Alaska — De veranderende reus doet van zich spreken
Door Ontwaakt!-correspondent in Alaska
HOE zou u het vinden wanneer iemand u een nutteloze „witte olifant” zou noemen? Of, een „uitgesproken waardeloze, bevroren woestenij”? Wel, verscheidene jaren terug was ik het slachtoffer van dergelijke uitspraken. Toen ik in 1867 voor $7.200.000 door de Russische regering aan de Verenigde Staten werd verkocht, veroorzaakte ik heel wat deining. In de New York World van 1 april 1867 stond als commentaar: „Rusland heeft ons een uitgeperste sinaasappel verkocht.” Dat deed me pijn, laat ik u dat wel vertellen. Toen W. H. Seward, de toenmalige minister van buitenlandse zaken, over mij onderhandelde, noemden tegenstanders van de aankoop mij „Sewards dwaasheid”.
Bepaalde mensen spraken zich echter hoopvol met betrekking tot mijn toekomst uit, ook al werd ik slechts voor 13 cent per hectare verkocht. Zij meenden dat mijn uitgestrekte oppervlak van meer dan 1.500.000 vierkante kilometer, op een goede dag enorme voordelen zou opleveren. En ik heb hen beslist niet teleurgesteld.
Ja, ik ben veranderd. De zaken nemen een keer. Mensen spreken nu niet meer over mij als een „witte olifant”; ik word thans een reus genoemd met omvangrijke hulpbronnen. Slechts bij een kort bezoek is al duidelijk dat mijn rivieren wemelen van vis, mijn bossen timmerhout in overvloed leveren en mijn met sneeuw bedekte wildernis een onschatbare rijkdom aan bont bevat. En ik denk dat vrijwel iedereen wel eens heeft gehoord van de ’gold-rush’ die in de vorige eeuw zoveel mensen rijk heeft gemaakt. En wist u dat mijn bodem zelfs tot op de dag van vandaag vermoedelijk 32 van de 34 belangrijkste metalen bevat die in de wereld bekend zijn?
Wat nikkel betreft, de grootste Amerikaanse reserve aan deze delfstof schijnt zich in mijn zuidoostelijke „pannesteel” te bevinden. En volgens deskundigen liggen in mijn inwendige nog miljarden tonnen steenkool, misschien wel een biljoen ton, voor het opdelven. Bij een nog onlangs afgesloten onderzoek dat ik heb ondergaan, schijnt bovendien aan het licht te zijn getreden dat mijn aardse ingewanden, naar wat sommigen beweren, de grootste wereldreserves aan fluoriden en wolfraam bevatten.
En sinds de recente aandacht voor de energiecrisis is ook de gehele wereld zich bewust geworden van mijn reusachtige oliereserves, die volgens één schatting minstens tien miljard barrel (1590 miljard liter) bedragen. Een andere schatting spreekt over vijftig miljard barrel in de noordelijke vlakte en het gebied van Prudhoe Bay! En nu is men hard bezig aan de verwezenlijking van plannen om mijn energie af te tappen. Tegen juli 1977 moet mijn olie de markt gaan bereiken.
Ja, olie vinden is één ding, maar haar winnen en op de markt brengen, is nog iets anders. Het zal een reusachtige en ingrijpende operatie worden, waar ik mijn gehele verdere bestaan de invloed van zal ondervinden. Laat mij u hier iets meer over vertellen.
Grootste particuliere onderneming in de geschiedenis
Er zijn plannen in de maak om twee miljoen barrel ruwe olie per dag te gaan winnen. Daarvan uitgaande zal het waarschijnlijk twintig jaar vergen om alle thans vastgestelde oliehoeveelheden uit mijn grond te halen. Kunt u zich de aanleg voorstellen van een ruim 1,20 meter dikke en bijna 1300 kilometer lange pijpleiding voor het transport van olie, ten bedrage van zes miljard dollar? Geen wonder dat dit het grootste particuliere project in de geschiedenis wordt genoemd. Ik maak me over dit alles wat nerveus, want ondanks mijn grootte heb ik een gevoelig oppervlak. Ik moet met zorg behandeld worden, omdat het grootste deel van mijn ondergrond in blijvend bevroren toestand verkeert (permafrost).
Olie spuit uit de grond met een temperatuur van ca. 60 tot 75° Celsius. En gezien het feit dat ongeveer driekwart van de afstand tussen Prudhoe Bay in het noorden, en Valdez in het zuiden, waar het eindpunt van de pijpleiding moet komen, uit permafrost bestaat (zoals gezegd, permanent bevroren ondergrond, die aan dooi en verzakkingen onderhevig is), kunt u begrijpen dat het een immense opgaaf is de leiding zo aan te leggen dat ze voor breken en verwringen wordt behoed. Als de pijp wordt ingegraven, smelt door de warmte van de olie de permafrost, waardoor verzakkingen ontstaan. Komt hij op houders boven de grond te liggen, dan ontstaat er een barrière waardoor duizenden kariboes en andere trekkende dieren in hun migratie worden belemmerd.
Een dergelijk kwetsbaar pijpleidingsysteem vereist ook een dienstweg. Groepen arbeiders hebben deze grote technische onderneming reeds geklaard — thans is een 580 kilometer lange „vrachtverkeersweg” gereed, waarvoor onder meer zestig miljoen kubieke meter grint nodig was.
Kunt u zich een stad voorstellen van 1300 kilometer lang en ongeveer 150 meter breed? Wel, toch komt het project daar ongeveer op neer; 17.000 arbeiders werken in negenentwintig verspreid liggende constructiekampen langs mijn gehele inwendige breedte. Geen officiële stad natuurlijk, maar een georganiseerde gemeenschap van mensen, samengebracht voor één gemeenschappelijk doel.
U ziet dus dat wanneer de mens eenmaal ergens schatten begint aan te boren, de bevolking alsook de populariteit van dat gebied sterk toenemen. In mijn geval is dat zeker waar. Behalve mijn uitwendige veranderingen hebben zich echter ook inwendige, sociale veranderingen voltrokken, gepaard met emotionele spanningen die, het kan niet anders, hun sporen in mijn samenleving zullen achterlaten.
De gevolgen in een „uit haar krachten gegroeide” stad
Denk u eens in hoe u het zou vinden plotseling meer gasten in huis te hebben dan waarop u gerekend had! Uw voornaamste zorg zou er dan naar uitgaan het elkeen toch nog naar de zin te maken. Wel, zo voelde ik mij ook toen ik zoveel constructeurs met hun gezin in Fairbanks zag neerstrijken.
Fairbanks ligt halverwege de pijpleidingstrook, een ideale plek om de aanleg te organiseren, maar geen ideale plek om te wonen; scholen, wegen en huizen raakten overbezet, terwijl de vraag naar energie met sprongen omhoog ging. Functionarissen schatten dat sinds april 1974 meer dan 10.000 nieuwkomers zijn gearriveerd. Ik kan me nog de tijd heugen dat deze stad een rustig, kalm en gezellig plaatsje was, waar bijna iedereen elkaar kende. Van jaar tot jaar veranderde er weinig. Maar nu kan ik mijn ogen nauwelijks geloven. Er is zoveel veranderd. De huren zijn de hoogte ingeschoten. Een paar maanden geleden kon men nog een driekamerflat voor $300 huren, thans betaalt men daar $450 voor. Eén flat bericht een wachtlijst van zeventig personen; bij een andere flat staan zestig wachtenden ingeschreven. De auto’s rijden bumper aan bumper door de straten. Het telefoonverkeer is overbezet. Voor het eerst sinds jaren vergrendelen mensen ’s avonds weer hun deur. Anchorage ondergaat een zelfde gedaanteverandering terwijl de kosten van het levensonderhoud drastisch stijgen.
Kleinere nederzettingen als Valdez, waar het zuidelijke eind van de pijpleiding is gelegen, hebben grote veranderingen ondergaan. Ik kan me nog herinneren dat dat kleine vissersdorpje een jaar geleden nog maar nauwelijks een duizend inwoners telde. Nu zullen er door het werk aan de pijpleiding ruim 3500 inwoners bijkomen een enorme bevolkingstoename!
Maar sommige inwoners mogen dan al ongelukkig zijn met de veranderingen, anderen zien in de plotselinge economische voorspoed een welkome gelegenheid om hun levensstandaard te verhogen. „Waarom ik die pijpleiding wil?” aldus een huisvrouw. „Wel, waar kon je hier in de winter na negen uur nog een kopje koffie halen? Nergens. En een ijsje? Helemaal niet. Nu wordt dat misschien anders.”
Ik moet echter toegeven dat ik dit alles met gemengde gevoelens aanzie. Zolang ik mij kan heugen, werd ik op prettige wijze geïdentificeerd met mijn oorspronkelijke bewoners — de Eskimo’s, de Indianen en de bewoners van de Aleoeten, bevolkingsgroepen die nu bij elkaar uit niet veel meer dan 50.000 personen bestaan. Van de taal der Aleoeten kreeg ik mijn naam Alaska, wat zoveel betekent als „het grote land”. Ik geloof dat deze mensen wat men soms wel noemt een „cultuurshock” hebben geleden, gezien de vele vreemde manieren en gebruiken die zij hebben moeten overnemen.
Vaak denk ik nog terug aan de dagen van weleer, toen de cultuur van de oorspronkelijke bewoners een geheel eigen plaats innam. De Eskimo, de Indianen en de Aleoet genoten elk een afzonderlijke levenswijze. Ze vormden vrijwel onafhankelijke volkeren. Ze waren tevreden met het leven dat ik hun te midden van mijn majestueuze natuurschoon verschafte. Thans zijn het de blanken en hun gewoonten die de overhand hebben, terwijl de oorspronkelijke bevolking in de minderheid is. Het grootste deel der inboorlingen woont opgepropt in dorpen en is node afhankelijk gemaakt van ander voedsel, andere brandstof en een ander soort van onderkomen. Ondanks de aansporing die ze krijgen om te streven naar „modernisatie”, is er in de kleine dorpen waar ze wonen, weinig of geen werkgelegenheid. Vaak moet de kostwinner zijn gezin verlaten om naar een grotere plaats te vertrekken. Daar moet hij dan een baan zien te vinden ten einde geld te verdienen waarmee hij de goederen kan kopen die hij volgens de blanke man nodig heeft om „beschaafd” te kunnen leven. En natuurlijk zijn er onder hen wel velen, vooral jongeren, die de nieuwe cultuur hebben geaccepteerd en tevreden lijken met de voor hen nieuwe technologische levenswijze. Maar zij die aan de oude levenswijze vasthouden, wonen nog steeds in zo’n tweehonderd dorpen, waarvan de meeste alleen per vliegtuig bereikbaar zijn.
Onlangs werd door het Amerikaanse Congres de Alaska Native Claims Settlement Act (Een vestigingswet in verband met de oorspronkelijke bevolking) aangenomen, met onder meer de bepaling dat 16 miljoen hectare land onder de oorspronkelijke bewoners van Alaska verdeeld moet worden, een regeling waarvan elke burger in de Verenigde Staten met meer dan een kwart Indiaans, Aleoeten- of Eskimobloed in de aderen, kan profiteren. Bovendien moet de oliepijpleiding de oorspronkelijke bewoners 500 miljoen dollar aan contanten gaan opleveren. Het doet me wel enigszins goed hen zo van dienst te kunnen zijn. Maar anderszins geloof ik niet dat deze veranderingen nu datgene vormen waaraan zij het meest behoefte hebben.
Aan werkelijke waarden vasthouden
De hoop vlug rijk te worden doet mensen vaak belangrijke waarden, die werkelijk geluk brengen, uit het oog verliezen. Ik denk hierbij aan de ’gold-rush’ van negentig jaar geleden. In die tijd raakte iedereen opgewonden bij de gedachte vlug rijk te kunnen worden. Velen offerden hun gezinsleven, de zorg voor hun kinderen, en de normale gezinsgenoegens op, om maar naar dat fel begeerde metaal te kunnen zoeken. Ook vandaag de dag is het nog mogelijk door de „wordt-snel-rijk”-koorts bevangen te worden.
Iemand kan bijvoorbeeld verleid worden zijn gezin voor maanden te verlaten om ver weg een goed betaalde betrekking te zoeken. Maar alvorens deze stap te doen, zou hij eerst de kosten moeten berekenen — het verlies van zijn persoonlijke aandacht en zorg voor het gezin, waaraan zijn vrouw en kinderen zo’n behoefte hebben. Kan hij het zich veroorloven zijn gezin als hoofd te verlaten, zonder nog langer de leiding te kunnen nemen in het geven van raad met betrekking tot manieren, moraal en taal, alsook op andere terreinen? Natuurlijk is een moeder bij de opvoeding van kinderen beslist niet weg te cijferen, maar toch kan zij het onderricht en de aandacht van de vader niet vervangen.
Kinderen kunnen van kwaad tot erger vervallen wanneer er geen vader is om hen op het juiste spoor te houden. Al meer dan één vader heb ik zien weggaan met het doel zijn gezin wat meer financiële zekerheid te verschaffen, waarna er van dat gezin door gebrek aan aandacht niets overbleef.
U zult dus begrijpen wat ik bedoel wanneer ik zeg dat plotselinge rijkdom negatieve veranderingen in het leven en de persoonlijkheid van mensen teweeg kan brengen. Wanneer de veranderingen slecht zijn, gaan de belangrijkere waarden verloren. Daarom hoop ik ook zo dat iedereen die wordt opgenomen in de huidige stroom van materiële voorspoed, zich met beleid zal gedragen, opdat de meer blijvende waarden in zijn leven niet verloren gaan.
Nu we toch bij dit onderwerp zijn aangeland, zou ik u ook graag willen inlichten over een andere bron, een bron van geestelijke kostbaarheden, die eveneens vele mensen in dit land bijzonder rijk maakt.
Een geestelijke opleving in Alaska
Als rijk worden van invloed is op het leven van de mensen, geldt dit zeker met betrekking tot de geestelijke rijkdom die zij ontvangen door kennis te verwerven van de inhoud van Gods Woord, de bijbel. Wat dit betreft, moet ik opmerken dat Jehovah’s getuigen het meest actief zijn; zij moedigen mensen aan geestelijke schatten in de hemel op te slaan, waar, zoals Jezus verzekert, „noch mot noch roest verteert” (Matth. 6:20). Vaak zie ik deze Getuigen bezig met hun predikings- en onderwijzingswerk — de huizen van de mensen in mijn uitgestrekte gebied bezoekend. Op zo’n moment denk ik nog wel eens terug aan die ijverige groep van 587 personen die in januari 1968 met de prediking bezig waren. In hun activiteit moeten stellig veranderingen zijn gekomen, want nu, acht jaar later, is hun aantal meer dan verdubbeld.
Ook de inheemse bevolking vergeten zij niet. Bij één gelegenheid gebruikten zij vijf vliegtuigen om vijfenveertig dorpen met het goede nieuws uit de bijbel te bereiken. Binnen één jaar tijds ontvingen minstens 180 geïsoleerde dorpen de gelegenheid Gods belofte te vernemen dat hij van deze gehele aarde een plaats van schoonheid zal maken. Jehovah’s getuigen ervaren een explosieve toename van grote geestelijke groei, niet alleen numeriek, maar ook in de doeltreffendheid waarmee zij mensen weten te helpen hun leven in overeenstemming met bijbelse maatstaven te brengen.
Inderdaad hebben zich in Alaska grote veranderingen voltrokken. Maar overigens gaat het mij prima, omdat niemand me meer bespot, en er misschien hoogstens nog wordt gezegd: „Alaska, reus, je bent veranderd!” En daar heeft men dan volkomen gelijk in.
[Kaart op blz. 5]
(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)
PRUDHOE BAY
OLIEPIJPLEIDING
FAIRBANKS
ANCHORAGE
VALDEZ
CANADA