Surfriding — opnieuw reuzepopulair
DOOR ONTWAAKT!-CORRESPONDENT OP HAWAII
KRACHTIGE op de kust toestormende en brekende brandingsgolven hebben sinds mensenheugenis velen in bekoring gebracht. In enkele jaren tijds is het „berijden” van deze gekamde watermassa’s op een surfboard of surfplank uitgegroeid tot een opwindende internationale sport. De stranden der aarde verheugen zich thans in de belangstelling van honderdduizenden surfers, terwijl surfplankfabrikanten jaarlijks miljoenen verdienen.
Tekenend voor de plotselinge reuzepopulariteit van surfriding of surfrijden zijn de golfslagmachines die men heeft gebouwd ten behoeve van surfers in wier omgeving zich geen strand bevindt. In het Surf. A. Torim, de grootste plexiglaskoepel ter wereld nabij Tokio in Japan, worden surfers op kunstmatig opgewekte golven van bijna een meter hoog van het ene einde van een 60 meter lang zwembad naar het andere einde meegevoerd, waar ze op een namaakstrand worden afgezet. Een veel grotere golfslagmachine bevindt zich in de Arizona-woestijn in de V.S. Deze produceert golven van 190 kubieke meter, die voortsnellen met een vaart van meer dan 16 kilometer per uur en de surfers over een 90 bij 120 meter grote „oceaan” naar een mooi zandstrand „dragen”.
De opwinding van een ’ride’ op de golven
De opwinding die surfers ervaren wanneer ’de surf gaat’, valt moeilijk te omschrijven. Geknield of plat liggend op zijn plank, pagaait de surfer met zijn handen naar de buitenrand van de brandingsstrook en wacht daar op een gunstige golf. Wanneer deze omhoog komt, begint hij als een razende te peddelen om haar bij te houden, en dan — als hij zijn eigen snelheid en die van de golf goed heeft bepaald, zal hij zijn plank opgenomen voelen worden en als een gelanceerde raket steeds sneller en sneller voelen bewegen. Onmiddellijk gaat hij overeind staan en manoeuvreert zijn plank door voortdurend lichaamsgewicht en voeten te verplaatsen.
De ervaren surfer zal zijn plank onmiddellijk na de „lancering” naar rechts of links laten zwemmen, weg van de brekende, witte golftop achter hem, langs de voorzijde van de nog ongebroken groene golf. Voor hem ligt een lange, aflopende rug van water en achter hem hoort hij het geraas van de brekende golfkam. Een geoefende surfer blijft op en neer gaan langs de nog ongebroken voorzijde van een grote golf en kan daarbij snelheden bereiken van wel meer dan 45 kilometer per uur, terwijl hij met sommige golven wel honderden meters kan „meereizen”.
Het kan een aan de voet van een golf voortijlende surfer overkomen dat de golftop boven hem begint te breken of over hem heen krult. Door zich dan echter zo klein mogelijk te maken is hij in staat zijn evenwicht te bewaren en zijn tocht door de „tunnel” of „buis” van de golf voort te zetten om er ten slotte aan een van de zijkanten weer uit te komen, nog steeds „rijdend” op zijn golf. Eén surfer merkte op: „Je komt zo diep in de buis van de golf dat niemand op het strand je meer kan zien . . . Je bent zover in de golf dat hij over je hoofd en rond je lichaam breekt. Maar als je eruit komt, ben je nog zo droog als een kurk.”
De opwinding en het plezier van dit „brandingrijden” vormen ongetwijfeld de hoofdoorzaak van de snelgroeiende populariteit ervan. Maar deze populariteit is niet nieuw.
Oorsprong
Naar sommigen geloven heeft surfrijden ergens op de Stille-Zuidzee-eilanden in de omgeving van Tahiti zijn oorsprong gevonden. Latere migranten uit dit gebied vestigden zich op de Hawaii-eilanden, alwaar de sport een hoge graad van perfectie bereikte en in zeer hoog aanzien stond. Met name de leden van de Hawaiiaanse koninklijke familie blonken uit in de sport; de kunst van het surfrijden behoorde zelfs tot de vaardigheden waarin een aankomende jonge leider bekwaamheid moest opdoen.
Toen in 1778 Britse schepen onder bevel van kapitein James Cook deze eilanden voor het eerst verkenden, zagen de opvarenden inlanders met surfboards in de golven bezig. Hun behendigheid verbaasde de nieuw-aangekomenen. Eén ooggetuige schreef: „De durf en behendigheid waarmee zij deze moeilijke en gevaarlijke manoeuvres volvoerden, brachten mij in opperste verbazing terwijl ik mijn ogen nauwelijks geloofde.”
In vroeger dagen gebruikten de Hawaiianen kleine, lichte „boards”, die gemakkelijk wendbaar waren en waarmee via een schuine hoek tegen een golfhelling kon worden „opgereden”, zoals eveneens met de moderne surfplanken mogelijk is. Maar er waren indertijd ook grotere, minder wendbare planken in gebruik, vooral bij de koninklijke familie. In het Bishop-museum in Honolulu is nog de plank te bezichtigen die omstreeks de jaren dertig van de vorige eeuw het eigendom was van het Hawaiiaanse hoofd Paki. De plank is bijna vijf meter lang en weegt bij benadering 73 kilo.
Surfriding maakte deel uit van het leven op het oude Hawaii. Waarnemers uit die tijd noemen het een „nationaal tijdverdrijf” en „de meest geliefkoosde vorm van amusement”. Aan dit alles kwam na de komst van calvinistische zendelingen in het begin van de negentiende eeuw echter spoedig een eind. Dezen ontmoedigden de traditionele levenswijze en gewoonten van de inboorlingen, met inbegrip van surfrijden. Surfen verviel tot een nagenoeg uitgestorven kunst.
Moderne opleving
Duke Kahanamoku, de winnaar van de 100 meter vrije slag op de Olympische Spelen van 1912, heeft veel van doen gehad met de herleving van surfriding. Hij gaf een demonstratie van de geweldige mogelijkheden van het surfboard door in 1925 een dramatische redding op zee te verrichten van acht personen wier jacht ter hoogte van Newport Beach (Californië) door zware zee was omgeslagen. Hij maakte vanaf de kust op zijn surfboard drie tochten door het ziedende water naar de dobberende overlevenden. Zijn bijna vijf meter lange plank is nog te zien in het Hawaiiaanse Wassenbeeldenmuseum in Honolulu.
Dezelfde Kahanamoku had in 1915 Australië bezocht en aan het Freshwater Beach van Sydney een geweldige demonstratie van surfrijden gegeven, wat tevens de start betekende voor het beoefenen van de sport aldaar. Enkele jaren eerder, nog voor de Eerste Wereldoorlog, was surfrijden geïntroduceerd op de kusten van het Amerikaanse Californië. De Pacific-Elektrische Spoorwegmaatschappij sloot, in een poging haar kaartverkoop te stimuleren, een contract met een zekere George Freeth, een Hawaiiaan met Iers bloed in de aderen, om surfriding-demonstraties aan Redondo Beach te geven. Dit trok duizenden bezoekers naar de stranden van Californië, wat de kaartverkoop de hoogte in deed schieten en terzelfder tijd in dat gebied het begin betekende van surfriding.
Lange tijd was de beoefening van surfriding geconcentreerd rond de stranden van Hawaii, Californië en Australië, tot deze sport zich voor kort plotseling als een olievlek over de wereld uitbreidde en nu op elk strand waar maar enigszins te surfen is, gezien kan worden. Hawaii blijft echter het Mekka van surfers.
Factoren die tot de huidige populariteit hebben bijgedragen
Pas na de Tweede Wereldoorlog, en dan nog vooral de afgelopen vijftien jaar kunnen wij spreken van een werkelijk toenemende populariteit van surfen. Een voorname oorzaak hiervan moet worden gezocht in een verbeterd surfboard.
Tot de jaren vijftig waren surfboards logge, zware dingen die soms een gewicht hadden van meer dan veertig kilo. Behalve dat men over een behoorlijke lichaamskracht moest beschikken om ze te dragen, waren ze in het water weinig wendbaar. Het enige wat men ermee kon doen, was erop gaan staan en zich in rechte lijn met de golf naar het strand laten „rijden”. Het duurde tot het begin van de jaren vijftig, toen er een aanvang werd gemaakt met de ontwikkeling van lichtere surfplanken, dat de moeilijke en verbazingwekkende surfverrichtingen van de oude Hawaiianen geëvenaard konden worden. Sindsdien zijn de surfboards voortdurend lichter van uitvoering geworden; planken van fiberglas wegen thans slechts 3500 tot 6800 gram.
Nog een factor die ongetwijfeld tot de populariteit van surfriding heeft bijgedragen, is de toenemende welvaart en grotere hoeveelheid vrije tijd waarin veel mensen zich thans verheugen. Dit, gekoppeld aan de publiciteit die op de televisie en in films aan surfwedstrijden en -demonstraties wordt gegeven, heeft duizenden ertoe gebracht de sport te gaan beoefenen.
Leren surfen
Surfriding lijkt, vanaf het strand en door de ogen van een niet-surfer bekeken, bijzonder gemakkelijk en weinig problemen te geven. Dit is echter misleidend. Surfriding vereist niet alleen spierkracht, maar ook een gevoel voor juiste timing, evenwicht en ritme. Meesters op de surfplank blijven uren oefenen om hun verbazingwekkende vaardigheid te behouden en te vergroten.
Surfriding is absoluut geen sport voor iedereen, maar alleen voor personen die uitstekend kunnen zwemmen en in een goede lichamelijke conditie verkeren. Ouders wordt aangeraden hun kinderen eerst zonder onderbreking driehonderd meter te laten zwemmen alvorens hun toestemming te geven met een surfboard de zee in te gaan. Het verdient tevens aanbeveling dat iemand eerst leert body-surfen zodat hij weet hoe hij zich in de golven moet redden.
Een body-surfer maakt geen gebruik van extra hulpmiddelen, behoudens misschien een paar zwemvliezen, die hem in staat stellen een grotere snelheid te behalen om een golf te „pakken”. Timing is bij deze sport de sleutel. Het komt erop neer dat men net voordat een golf er is, begint te zwemmen, zodat op het moment dat de surfer door de golf wordt opgenomen, beide, golf en surfer, ruwweg dezelfde snelheid hebben. De golf zal de surfer dan verder naar het strand dragen.
Nog een goede manier om bekend te raken met de golven, is ze te „berijden” met een surf-mat — een opgeblazen vierkant of rechthoekig rubberkussen van omstreeks een meter lang — of een kleine buikplank. Dit is een goede voorbereiding voor het grotere werk met een surfplank van normaal formaat.
Als de leerling zover is, gaat hij als eerste proberen languit op een surfplank te liggen en hierop al peddelend met de handen vooruit te komen. Dit is in het begin gewoonlijk niet makkelijk; hij kan zich er vast op voorbereiden veelvuldig zijn evenwicht te zullen verliezen en van de plank te zullen vallen. Het is aan te bevelen het peddelen te beginnen in stil water, uit de buurt van de golven, tot u het goed onder de knie hebt.
Probeer dan vervolgens in de branding te peddelen. Wacht tot een golf breekt en laat uw plank door het witte schuimende water mee naar het strand voeren. Probeer niet te gaan staan voordat u het gevoel hebt „golfafwaarts” te gaan. En dan gaan staan! Vele malen zal de plank onder u vandaan schieten, maar door veel te oefenen verkrijgt u vanzelf het juiste evenwichtsgevoel.
Vermoedelijk bent u nu gereed om voorbij de onstuimige branding te peddelen. Dit kan een hele opgaaf zijn. Houd het gewicht van uw lichaam zo dat de neus van de plank net even boven het water uitsteekt. Bent u eenmaal voorbij de brekers, kies dan een golf uit en probeer erop te „rijden”.
De noodzaak van voorzichtigheid
Zoals met vrijwel iedere sport het geval is, zijn er ook aan surfriding gevaren verbonden. Het grootste gevaar levert de plank op en dan meestal de plank van iemand anders. Een met een golf meedrijvende plank kan ernstige en zelfs dodelijke verwondingen toebrengen. Tracht daarom nooit een losdrijvende plank die op u afkomt, te grijpen. Duik eronderdoor en ga hem daarna achterna.
Nog iets om in gedachten te houden: Surf nooit alleen, mogelijk hebt u op een bepaald moment de hulp van iemand anders nodig. Wees voorzichtig en blijf uit de buurt van andere surfers. Ken uw lichamelijke beperkingen en capaciteiten; neem geen golven die zo hoog zijn dat uw leven gevaar loopt. Stel uzelf ook op de hoogte van de gevaren in het gebied waar u vertoeft.
Op sommige plaatsen zijn er bijvoorbeeld snelle oppervlaktestromen die worden veroorzaakt door de beweging van grote watermassa’s naar ondiepe gedeelten. Blijf uit hun buurt door te kijken waar ze zich bevinden voordat u het water ingaat. Ze zijn herkenbaar aan een driehoekige vorm van lichter gekleurd water of schuim dat met de punt naar zee wijst. Mocht u er onverhoopt toch in verzeild raken, probeer er dan nooit met geweld tegen in te zwemmen, maar tracht de rand ervan te bereiken en laat u meevoeren tot de stroom aan kracht verliest. Raak bovenal nooit in paniek; als u een goede zwemmer bent, wordt u nooit zover meegevoerd dat u niet meer terug kunt zwemmen.
Nog een waarschuwing: Behoud een evenwichtige kijk op surfriding. Het kan een werkelijk aangenaam tijdverdrijf zijn, maar door ons streven er volkomen op te richten, met voorbijzien van alles, kunnen wij onze geest nadelig beïnvloeden. Veel surfriders zijn najagers van genoegens geworden, mensen die zich onder andere overgeven aan het gebruik van drugs, zoals in Surfer Magazine van november 1969 werd opgemerkt:
„Het is ongelukkig het te moeten zeggen, maar het is een feit dat doping, beginnend met dat onschuldige trekje aan een marihuanasigaret, een vreselijke tol heeft geëist onder eens vele grote namen in de surfwereld.
Een finalist in de beroemde Duke Contest van twee jaar geleden was dit jaar niet in staat mee te doen. Zelfs een redelijk gesprek met hem was onmogelijk; de doping had zijn verstand ’uitgeblust’. . . . Een fantastische surfer, die een paar jaar geleden nog als een komeet aan het surffirmament omhoog schoot, leefde een gedeelte van de afgelopen winter als een dier in een boom aan de Noordkust. Ook het brein van een andere voormalige grote-golfrijder lijkt nu ten gevolge van dope meer op een gedroogde pruim. Hij leeft momenteel een onproduktief bestaan op de hellingen van de Haleakala. . . .
. . . drugs schijnen thans bij een groot aantal bekende surfers in trek te zijn.”
Er bestaat geen twijfel over dat surfriding een geweldig leuke sport kan zijn die veel genoegen kan verschaffen. De noodzaak blijft echter aanwezig voorzichtig te zijn. Veel surfers hebben hun leven geruïneerd of zelfs verloren doordat ze in gebreke zijn gebleven oordeelkundig te werk te gaan. Laat dit niet met u of degenen die u na staan, gebeuren.