonden; tevens is er in New York voor weer verdere verzending zorg gedragen door het bericht over het internationale net uit te zenden, waarna de bij het Associated Press aangesloten persbureaus in andere landen de verspreiding in eigen land voor hun rekening nemen. Zo kan het gebeuren dat binnen vier à vijf minuten nadat de verslaggever in San Francisco zijn bericht heeft voltooid, het nieuws — zonder ooit door iemand overgetypt of overgeschreven te zijn — al verschenen is op de telex van een radiostation in Newfoundland of van een krant in Rome.
Onderwijl hebben verschillende andere grote persbureaus — Reuter, United Press International, enz. — het bericht eveneens overgenomen.
Televisie en satellieten
Het televisienieuws beschikt over soortgelijke informatiediensten.
Grotere tv-omroepen hebben tevens de beschikking over eigen reportagewagens waarmee ze tot het terrein van nieuws kunnen rijden om de laatste gebeurtenissen op de voet te volgen. Zo waren in 1970 miljoenen Canadese tv-kijkers er op de buis getuige van hoe de ontvoerders van de Britse diplomaat James Cross hun met bommen beladen wagen door de straten van Montreal stuurden nadat ze met de Canadese regering waren overeengekomen dat ze vrijelijk per vliegtuig het land mochten verlaten.
Aangesloten omroepen in andere landen kunnen zulke belangrijke reportages overnemen of opnemen om later uit te zenden. Dit geschiedt vaak via een ingewikkeld systeem van ruimtesatellieten en een netwerk van straalzender-verbindingen. Het Eurovisienet — een aaneenkoppeling van de nationale netten van alle Europese landen — is van dit laatste een voorbeeld.
Ook wereldverbindingen zijn mogelijk, maar daarvoor moet de hulp van satellieten ingeschakeld worden. Wanneer bijvoorbeeld een Canadees televisiestation een film wil vertonen over een ernstige vliegtuigramp in Australië, zal het plaatselijke tv-station in Australië de film via een aantal stations voor straalverbinding naar het meest nabijgelegen aardstation van een satellietsysteem zenden, welke de signalen vervolgens doorzendt naar een Intelsat-satelliet ergens boven de Grote Oceaan, die weer in contact staat met een aardstation aan de westkust van Canada. Vandaar gaat het signaal opnieuw naar een communicatiesatelliet, nu boven Canada, die met een aardstation aan de oostkant van Canada, in Quebec, in verbinding staat, en vandaar via een straalverbinding naar Montreal of Toronto.
Dit alles vindt plaats in een fractie van een seconde — snel, maar niet zo goedkoop — voor slechts enkele minuten overzenden betaalt men verscheidene duizenden guldens. En aangezien satelliettijd voor een minimum van 10 minuten wordt verkocht, wisselen televisieorganisaties zulk materiaal vaak in „pakketten” uit, waarbij twee of meer organisaties een bepaalde tijd huren om allerlei films over te laten zenden die ze later in hun nieuws willen gebruiken.
Nieuws is op u van invloed
Ontvangen we nu, met al deze technische wonderen, ook al het beschikbare nieuws? Neen. Persbureaus krijgen veel en veel meer berichten binnen, dan ze ooit kunnen verwerken. Menig bureau benut maar 5 tot 7 percent van alles wat binnenkomt, en de bij het bureau aangesloten abonnees ook maar weer een fractie van wat het bureau hun aanbiedt. Dus ongeacht waar we wonen of wat we lezen, waarschijnlijk is er veel meer in de wereld gaande dan we beseffen.
Wat mensen in kleinere steden en dorpen over gebeurtenissen in de wereld vernemen, is soms afhankelijk van wat misschien maar een vijftal mannen en vrouwen op duizend kilometer afstand voor hen interessant acht. En zelfs in de grotere steden, waar kranten en andere media zijn aangesloten bij meerdere persbureaus, is het aantal mensen dat uiteindelijk bepaalt wat u zal bereiken, betrekkelijk klein. Bovendien gebruikt elke nieuwsman het belangrijkste nieuws van dat moment, zodat veel van wat er op de telexen verschijnt, over precies hetzelfde gaat, en uw beeld van de wereld dienovereenkomstig wordt gevormd.
Ironisch is bovendien dat de persbureaus die een regeringswisseling in een land — door verkiezingen, revolutie of oorlog — zo perfect en snel weten te melden en tot voorpagina-nieuws te maken, volkomen voorbijgaan aan het ophanden zijn van de belangrijkste regeringswisseling aller tijden, een wereldomvattende verandering van bestuur, die het einde van dit gehele wereldomvattende samenstel van dingen zal betekenen. — Dan. 2:44.
En het is slechts onwetend dat zij door hun snelle en vaak grondige behandeling van bepaalde wereldgebeurtenissen, christenen er steeds meer bewust van maken dat we ver in de „laatste dagen” van dit wereldomvattende samenstel van dingen leven (2 Tim. 3:1-5; Matth. 24:3-44). — Ingezonden.