Gebeden die God verhoort
NA EEN operatief onderzoek vernam een negenendertig jarige arts dat hij aan een zeldzame vorm van kanker leed. Wanhopig trachtte hij zich aan het leven vast te klampen. Geen enkele medische mogelijkheid liet hij onbeproefd. Zelfs bij wondergenezers zocht hij zijn heil. Een aantal geestelijken en lekenpredikers bezochten hem geregeld en baden dat hij zou genezen. Maar deze arts stierf, een vrouw en twee jonge kinderen achterlatend.
Met het oog op deze en andere voorvallen, zou men zich kunnen afvragen waarom veel gebeden, hoewel in grote ernst opgezonden, onverhoord blijven. Verhoort God wel werkelijk gebeden?
Laten wij voor een antwoord hierop eens de volgende illustratie van Jezus lezen: „Is er soms iemand onder u die wanneer zijn zoon om brood vraagt, hem een steen zal geven? Of, misschien zal hij om een vis vragen — hij zal hem dan toch geen slang geven? Als gij dus, ofschoon gij boos zijt, goede gaven aan uw kinderen weet te geven, hoeveel te meer zal dan uw vader, die in de hemelen is, goede dingen geven aan wie hem erom vragen?” — Matth. 7:9-11.
Maar geeft een menselijke vader zijn kinderen gewoonlijk alles waar zij om vragen? Wat gebeurt er wanneer de kinderen, misschien zelfs heel arrogant, dingen gaan eisen? Wat gebeurt er wanneer zij door hun slechte gedrag schande over het gezin hebben gebracht, of wanneer hun verzoeken onredelijk zijn, zelfzuchtig of wellicht rechtstreeks tegen de beginselen van hun vader indruisen? Wanneer deze factoren, gezamenlijk of afzonderlijk, in het beeld verschijnen, is de kans groot dat de vader het verzoek van zijn kinderen weigert. En in principe geldt dit ook met betrekking tot de hemelse Vader, Jehovah God.
Mensen die bij God gehoor willen vinden, moeten hem in ware nederigheid, door bemiddeling van zijn Zoon Jezus Christus, naderen. Dat dit thans de enige manier van benadering is, blijkt duidelijk uit de volgende woorden van Jezus Christus tot zijn discipelen: „En wat gij ook vraagt in mijn naam, dat zal ik doen, opdat de vader in verband met de Zoon verheerlijkt moge worden.” „Niemand komt tot de vader dan door bemiddeling van mij.” — Joh. 14:13, 6.
Bovendien zal degene die tot God bidt, van juiste motieven vervuld moeten zijn. Hij kan niet verwachten Gods hulp en gunst te ontvangen wanneer hij beoefent wat God veroordeelt. — Jes. 1:15-17.
Nog een belangrijk vereiste om door God verhoord te worden, is dat we in overeenstemming met zijn wil bidden. Zelfs Jezus Christus bad tot God: „Niet mijn wil, maar de uwe geschiede” (Luk. 22:42). Evenals Jezus, kan degene die een goedgekeurde positie bij God geniet en in overeenstemming met diens wil bidt, er verzekerd van zijn dat zijn gebed wordt verhoord. Schrijvend tot medechristenen, verklaarde de apostel Johannes: „En dit is het vertrouwen dat wij jegens hem hebben, dat, ongeacht wat wij vragen overeenkomstig zijn wil, hij ons hoort.” — 1 Joh. 5:14.
Een van de redenen waarom veel gebeden, ook verzoeken om wonderbare genezing, onverhoord blijven, is gelegen in het feit dat ze niet in overeenstemming zijn met de wil van God op dat moment. Iemand zou nu echter kunnen tegenwerpen dat in de bijbel toch wel degelijk over mensen wordt gesproken die op wonderbare wijze werden genezen. En dat is natuurlijk waar. Een beschouwing van de bijbelverslagen onthult echter dat die wonderbare genezingen een speciaal doel dienden, vaak om te bewijzen dat degene die de macht had ze te verrichten, Gods steun genoot.
Toen de christelijke gemeente in de eerste eeuw van de gewone tijdrekening haar begin vond, maakten wonderen deel uit van het bewijs dat God de gemeente goedkeurde en de natuurlijke Israëlieten niet langer als zijn exclusieve naamvolk gebruikte. Zij die dit feit erkenden, aanvaardden het christendom. Te Lydda genas de apostel Petrus bijvoorbeeld de verlamde Enéas. Over het effect van deze wonderbare genezing bericht de bijbel: „En alle inwoners van Lydda en de vlakte van Saron zagen hem en keerden zich tot de Heer.” — Hand. 9:35.
Zij die begiftigd waren met de macht zulke wonderen te verrichten, verlieten zich niet op wonderbaarlijke methoden om hun eigen kwalen of die van medegelovigen te verlichten. — 1 Tim. 5:23.
Het was de eerste-eeuwse christenen klaarblijkelijk duidelijk dat het niet Gods wil was dat zij wonderbare genezing voor zichzelf zochten. Was dat het geval geweest, dan hadden zij hun leven tot onbepaalde tijd kunnen verlengen. Wanneer er iemand in hun midden ziek werd, hadden zij alleen maar hoeven te bidden om hem beter te maken. Zelfs de dood zou geen hinderpaal hebben gevormd hun leven op aarde tot in het oneindige voort te zetten. Zoals de apostel Petrus de macht kreeg Dorkas uit de doden op te wekken, zo zou hij ook voor andere christenen hebben kunnen bidden om hen tot het leven terug te brengen. Telkens opnieuw hadden Petrus en anderen ten behoeve van een gestorven christen kunnen bidden met het verzoek of hij weer uit de doden zou mogen terugkeren.
Uit de bijbel blijkt echter duidelijk dat de duizendjarige regering van Jezus Christus, Gods middel is om aan ziekte, ouderdom en dood een eind te maken (Openb. 20:6; 21:4). Ongeacht de argumenten die iemand thans in verband met wonderbare genezingen mag aanvoeren, momenteel is het niet Gods manier om de gezondheid van mensen te herstellen. Zelfs zij die beweren op wonderbare wijze te zijn genezen, raken opnieuw ziek, worden oud en sterven ten slotte.
Dit alles neemt overigens niet weg dat het gebed ook thans veel tot stand kan brengen. Honderdduizenden kunnen ervan getuigen dat God hun gebeden heeft verhoord. Hij heeft hun in tijden van tegenspoed steun verleend. Door middel van zijn geest heeft hij hun de nodige wijsheid en volharding verschaft om aan problemen en moeilijkheden het hoofd te bieden. In hun eigen geval hebben zij de vervulling ervaren van hetgeen de discipel Jakobus schreef: „Schiet iemand van u daarom tekort in wijsheid, dan moet hij God blijven vragen, want hij geeft aan allen edelmoedig en zonder verwijt” (Jak. 1:5). Bij ziekte zijn Gods dienstknechten gesterkt een gezonde kijk te behouden. Zij hebben ervaren wat de psalmist over iemand die ziek is, opmerkte: „Jehovah zelf zal hem schragen op een divan van ziekte.” — Ps. 41:3.
Wanneer u wilt dat uw gebeden worden verhoord, vergewis u er dan van dat u een aanvaardbare positie voor het aangezicht van Jehovah God inneemt en dat uw verzoeken in overeenstemming zijn met zijn wil. Dit vereist een nauwkeurige kennis van zijn Woord de bijbel en de toepassing daarvan in uw leven. Wanneer u de bijbel nog niet bestudeert, moedigen wij u aan hiertoe over te gaan. Jehovah’s christelijke getuigen in uw gebied zullen u daar graag behulpzaam bij zijn. Ontdek voor uzelf welke grootse zegeningen het resultaat zijn wanneer men in volledige overeenstemming met Gods in de bijbel geopenbaarde wil bidt.