„Ik heb geen belangstelling” — Waarom niet?
„IK HEB geen belangstelling.” Hebt u dat wel eens gezegd toen er een van Jehovah’s christelijke getuigen bij u aan de deur kwam? Om u de waarheid te zeggen, was dat mijn eerste reactie toen ik bezoek van Jehovah’s getuigen kreeg. Maar wàt interesseerde mij niet? Wat beweegt u ertoe te zeggen: „Ik heb geen belangstelling”?
Waarover willen Jehovah’s getuigen eigenlijk spreken als zij iemand bezoeken? Zij willen het goede nieuws van Gods koninkrijk bekendmaken en willen de mensen vertellen hoe dit in de zeer nabije toekomst deze aarde tot een groots paradijs zal maken. Verdwenen zullen alle onrechtvaardige personen, alle boosdoeners en alle aanstichters van oorlog en gewelddadigheid zijn. Ja, de Getuigen willen de mensen vertellen hoe zij zich in blijvende vrede en zekerheid kunnen verheugen en volmaakte gezondheid en eeuwig leven in een wereldomvattend Eden kunnen verkrijgen.
Hebt u er geen belangstelling voor omdat u het moeilijk kunt geloven? Welnu, de meeste mensen hebben zelfs enige belangstelling voor dingen die zij ongeloofwaardig vinden. Waarom kijken zij naar fantastische films in de bioscoop en op de T.V. en lezen zij fictie in boeken en tijdschriften? Zij willen graag de werkelijkheid ontvluchten en in een denkbeeldige wereld leven. Dat zij zeggen geen belangstelling te hebben, kan dus niet louter zijn omdat de boodschap die de Getuigen aanbieden ongeloofwaardig lijkt.
Komt het doordat zij geen behoefte hebben aan de grootse dingen die Gods Woord belooft? Welnu, staat u daar eens even bij stil. Hebben wij niet allen behoefte aan vrede en aan een wereld zonder boosdoeners? Hebben wij geen behoefte aan zekerheid, aan een goede gezondheid en, bovenal, aan een deugdelijke basis voor hoop met betrekking tot de toekomst? In ieders leven komt de tijd dat hij zich deze behoeften scherp bewust wordt. Deze fundamentele behoefte bestaat dus. In wezen willen mensen deze dingen ook.
Maar ook al wilde iedereen Gods nieuwe ordening van dingen zonder misdaad en oorlog, met de hoop op eeuwig leven in stralende gezondheid, zou het dan kunnen zijn dat zij geen belangstelling hebben voor het middel waardoor dit alles verwezenlijkt zal worden? Maar lijkt dit waarschijnlijk? Ter illustratie: Als onze auto op een stille weg zonder benzine komt te staan, stellen wij dan geen belang in bijna elk aanbod dat wordt gedaan om ons mee te nemen naar de dichtstbijzijnde benzinepomp — zij het in een vrachtauto, op een tractor en zelfs met paard en wagen? Ja, wij willen meerijden, en wij vragen niet om luxe of gerief en zelfs niet eens om een normaal vervoermiddel. Het belangrijkste is het middel te gebruiken dat voorhanden is, dat ons werkelijk brengt waar wij heen moeten en heen willen.
Normaal gesproken, bestaat er dus geen werkelijke reden voor de „ik-heb-geen-belangstelling”-houding. Er moet de een of andere verborgen drijfveer achter zitten.
Vooroordeel — een belemmering voor onderzoek
Een reden om te zeggen: „Ik heb geen belangstelling” — wat geloof ik ten dele in mijn geval zo was — heeft met vooroordeel te maken. Wij willen allen nauwkeurig ingelicht worden ten einde juiste beslissingen te kunnen nemen en ervaren en bekwaam te worden geacht. Hoe nauw nemen wij het echter op het gebied van inlichtingen?
Vergewissen wij ons bijvoorbeeld, als er gelegenheid voor is, van de waarheidsgetrouwheid van de inlichtingen waarover wij beschikken? Of zijn wij geneigd zonder meer aan te nemen wat mensen van aanzien of populaire boeken, tijdschriften en kranten zeggen? Vormen wij onze kijk op dingen grif naar de conventionele, populaire opvatting, zoals het volgen van de mode? En als wij met een andere kijk worden geconfronteerd, zijn wij dan werkelijk bereid de argumenten en redenen die er achter steken te overwegen alvorens er een oordeel over te vellen? Zijn wij niet geneigd vast te houden aan het „beeld” dat wij ons innerlijk reeds van de dingen hebben gevormd?
Als er een getuige van Jehovah aan de deur komt, volgen velen bijvoorbeeld hetzelfde gedragspatroon. Evenals ik heb gedaan, antwoorden ook zij: „Ik heb geen belangstelling”, omdat zij zich reeds een „beeld” hebben gevormd, omdat zij denken dat zij weten waar het om gaat, wat voor mensen die Getuigen zijn en wat hun opvattingen zijn. Hoe weten zij dit echter?
De ervaring toont aan dat zij vaak denken het te weten, omdat anderen het hun hebben verteld, die dachten dat zij het wisten, omdat anderen het hun hadden verteld, die dachten dat zij het wisten, enzovoort, enzovoort. Als de Getuige plotseling bij hun deur verschijnt, halen zij zich dus snel hun „beeld” van de Getuigen voor de geest. Zij denken dat hun „beeld” juist is, en aangezien mensen geneigd zijn zich de kleinerende dingen die zij horen te herinneren en aan anderen door te vertellen, is dit „beeld” vaak ongunstig genoeg om een onmiddellijke afwijzing te motiveren. „Ik heb eenvoudig geen belangstelling, dank u wel.”
Vooroordelen zijn heel moeilijk uit te roeien, omdat ze zo diep geworteld zijn. Degene die deze vooroordelen heeft, is ervan overtuigd dat ze niet eens bestaan. Zelfs als iemand die bevooroordeeld is, wordt gevraagd waarom hij geen belangstelling heeft, is hij zelden bereid de reden uiteen te zetten, maar maakt hij vaak een eind aan het bezoek door geïrriteerd de deur dicht te doen.
De gemakkelijkste uitweg
Anderen zeggen wellicht „ik heb geen belangstelling”, omdat zij vinden dat het de gemakkelijkste uitweg is.
Een gesprek met een Getuige zou wel eens geestelijke inspanning kunnen eisen en zij zijn niet bereid en hebben geen zin zich in te spannen. Zij voelen zich misschien ook in het nauw gedreven omdat zij hun geest op dat moment op andere dingen gericht hebben en daar niet van afgebracht willen worden. Zij nemen dus hun toevlucht tot een excuus dat alleen maar een beleefdere manier is om een beslissing uit te stellen of zich helemaal terug te trekken. Zij willen niet het onaangename gevoel hebben dat zij ervaren door vastberaden „neen” te zeggen.
Waarom men bevreesd is voor iets nieuws
Velen aanvaarden niet licht nieuwe ideeën, nieuwe denkwijzen. Zij zijn nu eenmaal gewend zich volgens de ouderwetse gewoonten te gedragen. Zij zijn aan tradities gebonden. Gevestigde gewoonten gaan hen „natuurlijk” af en de ouderwetse gewoonten vallen hen gemakkelijk. Bekende dingen worden gewoonlijk als veilige dingen beschouwd. Ook al hebben velen genoeg van het oude, dan zijn zij toch bevreesd voor het nieuwe en geven zij er de voorkeur aan bij het oude te blijven. Zij zien misschien wel in dat hun kerk te kort schiet en niet inspirerend doch veeleer saai is, maar het is toch hun „oude kerk” en daarom vinden zij dat zij erbij dienen te blijven. Waarom zich dus om iets nieuws te bekommeren?
Ook al zou een Getuige hun uitleggen dat de religie die hij voorstaat ouder is dan de oudste kerk ter wereld, dan schijnt ze toch nieuw omdat ze iets onbekends voor hen is. Hun „ik heb geen belangstelling” betekent dus in werkelijkheid: „Ik heb mijn kerk en daar blijf ik bij, wat er ook komt. Laat u mij alstublieft met rust.”
Minderwaardigheidsgevoel
Sommige mensen voelen zich minderwaardig en aarzelen een gesprek over een bepaald onderwerp aan te gaan, omdat zij denken dat zij de nodige kennis en ervaring missen.
Het kan bijvoorbeeld zijn dat zij niet goed op de hoogte zijn van religieuze zaken en denken dat een gesprek met een Getuige hun onwetendheid aan het licht zou brengen. De neiging van de mens zich te laten gelden en een achtenswaardig aanzien in zijn omgeving te behouden, doet hem vaak redeneren dat het beter is voorzichtig te zijn dan zich aan gevaar bloot te stellen. In plaats van in iets verwikkeld te raken wat hij niet beheerst, besluit hij dus zich onmiddellijk terug te trekken door te zeggen: „Ik heb geen belangstelling.”
Een manier die mij interesseerde
Er zijn natuurlijk tal van andere verklaringen voor de „ik-heb-geen-belangstelling”-houding, zoals een verontschuldiging dat men geen tijd heeft, zich onwel voelt, er niet voor in de stemming is of bang is voor wat de buren er wel van zouden denken of zeggen. Toen ik jaren geleden diezelfde tegenwerping opwierp, vroeg de Getuige mij vriendelijk: „Vertelt u mij nu eens eerlijk waarvoor u geen belangstelling hebt?”
Eerst schrok ik een beetje van de vraag, maar toen antwoordde ik: „Voor Jehovah’s getuigen.”
„Wel”, zei de Getuige, „laten wij dan over iets anders praten, iets waarvan ik weet dat het u als jongeman bijzonder moet interesseren.”
„En wat is dat dan wel?” vroeg ik.
„Uw toekomst”, was het antwoord.
„Wat weet u dan van mijn toekomst af?” gaf ik ten antwoord.
„Dat ze heel gelukkig kan zijn. Geeft u mij alstublieft een paar minuten om het u aan de hand van de bijbel aan te tonen. . . .” En zo begon het gesprek.
De Getuige deed een beroep op iets waarvan ik gewoon niet kon ontkennen dat het mij interesseerde. Hij preste mij niet iets te doen, en hij bracht ook niets tegen mijn tegenwerping in. In plaats daarvan wekte hij mijn nieuwsgierigheid op, en dat trok mijn belangstelling.
Stelt u dus belang in uw toekomst? Luister dan naar wat de christelijke getuigen van Jehovah u aan de hand van de bijbel te vertellen hebben. Zij spreken over de van God afkomstige beloften van „eeuwig leven” en over een schitterende toekomst die u kunt hebben. En omdat deze beloften afkomstig zijn van de God „die niet liegen kan”, kunt u er vertrouwen in hebben. — Tit. 1:2; Openb. 21:3, 4.
Ja, u kunt de zekere hoop hebben in stralende gezondheid eeuwig op een paradijsaarde te leven. U moet echter weten dat de bijbel eist dat u nu stappen doet, ten einde u in een gelukkige toekomst te kunnen verheugen. Dit komt doordat er dit samenstel van dingen nog maar weinig tijd rest voordat het in de door Jezus Christus voorzegde „grote verdrukking” volkomen wordt vernietigd (Matth. 24:21; Mark. 13:19). Waarom zou u zich niet door Jehovah’s getuigen laten helpen de gelukkige toekomst die u zoekt, te verwerven zolang er nog de tijd voor is? — Ingezonden.