Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g76 8/7 blz. 4-6
  • Wereldwijde ruchtbaarheid aan regime van terreur

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Wereldwijde ruchtbaarheid aan regime van terreur
  • Ontwaakt! 1976
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Een decennium van terreur
  • Herinneringen aan nazi-concentratiekampen
  • Politici nog altijd achter schermen van vervolging
  • Malawi — Wat is er thans aan de hand?
    Ontwaakt! 1976
  • Wrede elementen maken grondwet van Malawi tot een aanfluiting
    Ontwaakt! 1976
  • Een verslag van beestachtige wreedheden — Wanneer zal er een eind aan komen?
    Ontwaakt! 1976
  • Wat gebeurt er met christenen in Malawi?
    Ontwaakt! 1973
Meer weergeven
Ontwaakt! 1976
g76 8/7 blz. 4-6

Wereldwijde ruchtbaarheid aan regime van terreur

WAT er met Jehovah’s Getuigen in Malawi gebeurt, komt niet in de kranten van Malawi te staan. Er wordt veel moeite gedaan deze gruweldaden niet aan de openbaarheid prijs te geven. De reden hiervoor vindt men duidelijk onder woorden gebracht in de uitspraak van Christus Jezus:

„Hij die verachtelijke dingen beoefent, haat het licht en komt niet tot het licht, opdat zijn werken niet worden terechtgewezen. Maar hij die doet wat waar is, komt tot het licht, opdat zijn werken openbaar worden gemaakt als werken die in overeenstemming met God zijn gedaan.” — Joh. 3:19-21.

Hoewel men geprobeerd heeft een gordijn van stilzwijgen en geheimhouding rond het land op te trekken, zijn de feiten toch aan het licht getreden. Op 6 januari 1976 verklaarde The Japan Times: „Westerse journalisten worden uit zowel Malawi als Moçambique geweerd opdat ze geen onafhankelijke bevestiging zullen kunnen geven van de berichten over vervolging die de sekte ons verstrekt. De berichten die echter Zuid-Afrika bereiken over de mishandeling van Jehovah’s Getuigen zijn talrijk genoeg om er geloof aan te hechten.”

Al eerder, op 7 december 1975, schreef Colin Legum in de Londense Observer: „Berichten over gruweldaden begaan tegen Jehovah’s Getuigen, waaronder wrede ranselingen, verkrachting, seksuele kwellingen en mishandeling, beginnen nu uit tientallen Malawiaanse dorpen binnen te druppelen. . . . Gedetailleerde gegevens over dit nieuwe regime van terreur berusten op getuigenverklaringen, verzameld door het Wachttorengenootschap van de Getuigen, maar zijn ook onafhankelijk bevestigd door nieuws uit de dorpen.”

Buiten Malawi heeft men van alle kanten zijn afschuw uitgesproken. In de Verenigde Staten verklaarde bijvoorbeeld de Public Employee Press van 16 januari 1976 het volgende over het lijden van Jehovah’s Getuigen. Onder de kop „Nazi-gebruiken in Centraal-Afrika” stond:

„’Ufulu, ufulu!’ Die kreet weerklonk op 6 juli 1964 in de republiek Malawi, het voormalige Nyasaland in Centraal-Afrika. Dit was ’s lands geboorteroep. Het was nu vrij van Europese overheersing. Vertaald betekende dat uitgeschreeuwde woord ’vrijheid’. De nieuwe naam die het land aannam [Malawi], betekent ’vlammend water’. En in 1975 was er inderdaad een vlam in het land; ja, een vuur dat opnieuw ufulu heeft weggenomen van een minderheid der burgers. In het spoor ervan ziet men verkrachting, marteling, onzegbaar leed en vernieling van eigendommen — allemaal gebracht over gehoorzame burgers.”

Een decennium van terreur

Aan deze gruweldaden tegen vredelievende christenen zit al een lange en onverkwikkelijke geschiedenis. In 1964 brak de eerste golf van vervolging tegen Jehovah’s Getuigen in Malawi los. De reden was dezelfde als nu. Jehovah’s Getuigen houden zich aan Jezus’ verklaring dat ’zijn koninkrijk niet van deze wereld is’ en dat zijn volgelingen geen deel van de wereld zouden zijn (Joh. 18:36; 15:19). Vandaar dat Jehovah’s Getuigen op grond van hun geweten en bijbelse beginselen niet aan politiek meedoen of zich bij een politieke partij aansluiten — en dat niet alleen in Malawi maar over de gehele wereld. Enkel en alleen om die reden werden in 1964 ongeveer 1081 huizen en meer dan honderd Koninkrijkszalen of vergaderplaatsen van hen verbrand of op andere manieren geruïneerd.

In 1967 bevatte The Times van Malawi de aankondiging dat de regering Jehovah’s Getuigen verboden had. Dit wekte opnieuw een landelijke golf van geweld. Verbranding van huizen en zalen van de Getuigen gingen gepaard met ranselingen en opsluiting. Duizenden Getuigen van Jehovah vluchtten naar de buurlanden Zambia en Moçambique om daar een toevlucht te vinden tot het geweld zou wegebben.

Vijf jaar later ging de Malawi-Congrespartij tot het uiterste door formeel een resolutie aan te nemen die het ontslag eiste van alle Getuigen waar ze ook werkten; ook boeren en zakenmensen moesten in hun activiteit worden beknot, terwijl allen met geweld verdreven dienden te worden uit de dorpen waar ze woonden. De aanvallen die na deze resolutie weer oplaaiden, namen wat wreedheid betreft ongekende proporties aan. Jonge meisjes werden herhaaldelijk verkracht, mannen werden bewusteloos geslagen en allerlei martelmethoden werden uitgeprobeerd — om Jehovah’s Getuigen maar zover te krijgen dat zij hun geloofsovertuiging zouden opgeven, hun geweten geweld zouden aandoen en een partijkaart zouden kopen van de aan de macht zijnde politieke partij. Hun huizen verbrand, hun oogst vernield, hun vee geslacht of gestolen, zo was de situatie van de Getuigen, die daarop in een massale exodus wegvluchtten uit het land. Na verloop van tijd bevonden zich 36.000 personen, met inbegrip van kinderen, in tien inderhaast opgerichte vluchtelingenkampen in Moçambique.

In 1975 echter werden de meeste van deze kampen door de nieuwe Moçambicaanse regering opgeheven, waardoor duizenden Getuigen gedwongen waren weer over de grenzen naar Malawi terug te keren. Het afschuwelijke nieuws over de onmenselijke wreedheden die zij daarna ondergingen heeft men kunnen vernemen uit de Ontwaakt! van 22 januari 1976, alsook uit kranten, tijdschriften en via radio- en tv-verslagen over de gehele wereld. Een nieuw element voegde zich in de rij van wreedheden; afgezien van de „gewone” martelingen werden er ook strafkampen ingericht om de Getuigen daar bijeen te drijven.

Herinneringen aan nazi-concentratiekampen

Tegen de derde week van december 1975 bevonden zich al meer dan 3000 mannelijke Getuigen in het strafkamp Dzaleka, nabij Dowa, ten noorden van Lilongwe. Allen waren voor twee jaar veroordeeld en gevangengezet. Ook vrouwelijke Getuigen zijn in zulke kampen terechtgekomen. Uit inlichtingen die in januari 1976 binnenkwamen bleek dat toen al meer dan 5000 christelijke mannen en vrouwen in Malawi waren opgesloten, terwijl de arrestaties voortduurden. In enkele van deze kampen hebben de vrouwen hun kleine kinderen bij zich. Misschien wel het droevigste nieuws uit deze kampen zijn de meldingen van het aantal kleine kinderen die wegens gebrek aan juist voedsel en andere ontberingen zijn gestorven.

Een van de gevangengenomen Getuigen schreef: „Er zijn zoveel gevangenen dat de 400 borden die men hier heeft ontoereikend zijn, zodat velen hun hete nshima [veelgegeten Malawiaans voedsel] op de ene hand geschept krijgen en wat saus op de andere hand. Vaak kunnen broeders de hete nshima niet in hun hand houden en moeten het van de grond eten.”

Net als de nazi’s gebruiken de leiders van deze strafkampen de Getuigen als slavenarbeiders. Functionarissen schijnen al vaak gezegd te hebben: „De regering heeft het geregeld dat jullie onze tractoren worden.” In het kamp Dzaleka werd de Getuigen een heuvel getoond met de mededeling dat zij die dertig centimeter diep met hun handen moesten omspitten. De vrouwelijke Getuigen kregen als eersten hiertoe het bevel. Men verwachtte dat zij hun geloof dan wel zouden opgeven en hun geweten geweld zouden aandoen. Maar niets van dat al. Zij klaarden het immense karwei en bleven standvastig in hun geloof. De mannelijke Getuigen moesten zware boomstammen doorzagen en versjouwen. Ook dwong men hen zware stenen weg te dragen over afstanden van wel vier kilometer. De zieken moesten eveneens aan het werk deelnemen, met de honende opmerking van hun opzichters: „Jullie God zal jullie wel helpen.”

