Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g79 8/12 blz. 12-13
  • Jade — een steen van koningen

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Jade — een steen van koningen
  • Ontwaakt! 1979
  • Vergelijkbare artikelen
  • De kostbaarste der edelstenen
    Ontwaakt! 1970
  • Jade
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • Jade
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
  • Jade — en de verhalen die eraan vastzitten
    Ontwaakt! 1987
Meer weergeven
Ontwaakt! 1979
g79 8/12 blz. 12-13

Jade — een steen van koningen

IN VELE talen is de naam voor jade afgeleid van een woord dat ’groen’ betekent. In zuivere staat is jade echter wit. Het zijn heel geringe onzuiverheden die er juist voor zorgen dat jade in alle kleuren van de regenboog wordt aangetroffen: rood, geel, lichtpaars, bruin, zwart en in zeldzame gevallen zelfs blauw. Gewoonlijk denkt men over jade als over „die Chinese steen”, maar niets wijst erop dat er ooit in China jade werd gedolven.

Het jade waaraan men tegenwoordig de grootste waarde toekent, en die wel de aanduiding „keizerlijke jade” draagt, was slechts bekend aan China’s laatste dynastie, de Tj’ing. Pas de laatste jaren voordat het keizerlijke China door revolutie in 1911 aan zijn einde kwam, verwerkte men er keizerlijke jade. Voordien zijn in dat hele uitgestrekte land zo goed als geen voorwerpen van keizerlijke jade gemaakt die groter zijn dan knopen en kleine ornamentjes.

Hebt u wel eens jade aangeraakt? Kent u de koelheid en de harde zachtheid ervan? U zou zich kunnen afvragen: „Hoe kan een stof nu tegelijk hard en zacht zijn?”

Op een moderne schaalverdeling voor relatieve hardheid, die bekendstaat als de hardheidsschaal van Mohs (waarop talk een hardheid van 1 heeft, en diamant een hardheid 10) noteert jade 6,75 en 6,50 voor zijn twee verschijningsvormen. Omdat jade hard is, laat het zich bijzonder goed polijsten. Het resultaat daarvan is een satijnachtig oppervlak dat zacht aandoet tegen de huid. Wanneer het gepolijst is, glijdt jade tussen iemands vingers en voelt het koel aan.

De term jade wordt voor twee mineralen gebruikt — nefriet en jadeïet. Een samenspel van calcium, magnesium en water doet het amfibool nefriet ontstaan. Het is eenvoudig een silicaat van magnesium, en het wordt dichter onder het aardoppervlak aangetroffen dan jadeïet. Nefriet, niet jadeïet, is het jade waarvan de oude Chinese kunstvoorwerpen gemaakt zijn.

Jadeïet is een pyroxeen, een silicaat van aluminium, en werd tot 1784 in China nauwelijks, of niet gebruikt. Men weet dat deze steen in dat jaar uit Birma werd geïmporteerd. Vier jaar eerder had men in Birma op het Tawmaw-plateau, 110 kilometer van Mogaung, jadeïet in zijn oorspronkelijke geologische formatie gevonden Voordien waren slechts zo nu en dan kiezelstenen en grote keien gevonden in het gebied van de benedenloop van de rivier in secundaire afzettingen. Nu was er een vindplaats ontdekt waar men via mijnbouw jade kon winnen. Vanwege de moessons kan er slechts een paar maanden van het jaar in de mijn gewerkt worden. Van elke 10.000 stenen (grote keien feitelijk) die uit Birma’s bodem worden gehakt, is er misschien slechts één van werkelijk goede kwaliteit.

Behalve voor de Chinese keizers is jade ook voor anderen een koningssteen geweest. Zo ligt bijvoorbeeld de voorlaatste tsaar aller Russen, Alexander III, in een sarcofaag van zwartgevlekte donkergroene jade. In deze jade bevinden zich, regelmatig verdeeld in het diepe groen, zwarte spikkeltjes grafiet, de stof waaruit de stift van onze schrijfpotloden bestaat.

Een regeerder uit weer een andere tijd en plaats kon zijn oren niet geloven toen een Spanjaard, Hernán Cortéz, goud boven jade verkoos. Deze regeerder, de beroemde Azteek Montecuzoma, zou zelf jade, turkoois en de groene pluimen van de quetzal (een vogel) boven goud hebben geplaatst. Zijn jade was jadeïet, slechts van Birmees jadeïet te onderscheiden door spoortjes diopsiet, een ingewikkeld silicaat. Volgens zeggen was Xochimilco in Mexico, nu beroemd vanwege zijn drijvende tuinen, het belangrijkste centrum voor edelsteenbewerking van de Azteken.

Voor de koningen der Azteken was jade een blijvende herinnering aan de kleur van de opmerkelijke quetzal. Aan de andere kant van de aardbol noemden Chinese keizers jade fei t’sui, het woord voor een andere vogel, de ijsvogel.

Vanwaar betrokken de Chinezen hun nefriet voordat zij in de achttiende eeuw jadeïet uit Birma gingen invoeren? Meer dan 2000 jaar lang werden de legendarische „draken-tranen” in de vorm van vier meter lange platen aangevoerd uit de Takla Makan woestijn, in Khotan-Jarkand in Chinees Toerkestan. Het moet dan ook jade (nefriet) geweest zijn dat Marco Polo in 1272 in Khotan gezien heeft en toen heeft beschreven als „jaspis en chalcedoon”. Ook was er wat nefriet afkomstig van het Bajkal Meer in Siberië, waar het heden ten dage nog steeds gevonden wordt.

Ja, jade, de groene steen (pounamou in de taal van de Maori’s, kyauksein in het Birmees, en chalchihuitl of quetzalchalchihuitl in de dode taal van de Azteken) was China’s steen van koningen. Het oude Chinese schriftteken voor jade bestaat uit drie horizontale en één vertikale streep — drie plakken jade, aan een snoer geregen. Tegenwoordig is het teken voor jade, op een punt na, hetzelfde als dat voor koning. De punt onderscheidt de duurzame edelsteen [Chinese karakters] van de sterfelijke vorst [Chinese karakters].

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen