Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g77 22/2 blz. 21-22
  • De regenworm — een bijzonder nuttige dienstknecht

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • De regenworm — een bijzonder nuttige dienstknecht
  • Ontwaakt! 1977
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Een wat nauwkeuriger beschouwing van de gewone variëteit
  • De nuttige aardworm
    Ontwaakt! 1970
  • De fascinerende wereld der wormen
    Ontwaakt! 2003
  • Voortreffelijke gaven waardoor de God van liefde wordt geopenbaard
    Het leven heeft wel degelijk een doel
  • Tuinieren op de biologische manier
    Ontwaakt! 2002
Meer weergeven
Ontwaakt! 1977
g77 22/2 blz. 21-22

De regenworm — een bijzonder nuttige dienstknecht

DE REGENWORM zou er maar heel moeilijk in slagen een populariteitsmatch te winnen. Al duizenden jaren is het woord „worm” een minachtende aanduiding. Een psalmschrijver dichtte eens: „Maar ik ben een worm, en geen man. Een smaad voor de mensen en verachtelijk voor het volk” (Ps. 22:6). Ondanks echter de lage achting die men dit dier wellicht toedraagt, vervult de regenworm toch een bijzonder belangrijke rol bij de instandhouding van het leven op onze planeet de aarde.

Er zijn in totaal meer dan 1800 regenwormvariëteiten, waarvan sommige zich het beste thuisvoelen in het Andesgebergte, op hoogten van 4500 meter en meer, terwijl andere soorten dagelijks in de modder kruipen en zich het liefst ophouden in de bodem van een 55 meter diep meer. Ook in composthopen komen ze voor.

De grootte van regenwormen loopt sterk uiteen. Terwijl één soort na samentrekking nog maar zo’n 2,5 centimeter meet, is er ook een Australische variëteit, de reuzenregenworm, die in volledig samengetrokken toestand nog altijd een lengte van 0,9 tot 1,2 meter heeft, en in uitgerekte staat wel een lengte van 3 tot 3,7 meter kan bereiken.

Wat voor kleur hebben deze dieren? Ongetwijfeld bent u wel bekend met de gewone roodachtig-bruine regenworm. Maar er zijn ook groene, violette en grijswitte variëteiten.

Een wat nauwkeuriger beschouwing van de gewone variëteit

De gewone regenworm bezit een lengte van ongeveer 25 centimeter, en bestaat uit ongeveer 120 (maximaal 150) cylindervormige segmenten. Bij verlies van enkele van deze segmenten, doordat bijvoorbeeld een vogel ze heeft weggepikt, vindt er weer aangroeiing plaats. Maar deze aangroeiing of regeneratie is aan beperkingen onderhevig, zodat u bijvoorbeeld niet twee afzonderlijke wormen zult krijgen wanneer u een regenworm doormidden snijdt. Elk segment, met uitzondering van het eerste en het laatste, is voorzien van acht borstelharen, die de worm tijdens het kruipen een goed houvast bieden in de grond. Het kruipen zelf doet hij met behulp van zijn lengte- en kringspieren, die hem in staat stellen zich samen te trekken en te strekken. Vijf hartparen maken deel uit van zijn circulatiesysteem.

In tegenstelling tot veel andere levensvormen is de regenworm niet in het bezit van ogen, oren, longen of kieuwen. Hoe hij er desondanks in slaagt in leven te blijven? Wel, ten eerste is zijn huid voorzien van lichtgevoelige cellen, zodat wanneer zijn lijf aan de oppervlakte komt, hij zich weer zo snel mogelijk in de duisternis van zijn onderaardse rijk zal terugtrekken, en bovendien is hij toegerust met een uiterst scherp tastzintuig waarmee hij de geringste trillingen, dus ook de bewegingen van een muis of vogel, kan registreren. De ademhaling wordt volledig door de huid verzorgd.

Ook de voortplanting verloopt bij de regenworm anders dan bij veel andere dieren. Elk exemplaar is zowel mannelijk als vrouwelijk. Niettemin zijn er voor de bevruchting twee exemplaren nodig, die gedurende drie à vier uur tegen elkaar aan moeten liggen, om hun onderlinge sperma uit te wisselen. Wat er daarna gebeurt, staat als volgt in de Encyclopædia Britannica beschreven: „De wormen scheiden zich en vormen cocons; de cocon beweegt zich langs hun lijf voorwaarts, neemt bij het zestiende segment de eieren op en daarna bij het negende of tiende segment het sperma dat daar door de andere worm is afgezet. De cocon glijdt over de kop en er vindt bevruchting plaats. Binnen 24 uur na de paring wordt er een cocon in de grond achtergelaten.”

Het hoofdvoedsel van de regenworm is dood plantenmateriaal, voor het grootste deel bestaande uit datgene wat zich bij de ingang van zijn hol bevindt. Ander voedsel wordt verkregen uit aarde die ze tijdens het tunnelgraven in zich opnemen. De mond fungeert daarbij als zuigpomp, die alles opzuigt wat zich op het pad van de worm bevindt. Grond en zand gaat via de slokdarm naar een met taaie huid beklede krop, waar het met behulp van gruis en bepaalde verteringssappen tot een pasta-achtige substantie wordt omgevormd. Organische stoffen worden daarna verteerd en het restant verlaat de worm en wordt ondergronds of bovengronds uitgescheiden.

Van welk nut is de activiteit van de regenworm? Wel, ten eerste bevorderen zijn tunnels de doorluchting van de grond en zorgen ervoor dat regenwater gemakkelijker in de bodem wegzakt. En zijn uitwerpselen verenigen zich met organische stoffen tot waardevolle en vruchtbare humus. Over de samenstelling van regenworm-uitwerpselen bericht het blad Organic Gardening and Farming: „Wanneer regenworm-uitwerpselen met de eerste tien centimeter van een goede bovenlaag worden vergeleken, ontdekken we dat het: vijfmaal zo rijk is aan stikstofverbindingen, tweemaal zo rijk aan opneembare calciumverbindingen, twee en een half maal zo rijk aan opneembare magnesiumverbindingen, zevenmaal zo rijk aan beschikbare fosfor en 11 maal zo rijk aan opneembare kaliumverbindingen.”

Experimenten met regenwormen hebben aangetoond dat hun aanwezigheid een duidelijk waarneembare uitwerking op de oogstopbrengst heeft. Dagelijks neemt een regenworm zijn eigen gewicht aan bodemstoffen op. En wanneer we dan bedenken dat vele duizenden aardwormen in één hectare grond werkzaam zijn, kunnen we ons voorstellen welk een geweldige grondverbetering er ongemerkt door hen tot stand wordt gebracht. De Encyclopedia Americana schrijft erover: „Men schat dat in rijke landbouwgebieden jaarlijks per hectare wel zo’n 25 tot 35 ton aarde, en vaak nog meer, in de vorm van worm-uitwerpselen naar de oppervlakte wordt gebracht.”

Demonstratie-projecten hebben onthuld dat regenwormen wonderen kunnen verrichten in terreinen of bodemstoffen die anders nutteloos zouden blijven. Stadsafval is door regenwormen in vruchtbare mest omgezet en heeft uitgeputte landbouwgronden weer produktief gemaakt. De New York Times van 30 juli 1976 haalde de volgende woorden aan van een „wormen-ondernemer”: „Geef ons fijngemalen afval; wij kunnen dat in uitgeputte grond ploegen, er wormen op loslaten, 50 à 100 per vierkante meter, en u binnen een periode van drie of vier maanden een centimeters dikke laag van de rijkste en zwartste bovengrond tonen die u ooit hebt gezien.”

Ja, de regenworm blijkt een bijzonder waardevolle grondbewerker, die sterk tot de kwaliteit van het leven op aarde bijdraagt. Hoe dankbaar kunnen wij de Schepper zijn voor de verschaffing van deze efficiënte bodemverrijker!

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen