Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g76 22/1 blz. 13-17
  • Is de industriële levenswijze een mislukking?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Is de industriële levenswijze een mislukking?
  • Ontwaakt! 1976
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • De problemen groeien
  • Een rampspoedige wending
  • Meer problemen
  • Een ijdele hoop
  • Drastische veranderingen nodig
  • Hoe is het zover gekomen?
    Ontwaakt! 1971
  • Deel 4: De Industriële Revolutie — Waar heeft ze toe geleid?
    Ontwaakt! 1992
  • De wereld van de bedrijfsspionage
    Ontwaakt! 1973
  • Technologie — Hoe ze ons beïnvloedt
    Ontwaakt! 1985
Meer weergeven
Ontwaakt! 1976
g76 22/1 blz. 13-17

Is de industriële levenswijze een mislukking?

IS DE industriële levenswijze een mislukking gebleken? Sommigen zijn er snel bij om die vraag met Ja te beantwoorden. De afgelopen jaren is zonneklaar aan het licht getreden dat de industriële landen diep in de moeilijkheden zijn geraakt.

Vraagt men daarentegen aan personen die vroeger onder de meest barre weersomstandigheden buiten bij een put of pomp water moesten halen, of zij daaraan de voorkeur geven boven de kraan in huis met zijn „instant” watervoorziening, dan is het antwoord duidelijk. En kent u nog veel mensen die liever buiten naar een wc-huisje lopen, wanneer ze een toilet binnenshuis tot hun beschikking hebben?

Zouden veel mensen de voorkeur geven aan petroleumlampen wanneer ze over elektrisch licht beschikken? Zouden ze liever hun kleren wassen door ze tegen rotsen te slaan of met de hand op een wasbord te schrobben, wanneer ze een wasmachine bij de hand hebben? Zouden zij liever kilometers lopen om even een babbeltje met iemand te maken, dan de telefoon van de haak te nemen en onmiddellijk een gesprek te kunnen voeren?

Om aan warm water voor een bad te komen, moesten veel mensen vroeger emmers water van buiten aanslepen, dit boven een houtvuur heet stoken en er dan een tobbe mee vullen. (Velen doen dit trouwens nog.) Vraag eens aan een grijsaard of hij dit liever doet dan in een moderne badkamer een heetwaterkraan opendraaien.

Maar weinig mensen zouden in de wereld van vandaag wat deze gemakken betreft terug willen naar de oude tijd. Zonder twijfel heeft de geïndustrialiseerde levenswijze veranderingen gebracht waar veel mensen blij mee zijn. Vandaar ook dat de verwachtingen omtrent een wonderbare nieuwe levenswijze, die gebracht zou moeten worden door de reeds in 1600 begonnen „Industriële Revolutie”, hoog gespannen waren.

De gedachte heerste dat de arbeidsbesparende apparaten, de gemakken, de snellere transport- en communicatiemiddelen het leven steeds meer zouden veraangenamen. Velen begroetten de technologie dan ook met enthousiasme. En toen er technische voortbrengselen verschenen als auto’s, vliegtuigen, telefoons, elektrisch licht en radio, raakten steeds meer mensen ervan overtuigd dat een nieuwe, stralende dageraad was aangebroken.

De laatste decennia is dit proces in een steeds krachtiger stroomversnelling terechtgekomen. De televisie kwam tot bestaan, evenals computers, automatisering, ruimtesatellieten, straalvliegtuigen en ingewikkelde machines van allerlei aard.

Hoewel de voordelen van de machines onmiddellijk duidelijk waren, waren hun nadelen dat in eerste instantie niet. De problemen leken betrekkelijk klein, maar ze zaten diep en begonnen te groeien.

De problemen groeien

Tot aan de komst van de Industriële Revolutie was de landbouw voor mensen de gewone levenswijze. Er waren kleine dorpjes, maar grote steden bestonden er weinig. En zelfs de weinige steden die er waren, hadden een landelijk karakter, zonder hoge kantoor- of woonflats.

Met de komst van het industriële tijdperk kwam daar echter verandering in. Om machines te maken, waren er fabrieken nodig, fabrieken die bemand moesten worden door mensen die in de buurt woonden, omdat snelle transportmiddelen nog niet bestonden. Meer en meer mensen verlieten daarom de boerderijen en trokken naar de stad. Honderden miljoenen over de hele wereld kwamen daar ten slotte terecht, op elkaar gepakt in kleine woningen.

