Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g74 8/4 blz. 12-16
  • Zij leiden een walvisleven

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Zij leiden een walvisleven
  • Ontwaakt! 1974
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • De kenmerkende bijzonderheden van diverse walvissen
  • Het leven van de potvis
  • De ’walviskunde’
  • De walvisindustrie en haar geschiedenis
  • Een zwaar leven
  • Een toekomst voor de walvis?
  • De grote zeemonsters
    Ontwaakt! 1970
  • Monarchen der zee
    Ontwaakt! 1980
  • Een fascinerende ontmoeting met grijze walvissen
    Ontwaakt! 2003
  • Kijk, daar zijn de walvissen!
    Ontwaakt! 2015
Meer weergeven
Ontwaakt! 1974
g74 8/4 blz. 12-16

Zij leiden een walvisleven

Door Ontwaakt!-correspondent op Hawaii

DURE parfums, cosmetica, veevoeder, margarine — wat hebben deze produkten met elkaar gemeen? In veel gevallen op zijn minst ten dele hun oorsprong, als men denkt aan de walvis als de leverancier van de voornaamste basisgrondstoffen voor deze produkten. De walvis is al op zo’n grote schaal voor dit doel geëxploiteerd dat hij een van de met uitroeiing bedreigde diersoorten is geworden.

Hawaiianen kijken met andere redenen naar walvissen uit. Voor hen is de verschijning van walvisfamilies een teken van de aanwezigheid van grote vishoeveelheden. Elk jaar in december of januari verschijnt hier een speciaal soort van walvissen, de bultruggen, voor een verblijf van vier maanden, tijdens welke periode ze voor de kusten van het Hawaii-eiland Maui voor een spectaculaire show zorgen. De twaalf tot vijftien meter lange walvissen spelen en spuiten dat het een lieve lust is en leven zich uit als kinderen op een schoolplein.

De walvissen komen hier naar Maui om hun jongen in een veilig en warm klimaat ter wereld te brengen en ze hun eerste „zwemlessen” te geven. Waarom mammawalvis de rotsigste kuststrook van Mauri als kraamkamer heeft gekozen om te bevallen van haar drie tot vijf meter grote baby, is niet bekend. Wel heeft men een vermoeden waarom pappa tijdens de bevalling een show van allerhande acrobatische toeren opvoert! Volgens sommigen lokt hij hiermee de haaien weg van het ’kraambed’.

De kenmerkende bijzonderheden van diverse walvissen

Deze zeer bijzondere walvissoort heeft een licht gewelfde rug, vreemde knobbels op zijn kop en een bobbelige rand langs de inplanting van staart en vinnen. Ja, die vinnen! Ze kunnen bijna vier meter lang worden, langer dan bij enige andere walvissoort. De bultrug blijft dicht onder de kust en is, naar walvismaatstaven gemeten, geen diepduiker. Wel is hij volgens deskundigen de soort die het dichtst op de rand van uitsterven staat, dit ten gevolge van de uitgebreide jacht die men op hem heeft gemaakt, gestimuleerd door de grote hoeveelheden traan die hij levert en zijn gemakkelijke vang- en verwerkbaarheid.

Andere walvissen zijn waarschijnlijk wat karakteristieker en u beter bekend. We hoeven slechts te denken aan de blauwe vinvis, het grootst bekende, thans levende dier op aarde, met een gemiddelde lengte van vijfentwintig à dertig meter en een gewicht van wel 120 ton. En dan zijn er natuurlijk de zo geheten „echte” walvissen, de eerste walvissoort waarop is gejaagd, en vanwege de baleinen ook de belangrijkste soort voor de industrie. Maar de bekendste en felst gejaagde soort is toch wel de potvis, de walvis uit het bekende boek en de gelijknamige film Moby Dick.

De potvis is gemakkelijk herkenbaar aan zijn reusachtig grote vierkante kop, die bijna een derde van zijn lichaam beslaat, en zijn ene neusgat. De massieve kop bevat immense hoeveelheden van een hooggewaardeerde vetachtige stof — walschot of spermaceti genoemd — waarvoor men momenteel grif 80 tot 90 cent per pond betaalt. De ingewanden van de dieren bevatten vaak amber. Deze bijzondere wasachtige substantie is een belangrijke grondstof voor de fabrikage van dure parfum. Ze heeft iets weg van zachte pek, maar voelt bij koude pikkerig noch vettig aan. De geur is soms wat onfris, terwijl de kleur varieert van zwart tot bruin en zelfs wit. De prijs ervan ligt momenteel tussen de ƒ 75 en ƒ 120 per ons.

Het leven van de potvis

Een van de gebieden waar de potvissen hun jongen werpen bevindt zich op ongeveer 320 kilometer uit de kust van West-Mexico, op de Kreeftskeerkring. Het walviskalf dat hier wordt geworpen, kan erop bogen met de zeekoe en het nijlpaard tot de drie enige zoogdieren te behoren die onder water ter wereld komen. Zijn staart is het eerste dat van hem verschijnt, gevolgd door de rest van zijn vier meter lange en bijna één ton zware lichaam!

Denk alstublieft niet dat de baby glimlacht wanneer hij zijn roze tandeloze muil opendoet. Niet in staat zijn voorhoofd te fronsen zoals mensen, lijkt hij star en uitdrukkingsloos voor zich uit te staren, maar let op het rollen van zijn ogen en het klappen van zijn kaken. En al kon het kalf glimlachen, de lust daartoe zou hem snel vergaan. Na zestien maanden in een warme kamer van 36 °C binnenin zijn moeder te hebben vertoeft, valt het koude water buiten hem beslist tegen. Zie, hij hapt ook naar adem en moeder dirigeert hem met haar brede neus snel naar het wateroppervlak. Blijkbaar weet de baby niet instinctief hoe hij moet zwemmen. Dat moet mamma hem leren. Maar hij is dik genoeg en blijft prima drijven. Groot geboren te worden heeft als belangrijkste voordeel dat je langer warm blijft. Hoe groter het lichaamsvolume, des te langzamer het lichaam zijn warmte afgeeft aan de kille zee. De volgende twee jaar zal hij worden gezoogd door zijn moeder (die twee tepels bezit, verborgen in een diepe huidplooi, elk aan een zijde van haar buik) en leven op een dieet van dikke melk, voor meer dan 33 percent bestaande uit puur vet. Ter vergelijking: gewone koemelk bevat normaliter slechts 4 percent vet.

De twee en een halve centimeter dikke laag van vet en bindweefsel (de ’blubber’ waar de walvisvaarders het over hebben) die de baby-potvis overdekt, zal zich in de loop der jaren verdikken tot een stevige meer dan dertig centimeter zware isolerende bekleding. Hij zal zijn moeder als een schaduw volgen en dank zij haar goede zorgen elke dag een kilo of drie in gewicht toenemen. Later zal hij weken buiten voedsel kunnen en volledig kunnen teren op zijn vetreserves. De overgang naar vast voedsel — pijlinktvissen, dé potvislekkernij — levert echter altijd wel enige spijsverteringsmoeilijkheden op. Naar veler mening veroorzaken de opgeslokte inktvissen in het darmkanaal verstoppingen die steeds groter worden, zich verenigen met afgescheiden galprodukten en andere organische stoffen uit het darmkanaal en aldus tot de vorming leiden van de zo hooggewaardeerde amber.

Een van de ongewone kenmerken van walvissen is hun grote zorg voor elkaar. Verkeert een walvis in moeilijkheden, dan zendt hij een wilde kreet uit, waarop zijn metgezellen onmiddellijk op hem toeschieten. Is de walvis ziek of gewond, dan ondersteunen ze hem met hun schouders en helpen hem naar de oppervlakte. Commercieel ingestelde walvisvaarders maken op wrede wijze van dit liefdevolle gedragskenmerk gebruik. Ze verwonden een walviskalf, wetend dat dan de moeder komt om het te redden en doden dan zowel moeder als kalf.

Tegen de tijd dat het potvisjong zijn eerste lesperiode achter de rug heeft, is hij een volleerd duiker. Men weet hoe diep ze kunnen duiken doordat eens een potvis verstrikt raakte in de kabel van een onderzeeboot en verdronk, op een diepte van meer dan 900 meter! Voor geleerden is het een puzzel hoe dit zoogdier tot zulke diepten kan duiken en weer snel precies op tijd boven kan zijn om de benodigde hoeveelheid zuurstof in te nemen zonder, zoals de mens, ’caissonziekte’ te krijgen.

Als de potvis tegen de negen jaar loopt, is hij geslachtsrijp. Maar zijn volle lichaamslengte — tussen de veertien en achttien meter — zal hij pas op een leeftijd tussen de dertig en vijfenveertig jaar bereiken. Maximaal kan hij vijfenzeventig jaar worden.

De ’walviskunde’

Hoewel het volgens oceanografen onmogelijk is de levenswijze van enige walvissoort grondig na te pluizen, zijn er toch biologen die met onverdroten volharding feiten bijeen hebben verzameld en zodoende wat meer over ze te weten zijn gekomen. Na een onderzoek van de soort van algen op de huid van een geharpoeneerde walvis, kunnen zij gissenderwijs nagaan of het dier zich de laatste tijd in koudere wateren heeft opgehouden. Wat zij ook wel doen, is de eierstokken opensnijden van een gevangen walvis om het aantal zwangerschapslittekens te tellen en zich aldus enigszins een beeld te vormen van haar voortplantingsgeschiedenis.

Het walvisonderzoek strekt zich ook uit tot de neven van de walvis: de dolfijnen en bruinvissen. Al deze dieren zijn warmbloedige zoogdieren, die hun jongen met melk voeden en door longen ademen. De grotere soorten staan bekend als walvissen, de kleinere met spitse snuiten als dolfijnen, en die met stompe koppen als bruinvissen. Een heel ongewone soort is de narwal; deze is slechts in het bezit van één tand, maar die mag er dan ook zijn — gedraaid en uitstekend voor op de kop, kan hij soms uitgroeien tot twee en een halve meter.

De walvisindustrie en haar geschiedenis

De Noorse kolonisten die zich op Groenland vestigden, waren walvisjagers, maar naar verluidt niet de eerste. Dat predikaat wordt aan de Basken verleend, die in de elfde en twaalfde eeuw langs de Golf van Biskaje beroepswalvisjagers waren. De eerste kolonisten van Newfoundland hadden tegen 1522 een goed uitgeruste vissersvloot. Vanaf die tijd werd de walvis voornamelijk om zijn traan en baleinen en niet meer zozeer om zijn vlees gejaagd. De traan vond voornamelijk aftrek als lampolie, terwijl men de baleinen gebruikte voor de vervaardiging van zwepen, paraplu’s en diverse vrouwelijke kledingstukken. Tegen 1890 bedroeg de prijs wel ƒ 30 per kilo.

Bij hun speurtocht naar een noordwestelijke doorvaart naar Indië raakten de zeelieden verzeild in de koude wateren rond de noordpool, waar de walvissen welig tierden, hetgeen de walvisvaart een grote stimulans gaf. Ten gevolge van een jarenlange intensieve jacht in de gemakkelijk toegankelijke wateren, was het aantal walvissen sterk verminderd, zodat het nieuws over de ongerepte zeefauna in de arctische wateren zeer welkom was.

Naarmate het aantal walvissen verminderde, verlegden de walvisvaarders hun activiteit meer naar open zee. Aanvankelijk werd de blubber in vaten gedaan en naar huis vervoerd om de traan eraan te onttrekken. Tegen 1680 waren van Nederlandse zijde 260 schepen en 14.000 man rechtstreeks of indirect betrokken bij de walvisvaart. Daarna ontwikkelde zich de gewoonte aan boord van een van de schepen de traan uit de blubber te koken. Hierdoor konden de schepen hun actieradius aanzienlijk vergroten.

De Amerikaanse Indianen en de vroege Europese kolonisten hadden zich voor de kusten van Amerika reeds lang met de walvisvangst bezig gehouden, maar het duurde tot 1712 voordat de grote Amerikaanse potvissenjacht begon, die zo’n omvang aannam dat in alle wereldzeeën Amerikaanse walvisschepen te vinden waren.

Een zwaar leven

Het leven is voor een walvis niet gemakkelijk. Zijn rug is vaak zwaar gelittekend met bleke ronde cirkels, veroorzaakt door de krachtige zuignappen van de kronkelende tentakels van pijlinktvissen en octopussen. Alle oudere walvissen zijn herhaaldelijk rond hun muil gebeten en verwond door de bekken van reuzeninktvissen. De zwaardvis is een andere vijand, waarvan soms de vijfenzeventig centimeter lange snavelvormige bek achterblijft in de huid van de walvis.

Maar veruit de grootste vijand die deze speelse monsters van de diepten der zee kennen, is de mens. Toch zullen ze de mens slechts aanvallen als ze zich bedreigd voelen. Dan zagen ze er vroeger ook geen been in, de houten walvisbootjes met één klap van hun machtige staart tot kleine stukjes te versplinteren. Tal van „vangsten” hadden een onsuccesvol verloop doordat het vaak al geharpoeneerde en gemartelde dier zijn staart over de boot sloeg of deze tussen zijn kaken verbrijzelde.

Maar de hebzucht van de mens is niet te stuiten geweest, zodat de walvissen thans bijna uitgeroeid zijn. In 1850 reeds raakte de toenmalige koning van Hawaii doordrongen van dit dreigende gevaar, waarop hij een decreet uitvaardigde om de grootscheepse slachting van de walvissen voor de kust van Maui een halt toe te roepen. Dit was de eerste restrictie van dien aard die walvisvaarders ooit ter wereld werd opgelegd.

Met de opkomst van het harpoenkanon in 1865 en de (dodelijk) efficiënt werkende, drijvende fabrieksschepen, ging de slachting zich op voortdurend doeltreffender wijze voltrekken. Thans gebruiken Japan en Rusland ook sonarapparatuur en helikopters om deze snel in aantal slinkende diersoort nog beter te kunnen opsporen. Volgens ramingen van oceanografen huist er van de gewone walvissen en bultruggen in de zeeën nog een restant van 300 exemplaren. Het aantal blauwe vinvissen is afgenomen tot 6000 en van de grijze walvis zijn nog slechts een 10.000 stuks over. De gewone en noordse vinvis en de potvis zijn de enige walvissoorten waarvan nog een redelijk aantal in leven is.

Een toekomst voor de walvis?

Wat kan er worden gedaan om de complete uitroeiing van de walvis te verhinderen?

Op de conferentie van de Verenigde Naties over het menselijk leefmilieu die van 5 tot en met 16 juni 1972 in Stockholm is gehouden, deden de Verenigde Staten het voorstel om de vangst van walvissen voor tien jaar te staken, welke resolutie werd aangenomen. De internationale commissie voor de walvisvaart, de ’International Whaling Commission’, heeft echter geweigerd het verbod van kracht te laten worden. Sommige actiegroepen pleiten voor directe economische sancties tegen walvisjagende landen.

Verscheidene landen, zoals Groot-Brittannië, Canada en de Verenigde Staten hebben de walvisvaart volledig opgegeven. In één land moest een rederij die eens 750 schepen bezat en 40.000 opvarenden in dienst had, onlangs haar laatste vier schepen opleggen en haar laatste veertig opvarenden ontslaan toen het ministerie van handel haar vergunning voor het jagen van walvissen weigerde te vernieuwen. Verder hebben sommige landen de invoer van walvisprodukten verboden. Zij die ijveren voor het behoud van de walvissen verklaren dat voor elk gebruik dat men van walvisprodukten maakt, alternatieve mogelijkheden bestaan.

Zoals ook met andere vormen van dierlijk leven het geval is, ligt de toekomst van de walvis grotendeels in handen van de mens. En het is beslist bemoedigend te zien dat mensen tot daden komen om deze prachtige schepselen van God te beschermen.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen