Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g75 22/10 blz. 8-11
  • De boer en de voedseltekorten

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • De boer en de voedseltekorten
  • Ontwaakt! 1975
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Overvloedige produktie
  • Wat landbouwers zich gedwongen voelen te doen
  • Uiteenlopende omstandigheden
  • Sleutelproblemen in de landbouw
  • De prijzen van landbouwprodukten vaststellen
  • Het winstmotief — de subtiele vijand van een hongerige wereld
    Ontwaakt! 1975
  • De positie van de prairieboer
    Ontwaakt! 1970
  • De crisis waarmee boeren kampen
    Ontwaakt! 2003
  • Wat is de oorzaak van de crisis?
    Ontwaakt! 2003
Meer weergeven
Ontwaakt! 1975
g75 22/10 blz. 8-11

De boer en de voedseltekorten

HET merendeel van alle werkende mensen op aarde — ja, drie van elke vier — leeft en werkt in de landbouw en is vaak hopeloos arm. De grote meerderheid van deze armen treft men aan in Afrika, Azië en Latijns-Amerika. In goede jaren komen zij net met moeite aan voldoende voedsel voor zichzelf, hun gezin en mogelijk nog enkele anderen. In slechte jaren sterven velen de hongerdood.

In de meer geïndustrialiseerde delen van de wereld is er een kleiner percentage mensen dat voor de meerderheid van de bevolking voedsel produceert. Een van de produktiefste landbouwstaten is Amerika — waar, afgezien van enkele kleine boeren, de grote landbouwbedrijven overheersen.

Overvloedige produktie

In de bijkans veertig jaar die er nu sinds de crisistijd zijn verstreken, is de Amerikaanse maïsopbrengst bijna tot het viervoudige gestegen: van gemiddeld 192 liter tot 730 liter per hectare. Tarwe is omhooggesprongen van 114 liter tot 270 liter, en rijst van gemiddeld 2360 kilo tot gemiddeld 5160 kilo per hectare.

In 1974 produceerde de Amerikaanse landbouwer, die in dat jaar meer land dan ooit bewerkte, ruim 63 miljard liter tarwe, een produktie die slechts door de Sovjet-Unie werd overtroffen. De Amerikaanse maïsoogst bedroeg in 1974 162 miljard liter, de grootste ter wereld. Bovendien werden er 36 miljoen stuks vee geslacht, een toename van 7 percent over 1973.

Deze reusachtige voedselrijkdom wordt geleverd door slechts 2,8 miljoen boeren in een land van 208 miljoen mensen. Hetgeen betekent dat elke landbouwer ongeveer 74 Amerikanen van voedsel voorziet.

Alhoewel dit voedsel in vergelijking met andere landen tegen een betrekkelijk lage prijs wordt geproduceerd, is het toch zo dat de mensen die van een vast inkomen leven of tot de lagere economische groepen behoren, een steeds groter percentage van hun geld aan voedsel moeten besteden. En al mogen de landbouwers dan met de problemen van anderen meeleven, ook zij hebben met financiële moeilijkheden te kampen.

Wat landbouwers zich gedwongen voelen te doen

De Amerikaanse boer zou graag de armen over de gehele wereld helpen aan voedsel te komen, en hij heeft wat dat betreft al miljoenen hongerlijdenden in andere landen van grote hoeveelheden levensmiddelen voorzien. Tussen de jaren 1965 en 1972 hadden de Verenigde Staten een aandeel van 84 percent aan de zogenaamde „wereldvoedselhulp”. Maar slechts 20 percent van wat door de V.S. als „voedselhulp” beschikbaar wordt gesteld, gaat naar hongerende natiën; de rest wordt doorverkocht aan degenen die het kunnen betalen.

Winst maken acht men belangrijk, aangezien het Amerikaanse landbouwstelsel zodanig is ingericht dat de boer zijn hoofd niet boven water kan houden als hij er niet voor zorgt voldoende financiën voor zijn produkten te ontvangen. Om hun behoefte aan geld krachtig duidelijk te maken, gingen sommige boeren onlangs tot drastische maatregelen over. In diverse staten doodden zij honderden kalveren, waarvan de kadavers daarna als afval in greppels werden gegooid.

Natuurlijk vormt een dergelijke slachtpartij een schandelijke verspilling van voedsel, en de boeren zijn veelal ook bereid dat zelf toe te geven, maar een veehouder in Motley, in de Amerikaanse staat Minnesota, voegde hieraan toe: „Het is voor een boer ook een schande om een jaar lang te werken en dan te moeten vaststellen dat hij voor 20.- tot 30.000 dollar in het krijt staat. . . . Ik voor mij vind dat een heel wat groter schandaal dan een deel van dit vlees onder de grond te stoppen.”

Uiteenlopende omstandigheden

Veel landbouwers zijn door de recente economische ontwikkelingen zwaar getroffen. Om bijvoorbeeld een kalf zover op te fokken dat het geschikt is voor de vleesverwerking, is een landbouwer soms meer aan graan kwijt dan hij voor het dier op de markt krijgt. Zo is het ook niet denkbeeldig dat de voedselhoeveelheid om een vijftig liter melk te produceren, meer kost dan de melk zelf. De laatste tijd schijnen in de Amerikaanse staat Wisconsin als gevolg hiervan elke dag bijna tien melkfabrieken hun deuren te hebben moeten sluiten.

Daartegenover staat dat er ook boeren zijn die het financieel voor de wind gaat. Een van hen, de eigenaar van ruim 40 hectare landbouwgrond in de Amerikaanse staat Iowa, gaf toe: „Ik kan naar waarheid instemmen met de woorden van de minister van landbouw dat ik het nog nooit zo goed heb gehad. Volgens mij hangt het er dus vanaf waar je woont. Hier is het goed, elders is het bijzonder slecht.”

Maar zelfs de landbouwers die een uitstekend jaar achter de rug hebben, weten dat hun situatie zich van de ene op de andere dag kan wijzigen. In 1974 maakten de graanboeren in het algemeen goede prijzen, omdat het graan voor flinke bedragen van de hand ging. Maar tal van veehouders die onder meer van dit dure graan afhankelijk waren om hun vee te voeden, gingen failliet.

Wat is de oorzaak van deze onzekerheid en dit gemis aan evenwicht?

Sleutelproblemen in de landbouw

Veel landbouwers beschouwen het weer als probleem nummer één, en deskundige meteorologen bevestigen dat het vreemde weer van de afgelopen tijd de boeren danig parten speelt. Om één voorbeeld te noemen: Het vorige jaar werden in de staat Iowa (V.S.) door zware regenval grote stukken land weggespoeld, wat een vroege inzaai verhinderde. Daarna kwam er een gortdroge maand juli met temperaturen rond de 38 °C, waardoor uitgestrekte velden met gewassen verloren gingen, waarna de vorst een nieuw record vestigde door reeds op 2 september in te vallen.

Een belangrijk nieuw probleem is daarnaast de ontzaglijke prijstoename van olieprodukten, waarvan de moderne landbouw zwaar afhankelijk is. Men heeft al eens geschat dat voor de produktie van slechts één hectare maïs een hoeveelheid olie nodig is overeenkomend met wel 750 liter benzine. De werking van landbouwmachines, alsmede de vervaardiging van kunstmeststoffen vereist olie. In 1972 bedroeg de prijs van uit aardolie bereide kunstmest $65,50 per ton; tegen 1974 was dat bedrag opgelopen tot $175,00 per ton.

Ook de kosten van de landbouwmachines is de hoogte ingeschoten. In sommige gevallen kost een tractor die ongeveer twee jaar geleden voor $7800 stond geprijsd, thans tweemaal zoveel. Toch konden de fabrikanten ondanks dat, de vraag haast niet bijhouden, met het gevolg dat de boeren soms drie tot zes maanden op hun nieuwe materieel moesten wachten. Reserveonderdelen waren vaak nog moeilijker te verkrijgen dan een nieuwe tractor, zodat sommige landbouwers, ondanks de gestegen prijzen, twee tractoren of combiners aanschaften voor het geval dat één het op het kritieke moment zou begeven. Op lange termijn, zo berekenden zij, zou hun dat minder kosten dan het verlies van de oogst.

Ook de zaadprijzen zijn tot astronomische hoogten gestegen. Tussen 1974 en 1975 gingen de gemiddelde kosten van maïszaad met 30 percent omhoog. Ook het ijzerdraad dat om geperste hooibalen moet worden geslagen, is in drie jaar tijds meer dan viermaal zo duur geworden.

Enigszins verwant hieraan is het arbeidsprobleem. Wanneer de boer gedwongen is zijn machines door ongeschoolde hulpkrachten te laten bedienen, zijn er vaak veel reparaties nodig. Eén landbouwer in het middenwesten van de Verenigde Staten, noemde als een van de eerste redenen waarom hij het boerenbedrijf vaarwel had gezegd: „De moeilijkheid om aan eerlijke en betrouwbare krachten te komen”.

En zo zijn er tientallen — misschien wel honderden — „kleine dingen” die de boer op één en hetzelfde moment hebben getroffen, en gezamenlijk een reusachtige weerslag hebben gehad op het boerenbedrijf. Toch was er terzelfder tijd de druk om meer te produceren vanwege de voedseltekorten. Maar stijgende kosten maken verhoogde produktie vaak moeilijk.

Bovendien neemt de landbouwgrond, om nog een voorbeeld te noemen, voortdurend in prijs toe. In de Amerikaanse staat New Jersey kost de grond nu gemiddeld bijna 5000 dollar per hectare! En dat was dan, volgens Denison Review (Iowa), het resultaat van „een landelijke prijsstijging over dit jaar [1974] van 31 percent voor alle soorten van landbouwgrond, welke onmiddellijk volgde op een stijging van 32 percent in 1973”.

Om deze en andere redenen, aldus de landbouwers, moeten zij nu wel hogere prijzen voor hun produkten vragen.

De prijzen van landbouwprodukten vaststellen

Niettemin zijn de landbouwers volgens hun eigen zeggen gebonden aan een economisch systeem dat hen niet toestaat de prijzen van hun eigen produkten te bepalen. Zij klagen erover dat zij maar elke prijs moeten accepteren die hun voor hun produkten wordt geboden, ook al is die soms minder dan wat het hun gekost heeft om ze te produceren. Maar als de landbouwers wel zelf hun eigen prijzen zouden mogen bepalen, zou de wereld dan beter af zijn?

Mogen we dat eerlijk verwachten? Hoeveel graantelers, landbouwers dus die het het afgelopen jaar behoorlijk goed is gegaan, deelden hun winst met de niet zo fortuinlijke veehouders? In de Seattle Times stond in een reportage over de recente bijeenkomst in Spokane van de Organisatie van Tarweverbouwers van de Amerikaanse staat Washington, het volgende: „De landbouwers . . . waren zichtbaar verheugd over hun voorspoed . . . Als de tarweboeren het ten slotte inderdaad voor het zeggen hebben, dan lijken zij dat een tamelijk vanzelfsprekende zaak te vinden.”

De boer maakt in feite slechts deel uit van een economisch systeem dat uiteindelijk van elke persoon vraagt voor zichzelf te zorgen. Het is gebaseerd op het zogenaamde winstmotief. Laten we eens beschouwen welke gevolgen dit motief heeft gehad in een tijd dat de wereld om meer voedsel vraagt.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen