Aardbevingsalarm! Wat dan te doen?
MOGELIJK zijn alleen al in het jaar 1976 over de gehele wereld meer dan 686.800 mensen bij aardbevingen om het leven gekomen. Duizenden anderen hebben door ditzelfde natuurgebeuren huizen en bezittingen verloren en lichamelijk letsel opgelopen.
Matig sterke aardbevingen geeft men aan met de cijfers 6,0 tot 6,9 op de schaal van Richter. Sterke bevingen hebben op de Richter-schaal een notering van 7,0 tot 7,9 en zeer sterke van 8,0 en hoger. Guatemala, de streek van de Panamees-Colombiaanse grens, de Koerilen, Sumatra, Nieuw-Guinea en Turkije zijn in 1976 allemaal het toneel geweest van sterke bevingen; de Sovjet-Unie werd door twee getroffen en China door drie. Twee zeer sterke bevingen schokten ook de Kermadec-eilanden in het zuiden van de Grote Oceaan en één trof Mindanao op de Filippijnen. En daarmee is nog lang niet alle aardbevingsactiviteit in het jaar 1976 opgesomd, om over 1977 nog maar te zwijgen.
Aardbevingen kunnen bijzonder gevaarlijk en dodelijk zijn, zodat het zeker gepast is zich af te vragen wat men moet doen wanneer over de radio de waarschuwing wordt gegeven dat er zich binnen een dag of twee een aardbeving zal voordoen in de streek waar u vertoeft. Maar kunnen geleerden werkelijk aardbevingen voorspellen? Hoe ernstig moeten bijvoorbeeld de mensen in de Amerikaanse staat Californië de waarschuwingen van de laatste tijd opvatten, dat er zich in hun buurt een gevaarlijke uitstulping in de bodem aan het ontwikkelen is?
Het begin van de voorspellingen
Een paar aardbevingen zijn reeds juist voorspeld. Een van de eerste succesvolle voorspellingen was van Dr. J. H. Whitcomb, een geofysicus aan het Californische Instituut voor de Technologie. In december 1973 deed hij de voorspelling dat er zich binnen drie maanden ten oosten van de stad Riverside in Californië een aardbeving zou voordoen met een sterkte van 5,5 of hoger op de schaal van Richter. En inderdaad kwam er op 30 januari een beving, waarvan het centrum ongeveer 48 kilometer ten oosten van Riverside lag. Alleen de sterkte klopte niet; die was 4,1 op de schaal van Richter.
Later dat jaar vond er op de avond van 27 november een informele bijeenkomst van geologen plaats, waarop geleerden van het Menlo-Park-laboratorium van de Amerikaanse Geologische Inspectie verklaarden dat er in de buurt van Hollister, bij de San-Andreasbreuk, een aardbeving van de sterkte 5 te verwachten viel, mogelijk de volgende dag al. En de middag daarop werd Hollister inderdaad opgeschud door een beving met een sterkte van 5,2 op de schaal van Richter.
De meest in het oog lopende aardbevingsvoorspelling tot dusver was de voorspelling van de aardbeving die op 4 februari 1975 de provincie Liaoning in het noordoosten van China trof, een beving met een sterkte van 7,3 op de schaal van Richter. De stad werd vernietigd, maar er vielen weinig doden te betreuren omdat de seismologen de aardbeving hadden voorzien en de mensen op het gevaar attent hadden gemaakt. Er kwam een bevel tot algehele evacuatie en een miljoen personen verlieten hun huizen. Nauwelijks vijf en een half uur na de laatste waarschuwing kwam de vernietigende schok. Duizenden huizen vielen in puin, maar slechts 200 mensen kwamen om.
Mensen in andere aardbevingsgebieden vroegen zich naderhand af waarom ook in hun streken niet zulke tijdige waarschuwingen gegeven zouden kunnen worden. Welke tekenen stellen seismologen in staat te voorspellen dat er een aardbeving ophanden is? Wat voor soort van instrumenten hanteren zij daarbij? En in hoeverre zouden mensen bereid zijn hun dagelijkse routine te laten verstoren door een aardbevingswaarschuwing? En wat zouden de gevolgen zijn van een vals alarm?
Voorafgaande bewegingen van de aardkorst
Ten eerste gaan geologen af op vervormingen van het grondoppervlak. Men gelooft dat grote platen of „schollen” van de aardkorst in langzame beweging zijn. Daar waar twee van zulke platen elkaar raken, bevinden zich geologische „breuken”. Schuift de ene plaat onder de andere, dan kan een opstuwing van de bodem ontstaan, en wanneer ze langs elkaar heen glijden, treden er horizontale verplaatsingen langs de breuk op.
Van zulke verplaatsingen en bewegingen moet men zich overigens geen overdreven voorstelling maken. Ze bedragen hooguit enkele centimeters per jaar en zijn niet erg opvallend. Alleen door nauwkeurige waarnemingen over een aantal jaren, zijn ze te constateren. De zogenaamde Palmdale-bult, ten noorden van Los Angeles in Californië, is een gebied van ongeveer 12.000 vierkante kilometer dat langzaam de hoogte in wordt gestuwd. Het ligt nu al 25 centimeter hoger dan vijftien jaar geleden. Dit doet vermoeden dat de spanning steeds meer toeneemt, met de kans dat deze zich uiteindelijk in de vorm van een aardbeving zal ontladen.
Verder noordwaarts langs de San-Andreasbreuk in Californië hebben waarnemingen reeds jaren aangetoond dat de bodem aan de westzijde zich ten opzichte van die aan de oostzijde naar het noorden verplaatst. In de buurt van de stad Hollister komt deze beweging tot uiting in een min of meer regelmatige reeks van kleine aardbevingen langs de breuk. Nog verder naar het noorden, daar waar de breuk door San Francisco loopt, ontbreekt echter zulke activiteit. Waarschijnlijk zijn de twee breukvlakken hier sinds de grote aardbeving van 1906 in elkaar vastgeklemd. Dat biedt echter onheilspellende vooruitzichten; immers, wanneer de steeds toenemende spanning in het gesteente het breekpunt zal hebben bereikt, zal ze zich ontladen in een nieuwe, verwoestende aardbeving.
De gewone waarnemingsmethoden kunnen een seismoloog wel zeggen waar zich naar alle waarschijnlijkheid een aardbeving zal voordoen, maar omtrent de tijd of de sterkte van die beving kan hij slechts zeer ruwe schattingen doen. Onlangs heeft men ook de laser ingeschakeld voor het verrichten van precisiemetingen in het Hollistergebied, ten einde nog nauwkeuriger de bewegingen van de markatiepunten aan beide kanten van de breuk te kunnen bepalen, en aldus kleinere bewegingen te kunnen meten. Dit belooft een nog nauwkeuriger voorspelling van het tijdstip van aardbevingen mogelijk te maken.
Seismische voorboden
De waardevolste aanwijzingen over het op komst zijn van aardbevingen, zijn momenteel te putten uit seismogrammen van kleine aardbevingen of ontploffingen van menselijke oorsprong (in steengroeven). Op seismogrammen wordt het trillingspatroon van bodembewegingen vergroot weergegeven. De seismologen onderscheiden bij de voortplanting van schokgolven door de aardmantel twee soorten van signalen. De ene wordt de P-golf genoemd, de drukgolf die zich voortplant door samendrukking van de rotslagen in de richting van de voortplanting, en de andere de S-golf, die bij de voortplanting een zijwaartse druk op het gesteente uitoefent. P-golven planten zich sneller door het gesteente voort dan S-golven en worden dan ook als eerste op de seismogrammen geregistreerd.
In 1971 berichtten Sovjet-geleerden dat zij hadden ontdekt dat P-golven enige tijd voor een grote aardbeving een vertraging vertonen, waarbij soms weken of maanden hun snelheid minder is, tot ze een paar uur of een paar dagen vóór de aardbeving weer hun normale snelheid herkrijgen. Amerikaanse geleerden gingen na of dit ook met hun gegevens van de afgelopen tijd klopte. En zij ontdekten inderdaad dat er drie en een half jaar vóór de verwoestende aardbeving van 1971 in San Fernando, in Californië, een vertraging was opgetreden in de snelheid van de P-golven. Op grond van deze wetenschap kon met succes de Riverside-beving van 1974 worden voorspeld.
In aardbevingsgebieden treden vaak kleine bevingen op, van een sterkte van 3 tot 4 op de schaal van Richter — zo klein dat ze zonder instrumenten niet zijn waar te nemen. Deze, zo heeft men ontdekt, blijven soms enige maanden weg en treden dan vlak vóór een grote beving opnieuw op. Door derhalve zorgvuldig aandacht te schenken aan de seismogrammen van diverse stations welke zich in een aardbevingsgebied bevinden, kan men reeds een eerste, vroege, en ook een tweede dringende waarschuwing ontvangen voor het ophanden zijn van een grote aardbeving.
Andere waarschuwingssignalen
Andere metingen die waarschijnlijk van nut zullen blijken voor het voorspellen van de tijd en de sterkte van aardbevingen, zijn gebaseerd op het laboratoriumonderzoek van gesteenten. Als een gesteente aan steeds zwaardere spanningen wordt blootgesteld, gaat het reeds lang vóór het breekt allerlei spanningsverschijnselen vertonen. Het lijkt door het ontstaan van kleine haarscheurtjes in omvang toe te nemen, en dat brengt ook de verandering van andere eigenschappen met zich mee. En deze laten zich niet alleen in het laboratorium maar ook in het veld meten. We noemen: (1) de toeneming van het volume van het gesteente, (2) een verandering in de elektrische weerstand, (3) bijkomende veranderingen in het plaatselijke magnetische veld, en (4) een toename in de permeabiliteit (ofte wel de doordringbaarheid) van het gesteente voor water en gas. Dat alles kan gemeten worden, en zal wellicht een goede houvast gaan bieden om aardbevingen te voorspellen.
Wanneer het gesteente opzwelt, zal ook de stand ervan zich enigszins wijzigen. Dit kan gemeten worden met een hellingsmeter (die volgens hetzelfde principe werkt als de waterpas van een timmerman, alleen veel gevoeliger) en die men daartoe in het gesteente kan plaatsen. Men heeft reeds een grote reeks van deze meters over een afstand van 85 kilometer langs de San-Andreasbreuk aangebracht, en die verleenden aanwijzingen waarop de voorspelling van de Hollister-beving van november 1974 was gebaseerd.
In een aardbevingsgebied kan ook de elektrische weerstand van het gesteente worden gemeten door twee in de grond geplaatste elektroden (die enkele kilometers van elkaar afstaan) onder stroom te zetten en dan op andere elektroden het voltage te meten. Uit onderzoekingen in de Sovjet-Unie is gebleken dat soms al verscheidene maanden vóór het begin van een aardbeving een langzame daling in de weerstand optreedt, die dan in enkele gevallen kort vóór de aardbeving weer oploopt. Ook een precisie-instrument waarop het aardmagnetische veld in honderdduizendste eenheden is af te lezen, kan soms de komst van een aardbeving opvallend registreren. Zo heeft men vóór het begin van de Hollister-beving veranderingen in het aardmagnetische veld kunnen vaststellen.
Het verschijnsel dat rotsen vlak vóór ze scheuren door haarscheurtjes steeds poreuzer worden, schijnt goed overeen te komen met de waarneming dat men voor een beving in bronwater meer radongas dan normaal aantreft. Radon is een radioactief gas dat wordt voortgebracht door sporen uranium in het gesteente. Dit gas kan bij het ontstaan van spanningsscheuren in grotere hoeveelheden dan anders aan het gesteente ontsnappen en in het grondwater terechtkomen. Met bijzonder gevoelige instrumenten is deze extra uitstroming te meten en in alle bronnen van een aardbevingsgebied vast te stellen.
De uitzetting van het gesteente verklaart waarschijnlijk ook de veranderingen die men vóór aardbevingen heeft zien optreden in het waterniveau van bronnen. Maar zulke verschijnselen zijn natuurlijk alleen waardevol als diverse bronnen ook onder controle staan en iemand die verschijnselen aan de buitenwacht meldt. In Japan zijn er een aantal amateurs die dit op zich hebben genomen en beweren dat zij enkel op grond van bronwaarneming aardbevingen kunnen voorspellen.
Er zijn ook verhalen over vreemd gedrag van dieren vlak vóór een aardbeving. Men zegt dat paarden schichtig worden, honden van huis weglopen, ratten gebouwen verlaten, en kippen niet op stok gaan. In het wild verhuizen de eekhoorns en de vogels en verlaten de slangen en masse hun holen. In dierentuinen raken de apen in paniek, schreeuwen de pauwen, verlaten de zwanen het water en gaan de pandaberen over tot een gedans en geween. In China worden zulke verschijnselen serieus genomen en betrokken bij de meer „wetenschappelijke” methoden om aardbevingen te voorspellen. Ook enkele Westerse geleerden zijn nu wat meer geneigd geraakt het gedrag van dieren als een eventuele nuttige aardbevingswaarschuwing te onderzoeken.
Programma voor aardbevingsvoorspellingen
Alles bij elkaar genomen lijkt het er dus op dat de geleerden langzamerhand in staat zullen zijn aardbevingen te voorspellen. Het oplossen van de wetenschappelijke problemen is echter één ding; de mensen er profijt van laten trekken, is nog heel wat anders. Hoe kan men in alle delen van de aarde waar dat nodig is, aardbevingswaarschuwingen laten weerklinken? De geologen wijzen erop dat in Amerika de financiële overheidssteun aan het aardbevingsonderzoek bijzonder klein is. En het plaatsen van de benodigde instrumenten over grote gebieden zal heel wat geld vergen. Ook zal een uitgebreide staf van geleerden en technici nodig zijn voor het controleren van de instrumenten en het analyseren van de gegevens.
Maar veronderstel dat al deze problemen overwonnen zouden zijn en we over redelijk betrouwbare aardbevingsvoorspellingen zouden beschikken. Wat zouden we er dan mee gaan doen? Sommigen maken zich er nu al zorgen over dat zulke voorspellingen zo’n paniek onder de mensen zullen brengen dat de schade die daaruit voortvloeit, even erg, zo niet erger, zal zijn als de door de aardbeving zelf toegebrachte schade. En mag deze angst dan wat overdreven zijn, wat zal de reactie zijn op valse alarms? Veronderstel dat een grote stad zijn normale handel en industrie zou stilleggen en sterk zou beknotten in afwachting van een komende aardbeving, en dat er dan na een dag of twee nog steeds niets zou zijn gebeurd en de waarschuwing zou worden ingetrokken, wat dan? Dan zouden er heel wat klachten over economisch verlies loskomen!
Sommige geleerden zien er zelfs helemaal geen heil in het publiek voor een aardbeving te waarschuwen. Toen Dr. Whitcomb in de kranten vertelde dat het gebied van Los Angeles wellicht binnen een jaar door een aardbeving getroffen zou worden, werd er in de gemeenteraad al over gesproken een eis tot schadevergoeding tegen hem in te dienen, omdat door zijn voorspelling de prijs van de grond en de gebouwen zou dalen.
Wat zou u doen?
Hoe zou u reageren op een geloofwaardige aardbevingsvoorspelling? Zou u uw normale leven onderbreken en wijzigingen aanbrengen om uw kans op overleving zo groot mogelijk te maken? Welke stappen zou u dan kunnen doen?
U zou voor uw gezin regelingen kunnen treffen om in de open lucht te slapen. Wanneer u over een kampeeruitrusting beschikt, in de vorm van een tent, slaapzakken, draagbare verlichting of misschien zelfs een draagbaar kacheltje, zou u die goed kunnen gebruiken. Hebt u een auto, parkeer die dan buiten de garage, op de oprijlaan of op straat. Vul wat jerrycans met drinkwater en berg die op een veilige plaats op. Zet ook blikjes of pakjes levensmiddelen op een plaats die u gemakkelijk kunt bereiken, ook wanneer uw woning mocht instorten. Het zou verstandig zijn grote gebouwen te vermijden en niet in de omgeving ervan te vertoeven. Woont u in een alleenstaand huis, weet u dan waar u het gas en de elektriciteit kunt afsluiten, zodat u het risico van brand door gebroken buizen of leidingen zoveel mogelijk kunt verkleinen?
Wanneer u in een omgeving woont waar aardbevingen niet tot de onmogelijkheden behoren, is het bovendien verstandig ook op onverwachte aardbevingen voorbereid te zijn. Zoek een altijd toegankelijk blijvende plaats uit om een nooduitrusting en noodvoorraad op te bergen en bespreek met uw gezin welke vluchtwegen er allemaal benut kunnen worden wanneer de normale uitgang van uw huis of woning is geblokkeerd. Bovendien kunt u altijd een zaklantaarn op een gemakkelijk bereikbare plaats gereed houden.
Volgens de voorzegging van Jezus Christus kan men verwachten dat er „in de ene plaats na de andere” aardbevingen zullen blijven voorkomen totdat het huidige „samenstel van dingen” aan zijn eind is gekomen (Matth. 24:3, 7). Wanneer ondertussen aardbevingsvoorspellingen een volledige realiteit gaan worden, is het verstandig zulke waarschuwingen ter harte te nemen. Zelfs nu getuigt het al van voorzichtigheid om wanneer u in een aardbevingsgebied woont, van tevoren te overdenken wat u zult doen wanneer zich onverwachts een aardbeving zou voordoen. De bijbel vermeldt: „Schrander is degene die de rampspoed heeft gezien en zich vervolgens verbergt, maar de onervarenen zijn doorgelopen en moeten de straf ondergaan.” — Spr. 22:3.