Zich moeite geven om liefde te tonen
HET is werkelijk aangenaam mensen te ontmoeten die oprechte liefde voor hun medemensen hebben en ook bereid zijn zich moeite te geven om hen te helpen. Dat wordt vandaag aan de dag zo weinig gedaan. Maar wat is de beste manier om anderen te helpen?
Waarschijnlijk is het u wel opgevallen dat naarmate de wereldtoestanden slechter worden, steeds meer mensen richting en leiding in hun leven lijken te missen. Zij vragen zich af: „Waarop duiden al de dingen die nu gebeuren?” „Waar gaat het met deze wereld naar toe?” „Wat is de zin van het bestaan?” Als zij bevredigende antwoorden op die vragen zouden kunnen krijgen, zou dat een verandering ten goede in hun leven betekenen.
Jehovah’s getuigen hebben uit de bijbel geleerd dat de huidige wereldtoestanden van grote betekenis zijn en op iets prachtigs in de nabije toekomst duiden. Zij kopen elke gelegenheid uit om bij de huizen van hun buren aan te kloppen en uit te leggen waarom dat zo is. Uit recente pogingen die men heeft ondernomen om ook met alle mensen in het hoge noorden in contact te komen, blijkt wel dat de Getuigen niet voor ontberingen terugschrikken om dit doel te bereiken.
Zij geven zich moeite — Waarom?
Een van de voornaamste problemen die opdoemt wanneer men mensen in het hoge noorden wil bereiken, is de kou. Soms zakt de temperatuur wel tot meer dan 45 °C onder nul. Maar barre weersomstandigheden schrikken Jehovah’s getuigen er niet van af liefde jegens anderen te tonen. R. L. Hartman, een reizende bedienaar die verschillende gemeenten in Alaska bedient, vertelt over de koudste dag die hij ooit in zijn van-huis-tot-huisbediening heeft meegemaakt:
„Twaalf of dertien van ons waren die dag in de Koninkrijkszaal bijeen. Het vroor buiten 44 °C. Verschillenden zeiden dat ze liever binnen bleven en brieven gingen schrijven aan de dorpsbewoners. Denkend dat iedereen dat wel wilde, bereidde ik me al voor op een bespreking over het schrijven van brieven, toen twee broeders naar mij toekwamen. ’We zijn niet zo handig in brieven schrijven’, zeiden ze. ’En nu we al die moeite hebben gedaan om onze auto’s te starten en hier naar toe te rijden (één kwam van 24 kilometer ver), zouden we graag wat van-huis-tot-huisbezoeken brengen. Wil je niet met ons mee?’ Zo’n oprecht verzoek kon ik niet weerstaan. Dus gingen we op pad, bij 44 °C onder nul.”
Hartman bezoekt ook gemeenten in Noordwest-Canada. Hij vertelt hoe Rose Hamilton uit Whitehorse (in de Canadese provincie Yukon), zich moeite heeft getroost om elke week met een zekere mevrouw Henry, die 136 kilometer van haar vandaan woont, de bijbel te bestuderen:
„Zelfs in de winter legde Rose elke week 136 kilometer af. Soms moest ze de auto een kilometer of meer van het huis laten staan. Het is wel eens voorgevallen dat zuster Hamilton de tocht maakte bij een temperatuur van 40 graden onder nul. Bij terugkeer naar haar auto moest ze toen een steile heuvel beklimmen en ademde daarbij grote teugen ijskoude lucht naar binnen, zodat haar luchtwegen ’verbrandden’ van de kou. Bij een andere gelegenheid liep deze zuster drie kilometer heen en terug naar haar auto, bij een temperatuur van 23 °C onder nul.”
Winterstormen kunnen de zaak nog gecompliceerder maken, vooral bij het luchtvervoer. Ray Baker en Lyle Nelson, uit Fairbanks (Alaska), vertellen hierover:
„Het gebied in de buurt van Nome en langs de Beringzee staat bekend om zijn ’white-outs’ en de zware ijsafzetting die zich op de vleugels kan vormen. Een ’white-out’ is een gevaarlijke weersituatie die zich zonder enige voorafgaande waarschuwing kan ontwikkelen. Vaak begint ze met een lichte bewolking en daarna sneeuwval. Spoedig echter is alles wit. Een piloot moet zijn ogen dan krachtig inspannen om nog iets door de sneeuwvlokken te zien. Hij loopt de kans zijn oriëntatie te verliezen en niet meer te weten wat boven of onder is. Dan zet zich duizeligheid in en het kan dan gemakkelijk gebeuren dat men recht tegen een berg of loodrecht in de grond vliegt. In dit gebied komen meer piloten om het leven dan overal elders in Alaska.”
Ondanks deze gevaren gingen in 1973 elf getuigen van Jehovah met drie kleine vliegtuigjes dit gebied in. Zij berichten: „Wij bewerkten een oppervlak van meer dan 250.000 vierkante kilometer. Om de 24 dorpen in dit gebied te bereiken, moest met elk vliegtuig ongeveer 4800 kilometer gevlogen worden; hierdoor waren we in staat met ongeveer 6000 mensen te spreken.”
Waarom geven Jehovah’s getuigen zich zoveel moeite om met anderen over het Woord van God te spreken? Omdat de bijbelprofetieën en de bijbelse chronologie erop duiden dat wij in de „laatste dagen” van het huidige samenstel van dingen leven. Spoedig zal een nieuw samenstel van rechtvaardigheid en vrede, op een herstelde paradijsaarde, een realiteit worden (2 Tim. 3:1-5; 2 Petr. 3:13; Openb. 21:1-5). Jezus voorzei dat het „goede nieuws” hierover op de gehele wereld zou worden bekendgemaakt, in een tijdsperiode die het „besluit van het samenstel van dingen” wordt genoemd (Matth. 24:3, 14). Jehovah’s getuigen vinden het een vreugde zich te mogen inspannen een aandeel aan deze bekendmaking te hebben.
Tegenstand geen hinderpaal om liefde te betonen
De meeste mensen die in het hoge noorden worden bezocht, zijn erg gastvrij en verheugd dat er iemand is om met hen over de bijbel te praten. Sommigen zijn echter tegen de boodschap gekant en proberen het Jehovah’s getuigen moeilijk te maken.
Een Getuige uit Canada, die samen met een metgezel een twee maanden durende tocht maakte om bewoners aan de noordoever van de St. Lawrence-rivier te bezoeken, vertelt over een ervaring die hij in een mijndorp opdeed:
„Ik begon getuigenis te geven aan een groepje van een man of zes in een slaaphut, maar twee van hen waren erg gekant tegen hetgeen ik zei en begonnen de anderen te beïnvloeden. Ik ging dus bij hen vandaan en begon tot anderen in dezelfde hut te spreken. Toen de tegenstanders steeds rumoeriger werden, besloot ik ten slotte de slaaphut maar helemaal te verlaten.
Maar tegen het moment dat ik uit het gebouw zou vertrekken, hadden de twee tegenstanders zichzelf in zulk een hevige staat van opwinding gebracht dat zij me achterop kwamen. Hoge sneeuwbanken en een gebouw sneden elke hoop op ontsnapping af.”
Wat zou de Getuige doen? Zou hij proberen een compromis te sluiten, door overeen te komen dat hij zou ophouden met prediken als zij hem met rust zouden laten? Wat zou u in zo’n situatie doen? De Getuige vervolgt:
„Ik bad tot Jehovah om hulp en bescherming.
Toen de mannen nog maar zes meter van me vandaan waren, hielden ze plotseling stil en praatten enkele minuten met elkaar, mij al die tijd aankijkend. Toen, alsof zij ineens van gedachten waren veranderd, draaiden zij zich om en liepen van me weg. Ik was gelukkig en dankbaar te weten dat Jehovah bij me was geweest.”
Er doemden nog meer problemen voor deze twee Getuigen op toen ze nachtlogies probeerden te vinden. In de gebieden die zij bezochten, is men voor overnachting aangewezen op privé-huizen, aangezien hotels of andere openbare gelegenheden onbekend zijn. Het gebeurde wel dat mensen wegens religieus vooroordeel weigerden hen op te nemen. Maar ondanks deze moeilijkheid bleven zij doorgaan met hun predikingswerk en aan het slot konden zij berichten: „Op onze tweemaandse tocht zijn we nooit iets te kort gekomen. Slechts eenmaal hebben we de nacht in een loods van een werf moeten doorbrengen.”
„Als schapen zonder herder”
In Matthéüs 9:36 lezen wij over Jezus: „Bij het zien van de scharen had hij medelijden met hen, omdat zij gestroopt en heen en weer gedreven waren als schapen zonder herder.” De joodse religieuze leiders in Jezus’ dagen hadden de geestelijke noden van het gewone volk veronachtzaamd en hun „zware lasten” van menselijke tradities op de schouders gebonden (Matth. 23:4). Is het in de hedendaagse christenheid soms anders?
Larry Lees, een van Jehovah’s getuigen die onlangs een aantal ver uit elkaar gelegen Eskimo-dorpjes in het noorden van Quebec (Canada) afreisde, verhaalt: „Eén gezin vertelde mij dat er nog nooit iemand bij hen thuis was gekomen om over de bijbel te praten, ondanks het feit dat er in hun nederzetting van ongeveer zeventig mensen een Anglicaanse geestelijke woonde.”
Behalve dat deze nederige mensen door hun geestelijken worden verwaarloosd, worden ze ook nog in duisternis gehouden door onschriftuurlijke onderwijzingen en bijgeloof. Onder de Laplanders bijvoorbeeld in Noord-Finland, treft men volgelingen aan van Lars Levi Laestadius, een geestelijke uit de negentiende eeuw. Deze mensen is geleerd dat ze Gods goedkeuring kunnen verwerven, niet door de bijbel te bestuderen en de beginselen van dit boek in hun leven toe te passen, maar dat het alleen maar nodig is hun zonden aan de predikant te belijden, die ze dan voor vergeven verklaart. Over deze mensen in het gebied Kusaamo vertelt een Getuige uit Finland:
„Zelfs nu mag een orthodoxe volgeling van Laestadius nog altijd geen televisietoestel kopen. Deze worden door de predikanten ’hellemachines’, ’vensters van Sodom’, enz. genoemd. De televisie-antenne is het zevenkoppige beest uit Openbaring, omdat de eerste antennes die in Kusaamo werden geïnstalleerd, zeven uiteinden hadden. De poorten van scholen noemen ze ’de poorten van de hel’, terwijl zij ook hebben gepredikt dat ’niemand die naar een openbare school gaat, ooit nog redding zal ontvangen’.”
Er is stellig een grote behoefte aan getuigen van Jehovah die in deze afgelegen plaatsen de mensen geestelijke hulp kunnen bieden. Veel van deze mensen hebben grote waardering voor de gelegenheid die hun wordt geboden om kennis van de bijbel te verwerven.
Dankbaar voor de bijbelse waarheid
Ray Baker vertelt een ervaring die zijn groep meemaakte nadat hun vliegtuig in het dorp Buckland (Alaska) ’nabij de poolcirkel’ was geland:
„We hadden de machine nog niet stilgezet of we waren al omringd door veertig tot vijftig nieuwsgierige vaders, moeders en kinderen. We vertelden hun dat we gauw bij hen thuis zouden komen om met hen over de bijbel te spreken. En toen we bij de huizen aanklopten, troffen we vaak al het hele gezin met de bijbel in de hand rond de tafel geschaard, in afwachting van onze komst.”
Een groep Getuigen die nog maar pas geleden een bezoek brachten aan geïsoleerde Indianendorpen in het noorden van Manitoba, ontvingen de volgende brief van de heer Maxwell Bee, hoofd van het reservaat dat zij hadden bezocht:
„Slechts een kort briefje om u te bedanken voor de hulp die we ontvingen van de twee mannen die ons reservaat bezochten om ons over de bijbel te vertellen en hoe we in vrede kunnen leven. We hopen dat zij gauw weer terugkomen. Hoe langer zij blijven, hoe beter. Nogmaals, hartelijk dank.”
De bijbelse waarheid met anderen delen, is de beste manier om mensen liefde te betonen. Het geeft nu reeds zin aan het leven en biedt een zekere hoop voor de toekomst. Jehovah’s getuigen zijn blij dat zij zich moeite kunnen geven om zulk goed nieuws met hun medemensen te delen.