China’s luisterrijke bewaarplaats van herinneringen
HET lezen van gedrukte geschiedkundige verhandelingen is voor veel mensen vaak slechts een verplichte en dan nog vervelende bezigheid; ik ben echter geen geschiedenisboek. Ik stal de geschiedenis rondom u uit. Ik ben Taiwans Nationale Paleismuseum.
Drieduizend houten kisten waren er voor nodig om mijn schatten naar hun huidige onderkomen te brengen, in de buitenwijk Sjih Lin, aan de rand van Taipei. Wegens de periodieke wijzigingen die er in mijn tentoongestelde collecties worden aangebracht, kan ik u helaas niet op een zaal-voor-zaal-tocht meenemen. Ondanks de betrekkelijk korte wisselperiode — om de drie maanden — zou het u, zo heeft men wel uitgerekend, met één bezoek gedurende elke tentoonstellingsperiode wel tien jaar kosten om al mijn schatten te zien.
Laten wij ver teruggaan in de historie, naar de tijd dat de geschiedenis van de mens in het Verre Oosten zich verliest in het duister. Ziet u daar die oude, uitgedroogde, geelachtig gekleurde beenderen? Dat zijn orakelbeenderen, die voor waarzeggerij zijn gebruikt. Ze zijn gebarsten, wat men met opzet liet gebeuren, om op die wijze een antwoord over de toekomst te verkrijgen. Men boorde kleine gaatjes in de beenderen, verhitte ze en wachtte daarna af welk barsten-patroon zich zou vormen. Naderhand kreeg elk been een opschrift dat vermeldde betreffende welk probleem een vraag was gesteld. Dit was ten tijde van de Sjang-dynastie.
Mijn verslagen in brons
De Sjang-dynastie duurde 650 jaar en liep ten einde tegen de tijd dat Saul koning van Israël was. Het bericht van haar geschiedenis is geschreven op zeer duurzaam materiaal: brons. De voorwerpen die ik van deze periode bezit, hebben behoord tot de groep voor ritueel gebruik, en zijn niet van huishoudelijke aard. De Chinezen vormen een praktisch volk. Een voorwerp heeft aan drie poten genoeg om op te staan, dus rusten onze vaten uit vroegere periodes op drie, en niet op vier poten. Voor de rest is kosten noch moeite aan ze gespaard en zijn ze met overdadige pracht versierd.
Zoals met alle leden van de menselijke familie het geval is, heeft de Chinees een grote liefde voor muziek. Hier vindt u enkele vertegenwoordigers van onze vroegere instrumenten in de vorm van bronzen klokken. Verbaast u zich over hun grootte? U zou nog verbaasder zijn als u ze kon optillen en zag dat ze geen klepels bevatten. Het zijn echte muziekinstrumenten die elk een grote variatie van tonen kunnen voortbrengen, afhankelijk van de plaats waarop ze aan de buitenkant beslagen worden Een doorlopende tonenreeks wordt verkregen door de klok naar onderen of omgekeerd te bespelen.
Ons verslag in brons vond zijn vervolg tijdens de langste dynastie in de geschiedenis, de Tsjow. In deze periode verschijnen de Chinese draken en dragen de bronzen voorwerpen reeds leesbare inscripties, soms bestaande uit meer dan vierhonderd karakters. Mijn geschiedenis van die tijd is blijven bestaan in de vorm van voorwerpen die, van generatie op generatie overgedragen, vele historische inschriften bezitten, niet geschreven door geschiedkundigen, maar door mensen over zichzelf en in hun eigen tijd!
De Tj’in-dynastie duurde zeer kort, om precies te zijn vijftien jaar, vallend in de derde eeuw v.G.T. Wat ze naliet was echter heel lang — de Chinese Muur, zich uitstrekkend over een afstand van 2400 kilometer. Hier ter plaatse bevindt zich geen stukje van die muur, maar wel proeven van het Chinese talent voor muurbouwen — namelijk in mijn eigen voorgevel en op het terrein waardoor ik word omringd. Ik lig op het hoogste van twee door mensenhanden vervaardigde plateaus, uitgehouwen in een rijkelijk met wouden begroeid gebergte. Tunnels leiden naar diep verborgen opslagruimten in de bergmassieven, waar geschiedkundige voorwerpen van onschatbare waarde veilig wachten op hun volgende tentoonstellingsperiode.
In de tijd dat Jezus Christus op aarde wandelde, was de Han-dynastie al bijna 200 jaar oud en had ze nog een 200 jaar voor de boeg. Ook deze periode wordt vertegenwoordigd door bronzen voorwerpen. Gaarne zou ik uw aandacht willen vestigen op dit bronzen vat. Zo op het eerste gezicht lijkt het alsof er een netwerk van koord omheengeslagen is. Een wat nader onderzoek zal u echter duidelijk maken dat het „koord” deel uitmaakt van het bronswerk zelf!
„Andere muziekinstrumenten!” ontvalt u bij het zien van met brons ingelegde doosjes met een knop in het midden. Neen, het zijn geen cimbalen. Probeert u het nog eens. „Potdeksels?” Neen, weer mis. Die „potdeksels” vertonen bij omdraaiing een glimmend gladde achterkant, die lang geleden als spiegel werd gebruikt.
Schatten van aardewerk en porselein
Een tijd van beroering volgde op de Han-periode toen drie koninkrijken en zes dynastieën elkaar in de loop van de volgende 200 jaar razendsnel opvolgden. Vlug wil ik u door deze periode en die van de daaropvolgende Noordelijke, Zuidelijke en Swéi-dynastie heenvoeren, om te belanden bij de T’ang-dynastie (zevende tot tiende eeuw). U moet namelijk ons T’ang-paard zien. Het is van aardewerk, en is na de vervaardiging overdekt geweest met een briljante kleurenpracht, waarvan het rood van de manen nu nog slechts een zwakke afspiegeling vormt. De schoonheid van zijn vormen en het volmaakte evenwicht tussen artisticiteit en natuurlijkheid compenseren echter volledig het gebrek aan kleur. Trots, met één hoef opgeheven, heeft het de eeuwen getrotseerd. Het is een groot stuk: van hoef tot manen vijfenzeventig, en van neus tot staart meer dan zestig centimeter.
Zes dynastieën volgden elkaar in de volgende 218 jaar op. Bij die wil ik echter niet stilstaan, maar ik wil u meteen meenemen naar de pracht en praal van de Soeng-dynastie. Terwijl Europa in de greep van de Donkere Middeleeuwen lag, beleefde de Soeng-kunst een vier eeuwen durende periode van serene bloei te midden van de Chinese cultuur. Literatuur, kunst, architectuur en meubelbouw bereikten een hoogtepunt in uitdrukkingsvermogen, die sedertdien misschien niet meer geëvenaard is. Ik heb u heel wat te tonen uit die vruchtbare periode. Laat mij deze met u doornemen aan de hand van het porselein. Ons Soeng-porselein is stemmig monochroom, d.w.z. eenkleurig — een eenkleurigheid die het volle accent legt op de zuiverheid van het gebruikte glazuur. Ik heb een westerse vriend die me vaak komt bezoeken en mijn Joe-keramiek (spreek uit: Roe) als mijn belangrijkste bezit beschouwt. U vraagt u af waarom?
Dat zal ik u vertellen. Ten eerste kan die bijzondere kleur niet zo maar desgewenst worden verkregen. Ze is een geschenk van de pottenbakkersoven, de Joe-oven, en te danken aan een transmutatie, een kleurverandering tijdens het bakproces. Ten tweede werkte men in de Soeng-periode bij het maken van porselein met een speciaal doel voor ogen nl. tot een imitatie te komen van de bijzonder zachte, doorschijnende gloed en kleur van jade, alsmede aan de keramiek dezelfde koelheid en zachtheid te geven die men bij het aanraken van jade voelt. Jade, in al zijn kleuren, stond bij een Chinees zeer hoog in aanzien. Wat men echter wenste te copiëren, waren de witte jade en de jade met de lichte groenachtige tint. Bij de Joe-keramiek wist men dit te bereiken. En zo u uw hand even in de kom zou mogen steken, zou u de derde reden „voelen”: Het keramiek voelt even glad aan als jade. In de gehele wereld zijn er slechts een dertigtal porseleinen voorwerpen uit de Joe-periode waarvan het bestaan bekend is, en drieëntwintig daarvan bevinden zich hier.
Uit Mongolië stormden in de dertiende eeuw de horden van Djengis Chan. Met zwaard en Tartarenpony trachtten zij de rust van de Soeng-tijd te verstoren. De erfenis van de Soeng-kunst liet zich echter niet door de barbaarse invallers uitwissen! Wel de dynastieke lijnen, maar hoe weinig was dit van invloed op het uitgestrekte Chinese rijk, dat zijn veroveraars als het ware absorbeerde en opnam, zo snel zelfs, dat Djengis’ kleinzoon, Choebilai Chan, alweer regeerde in ivoren pracht en Chinese zijden als hoofd van wat bekend kwam te staan als de Juan-dynastie.
De Juan-dynastie maakte plaats voor de Ming-dynastie, waarmee wij zijn aangeland in de tijd dat Columbus naar Amerika zeilde. Wij zullen nu eens naar de afdeling voor het Ming-porselein gaan, hoorde ik u „O” roepen? Dat was dan een uiting van verbazing en verrukking, niet? De schitterende kleuren van het Ming-keramiek zijn adembenemend mooi! U zult hier een schaal aantreffen op een hoge voet, voorzien van groene draken op een helder gele ondergrond. De techniek bestond in een ingraveren van het dessin op de ongeglazuurde schelf, waarna de kleuren werden ingevuld. Ten slotte wisten de Ming-artiesten de kleurtechniek zodanig te vervolmaken dat tijdens het hakprocédé het kleursel niet begon te „bloeden” of te lopen.
De Tj’ing-dynastie volgde op de Ming-dynastie en was tevens de laatste van de Chinese reeksen dynastieën, waaraan in 1911 voorgoed een eind kwam. De adellijke huizen verdwenen. Maar de Tj’ing-dynastie liet China heel wat na, niet alleen het vruchtbare werk van haar eigen kunstenaars, maar ook de paleisvoorwerpen afkomstig van voorgaande dynastieën van mijn collectie.
Ivoor, lakwerk en jade
Zo, we laten nu het porselein voor wat het is — de vervaardiging ervan blijft op een hoog peil staan — en gaan een praatje maken over het ivoorsnijwerk uit deze periode. Ivoren ballen! Ze behoren tot het snijwerk dat bezoekers steevast in verrukking brengt. Met welk een precisie zijn ze uitgesneden: zo dat ze gemaakt lijken van fijn kantwerk! Dit is echter niet het enige wat bezoekers in verrukking brengt. Er zijn ballen die bestaan uit een hele serie elkaar omsluitende ballen, allemaal gesneden uit één stuk ivoor. Er is zelfs één exemplaar waarbij dertien lagen elkaar omsluiten, elk aanhankelijk beweegbaar van de andere.
Een ander fraai stuk uit mijn collectie in misschien wel de elegantste picknickmand ter wereld, bestaande uit een in elkaar passende serie ovale manden, gesneden uit ragfijn ivoor. Ze vormen luchtige netwerken, die het voedsel koel, maar toch vrij van insekten houden. Er zijn altijd bezoekers die zich ervan moeten overtuigen dat ze niet van gesteven kantwerk zijn!
Miniatuurwerk is een ander terrein waarop de Chinees zich met veel kunstzinnig talent heeft bewogen, en nog beweegt. De ivoorcollectie omvat onder meer een kleine rondvaartboot van slechts vijf centimeter, waarvan elk detail helder en scherp is weergegeven. In de boot kan men de passagiers zien zitten, terwijl de kajuitraampjes open en dicht geschoven kunnen worden,
Ondertussen zijn we bij het heden aangeland en heb ik u nog niets verteld over mijn gesneden lakwerk. Wel zesendertig laklagen, elk afzonderlijk zorgvuldig gedroogd en geschuurd, werden op een oppervlak aangebracht. Daarna nam de snijder het werk over. Zijn taak bestond in het aanbrengen van snijwerk in de laklagen, maar dan ook uitsluitend daarin en niet in het hout eronder. In sommige gevallen dekte men een voorwerp met laklagen van verschillende kleur, waardoor meerkleurig snijwerk mogelijk werd; dit vereiste van de snijder echter wel een grote nauwkeurigheid; hij moest precies tot op de gewenste laag snijden en niet er doorheen. Sommige van mijn lakwerkvoorwerpen zijn diep ingesneden en hebben motieven in drie kleuren.
Een van mijn rijkste collecties is die van jadevoorwerpen. Ik heb deze voor het laatst bewaard want jade is tijdloos en behoort tot geen enkele speciale dynastie. Het Chinese respect voor jade is als een scheringdraad die van begin tot eind door ons lange tapijt van cultuurhistorie loopt. Ik bezit zowel de oudste als de grootste kunstvoorwerpen van jade ter wereld. Tot mijn latere jadeprodukten behoort een witte Chinese kool, getopt met groene bladeren en twee groene sprinkhanen. Maar let wel, aan de vervaardiging ervan is geen verf en kleurstof te pas gekomen, slechts het geoefende oog van de snijder, die de mogelijkheden van de kleurenloop in het ruwe materiaal volledig heeft uitgebuit.
Mijn rolschilderingen
En hoe staat het met de schilderkunst? Op de Chinese rollen komt mijn geschiedenis op expressieve wijze tot leven. Mocht u mij ooit komen bezoeken, dan hoop ik dat ten minste een van de twee beroemde rollen uit mijn collectie tentoongesteld hangt. „De Chinese stad” biedt een opmerkelijk overzicht van het leven in het dynastieke verleden. Het is een horizontale of handrol met een totale lengte van elf en een halve meter! Het tafereel begint bij de monding van een rivier; daarna wordt de kijker meegenomen langs plattelandstafereeltjes en door afgelegen streken en ten slotte wordt hij een stad binnengevoerd. Duizenden kleine, tere figuurtjes bevolken het papier. Ze verschaffen een beeld van het leven, de kleding, de handel enz. uit het verleden — een panoramablik die spreekt zonder woorden.
De andere grote handrol staat bekend als „De honderd paarden”, en is een bijna tachtig centimeter lang landschap, bevolkt door allerhande soorten paarden in elke denkbare en mogelijke gebruiks- en levenssituatie waarin een paard maar kan verkeren; een paar zijn er zelfs dood. Voordat we verder gaan, zou ik u eerst wat willen vragen. Is het u opgevallen dat de Chinese wijze van schilderen een „stijl” is die u kunt herkennen? Kunt u aangeven waarom het voor u Chinees „aandoet”? Twee belangrijke factoren zijn hierbij betrokken. In de eerste plaats het perspectief, dat u het idee geeft het tafereel vanuit de lucht te bezien en er in een bepaalde hoek overheen te vliegen. Het tweede kenmerk is het ontbreken van schaduw. Afstand wordt gesuggereerd door verschil in tint: nabije voorwerpen donker, verder afgelegen voorwerpen lichter.
Maar, zo zult u misschien opmerken, hier op „De honderd paarden” zie ik wel schaduw. Bovendien hebben de paarden „lichtjes” in hun ogen, iets wat de Chinese schilders normaal niet aangeven. Toch is er geen twijfel mogelijk, u voelt aan dat dit Chinees is. Welnu, u hebt gelijk. De kunstenaar heeft van alle Chinese technieken gebruik gemaakt, maar de twee bovengenoemde westerse technieken daaraan toegevoegd. In China bekend onder de naam Lang Sjih-ning, schilder aan het hof van de Tj’ing-dynastie in het begin van de achttiende eeuw, was hij van oorsprong een jezuïetenpriester die onder de naam Guiseppe Castiglione naar China kwam. Hij is de enige buitenlander geweest die door de Chinezen als Chinees schilder is erkend.
Voorwerpen gebruikt bij boeddhistische riten
Behalve de Mongoolse invasie, kreeg China nog een buitenlandse infiltratie te doorstaan, die niet werd geabsorbeerd maar zich verloor in een massale omarming van het Chinese volk. Ik spreek hier over het boeddhisme, dat met behoud van zijn Indiase riten en uitdrukkingen een machtige invloed ging uitoefenen op de Chinese leef- en denkwereld. Waarom ik hier als museum melding van maak? Wel het is een onderdeel van mijn bewaarplaats van herinneringen. Uit Tibet kwam het esoterisch (d.w.z.: in het bezit van geheimen alleen bestemd voor ingewijden) boeddhisme, dat ingang vond en beoefend werd aan het keizerlijke paleis te Peiping en het Zomerpaleis te Jehol. Mijn collectie bevat voorwerpen die bij de riten aldaar zijn gebruikt en die moeten hebben geleken op een hofmakerij met de dood. Ik kan u een rozenkrans met ijzeren doodskopjes laten zien, alsmede een bewerkt ivoren priester-„schort”, overladen met doodskoppen. Kommen vervaardigd van mensenschedels, zoals u bij mij kunt zien, werden gebruikt als vaten voor de godenoffers. Doorgaans werden hiervoor alleen schedels van edellieden en hogepriesters gebruikt. Nog een ander voorbeeld van „schedelgebruik” is de schedeltrom, die in het tempelorkest een plaats had. De bovenkant van twee kinderkopjes werden met de kruinen aan elkaar gevoegd, waarna de openingen aan de buitenkant met lams- of apehuid werden overtrokken. Een ander muziekinstrument van menselijke herkomst is een benen trompet met metalen mondstuk, die net als de trommels geen ruw artistiek uiterlijk bezit, maar sierlijk beschilderd en versierd is.
Veel bezoekers worden getroffen door de religieuze overeenkomst van mijn voorwerpen met die van de religies van de christenheid, die niet alleen tot uiting komt in het gebruik van rozenkransen, maar ook in de kleding van de priesters. Tal van mijters in mijn collectie hebben hun tegenhanger in westerse religies, en vele bezoekers ontgaat dit niet.
Helaas, we moeten nu afscheid nemen. We zijn met grote stappen door de geschiedenis heengesneld en hebben slechts hier en daar een kijkje genomen; ik kan u nog veel meer vertellen van mijn land en mijn volk — het talrijkste op het oppervlak van de aarde. Zou u meer willen zien en horen? Kom me dan bezoeken; u weet het nu: mijn geheugen gaat heel ver terug. — Ingezonden.