Een boeket elke dag
Door Ontwaakt!-correspondent in Rhodesia
AFRIKA! Wat is de eerste gedachte die bij u opkomt wanneer u dit woord leest? Dieren? Zouden we afgaan op hetgeen zowel kinderen als volwassenen het eerst vragen aan een reiziger die van een tocht door Afrika terugkeert, dan, ja, dan dacht u aan dieren. De thuisblijvers vragen gretig: „Heb je een leeuw gezien? Een olifant? Een slang?” Slechts weinigen zullen echter vragen: „Wat voor opwindende bloemen heb je gezien?”
Rhodesia, in het zuidelijke deel van Centraal-Afrika gelegen, bezit zowel dieren als planten in overvloed. Dus laten we voor de verandering eens onze blik op het planteleven richten, te beginnen in de stad.
Een blik op verzorgde schoonheid
Een vlug en algemeen overzicht van wat er zo allemaal onder de verzorgende handen van de mens kan bloeien, krijgt men op de bloemenmarkt op het Cecil-plein van Salisbury. Vanaf de overkant van de straat is het één grote duizelingwekkende kleurenpracht die men ziet; maar kom nu eens dichterbij. Emmers en halve olievaten, gevuld met water, omarmen grote bossen dicht aaneengebonden, veelkleurige leeuwebekjes, lila en rozerode lupines, gele en oranje goudsbloemen, en nog tal van andere soorten, te veel om op te noemen. Enkele van de meer exotische bloemen zijn ongelooflijk mooi wat hun bladrangschikking en kleurencombinaties betreft. Sommige doen u wellicht denken aan de langsnavelige kop van een tropische vogel; andere geven de indruk kunstzinnig vervaardigd te zijn uit het koninklijkste purperen fluweel.
De Afrikaanse verkopers wedijveren met elkaar om uw gunst: „Hier, mevrouw! prachtige anjers! Wilt u witte? Roze? Rode misschien?”
„Mijnheer, hier, hier! De beste korenbloemen die er zijn, rood, wit, roze, blauw, wat u maar hebben wilt! Rozen, ook heel mooi! Nu kopen. Goedkoop, heel goedkoop!”
„Please, Miss, deze strobloemen blijven een hele tijd goed en zijn ook erg goedkoop. Wilt u bruine, oranje of gele?”
Er zijn aantrekkelijke, overdekte, stenen stalletjes, maar de meeste verkopers geven de voorkeur aan een plek langs het trottoir. Daar kunt u ze elke maand van het jaar aantreffen, bij regen en zonneschijn. U hebt geen excuus het een dag zonder boeket te stellen.
Te duur misschien? Dan heb ik een aangename verrassing voor u, daar ben ik zeker van. Vertel me eens, waar houdt u het meest van? Een tiental prachtige rozerode rozen, nog half in de knop? Prima. De verkoper zegt wat ze kosten. Slechts 45 cent (Ned.: ƒ 2). Een redelijke prijs, niet?
We gaan nu naar het stadspark, maar onderweg komen we al langs heel wat prachtige tuinen rond particuliere huizen. Het lijken wel miniatuurparken en als we de tijd hadden om de hele stad te doorkruisen en misschien nog andere steden ook, dan zou u zulke tuindecors in tal van variaties kunnen waarnemen. Afhankelijk van de tijd van het jaar, zijn het verschillende bomen die uw ogen zullen strelen — de met blauwpaarse klokjesbloemen overdekte jacaranda-bomen, de oranje-rood bloeiende flamboyant-bomen, de geurige en crèmekleurige frangipanni of kembodja, of de Afrikaanse Vlam, met grote lelie-achtige, roodoranje bloemen.
Er bestaat een grote verscheidenheid van hagen waaruit men als huiseigenaar kan kiezen, maar de favoriet is toch wel de heldergroene Chinese roos, versierd met roze of rode bloemen, op de juiste plekken naar voren wippend alsof iemand ze daar met opzet heeft vastgeprikt. Ondernemende huiseigenaars camoufleren blootliggende rotslagen met aloë-begroeiing, en hoe verrast zijn we door de ogenschijnlijk eindeloze variatie van cactussen, vol bloemen die met de roos in schoonheid kunnen wedijveren! Paden en opritten zijn vaak omzoomd met keurig bijgesnoeide heesters en blijvende of éénjarige planten, al dan niet in combinatie met allerlei soorten van bloemen, die u naar de „Welkomstmat” bij de voordeur leiden.
Voegt men nu al die tuinen samen, dan heeft men een idee van het stadspark, een adembenemende mengeling van wat het plantenrijk aan schoons te bieden heeft! Bekwame tuinarchitecten en hun helpers hebben, aandacht schenkend aan de wetten van de schepping, geleerd wanneer, waar en hoe bepaalde planten en bloemen zullen bloeien. Hiermee werkend, zijn ze in staat geweest ons elk seizoen van het jaar, net als een schilder met zijn olieverven, een prachtig panorama van schitterende kleuren voor ogen te toveren. De bloemen wachten op u in het park.
Winkelend in het centrum van de stad, ziet men vrolijke struiken, aloë’s en bloemen op elke mogelijke plek — in raambakken, in gemetselde bakken tussen stoep en rijweg en in abnormaal grote vazen en potten in vestibules en foyers. En zou u over drie à vier maanden terugkomen, dan zouden weer heel andere, maar even prachtige bloemen op u staan te wachten. Terwijl de ene bloem een show van pracht en schoonheid ten beste geeft, lijkt een andere rustig tussen de coulissen van het gebladerte te wachten tot het haar beurt is om op te treden.
Belangrijk, maar lelijk zijn de elektriciteitscentrales, uitgedost met een spinneweb van draden en stalen balken, om nog maar niet te spreken van de vaak afzichtelijke betonnen watertanks die men hier treft. Vaak echter gaan hun lelijke contouren bijna geheel schuil achter de bladeren bloemenpracht van klimplanten — bougainvillea’s vooral, die met prachtige oranje of rode bloemen de muren van zulke bouwwerken bedekken, of zich aan de hoge hekken er omheen vastklemmen.
Zesduizend kilometer glad geplaveide wegen zijn in Rhodesia voor de automobilist aantrekkelijk gemaakt door aangeplante bosjes helderrode poinsettia’s (de zgn. „kerstster”), mirtebomen en bloeiende granaatappelbomen. Dit alles is aangenaam voor de passagiers en leidt toch de bestuurder niet af.
Zoekt u langs de weg naar een aangenaam picknickplaatsje, dan kunt u stoppen bij zogenaamde „layby’s”, parkeergelegenheden voorzien van stevige tafels en banken onder de schaduw van vijgebomen, acacia’s, msasa’s en andere inheemse gewassen.
Een bezoek bij Afrikaanse vrienden
Maar laten we eens een grindweg indraaien en het Afrika bezoeken dat in uw verbeelding leeft. Als we het gebied binnenrijden dat bekend staat als „Tribal Trust Land”, zien we groepjes met stro bedekte hutten van palen en leem langs de kant van de weg staan. We zouden in een van deze „dorpen” kunnen stoppen en de dorpelingen zouden ons een warm welkom bereiden, maar aangezien we hun taal niet verstaan en er niet altijd iemand is die onze taal spreekt, zullen we doorrijden tot een schoolgebouw. Daar zal waarschijnlijk wel een onderwijzer zijn die zo vriendelijk is ons als tolk en gids te vergezellen.
Oh, tussen twee haakjes, zag u daar die apebroodboom? „Ook niet al te mooi!” zegt u. Toegegeven, er zijn momenten in het jaar, zoals nu, waarop hij meer lijkt op een grote, omgekeerde knolraap met de wortels in de lucht dan op een boom, maar er zijn ook tijden dat hij bladeren en witte bloemen draagt, en dan is zijn uiterlijk heel presentabel, terwijl hij natuurlijk het mooist is (althans dat zullen de kinderen u vertellen) wanneer er harde, kokosnootachtige vruchten aan z’n takken groeien, met daarin eetbare, witte pulp.
Als u van schaduw en schoonheid houdt, moet u daar eens in de wei kijken. Daar staat een wilde vijgeboom. En ziet u ook dat groepje runderen, zo’n twintig stuks, onder zijn bebladerde takken staan? Een grote boom, niet? Wanneer u huivert van wormen, beveel ik u de vruchten niet aan.
Dat lange, lage gebouw van zelfgebakken stenen dat we nu naderen, is de school. En wat vindt u ervan, hebben de kinderen geen prachtig werk verricht door het te verfraaien met die leuke bosjes madeliefjes? Toch zijn het hun groentetuintjes die de meeste aandacht krijgen. En dat is begrijpelijk, niet? Wat door de maag gaat, is nu eenmaal belangrijker dan wat het oog ziet, vooral wanneer er zoals hier geen stromend water is en men einden moet lopen om water te halen.
Ik wil u nu voorstellen aan de hoofdonderwijzer, de heer Mubata. Hij doet ons het voorstel om uit de auto te stappen en een wandeling van twintig minuten te maken, naar het dorp van zijn vriend. Het zal een botanisch uitstapje worden, zo belooft hij, en de dames zullen een boeket krijgen zoals ze nog nooit van hun leven hebben gehad! Het enige jammere vindt hij dat er op dit moment van het jaar geen vlamlelies zijn, bloemen die hun naam danken aan de zes lange, rode bloembladeren die als tongen van vuur uit het bloemhart omhoogsteken. Het is de nationale bloem van Rhodesia geworden.