In Japan waren bijvoorbeeld vóór de Tweede Wereldoorlog 15 miljoen mensen werkzaam in de landbouw; nu is dat aantal tot ongeveer 6 1/2 miljoen gedaald. En terwijl eens 400.000 van school komende jonge mensen op de boerderij bleven om het gezinswerk voort te zetten, zijn er nu nog maar 20.000 die dit doen. Toch bestaat de totale bevolking van Japan momenteel uit meer dan 100.000.000 mensen.

Daarnaast voltrok zich nog een schokkende verandering, een verandering in werk. Konden ambachtslieden vóór de Industriële Revolutie nog een bepaalde voldoening uit hun werk putten, doordat ze in zekere mate eigen initiatief en creativiteit konden ontplooien, in de fabrieken was dat anders; daar maakten de machines de dienst uit. Veel arbeiders gingen dit als een soort van slavernij ervaren.

Machines vervingen ook vaak werkers wier bekwaamheden niet meer nodig waren. En deze van hun plaats verdreven arbeiders slaagden er lang niet altijd meer in opnieuw aan de slag te komen.

Een rampspoedige wending

Maar terwijl zulke problemen toenamen, heerste de optimistische mening dat wetenschap en technologie ook voor de oplossingen zouden zorgen. Zo omstreeks de laatste eeuwwisseling zag men de mensheid nog steeds een „gouden eeuw” binnengaan.

Maar plotseling werd deze hoop met een vernietigende slag de bodem ingeslagen. De machines bedoeld om de mens te helpen, werden in de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) tegen hem gebruikt. Bijna tien miljoen mensen verloren het leven. Nieuwe vindingen zoals de mitrailleur, de onderzeeër, de tank, het vliegtuig en andere oorlogsmachines eisten hun dodelijke tol.

Voor de eerste maal in de geschiedenis had de mens de beschikking over wapens voor massavernietiging — een rechtstreeks gevolg van de Industriële Revolutie. Ook op andere wijze droeg de industrie tot de oorlog bij: een van de oorzaken van het conflict was namelijk dat de Europese mogendheden elkaar de vindplaatsen van grondstoffen en de afzetmarkten voor hun produkten betwistten.

In het boek Promise of Greatness, The War of 1914-1918 staat in een hoofdstuk van de hand van de Britse auteur Richard Rees: „De oorlog van 1914-1918 bracht twee feiten aan het licht: ten eerste dat de technologische ontwikkeling in een zodanig stadium was gekomen dat slechts in een verenigde wereld haar vooruitgang zonder rampen zou kunnen verlopen, en ten tweede dat de bestaande politieke en sociale organisaties eenheid in de wereld onmogelijk maakten.”

En dit bleek wel, want kort na de Eerste Wereldoorlog gingen de geïndustrialiseerde landen een nieuwe bewapeningswedloop met elkaar aan, resulterend in de Tweede Wereldoorlog, die van 1939 tot 1945 werd gevoerd. Nog afschuwelijker wapens voor massavernietiging werden ontwikkeld, met inbegrip van atoombommen. Met het gevolg dat de slachting nog groter was: 55.000.000 mensen verloren naar schatting het leven! En tot op de dag van vandaag blijft de industrie wapens met nog grotere vernietigingskracht produceren. Per jaar besteedt de wereld nu ƒ 625 miljard aan bewapening.

Het industriële tijdperk heeft een ’monster van Frankenstein’ geschapen dat zich tegen zijn uitvinders heeft gekeerd. Een erkenning van dit feit treffen we aan in een interessante brief uit de Tweede Wereldoorlog, geschreven door Orville Wright, de man die samen met zijn broer Wilbur aan de wieg van het vliegtuig heeft gestaan. De brief was gericht aan Henry Ford Sr., pionier van de massaproduktie in de auto-industrie. Wright merkte op:

„Wilbur en ik dachten dat het vliegtuig de wereldvrede zou bespoedigen. Tot dusver schijnt het slechts het omgekeerde te hebben bewerkstelligd.

Ik veronderstel dat toen u het systeem van de massaproduktie invoerde — een van de grootste uitvindingen aller tijden — u nauwelijks vermoed kon hebben dat het vijfendertig jaar later bij de bouw van tanks voor wereldvernietiging gebruikt zou worden.

Het lijkt wel alsof er niets nuttigs kan worden ingevoerd zonder dat iemand er een verdorven toepassing voor vindt.”

Meer problemen

Nog minder zullen deze mannen hebben vermoed dat hun uitvindingen en die van anderen in de volgende jaren nog meer moeilijkheden zouden teweegbrengen. Men denke slechts aan het verkeer dat in de zwaar geïndustrialiseerde landen van Europa en de beide Amerika’s steeds minder te overzien en in de hand te houden is.

Grote opstoppingen doen zich voor tijdens de spitsuren in de grote steden. Miljoenen mensen die met de auto naar en van hun werk rijden, ondervinden vertraging, vervuiling en ergernis, terwijl boven de grotere steden zelfs de lucht al overvol raakt door het toenemende vliegverkeer.

In de Verenigde Staten blijkt evenals elders de auto een van de dodelijkste voorwerpen te zijn die ooit door de mens is ontworpen. Sinds de uitvinding van de automobiel zijn er meer Amerikanen door gedood dan door alle oorlogen die het land tot dusver heeft gevoerd!

In hun boek Ark II verklaren Dennis Pirages en Paul Ehrlich:

„De historische ontwikkeling in het lange-afstandvervoer, van trein naar bus en van auto naar vliegtuig, is steeds als vooruitgang gedefinieerd. Vanuit ecologisch standpunt bezien was elke stap echter een stap terug in minder doeltreffend energiegebruik. . . .

Het is zelfs twijfelachtig of de revolutie op vervoersgebied de kwaliteit van het leven, afgemeten naar persoonlijk geluk, wezenlijk heeft verbeterd. Wanneer men zich rekenschap geeft van de roofbouw die de auto en het vliegtuig op de sociale samenleving, het milieu en de grondstoffenvoorraad hebben gepleegd, zal de wereld zich wellicht realiseren dat de vooruitgang bij fietsen, treinen, trams en zeilschepen had moeten stoppen.”

Een ijdele hoop

De hoop bestond dat met de toenemende industrialisatie slechte levensomstandigheden zouden verdwijnen. Maar dat is een ijdele hoop gebleken. In de geïndustrialiseerde landen hebben altijd miljoenen arme, soms zelfs zeer arme, mensen gewoond.

H. Muller, hoogleraar in bestuurszaken aan de Indiana-universiteit merkte op: „De toenemende overvloed van materiële goederen bracht een elementair gebrek van de industrialisatie steeds schrijnender aan het licht: voortdurend bleek ze onmachtig een groot aantal arbeiders een minimum aan noodzakelijke levensbehoeften te verschaffen — toereikende voeding, toereikende medische verzorging, passende behuizing, aangename omgeving. De levensomstandigheden waren in de nieuwe industriesteden schrikbarend. . . . De sloppen zouden blijven, vooral in het rijke Amerika, en daarmee de wortels van andere slechte leefomstandigheden, die in de loop van de tijd welig zouden tieren.”

Die andere „wortels van slechte leefomstandigheden” zoals misdaad, vervuiling, overbevolkte steden, drugverslaving, armoede en honger tieren inderdaad welig, en zo ook de ziekten die hun oorsprong vinden in de druk van de geïndustrialiseerde levenswijze, zoals hartziekten, geestesstoornissen en kanker.

Als een oorzaak van deze weeën vestigt professor Muller de aandacht op het volgende: „Waarom die botte negering en zelfs aantasting van elementaire menselijke waarden? Het onmiddellijke antwoord daarop lijkt mij heel duidelijk toe: het is te wijten aan het zo geroemde systeem van vrije ondernemingen die het industrialisme hebben geschapen, omwille van de persoonlijke winst.” De „helden” van de Industriële Revolutie, aldus zijn woorden, „onderscheidden zichzelf door uitbuiting, plundering en fraude, op kolossale schaal”.

Het zelfzuchtige streven naar macht en winst is al vanaf het begin een onplezierig bijverschijnsel van de industriële levenswijze geweest, waaraan ook vaak de onverantwoorde toepassing van nieuwe uitvindingen te wijten is. Nieuwere machines of processen lijken in een bepaald opzicht veel nut op te leveren, en men let niet meer op de problemen die ze in andere opzichten kunnen veroorzaken. Hierover verklaarde J. Fischer, gastschrijver van Harper’s magazine:

„Het is mijn overtuiging geworden dat de technologie een hoogst onbetrouwbare dienares is met slechts een beperkt nut. Wanneer ze één probleem oplost, schept ze er vaak twee nieuwe bij — waarvan de neveneffecten meestal moeilijk zijn te voorzien. . . .

Telkens wanneer men een van de wonderen van de moderne technologie aanschouwt, ontdekt men ook een bijprodukt — ongewild, onvoorspelbaar en vaak dodelijk van karakter. . . .

De technologie laat zich bovendien het beste toepassen op dingen die niemand werkelijk nodig heeft, zoals het verzamelen van maanstenen of het bouwen van supersonische transportvliegtuigen. Wanneer we haar in verband met iets serieus willen aanwenden, blijft ze gewoonlijk in gebreke.”

Nog erger zelfs, de problemen die door de technologie zijn geschapen, brengen het voortbestaan van de mens in gevaar. De New York Times maakte melding van de volgende slotsom waartoe een groep van geleerden was gekomen: „De druk en spanning die door de snelheid van de technologische vooruitgang zelf worden geschapen, gaan het fysieke en mentale aanpassingsvermogen van de mens niet alleen te boven, maar bedreigen zelfs zijn voortbestaan.”

Drastische veranderingen nodig

Wat moet er worden gedaan om alle verbijsterende problemen die jaar na jaar toenemen, op te lossen? In zijn boek An Inquiry into the Human Prospect verklaart Robert Heilbroner: „Ik geloof dat de oplossing op lange termijn niets minder vereist dan de gestage verlating van dodelijke technieken, van de onaangename levenswijze van thans en de gevaarlijke mentaliteit die de industriële samenleving eigen is.”

Wat zou dit met zich brengen? Heilbroner voegt aan het bovenstaande toe: „Dit betekent een drastische reorganisatie van de huidige produktiemethoden. Hoe, dat kan nog niet worden gezegd, maar dat aan de grote fabriekscomplexen, de grote kantoren en misschien zelfs aan de stedelijke samenleving een eind zal moeten komen, lijkt waarschijnlijk.”

Volgens psychoanalist E. Fromm kan de huidige ziekte van de industriële samenleving slechts genezen „wanneer het gehele systeem zoals dit gedurende de afgelopen 6000 jaar geschiedenis heeft bestaan, vervangen kan worden door een fundamenteel ander systeem”. [Wij cursiveerden]

Lijkt het u waarschijnlijk toe dat mensen zelf zo’n verandering zullen bewerkstelligen en „het gehele systeem” zullen vervangen? Men kan beslist niet zeggen dat ze er tot nu toe niet de tijd voor hebben gehad. Maar de gespannen aandacht waarmee zij zich op zelfzuchtige belangen concentreren, onthult dat de drastische veranderingen die zo dringend nodig zijn, niet van de mens zullen uitgaan.

Betekent dit dat ze helemaal niet zullen komen? Integendeel. De zo nodige veranderingen, de gehele nieuwe levenswijze die nodig is om vrede, zekerheid en geluk op aarde te brengen, zal onvermijdelijk komen!

Wie zal daarvoor zorgen? ’s Mensen Schepper, Jehovah God. Hij heeft zijn garantie gegeven dat hij „zal verderven die de aarde verderven”, en dat hij het bestaande samenstel van dingen ’zal verbrijzelen en er een eind aan zal maken’. — Openb. 11:18; Dan. 2:44.

Het huidige onbevredigende samenstel van dingen zal worden vervangen door één regering voor de gehele aarde, het koninkrijk van God, dat vanuit de hemel zal regeren (Matth. 6:10). Machines zullen in die nieuwe ordening op aarde niet meer de kwaliteit van het leven bepalen. Waarvoor ze ook gebruikt zullen worden, het zal tot welzijn van de mensheid zijn. Bovendien voelt de mens, geschapen als hij werd voor een parkachtige tuin, een paradijs, zich veel gelukkiger in een omgeving waar hij omringd is door de natuurlijke schepping, dan in een omgeving waar beton, staal, lawaai en vervuiling de overhand hebben. En Jezus Christus heeft het herstel beloofd van het paradijs. — Luk. 23:43.

Zij die werkelijk Gods Woord accepteren, zien derhalve uit naar het spoedige einde van de hebzuchtige industriële menselijke beschaving en haar vervanging door een goddelijk systeem dat ’s mensen eeuwige geluk zal bewerken.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen