Zou u een leven kunnen redden?
ZOU u in geval van nood iemands leven kunnen redden? Een in de Dominicaanse Republiek woonachtige Amerikaan kwam niet lang geleden plotseling voor dit probleem te staan. Het leven dat op het spel stond, behoorde toe aan de persoon die hij op aarde het meeste liefhad — zijn vrouw.
Zijn vrouw had al enige dagen griep en moest het bed houden. Hij had haar ziekte niet als iets ernstigs beschouwd; zij was nog geen dertig en bezat een betrekkelijk goede gezondheid. Wat was hij derhalve geschokt haar op een dag bij thuiskomst voor het middagmaal bewusteloos aan te treffen. Na een vlug nader onderzoek bleek dat zij niet meer ademde. ’Ze is dood’, flitste het onmiddellijk door zijn geest. Wat te doen?
Hij herinnerde zich enige artikelen over kunstmatige ademhaling te hebben gelezen. Neen, niet over de methode van Holger-Nielsen, waarbij er druk op de schouderbladen wordt uitgeoefend en de armen worden opgetrokken, maar het ging over die nieuwe methode: mond-op-mond-beademing. Onmiddellijk drukte hij zijn mond op de mond van zijn vrouw en begon zo goed en zo kwaad als het ging datgene toe te passen wat hij zich nog van het gelezene kon herinneren. Maar hij deed het niet helemaal correct, want de lucht die hij inblies, kwam er via haar neus weer uit. Toen herinnerde hij zich dat de neus van het slachtoffer dichtgehouden moest worden omdat anders de lucht de longen niet bereikte. Hij probeerde het nog eens, en nu lukte het.
Ondertussen was er een buurman langsgelopen, die, na met één oogopslag de situatie te hebben opgenomen, onmiddellijk de straat afrende naar het huis van een dokter. De dokter was op dat moment op bezoek bij een patiënt en haastte zich niet om weg te komen. Toen men hem er echter van had overtuigd dat het hier om een noodgeval ging, was hij snel ter plaatse. Later merkte de arts op dat de vrouw haar leven te danken had gehad aan de snelle reactie van haar man.
Plotselinge ziekten en ongevallen niet ongewoon
Mogelijkerwijs komt u vroeg af laat voor een zelfde situatie te staan. Alleen al in de Verenigde Staten sterven naar schatting zo’n 350.000 personen per jaar een plotselinge dood. Het merendeel van deze plotselinge sterfgevallen kan worden toegeschreven aan hartaanvallen; vele andere zijn echter het gevolg van gasvergiftiging, elektrokutie, verdrinking, verstikking en andere ongevallen. Volgens sommige deskundigen hadden duizenden van deze personen gered kunnen worden als zij onmiddellijk hulp hadden ontvangen.
Een illustratie van wat er kan worden gedaan, vormt datgene wat er met een vijfenvijftigjarige directeur van een luchtvaartmaatschappij gebeurde, die verleden voorjaar op een golfterrein in Seattle (Washington) een hartaanval kreeg en plotseling in elkaar zakte. Er waren verschillende jonge mensen in zijn buurt die onmiddellijk kwamen toegesneld om hem te helpen. Ademhaling en pols waren niet meer waarneembaar, en zijn gezicht was reeds donkerblauw aangelopen wegens gebrek aan zuurstof. Vanaf het moment dat de ademhaling stokt, kan iemand gewoonlijk slechts vier tot zes minuten in deze toestand blijven zonder dat er door zuurstofgebrek blijvende hersenbeschadiging optreedt.
Een van de jongeren begon daarom onmiddellijk mond-op-mond-beademing toe te passen terwijl een ander beide handen op elkaar op de bovenzijde van de borstkas van de man plaatste en op ritmische wijze eenmaal per seconde een sterke druk uitoefende. Bij elke drukking werd het hart van de man als het ware samengeperst en werd daarmee zuurstofhoudend bloed naar de slechts enkele tientallen centimeters van het hart verwijderde hersenen gestuwd. Menigmaal stimuleert een dergelijke „hartmassage” bovendien de werking van het hart, zodat het weer uit zichzelf gaat kloppen.
Na korte tijd verloor de man zijn blauwe kleur. Hij ontving weer levenonderhoudende zuurstof! Later kwamen er brandweerlieden met een zuurstofapparaat. Dank zij de vlugge reactie van de jongens was de man nog in leven. Drie weken later, midden-april, kon hij het ziekenhuis verlaten zonder blijvend hart- of hersenletsel te hebben opgelopen!
Duizenden jongeren in Seattle en andere steden hebben deze methoden geleerd om levens te redden. Voor de meeste mensen zijn ze echter nieuw; vóór 1960 waren zelfs de meeste van de doktoren er onbekend mee. Kunstmatige ademhaling volgens de mond-op-mond-methode heeft nog maar een korte geschiedenis achter de rug en gaat terug tot het eind van de jaren vijftig. De ontwikkeling ervan in die tijd was ten dele het gevolg van een ongeval tijdens een tuinpicknick in Croton-on-Hudson, een plaatsje in de Amerikaanse staat New York.
De herontdekking van een methode om levens te redden
Het gebeurde op een zondagmiddag in juni 1957. Plotseling kwam men tot de ontdekking dat het twee-en-een-halfjarig zoontje van de gastheer verdwenen was. Enkele ogenblikken later ontdekte men hem; met zijn voeten naar boven dreef hij in het zwembad. Hij werd uit het water getrokken; zijn gezicht en lichaam waren opgezwollen en zijn huid was overtogen met een grijsachtig blauw. Hij werd op het gras gelegd. Pols en hartslag konden niet meer worden waargenomen. Nadat de vader zonder succes de toen aanbevolen Holger-Nielsen-methode had geprobeerd, was hij de wanhoop nabij. In een veelgelezen tijdschriftenartikel schreef hij:
„Wat er daarna gebeurde, blijft een raadsel voor mij, want voor zover ik mij kon herinneren, had ik nog nooit gehoord of gelezen van iemand die hetzelfde had gedaan als wat ik toen deed.
Ik zag dat de keel en mond van Geoffrey vol zaten met slijm, vermengd met wat eruit zag als voedselresten, en ik bedacht dat dat er allemaal eerst uit moest, wilde er lucht binnen kunnen komen. Ik boog me over mijn zoon heen, hield met mijn linkerhand zijn mond open en drukte mijn mond op de zijne. Daarop zoog ik totdat het slijm en al het andere omhoog kwam, spoog het uit en zoog opnieuw, tot de mond schoon was.
Toen was er iets — hoe of wat, ik weet het niet — dat mij zei dat ik lucht in zijn longen zou kunnen brengen als ik het door zijn keel zou inblazen. Ik haalde diep adem en blies langzaam in zijn mond . . . Ik bleef blazen . . . Plotseling uitte het kind een gorgelend geluid. Zijn borstkas leek heel licht op en neer te gaan. Ik hield mijn wang dicht bij zijn mond en meende een in- en uitgaande luchtstroom te kunnen constateren.”
Het kind werd met spoed naar een ziekenhuis gebracht en onder een zuurstoftent gelegd. Na enkele dagen mocht hij naar huis, volledig hersteld van wat bijna een tragedie was geworden, zonder er enige blijvende nadelige gevolgen van te hebben ondervonden.
Toen twee doktoren van het voorval hoorden, waren zij buitengewoon geïnteresseerd. Korte tijd later kreeg de vader de uitnodiging in Buffalo (New York) een congres bij te wonen van 200 doktoren, medische studenten en vertegenwoordigers van het reddingswezen. Hij legde hun uit hoe hij zijn zoon had gered en beantwoordde hun vragen. De vraag die hij echter niet kon beantwoorden, was: „Hoe wist u wat u moest doen?”
Toen, in 1957, was mond-op-mond-beademing namelijk een nog vrijwel onbekende techniek. Kennelijk was ze eeuwen terug wel eens toegepast, maar daarna reeds lang als algemene methode in onbruik geraakt en vergeten. Hoegenaamd nergens kon men er iets over vinden.
Zo wordt bijvoorbeeld in de uitgave van 1950 van zowel The Encyclopaedia Britannica als The Encyclopedia Americana onder „Kunstmatige ademhaling” alleen de methode beschreven waarbij het slachtoffer op zijn buik wordt gelegd en iemand zijn longen aan het werk zet door beurtelings druk op de rug uit te oefenen en de armen op te trekken. Ook in de uitgave van 1957 van het Eerste Hulp-boek van het Amerikaanse Nationale Rode Kruis werd deze reeds genoemde methode van Holger-Nielsen als de beste aanbevolen.
Een wijziging van medisch standpunt
Naarmate er echter van allerlei kanten berichten over successen met de mond-op-mond-methode binnenkwamen, begon de houding in de medische wereld te veranderen. Aan het bovengenoemde Eerste Hulp-boek werden enkele bladzijden toegevoegd waar, beginnend op bladzijde 242, onder andere stond: „Deze appendix vervangt de bladzijden 117-125 [waar de methode van Holger-Nielsen werd beschreven].” In de appendix staat:
„De commissie ad hoc voor kunstmatige ademhaling van de nationale onderzoekraad onder auspiciën van de Nationale Academie voor Wetenschappen heeft in haar vergadering op 3 november 1958 een herziening aangebracht in de gegevens over kunstmatige ademhaling . . .
De leden van de groep ad hoc waren unaniem van mening dat de mond-op-mond (of mond-op-neus) beademingstechniek de meest praktische methode is voor het verversen van de lucht in de longen van iemand bij wie ten gevolge van een ongeval de ademhaling is uitgevallen, ongeacht de leeftijd van deze persoon.’
Met de mond-op-mond-methode krijgt het slachtoffer een veel grotere hoeveelheid lucht binnen — in sommige gevallen wel twaalfmaal zoveel — als via andere methoden kan worden toegevoerd, zelfs als deze deskundig worden verricht. Alleen al de ligging van het slachtoffer bij de mond-op-mond-beademing — op de rug met het hoofd zover mogelijk achterover, waardoor de luchtwegen worden gestrekt — vergemakkelijkt de ademhaling.
De aanbevolen methode om de levensgeesten van een niet-ademend persoon weer op te wekken, is derhalve veranderd. In Reader’s Digest van augustus 1959 stond: „1959 zal de geschiedenis ingaan als het jaar van de revolutionaire ommekeer in de methoden die worden toegepast bij kunstmatige ademhaling. . . . bijna elke grotere eerste-hulporganisatie in het land heeft zich gezet aan de herziening van haar officiële instructies om in geval van ademhalingsstilstand mond-op-mond-beademing als eerste aan te bevelen.”
Hartmassage
Een zelfs nog nieuwere techniek waarmee levens gered kunnen worden, bestaat in het leegdrukken van het hart door gecontroleerde druk met de hand op de borst. Naar verluidt werd deze zogenaamde hartmassage in 1960 geïntroduceerd door een medisch team van de Johns Hopkins-universiteit. Wil het bloed dat uit het hart wordt geperst echter de zo belangrijke zuurstof bevatten, dan moeten de longen van zuurstof worden voorzien. Vandaar de grote waarde van de mond-op-mond-beademing in combinatie met deze techniek — zoals blijkt uit het geval van de luchtvaartdirecteur die verleden voorjaar door de twee jongens op het golfveld van de dood werd gered.
Als iemands hart langer dan vijf minuten heeft stilgestaan, is de situatie hopeloos, aangezien de hersenen dan reeds onherstelbaar beschadigd zijn. Maar schijn kan bedriegen; bij ogenschijnlijk hopeloze gevallen heeft de behandeling al herhaalde malen succes gehad, zelfs wel na een uur „masseren”. Dit kan worden toegeschreven aan het feit dat het hart soms nog klopt, maar zo zwak dat de hartslag slechts met een stethoscoop kan worden waargenomen. In geval van een plotselinge werkelijke of schijnbare hartstilstand, zult u door toepassing van het hiernavolgende mogelijk iemand van de dood kunnen redden:
Plaats de palm van uw rechterhand op de onderzijde van het borstbeen van het slachtoffer en uw linkerhand daar bovenop. Druk dan het borstbeen met een snelle, krachtige stoot vier tot vijf centimeter in, en herhaal dit gelijkmatig zestigmaal per minuut. Laat terzelfder tijd iemand anders mond-op-mond-beademing toepassen.
Er zijn echter al stemmen opgegaan om alleen speciaal getrainde personen toe te staan hartmassage uit te voeren. Zelfs bij correcte uitvoering bestaat namelijk reeds het gevaar dat er gebroken ribben ontstaan, terwijl bij ondeskundige behandeling een van de longen of de lever door een gebroken rib doorboord kan worden. Desondanks heeft de methode alreeds zo duidelijk haar waarde bewezen, dat het 20.000 leden tellende Amerikaanse College van Geneesheren de aanbeveling heeft gedaan op nationale schaal een instructieprogramma te lanceren met cursussen voor het algemene publiek in hartmassage en mond-op-mond-beademing.
Een gemakkelijk aan te leren techniek
Kunstmatige ademhaling volgens de mond-op-mond-methode is een eenvoudige eerste-hulpmaatregel die elke volwassene en elk wat ouder kind kan leren. Aangezien u er iemands leven mee kunt redden, bestaat er goede reden voor deze methode te leren, zo u haar niet reeds kent. Tal van mensen hebben haar al, zonder enige voorafgaande ervaring of speciale oefening, met succes toegepast.
Als u iemand bewusteloos aantreft, is het heel goed mogelijk dat hij slechts flauwgevallen is; overtuig u er dus altijd eerst van of hij ademt. Doe dit door uw oor vlak bij zijn mond te houden, met uw gezicht naar zijn borst gewend. Als hij ademt, moet u zijn adem in uw oor kunnen voelen en eventueel ademhalingsbewegingen van de borst kunnen constateren.
Is elk teken van ademhaling afwezig, vergewis u er dan van dat zijn luchtwegen vrij zijn. Soms zakt de tong van een bewusteloze achter in de keel, daarmee een belangrijke luchtweg naar de longen afsluitend. Ook bloed, braaksel, speeksel of half doorgeslikte voorwerpen kunnen de luchtwegen blokkeren.
Maak de luchtwegen vrij
Het vrijmaken van de luchtwegen is derhalve een van de belangrijkste dingen die men moet doen om iemands ademhaling weer op gang te brengen; het kan zelfs zijn dat dit voldoende is. Gewoonlijk is een blokkade van de luchtwegen snel te verhelpen.
Leg de bewusteloze persoon op zijn rug en til eerst zijn nek op. Hierdoor zal zijn hoofd naar achteren knikken en de hals langer worden. Buig het hoofd echter nog verder achterover, zo ver mogelijk. U zult verbaasd zijn hoe ver het hoofd bij volle uitrekking van de nek naar achteren kan. Na deze behandeling moet de kin vrijwel recht omhoog wijzen en de kruin van het hoofd op de vloer rusten. Met het hoofd van het slachtoffer in deze stand worden de onderkaak en de tong naar voren getrokken, waarna de keelholte open is.
In bepaalde gevallen kan het echter noodzakelijk zijn de mond- en keelholte van bloed, braaksel, voedselresten of andere verstoppingen te reinigen. Hebt u hiervoor geen zakdoek of ander, daarop gelijkend voorwerp tot uw beschikking, maak dan gebruik van uw vingers. U zult zich nog herinneren dat de vader die zijn zoontje redde, met zijn eigen mond vreemde voorwerpen uitzoog en deze daarop uitspoog.
Mond-op-mond-beademing
Als deze snelle vrijmaking van de luchtwegen geen herstel van de ademhaling teweegbrengt, ga dan onmiddellijk over tot de toepassing van kunstmatige ademhaling. Vlug te werk gaan is van levensbelang. Houd in gedachten dat de bewusteloze slechts vier tot zes minuten zonder lucht kan. Uw doel is daarom nu de normale ademhaling van de persoon te vervangen door van buitenaf lucht in zijn longen te blazen.
Doe uw mond wijd open en plaats hem rechtstreeks op de mond van het slachtoffer; druk goed aan. Knijp zijn neus dicht en blaas vervolgens in zijn mond totdat u zijn borstkas omhoog ziet gaan en zijn longen voelt uitzetten. Een andere mogelijkheid is in zijn neus te blazen en zijn mond gesloten te houden. Bij kinderen kunt u uw mond over zowel de mond als de neus van het kind sluiten en lucht inblazen.
Terwijl u blaast, dienen de longen van de persoon zich te vullen en dient zijn borstkas uit te zetten. Gebeurt dit niet, dan bevindt er zich waarschijnlijk het een of andere obstakel in de luchtwegen. Draai in zo’n geval de persoon op zijn zij, met zijn hoofd naar beneden, en geef hem enkele korte, krachtige tikken tussen de schouderbladen. Waarschijnlijk zal het voorwerp hierdoor loskomen. Een kind kan men aan de hielen omhoog houden terwijl men het tikken tussen de schouderbladen geeft; de kracht van de slagen dient vanzelfsprekend te worden aangepast aan de grootte van het kind.
Wel, de luchtwegen zijn vrij, u hebt lucht ingeblazen, en wat nu? Neem uw mond weg en luister naar de lucht die uit de longen van het slachtoffer stroomt terwijl u ondertussen zelf weer diep inademt; kijk ook of de borstkas naar beneden gaat. Blaas vervolgens opnieuw lucht in, en herhaal deze procedure, in een tempo van tien à twaalf keer per minuut wanneer het een volwassene betreft, en minstens twintig keer per minuut bij een kind. Blaas bij een volwassene flinke stoten lucht naar binnen, bij een kind kleinere hoeveelheden. Het is belangrijk dat het hoofd van het slachtoffer voortdurend in een juiste achterover liggende stand blijft om de luchtwegen vrij te houden.
Als de eigen ademhaling van het slachtoffer wel op gang komt, zal deze in het begin heel zwak en licht zijn. Ga uw inblazingen daarom zo regelen dat ze samenvallen met zijn zwakke inademing. Blijf zijn ademhaling ondersteunen tot u deze voldoende oordeelt.
Blijkt na enige tijd dat uw pogingen geen succes hebben en de ademhaling van het slachtoffer niet op gang komt, wissel dan zo mogelijk twee inblazingen af met vijf à zes hartmassages. Geef niet te snel op. Er zijn gevallen bekend van mensen bij wie de natuurlijke ademhaling zich pas na een uur of ruim een uur begon te herstellen.
Een weerzinwekkende methode?
Sommigen hebben om esthetische redenen bezwaar tegen de mond-op-mond-methode. Een Britse chirurg vond bijvoorbeeld het idee weerzinwekkend „mogelijk met een lijk bezig te zijn”.
Deze mogelijkheid kan voor sommigen inderdaad bezwaren opleveren. Vele anderen zullen echter op dezelfde wijze reageren als de vrouw die niet aarzelde toen zij werd geconfronteerd met iemand die door een hartaanval was getroffen. „In zo’n noodsituatie”, zo merkte zij op, „komt het helemaal niet bij je op dat wat je doet weerzinwekkend is. Waar je alleen maar aan denkt, is hoe je die hulpeloze persoon kunt helpen.” Iemand kan ook, als hij dat wenst, een schone zakdoek tussen zijn mond en die van het slachtoffer leggen.
Tragedies slaan vaak toe als men ze het minst verwacht. Wij weten nooit wanneer een van onze geliefden, of iemand anders, ten gevolge van een hartaanval of een ongeluk plotseling zal ophouden met ademen. Hoe blij kunnen wij dan zijn als wij weten welke eerste hulp wij moeten verlenen en mogelijk iemands leven kunnen redden!
[Illustraties op blz. 11]
Maak, alvorens met de mond-op-mond-beademing te beginnen, de luchtwegen vrij door de nek van het slachtoffer aan de achterzijde op te tillen en zijn hoofd zover mogelijk achterover te buigen. Knijp zijn neusgaten dicht en blaas in zijn mond tot u zijn borst ziet rijzen en zijn longen voelt uitzetten. Herhaal de inblazingen twaalfmaal per minuut