Onze gids biedt u de eerste bloemen voor uw ruiker aan, een steel wilde orchideeën. Deze steel met zes lieftallige, zacht roze bloempjes is al bijna een boeket op zich. Hieraan wordt nog een tak lathyrus met gele en roze bloemen en een tak lilakleurige lupine toegevoegd — allemaal wild natuurlijk.
Van mijnheer Mubata mag u best deze vijfbladige bloem bewonderen, het zogenaamde „donkey weed” (ezelsgras) met zijn prachtige lichtpaarse kleur, maar hijzelf zag het liever verdwijnen omdat het een plaag is in de groentetuin.
Hier staan nog twee bloemjuwelen: vijf ronde, rood-oranje bloembladeren vormen deze Chinese roos. Jaren geleden legde ik eens een Chinese roos tussen de pagina’s van een leerboek; de bloem is sindsdien reeds lang vergaan, maar de helderkleurige afdruk staat nog steeds op de bladzijden. Hoe zou u deze wilde gentiaan willen beschrijven? Als een kleine roze zeester met een geel kwastje in het midden?
Kijk eens hier, naar deze purple banners. Hoeveel bloemen telt u aan één steel? Twaalf! Ze doen denken aan violetkleurige leeuwebekjes, maar ik begrijp wel dat er geen verwantschap met die bloem bestaat.
A propos, een vraag: Hoeveel bloemen had u zelf reeds ontdekt voordat onze gids ermee kwam aandragen en ze u gaf? Eén? Twee? Dat dacht ik al. Wat zo op het eerste gezicht saaie landbouwgrond lijkt, kan werkelijk tot leven komen met de hulp van iemand die in zo’n streek woonachtig is en er ook werkelijk van houdt. Dank u, mister Mubata!
Dat groepje van zes ronde gebouwen is het dorp waar we moeten zijn. Daar woont de vriend van onze onderwijzer. Kom, men nodigt ons uit in de keukenhut.
Een keuken zonder moderne apparatuur zoals u ziet. Niettemin is ze voor de Afrikaanse huisvrouw van alle denkbare gemakken voorzien. Middenin is een plek waar ze open vuur kan stoken om op te koken. En aan beide kanten van de deuropening zijn van leem gemaakte zitplaatsen aangebracht, glimmend en glad bepleisterd met koemest. De vloer heeft een zelfde gepolijst oppervlak. En trek nu niet uw neus op, want had ik u niets over die gladde wasachtige laag verteld, dan had u alleen maar bewonderend rondgekeken.
Aan haken in de muur hangen bijlen, schoffels, leren tuigen voor de ossen, gedroogde maïskolven, houten roerlepels en een plaatjeskalender. En ziet u ook wat ik zie? Een boeket wilde bloemen net zoals u hebt. Neen, ze werden niet voor ons geplukt, vertelt de gastvrouw, ze wist immers niet dat we kwamen. Haar dochtertje heeft ze vanmorgen voor haar verzameld toen ze hout ging sprokkelen.
Nu we weer op weg zijn naar de stad, wil ik u vragen of u ook dat piepkleine, „zakdoekgrote” stukje groen hebt gezien, naast de hoofdhut in het dorp. Realiseert u zich wel dat er al bijna twee maanden geen regen is gevallen en dat de enige reden waarom het gras er nog zo fris bij staat, gezocht moet worden in het feit dat onze gastvrouw en haar kinderen elke dag van ver weg water halen om dat kleine stukje gazon te besproeien? En was het geen aangenaam gezicht, die mosrozen bij grootvaders hut, de goudsbloemen bij de maïshut en die overvloed aan cosmea’s en asters aan de rand van het dorp? Hoe vriendelijk van mijnheer Mubata ons voor te stellen aan zijn vrienden met wie wij een gemeenschappelijke interesse delen — bloemen.
„Dank u wel voor de bloemen”
Wij hopen dat u van deze korte blik in de wereld van de bloemen hebt genoten. De volgende keer dat u een opwindend dier ziet, vergeet dan niet even naar de hem omgevende bloemen en struiken te kijken en de boom of klimplant te bewonderen die schaduwvlekken op zijn rug werpt. Dat zal de schoonheid van het tafereel nog dubbel opwindend maken.
Ja, er bestaat werkelijk geen mensenras dat niet houdt van de schoonheid van bomen, struiken en bloemen, en dit is goed en juist, want de gevarieerde vegetatie die de aarde dekt, is een geschenk van onze Grootse Schepper. Wij zijn dankbaar voor de rijke overvloed waarvan we hier in Rhodesia kunnen genieten.