Politici nog altijd achter schermen van vervolging

En de regeringsfunctionarissen hebben niet alleen geweigerd Jehovah’s Getuigen verlichting te schenken. Sommigen zijn zelfs als aanstichters van aanvallen blijven optreden.

In één gebied van Malawi hield de heer Katora Phiri, een lid van het parlement, een lezingentournee, waarbij hij sprak op openbare vergaderingen en de plaatselijke bevolking ertoe aanhitste Jehovah’s Getuigen lastig te vallen en te achtervolgen. Hij moedigde de mensen er zelfs toe aan Jehovah’s Getuigen uit hun gebied te verjagen. Het gevolg was dat vier gemeenten van Jehovah’s Getuigen aldaar aan vervolging kwamen bloot te staan, waarbij de mannelijke Getuigen werden geslagen.

Op 11 november 1975 stak een ander lid van het parlement, de heer Muluzu, in het dorp Chiendausiku drie huizen van Getuigen in brand. Op 13 november maakte de heer Muluzu, in gezelschap van het dorpshoofd, zich schuldig aan de verbranding van nog vier eenvoudige huizen van Getuigen. Op 15 november werden in het dorp Mdala en het dorp Mgochi nog twee huizen van Getuigen verbrand.

Ook de Malawiaanse politie is niet van schuld vrij te pleiten. In het gebied Ncheu werden op verscheidene plaatsen christelijke mannen en vrouwen op een beestachtige manier afgetuigd door jongeren van de Malawi-Congrespartij. Een van de vrouwen werd zo ernstig geslagen, dat ze in een ziekenhuis moest worden opgenomen. Het ziekenhuis gaf haar geval door aan de politie. En toen ze uit het ziekenhuis werd ontslagen, kwam de politie — echter niet om haar medewerking te verkrijgen bij het opsporen van de misdadigers — maar om haar te arresteren! Op het politiebureau van Snape Valley werden christelijke vrouwen een hele nacht verkracht, alvorens in de gevangenis te worden gegooid.

Ja, hoe ongelooflijk het ook mag klinken, nog steeds heeft de Malawiaanse regering het niet passend geoordeeld om een halt toe te roepen aan de trieste herhaling van wrede gruweldaden tegen deze religieuze minderheid. In bepaalde delen van het land is het weliswaar rustiger gebleven, dank zij het medelijden en het fatsoen van enkele plaatselijke functionarissen die de Getuigen ongemoeid hebben gelaten, en hen ongestoord hebben laten wonen en werken op de grond die zij in hun dorpen bezitten; deze leiders zijn een aanbeveling voor hun land. Maar helaas vormen ook zij een minderheid.

In The Nigerian Chronicle van 26 december 1975 werd op dit probleem, dat er van officiële zijde zo weinig wordt gedaan, de aandacht gevestigd met een aanhaling uit de Daily Nation van Kenya, die het Afrikaanse continent berucht noemde „wegens het aanleggen van dubbele maatstaven”. Als verklaring werd hieraan toegevoegd: „Wanneer in Amerika, Rusland, of Zuid-Afrika, India en China mensen worden vervolgd staat men als één man op om met een beschuldigende vinger naar de verantwoordelijke personen te wijzen. Maar wanneer mensen in Afrikaanse staten hetzelfde overkomt, doen zelfs niet eens de functionarissen van de OAE [de Organisatie van Afrikaanse Eenheid] moeite om commentaar te geven.”

Ja, opnieuw heeft het werkeloos toezien van overheidsfunctionarissen en soms zelfs het meedoen van hen aan vervolging ertoe geleid dat Jehovah’s Getuigen in Malawi buiten de grenzen van hun land een wijkplaats hebben moeten zoeken. Sommigen die daartoe in staat waren begaven zich naar het vluchtelingenkamp Milange in Moçambique. Volgens een verslag uit januari 1976 waren er op dat moment 12.000 Malawiaanse christenen in dat kamp, te zamen met ongeveer 10.000 van hun Moçambicaanse medegelovigen die gelijksoortige beproevingen moeten ondergaan.

Wat zal er gebeuren? Zal de weerstand van Jehovah’s Getuigen breken, zullen zij hun geloof opgeven wanneer dit regime van terreur blijft aanhouden? Of zullen de Malawiaanse autoriteiten de vervolging van deze christelijke mannen en vrouwen uiteindelijk een halt toeroepen? Dit zijn vragen die in het volgende artikel besproken zullen worden.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen