Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g73 22/11 blz. 7-8
  • Zij lieten hun licht schijnen

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Zij lieten hun licht schijnen
  • Ontwaakt! 1973
  • Vergelijkbare artikelen
  • Jaarboek van Jehovah’s getuigen 1975
    Jaarboek van Jehovah’s Getuigen 1975
  • Jaarboek van Jehovah’s getuigen 1976
    Jaarboek van Jehovah’s Getuigen 1976
  • Ontvang de geestelijke voordelen
    Koninkrijksdienst 1975
  • Trek volledig profijt van het bezoek van de kringopziener
    Onze Koninkrijksdienst 1982
Meer weergeven
Ontwaakt! 1973
g73 22/11 blz. 7-8

Zij lieten hun licht schijnen

JEZUS CHRISTUS heeft tot zijn volgelingen gezegd: „Gij zijt het licht der wereld” (Matth. 5:14). Als zo’n licht dienen, betekende voortreffelijke christelijke werken ten toon spreiden en door woord en voorbeeld anderen helpen om als discipelen van de Heer Jezus Christus dienaren van Jehovah God te worden. Jezus zei: „Laat . . . uw licht voor de mensen schijnen, opdat zij uw voortreffelijke werken mogen zien en uw Vader, die in de hemelen is, heerlijkheid geven” (Matth. 5:16). Daarom proberen Jehovah’s getuigen een goed gebruik te maken van hun gelegenheden om de bijbelse boodschap met anderen te delen. Dit heeft velen ertoe gebracht de Heilige Schrift met de Getuigen te bestuderen.

● Een van Jehovah’s getuigen in Canada sprak op zijn werk eens over een congres dat hij had bezocht. Een jongeman hoorde toevallig het gesprek en dit bracht hem ertoe de Getuige een paar vragen te stellen. Bijna onmiddellijk begon deze jongeman de vergaderingen van Jehovah’s getuigen te bezoeken, terwijl hij tegelijkertijd gretig allerlei publikaties van het Wachttorengenootschap las. Gedurende twee achtereenvolgende zondagen was deze jongeman van ’s morgens negen uur tot bijna middernacht bij de Getuige en zijn gezin thuis, bezocht met hen de vergaderingen en bestudeerde en besprak de waarheden uit Gods Woord. Precies drie weken na zijn eerste bijbelstudie werd hij gedoopt.

Zijn vrouw, die een groot deel van die tijd was weggeweest, was bij haar terugkomst overrompeld door wat er in haar afwezigheid was gebeurd, maar ook zij wilde wel een bijbelstudie hebben en is thans een opgedragen, gedoopte Getuige van Jehovah.

Slechts één jaar na zijn eigen doop zag deze jongeman hoe iemand met wie hijzelf de bijbel had bestudeerd zijn standpunt voor de ware aanbidding innam en werd gedoopt.

● Een Getuige uit Finland vertelt: „Enige tijd geleden kwamen een man en zijn twee zusters in het huis naast ons wonen. Op een dag liepen wij toevallig samen naar huis en kreeg ik de gelegenheid hem te vertellen dat wij Jehovah’s getuigen waren en ook kon ik tot hem over Gods koninkrijk spreken. De man zei dat hij atheïst en ook communist was. Dus meende hij dat het ’tijd verspillen’ was om over de bijbel en God te spreken.”

Toen nodigde de Getuige deze man bij zich thuis uit en zei: „Indien een van ons voldoende redenen kan aanvoeren om aan te tonen dat hij het bij het rechte einde heeft, zou de ander genoodzaakt zijn zijn standpunt en geloof te herzien”. Diezelfde avond kwam de man naar het huis van de Getuige. Het gesprek duurde van 8 uur ’s avonds tot half 2 ’s nachts. Ten slotte erkende de man dat God moest bestaan en bracht zijn wens tot uitdrukking meer over Jehovah en zijn voornemens te weten te komen.

Er werd een bijbelstudie begonnen, maar één avond in de week vond hij te weinig. Dus werd er elke vrije avond gestudeerd. Binnen enkele maanden werd hij een opgedragen, gedoopte Getuige.

Hij begon een bijbelstudie met een van zijn zusters. Spoedig deed ook zijn andere zuster mee en zij werden beiden getuigen van Jehovah. Ook bij zijn jongste broer en diens vrouw wekte hij belangstelling voor de bijbelse boodschap op. Beiden begonnen geregeld de vergaderingen van Jehovah’s getuigen te bezoeken. Aan andere familieleden werd eveneens aandacht geschonken. Dit leidde tot het oprichten van een bijbelstudie met een neef en zijn gezin. In slechts enkele maanden begonnen de neef, zijn vrouw en hun twee kinderen deel te nemen aan de van-huis-tot-huisbediening van Jehovah’s getuigen.

● Een reizende bedienaar van Jehovah’s getuigen, een kringopziener, keerde met zijn vrouw terug van een bezoek aan de woeste gebieden van de Andes in het zuiden van Peru. Toen zij een stoffig pad afliepen, kwamen zij een man tegen die zijn ezel uit een murmelend beekje liet drinken. De man duwde tegen zijn ezel om hem opzij te laten gaan zodat de kringopziener en zijn vrouw konden passeren. Hierbij zei de man: „Ik zal die ziel wel even uit de weg halen.” Daarop vroeg de kringopziener of het wel juist was om zijn ezel een „ziel” te noemen. De man keek hoogst verbaasd, dacht een minuut na en antwoordde dan: „Wel, dat zeg ik altijd zo.” De kringopziener haalde zijn bijbel te voorschijn en toonde de man dat daarin inderdaad wordt beweerd dat dieren zielen zijn (Num. 31:28). Hij sprak ook met hem over de ware toestand van de doden en de hoop op een opstanding. De man nam verheugd het bijbelstudiehulpmiddel „Dingen waarin God onmogelijk te liegen”. Aangezien de man in een gebied woonde waar Jehovah’s getuigen nog nooit waren geweest, had het feit dat deze kringopziener de gelegenheid had aangegrepen tot gevolg dat een afgelegen gedeelte van Peru met het „goede nieuws” van Gods koninkrijk werd bereikt.

Wat zijn zulke ervaringen voor Gods volk een fijne aanmoediging geen enkele gelegenheid te laten voorbijgaan om anderen de bijbelse waarheid te laten horen!

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen