De wereld van de bedrijfsspionage
BEDRIJFSSPIONNEN zijn in sommige landen talrijker geworden dan politieke spionnen. Nochtans zullen de berichten over hun activiteiten de meeste mensen nieuw in de oren klinken. Hoe komt dit? De oorzaak hiervan is gelegen in het feit dat ondernemingen die het slachtoffer worden van hun activiteiten, er vaak de voorkeur aan geven het gebeurde te verzwijgen om hun concurrenten niet ongewild te bevoordelen en ook om eventuele schade aan de „image” van het bedrijf te voorkomen.
Volgens het Duitse weekblad Der Spiegel van 20 maart 1972, waarin een uitgebreid artikel aan het onderwerp werd gewijd, kost bedrijfsspionage de Westduitse industrieën jaarlijks zo’n miljard mark terwijl voor Amerikaanse bedrijven de kosten jaarlijks in de 100 miljard dollar lopen. Bedrijfsspionage vertegenwoordigt zelfs naar zeggen de grootste bedreiging voor de moderne industrie. In het tijdschrift Dun van oktober 1970 werd bericht: „De geverifieerde gevallen van langzaam overvliegende helikopters boven de proefbanen van Detroit en van nieuwsgierige fotografen, die, na het dekkleed van een nog niet geïntroduceerd model van een concurrent te hebben weggetrokken, snel een paar foto’s maken en dan vol gas wegrijden met een vaart van honderddertig kilometer per uur, zijn legio.”
Enig idee van de omvang die bedrijfsspionage heeft aangenomen, krijgt men als men weet dat in de afgelopen twee jaar in Duitsland 100.000 stuks elektronische micro-apparatuur zijn verkocht aan bedrijfsspionnen of hun opdrachtgevers.
Ook de contra-bedrijfsspionage is een kostbare zaak geworden nu bedrijven zich steeds beter tegen de spionnen van hun concurrenten willen beschermen. In de „gele” telefoongidsen van vele grote steden kan men talrijke advertenties aantreffen waarin recherchebureaus hun diensten aanbieden voor de „bestrijding van bedrijfsspionage”. Naar verluidt heeft het belangrijkste detectivebureau in Amerika vijfduizend man in dienst die zich met niets anders bezighouden dan het opsporen en voorkomen van bedrijfsspionage.
Het stelen van bedrijfsgeheimen is echter niet nieuw. Het is alweer meer dan 1400 jaar geleden dat twee monniken de rol van bedrijfsspionnen speelden door het fabricagegeheim van zijde, dat China reeds 3000 jaar met succes voor zichzelf had weten te houden, uit het land te smokkelen.
Daarop wist in het begin van de zeventiende eeuw een Franse jezuïet de Chinezen hun bereidingsmethode voor porselein te ontfutselen. In de achttiende eeuw ontdekte een Duitse apothekersleerling, Johann Friedrich Böttger, onafhankelijk van de Chinezen en de Fransen, het geheim van de porseleinbereiding, waarna hij het in Dresden begon te vervaardigen. Maar al weldra waren zijn arbeiders, vanwege de bedrijfsspionnen die naar Dresden kwamen en er zelfs niet voor schroomden de vrouwen en dochters van de arbeiders te verleiden om te trachten het geheim aan de weet te komen, niet veel meer dan gevangenen in hun eigen fabriek.
Hoe komt het dat bedrijfsspionage de laatste tijd zo’n ontzettend hoge vlucht heeft genomen, terwijl er tot voor kort nog maar fluisterend over werd gesproken? In beginsel kunnen er drie oorzaken worden aangewezen.
Een van deze is de toenemende belangrijkheid die men hecht aan de technologie en daarmee aan de intensivering van het wetenschappelijk onderzoek. Het verrichten van wetenschappelijk onderzoek is echter een buitengewoon kostbare aangelegenheid, zodat de verleiding groot is de vruchten van andermans inspanningen te stelen. Ten tweede is door de toenemende omvang van de moderne bedrijven de concurrentie dienovereenkomstig zwaarder geworden. En kan er, met het oog op „het toenemen der wetteloosheid” op elk terrein van het menselijk handelen, eigenlijk iets anders dan het opschieten van een dergelijke lucratieve, oneerlijke bezigheid als bedrijfsspionage worden verwacht? — Matth. 24:12.
Oneerlijke werknemers
Bedrijfsspionage, gebaseerd als ze is op louter hebzucht, wekt de gedachte op aan de oude spreuk: „Een getrouw man, wie kan hem vinden?” — Spr. 20:6.
Momenteel is loyaliteit onder werknemers helemaal ver te zoeken, zodat het dan ook niet vreemd is te moeten constateren dat toenemende aantallen van hen zwichten voor de verleiding bedrijfsgeheimen aan buitenstaanders te verkopen. Zij zullen hier vooral snel toe overgaan als ze in de mening verkeren een gerechtvaardigde grief te hebben, doordat zij bijvoorbeeld onrechtvaardig zijn behandeld, een promotie hebben misgelopen, op unfaire manier achteruit zijn gezet of anderszins onbillijk zijn bejegend. Wegens het algemeen voorkomen van bedrijfsspionage zien sommige ondernemingen elke sollicitant als een mogelijke agent van een concurrent.
Behalve met de door „insiders” — in de gedaante van ontevreden of hebzuchtige werknemers — bedreven bedrijfsspionage, heeft men ook te kampen met spionage door buitenstaanders.
„Beroepsspeurders”
Op dit moment bestaat er naar zeggen in West-Duitsland een bureau waar men — tegen betaling uiteraard — elke geheime inlichting kan „bestellen” die men maar wenst. De basisprijs van een jaarabonnement bij dit bureau kan tegen de ƒ 140.000 bedragen.
Topfunctionarissen kunnen geïnteresseerdheid voorwenden in een fusie alleen maar om geheime inlichtingen uit de concurrent los te krijgen. Zo merkte een contra-spionage-agent op: „De meeste directeuren zouden geschokt zijn als zij wisten hoeveel fusiegesprekken niets anders zijn dan een dekmantel voor spionage op hoog niveau.”
Een „beroepsspeurder” kan zich in allerlei vermommingen aandienen. Misschien doet hij zich voor als een inspecteur van de brandweer die komt controleren of het gebouw nog aan alle brandvoorschriften voldoet. Ook kan hij suggereren een sollicitant te zijn die wat meer wil weten over de firma waarvoor hij wil gaan werken. Of hij beweert een schrijver te zijn die informaties uit de eerste hand wil hebben om een authentiek artikel te kunnen schrijven. Zo deed een van deze „beroepsspeurders” het voorkomen alsof zijn vrouw tijdschriftenartikelen schreef en daalde in een zinkmijn af om inlichtingen in te winnen over een geheim procédé voor het onschadelijk maken van dieseluitlaatgassen. De gewenste informatie werd hem door te goeder trouw zijnde werknemers zonder bezwaar verschaft.
Internationale spionage
Een berucht geval van bedrijfsspionage werd ontdekt in verband met de bouw van de Concorde, het supersone straalvliegtuig dat werd ontwikkeld door de Britse en Franse regering en Britse en Franse maatschappijen. Ten huize van de directeur van de Russische luchtvaartmaatschappij Aeroflot in Parijs, ontdekte de politie een grote stapel documenten waarin gedetailleerde gegevens stonden over de bouw van het vliegtuig. De spionnen hadden zelfs zoveel materiaal kunnen stelen dat de Russen nog voor de Britten en Fransen proefvluchten konden maken met hun eigen supersone straalvliegtuig, de Toepolev TU-144.
Ook het stelen van geneesmiddelculturen en farmaceutische informatie schijnt buitenmate winstgevend te zijn. Zo stal een groep Italiaanse spionnen microbeculturen ter waarde van honderden miljoenen marken. Bij Merck’s, een toonaangevend Amerikaans chemisch bedrijf, kocht een zekere Robert S. Aries een jonge scheikundig ingenieur om, waarna deze hem inlichtingen verschafte over een van Merck’s duurste geneesmiddelen. Aries verkocht deze op zijn beurt weer door aan een Franse firma. Het heeft jaren gekost om de schuldigen op te sporen die bij andere geneesmiddelenfabrikanten hetzelfde deden. De maatschappijen wonnen hun zaak voor de rechtbank, maar Aries, die veroordeeld werd tot een boete van meer dan 20 miljoen dollar, ontsnapte naar Parijs, waar hij in veertig verschillende landen octrooi op de gestolen formules wist te krijgen.
Spionnen met doeltreffende „ogen” en „oren”
Het is een bekend feit dat wij het merendeel van onze kennis opdoen via onze ogen; ook de „beroepsspeurders” maken bij het stelen van inlichtingen voor hun klanten een goed gebruik van hun ogen. Zo ontdekte men bijvoorbeeld op een dag boven het terrein van een in aanbouw zijnde chemische fabriek — een miljoenenproject waar een nieuw, nog niet gepatenteerd chemisch produkt vervaardigd zou gaan worden — een vliegtuigje dat zich verdacht gedroeg. De arbeiders waarschuwden hun opdrachtgever, de Du Pont Corporation, die erin slaagde de fotograaf op te sporen en voor het gerecht te slepen. Na ten gunste van Du Pont te hebben beslist, merkte de rechter op: „Dit is een geval van bedrijfsspionage waarbij een vliegtuig de dekmantel en een camera de dolk was. . . . Men mag alleen gebruik maken van het geheime procédé van een concurrent als men dit ontdekt door omgekeerd onderzoek van het kant-en-klare produkt, of als men het door onafhankelijk onderzoek zelf ontdekt; deze arbeid mag echter niet overgeslagen worden door het procédé van de concurrent over te nemen zonder dat men daartoe zijn toestemming heeft en op een moment dat hij redelijke voorzorgsmaatregelen neemt om het geheim ervan te bewaren.”
Helikopters behoren tot de favoriete werktuigen van zulke spionnen, alsmede sneltransportcamera’s met telelenzen. Een spion kan van een nabijgelegen gebouw een gehele topconferentie op snelfilm vastleggen. Het nut hiervan? Wel, een lipleesexpert die zo’n film bekijkt, zal in staat zijn het gehele verloop van de bespreking te reconstrueren!
Gezien het gemak waarmee tegenwoordig geluid kan worden vastgelegd, is het evenwel nog waarschijnlijker dat een bedrijfsspion zal trachten geheime informatie te verkrijgen met behulp van de „oren” van moderne elektronische micro-apparatuur. Een spion kan thans beschikken over een microfoon niet groter dan een overhemdknoopje en versterkers ter grootte van een vingernagel. Of wat te denken van een microfoon die eruitziet als een vulpen en waarmee hij gesprekken van honderd meter afstand kan oppikken. Er bestaat zelfs een opneemapparaat dat niet groter is dan een suikerklontje en is uitgerust met een eigen zender en batterijen; het kan elk gesprek dat binnen een straal van zes meter wordt gevoerd, opnemen en over een afstand van 75 meter uitzenden, binnen welke afstand zijn signaal kan worden opgevangen door een FM-ontvanger. Een spion kan zo’n instrumentje aan de onderkant van een conferentietafel plakken of het verbergen in een directeursbureau, waar het dagen zo niet weken op zijn batterijen kan werken. Zelfs een onschuldig uitziende asbak of een olijf in een martini kunnen afluisterapparatuur vormen.
Bedrijfsspionage is beslist een wereld waarin grote belangen op het spel staan en vormt een van de vele voorbeelden van de wijze waarop dit goddeloze samenstel van dingen functioneert. Mammoetondernemingen besteden grote sommen gelds aan het bespioneren van elkaar en nog grotere hoeveelheden aan de bescherming van zichzelf tegen de spionnen van anderen. Gemakkelijk als ze staan tegenover het omkopen van de werknemers van hun concurrenten, worden ze beloond met ernstige twijfel ten opzichte van de loyaliteit van hun eigen werknemers. En als het met omkopen niet lukt, dan probeert men het wel met chantage. Een spion kan een charmante prostituée gebruiken om een werknemer in een compromitterende situatie te brengen en het slachtoffer dan geheimhouding verzekeren als hij met hem wil samenwerken om de gewenste inlichtingen voor de concurrent van zijn baas te bemachtigen.
Dergelijke activiteiten wekken de gedachte op aan de woorden van de apostel Johannes: „Want al het wereldse, alles waarop wij onze zinnen zetten, alles wat het oog lokt en alle aardse zaken waar we zo trots op zijn, dat alles komt niet uit de vader voort maar uit de wereld” (1 Joh. 2:16, 17, Het Nieuwe Testament in de omgangstaal). Het bestaan van alles wat met deze onverkwikkelijke bezigheid die bedrijfsspionage wordt genoemd, te maken heeft is nog een reden waarom er in de komende „grote verdrukking” een eind aan dit huidige samenstel van dingen zal komen en het plaats zal moeten maken voor nieuwe hemelen en nieuwe aarde waarin rechtvaardigheid zal wonen. — 2 Petr. 3:13.