Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g87 22/11 blz. 10-13
  • Pas op! Spionnen!

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Pas op! Spionnen!
  • Ontwaakt! 1987
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Naar het grijze verleden van de spionage
  • De tijd uit de avonturenromans is voorbij
  • Grijpgrage vingers en rusteloze voeten
  • Geen leugens en geen spionnen meer
  • De wereld van de bedrijfsspionage
    Ontwaakt! 1973
  • Verspieders
    Inzicht in de Schrift, Deel 2
  • Verspieders
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • Rachab en de verspieders
    Mijn boek met bijbelverhalen
Meer weergeven
Ontwaakt! 1987
g87 22/11 blz. 10-13

Pas op! Spionnen!

ZIJ wist dat haar man een spion was. Jarenlang had hij inlichtingen doorgegeven aan een vreemde mogendheid. Hij schepte er tegen haar zelfs over op. Moest zij naar de politie gaan of zwijgen? Wat zou u onder zulke omstandigheden doen? Wat zou de overhand krijgen: trouw aan beginselen of loyaliteit aan uw gezin? En zou de angst voor een schandaal een rol spelen? Uiteindelijk bracht de vrouw de autoriteiten op de hoogte. Maar er wachtte haar een onaangename verrassing.

Het bovenstaande is een van de talrijke spionageverhalen die de afgelopen tijd de krantekoppen hebben gehaald. Misschien herinnert u zich ook de volgende nog:

Noorwegen, januari 1984: Een hoge Noorse diplomaat gearresteerd en beschuldigd van het doorgeven van hoogst vertrouwelijke documenten aan een vreemde mogendheid.

India, januari 1985: Regeringsfunctionarissen en zakenlieden aangehouden op beschuldiging van het overtreden van de Wet op de staatsgeheimen.

Bondsrepubliek Duitsland, zomer 1985: Een aantal vermoedelijke agenten, onder wie een topman bij de contraspionage, lopen over naar de Duitse Democratische Republiek.

Rusland en Engeland, september 1985: Beide landen wijzen 31 van elkaars diplomaten, journalisten en handelsemployés uit, velen van hen op beschuldiging van spionage.

Zwitserland, december 1986: Echtpaar beschuldigd van spionage.

Frankrijk, maart 1987: Leden van spionagenet gearresteerd, verdacht van het doorgeven van geclassificeerde informatie uit een ruimtevaartcentrum aan een vreemde mogendheid.

Verenigde Staten, april 1987: Amerikaanse mariniers teruggeroepen uit Rusland, Oostenrijk en Brazilië voor een onderzoek naar beschuldigingen van spionage.

Overspoeld met dergelijke berichten vraagt u zich misschien af wat termen zoals „mollen”, „contraspionage” en „inlichtingendiensten” wel mogen betekenen. Zijn er tegenwoordig werkelijk meer spionnen of worden er eenvoudig meer betrapt? Zou het u in enig opzicht persoonlijk kunnen raken? U zult er wellicht versteld van staan hoezeer de wereld van de spionage van invloed is op uw leven.

Naar het grijze verleden van de spionage

Als wij een blik slaan in het verleden, stuiten wij op een ver teruggaande vriendschap: die tussen de politiek en het leger. Websters woordenboek definieert spionage als „het bespioneren van inwoners van een vreemd land of van hun activiteiten of ondernemingen door speciale agenten . . . het verzamelen van [dergelijke] inlichtingen . . . voor politiek of militair gebruik”.

Tot de eersten die een geheime dienst organiseerden, behoorden de Egyptenaren. Koning Thoetmozes III gebruikte spionnen om 200 soldaten, in meelzakken genaaid, de stad Jaffa binnen te smokkelen. Omstreeks 400 v.G.T. schreef de Chinees Sun Tzu een boek genaamd Ping Fa (De krijgskunst), waarin hij het belang van een goede inlichtingendienst beklemtoonde. In de 15de eeuw begonnen Europese landen hun ambassades in buitenlandse hoofdsteden voor spionagedoeleinden te gebruiken. Hand in hand met de diplomatie glipte de spionage over de Europese grenzen. Het nationalisme zorgde ervoor dat deze band steeds nauwer werd.

Het nationalisme greep in Europa om zich heen en daarmee de behoefte aan legers, diplomaten en agenten. Er werden technieken ontwikkeld voor het ontwerpen van geheimschriften en voor het breken van zulke codes. Inlichtingendienst (het verzamelen en analyseren van inlichtingen) en contraspionage (het voorkomen dat anderen geheime inlichtingen bemachtigen) werden afzonderlijke onderdelen van het spionageweb. Kardinaal de Richelieu (Frankrijk) en Frederik de Grote (Pruisen) sponnen opmerkelijke spionagenetten. De draden van de Engelse geheime dienst werden eens gesponnen door Daniel Defoe, de auteur van Robinson Crusoe.

Alle ontwikkelingen ten spijt bleef er echter één groot obstakel: de verbindingen. Voor het overbrengen van boodschappen waren agenten aangewezen op schepen, paarden of postduiven. Vijandelijke legers konden zich nog steeds zonder het te weten op korte afstand van elkaar verzamelen. In 1815 trok Napoleon onjuiste conclusies in verband met vijandelijke troepenbewegingen op enkele kilometers afstand. Hij verloor de slag bij Waterloo en een keizerrijk. Veel later kwamen er radicale veranderingen in de inlichtingendiensten door de technologie van onze eeuw.

De tijd uit de avonturenromans is voorbij

Deze eeuw van conflicten heeft de inlichtingendiensten voor nieuwe uitdagingen geplaatst. Vertakkingen van de geheime dienst gedijen in een klimaat van wantrouwen. „Angst is de ziel van het spionagebedrijf”, schrijft het Duitse weekblad Der Spiegel. „Hoe wankeler de wereldsituatie, des te zekerder wordt [spionage] als beroep.” Het gevolg is dat „er . . . geen land op aarde [is] dat gelooft het zonder geheime dienst te kunnen stellen”. Spionage gedijt op wantrouwen en kweekt het; vandaar de talrijke terreinen waarop de spionage zich beweegt: er is strategische spionage (nodig voor plannenmakers op het hoogste niveau), militaire (land-, zee- en luchtmacht), economische, wetenschappelijke, geografische, enzovoort. Elke vorm voegt haar stukje aan de legpuzzel toe.

De spionage heeft haar horizon beslist verbreed. Vroeger waren geclassificeerde gegevens voornamelijk te vinden in de politieke wandelgangen of binnen militaire terreinen. Tegenwoordig is de wortelstok der nationale geheimen echter wijder vertakt. Hoe dat zo?

De enorme wapenwedloop sedert de Tweede Wereldoorlog heeft ertoe geleid dat verscheidene naties zeer geavanceerd wapentuig produceren. Maar het land dat ook over de technologie beschikt om in fracties van seconden genomen beslissingen uit te voeren of zijn vuurkracht nauwkeuriger te richten, heeft duidelijk een troef in handen. Deze know-how ligt bij fabrikanten van produkten variërend van kogellagers tot videospelletjes.

Daardoor zijn honderden bedrijven en miljoenen werknemers het doelwit geworden van de industriële spion. In de Verenigde Staten alleen al hebben ruim vier miljoen mensen toegang tot zo’n 20 miljoen geheime documenten. Werkt u of een van uw gezinsleden met geheime informatie? Die informatie kan waardevol zijn voor iemand die op zoek is naar geclassificeerde gegevens.

Dat is de buit bij de spionage-oorlog. Het netwerk dat wegglipt met know-how die in een ander land ten koste van enorme bedragen ontwikkeld is, heeft een waardevolle trofee. Ja, inlichtingenorganisaties kunnen enorme sommen geld besparen. Maar ze worden ook zelf steeds kostbaarder. In een boekbespreking in The Sunday Times stond een citaat waarin de mondiale kosten van de inlichtingendiensten op het duizelingwekkende bedrag van $29 miljard per jaar werden geschat. Naar verluidt verschaffen ze werk aan meer dan een miljoen mensen. Zelfs het budget van de Verenigde Naties zinkt in het niet bij zulke cijfers. Fischers Weltalmanach stelt het VN-budget op nog geen miljard dollar en het aantal employés op 40.000. De kolossale kosten van spionage worden betaald uit de openbare middelen, de belasting die u betaalt.

Grijpgrage vingers en rusteloze voeten

Vroeger beoefenden agenten hun beroep uit principe, voor hun land of hun ideologie. Oleg Penkovsky bijvoorbeeld, een beroemd spion uit de jaren ’60, heeft naar men zegt bijzonderheden over de Russische militaire situatie naar het Westen doorgespeeld in de tijd van de Cubaanse raketcrisis. Der Spiegel schreef toen dat hij dit deed wegens zijn politieke idealen en vervolgde: „Slechts eenmaal heeft hij geld ontvangen. Hij kreeg 3000 roebels [toen ongeveer $3330 waard] als onkostenvergoeding, waarvan hij er 2000 heeft teruggestuurd.”

Tegenwoordig hebben spionnen minder verheven motieven. Time schreef: „De meeste recente bekeerlingen tot spionage geven weinig om politiek en lopen zelden in de chantage-val. Zij verkeren voornamelijk in geldnood of zijn gek op geld.”

„Het publiek bekommert zich niet meer om geheimen,” schrijft The Sunday Times, „omdat men ervan uitgaat dat ze allemaal al lang uitgelekt zijn.” Waarom deze uitholling van het algemeen respect voor vertrouwelijke zaken? Ten dele omdat sommige leidinggevende politici ten eigen bate geheimen naar de media laten uitlekken. En vele anderen volgen hun voorbeeld. In een recent geschil tussen twee ministers in Engeland publiceerde de een uittreksels uit een vertrouwelijke brief om de ander in verlegenheid te brengen.

In het aan het begin van dit artikel vermelde geval verried de man niet alleen zijn werkgever maar ook zijn gezin. Zonder dat zijn vrouw het wist had hij hun zoon in het spionagenet getrokken. Beide mannen gingen de gevangenis in.

In boeken en films wordt de spionagewereld uitgebeeld met gebronsde helden, minicamera’s en heimelijke afspraken. Kranten maken ophef van het ontmaskeren van de zoveelste mol, een agent die in de inlichtingendienst van de tegenstander infiltreert en zich een weg graaft naar een sleutelpost. Dit in de media geschilderde beeld klopt geenszins met de werkelijkheid. Mollen en minicamera’s worden wel gebruikt, maar in zeer geringe mate. Het verzamelen van geheime inlichtingen is veelal een saai karweitje. Er moeten vakbladen en financiële of wetenschappelijke tijdschriften voor bestudeerd worden om schijnbaar onbeduidende details te vergaren die met elkaar een begrijpelijk geheel vormen. Niettemin voelen sommige mensen zich, op zoek naar het avontuur, nog steeds aangetrokken tot de spionagewereld.

Geen leugens en geen spionnen meer

Het spionageweb werpt een brede schaduw en bewolkt daardoor zelfs het leven van buitenstaanders. Die betalen ervoor. Die leven in het klimaat van wantrouwen dat erdoor wordt gekweekt en waarop het gedijt. Die worden geconfronteerd met de oogverblindende voorstelling die ervan wordt gegeven. Christenen doen er verstandig aan in elk opzicht weerstand te bieden aan de hebzuchtige, oneerlijke en immorele wereld van de spionage. — Vergelijk 1 Timótheüs 6:7-10; Kolossenzen 3:5-10.

Wat zou alles er anders uit zien als wij één wereldregering hadden die korte metten maakte met het nationalisme, zodat de wereldbevolking verenigd werd en niet verdeeld! Wat zou het heerlijk zijn als regeringsfunctionarissen een lichtend voorbeeld van betrouwbaarheid en eerbaarheid waren en als er liefde en geen angst heerste! Dat alles is nu precies wat het koninkrijk Gods tot stand zal brengen. — Openbaring 7:9, 10, 16, 17; 2 Petrus 3:13.

[Kader op blz. 12]

Wat vertelt de bijbel over spionnen?

De term „spioneren” (in veel bijbelvertalingen wordt gesproken van „verspieden” en „verspieders”) was uiterlijk in de 18de eeuw v.G.T. in Egypte en Kanaän bekend. Jozef, die toen de voornaamste voedselbeheerder van Egypte was, gebruikte een list om achter de motieven van zijn tien halfbroers te komen en hield vol dat zij spionnen waren. — Genesis hfdst. 42.

Ruim 200 jaar later ging Mozes in op het verzoek van de Israëlieten en stuurde 12 mannen om het land Kanaän te verspieden. — Numeri hfdst. 13; Deuteronomium 1:22-25.

Jozua stuurde Israëlieten om de steden Jericho en Ai te bekijken voordat hij tot de aanval overging. — Jozua 2:1; 7:2.

Van een verspieder werd verwacht dat hij zijn ogen goed de kost gaf om inlichtingen over het land te verzamelen. Het Hebreeuwse woord dat met „spion” of „verspieder” is vertaald, doelt op iemand die te voet door het land zwerft en oplettend observeert wat hij ziet.

Merk op dat toen de mannen van het huis van Jozef bijzonderheden over de stad Bethel wensten voordat zij probeerden de stad in te nemen, zij gebruik maakten van spionnen (Rechters 1:22, 23). Verscheidene vertalingen van de bijbel vertellen ons dat zij ’er mannen op uit stuurden die de stad moesten verkennen’ (Groot Nieuws Bijbel) of ’een verkenningstocht ondernamen’ (Willibrordvertaling).

Het spioneren of verspieden waarvan in de bijbel sprake is, lijkt dus in de verste verte niet op de uitgesproken immorele spionagewereld van tegenwoordig.

[Illustratie op blz. 11]

Napoleon trok onjuiste conclusies. Hij verloor de slag bij Waterloo en een keizerrijk

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen