Als blinde een gevuld en nuttig leven leiden
Zoals verteld aan een Ontwaakt!-correspondent op Puerto Rico
ONGELUKKIG genoeg denken veel mensen dat blinden hopeloos gehandicapt zijn. Maar hebt u wel eens nagedacht over het feit dat er blinde advocaten, rechters, doktoren en onderwijzers zijn? Blindheid is beslist een handicap, maar ze verhindert mensen niet een gevuld en nuttig leven te leiden.
Ik ben volledig blind, toch ben ik een huisvrouw; ik zorg voor mijn man en ik heb twee kinderen grootgebracht.
Ik ben niet vanaf mijn geboorte blind geweest. In mijn netvlies kwam echter pigment voor dat zich steeds verder uitbreidde waardoor mijn gezichtsvermogen langzamerhand verdween. Omdat ik op school niet goed genoeg kon zien om mijn werk te maken, dachten de onderwijzers eerst dat ik traag was. In de loop van de tijd ontdekte men echter wat mijn werkelijke probleem was, en ik kwam in een klas voor slechtziende kinderen. Wij woonden toen in Brooklyn, in de Amerikaanse staat New York, waar wij uit Puerto Rico naar toe verhuisd waren.
Na de lagere school bezocht ik het Newyorkse Blindeninstituut. Ik kon toen nog vormen en silhouetten waarnemen, en nog goed lichtschakeringen onderscheiden. Ik nam aan veel schoolactiviteiten deel en las uren achtereen braille. Dit waren gelukkige jaren. Ik beschouwde mijn slechte gezichtsvermogen niet als een handicap, maar slechts als een bijkomstige omstandigheid in het leven.
Het grootbrengen van kinderen
Toen ik twintig was trouwde ik met een telefoonbeambte, die ik had leren kennen in de tijd dat ik in Puerto Rico voor telefoniste leerde. In de tijd dat mijn kinderen nog klein waren, kon ik nog enigszins vormen en verschillen in lichtsterkte onderscheiden, en met mijn verfijnde gevoelzin was het niet moeilijk om voor hen te zorgen. Ik kon hen met gemak baden en kleden, en voedzame maaltijden voor hen bereiden. Zoals echter met de meeste kinderen het geval is, hielden zij niet van alles wat hun werd voorgezet. Ik kan me nog herinneren hoe mijn man eens ’s avonds thuiskwam en eten vond dat zij, zonder dat ik het had opgemerkt, uit het raam hadden gegooid.
Ik geloof echter dat mijn blindheid in plaats van een belemmering, een voordeel voor de kinderen is geweest. Zij werden ertoe gebracht meer liefde en consideratie voor mij en anderen te betonen. Ook werd hun waarnemingsvermogen scherper omdat zij tegelijk voor mij keken. Zij vertelden mij precies welke kleur elk stukje van de hemel had, verklaarden mij in details wat iedereen aan had, en nog veel meer dingen die de meeste mensen over het hoofd zien.
Reeds heel jong leerde ik de kinderen goede gewoonten en bracht hun zin voor persoonlijke organisatie bij. Ik werkte hier hard aan omdat hun medewerking voor mij van groot belang was om op de juiste wijze voor het huishouden te kunnen zorgen. Als zij bijvoorbeeld hun kleren uitdeden, legden zij ze altijd op dezelfde plaats zodat ik ze op wasdag makkelijk kon vinden. Ook leerde ik hun om na de maaltijd het eetgerei op de tafel in een bepaalde stand te laten liggen, zodat ik dit makkelijk kon pakken en naar de keuken kon nemen.
Mijn dochter leren koken was een uitdaging op zich. Het was soms erg vermoeiend omdat zij de dingen niet altijd op dezelfde plaats legde waar ik ze kon vinden. Door geduld te oefenen, leerde zij echter met het verstrijken van de tijd net zo te werken als een blinde. Zij leerde dus niet alleen koken maar ontwikkelde ook een voortreffelijke zin voor persoonlijke organisatie.
Ik trachtte de kinderen zo op te voeden dat zij niet verlegen zouden worden omdat ik blind was, en ik geloof ook niet dat zij dat waren. Soms haalde de jonge Tommy weleens grapjes met mij uit. Toen hij zeven of acht jaar was, kon hij heel goed stemmen nabootsen. Hij belde dan aan en deed de stem na van een oud iemand. Een keer deed ik zelfs een andere jurk aan, kamde mijn haar en bracht wat make-up aan omdat ik dacht dat wij gasten hadden gekregen. Op een keer kwam er een jongeman met een echte boodschap, maar ik dacht dat het Tom was die weer eens ondeugend deed, en het kostte hem heel wat moeite voordat hij mij ervan overtuigd had dat hij niet mijn zoon was.
Boodschappen doen
Mensen vragen mij vaak hoe het mogelijk is dat ik naar buiten kan gaan om de vele noodzakelijke karweitjes voor mijzelf en mijn gezin te verrichten. In het begin had ik hulp nodig om de weg naar de winkels te vinden, maar als mijn geleidehond eenmaal met een buurt bekend is, heb ik geen problemen meer. Bij het binnenkomen van een winkel of bij het passeren van de ingang weet ik gewoonlijk door de geur en de hele omgeving wel wat voor winkel het is. Elke zaak heeft zijn eigen bijzondere geur en geluiden. Het is voor mij dus niet moeilijk een drogisterij, een warenhuis of andere winkels te herkennen.
Ik houd ervan mij goed te kleden en daarom ben ik bijzonder voorzichtig wanneer ik kleren ga kopen. Wanneer ik in het betreffende warenhuis kom waar ik wil zijn, vertel ik aan de verkoopster de maat, de kleur en het patroon van het kledingstuk dat ik wil hebben. In mijn geest kan ik precies „zien” wat ik wil hebben, en ik doe altijd mijn best dit beeld op anderen over te brengen. Bij het passen van het kledingstuk vraag ik aan andere mensen in de buurt hoe het staat. Ik kan zelf voelen hoe het past, en zo maak ik mijn uiteindelijke keus.
Het is moeilijker levensmiddelen in te kopen omdat men dan de opschriften moet lezen. Als ik naar de supermarkt ga, vraag ik soms de bedienden me te helpen. Ik houd precies in gedachten wat ik wil hebben omdat zij niet de hele dag bezig kunnen zijn om voor mij door de winkel te hollen. Meestal neem ik echter iemand mee als ik levensmiddelen ga kopen.
Als ik thuiskom met mijn inkopen krijgt elk artikel een vaste plaats. Als ik daar niet de hand aan houd, kan ik later niets terugvinden. U begrijpt nu ook waarom ik er de voorkeur aan geef alles zelf weg te zetten. Om de artikelen te herkennen, ga ik na wat voor vorm ze hebben, en in het geval van blikken zet ik er een teken op. Bij het zoeken naar iets weet ik dus onmiddellijk waar het staat en hoe het aanvoelt.
Koken en schoonmaken
Ik vind het fijn om te koken, en ik mag graag verschillende schotels bereiden. Dit is niet moeilijk. Ik herken de verschillende ingrediënten aan de plank waarop ze staan en aan het verschil in vorm en grootte van de dozen en busjes waarin ze zitten. Ook mijn reuk-, tast- en smaakzin zorgen ervoor dat elke verwarring wordt vermeden. Ik geef er beslist de voorkeur aan om zelf te koken want als anderen dit voor mij doen, weet ik niet waar ze alles zetten, zodat ik later problemen heb met het terugvinden.
Een grote hulp bij dit alles is de speciale keukenuitrusting die voor blinden is ontworpen. Er zitten verhoogde punten op de temperatuurregelaar van de oven en braillepunten op de wekkerklok. Ik kan dus voelen op welke temperatuur en welke tijd ik de apparaten instel. Ik heb een plastic deegrol die met één hand gebruikt kan worden, zodat ik met mijn andere hand het deeg kan voelen. Ook een braillekookboek behoort tot mijn bezit, Cooking without Looking (Koken zonder te kijken).
De extra krachtsinspanningen die ik in het werk moet stellen om mijn huis schoon te houden, zijn voor mij altijd de moeite waard geweest. Soms brengen mijn buren zelfs bezoekers naar mij toe om hen een voorbeeld van een goed onderhouden huis te laten zien. Op mijn gevoel kan ik zeggen of de vloer of de meubels een schoonmaakbeurt nodig hebben. Een kort poosje heb ik een dienstmeisje gehad dat van mijn handicap dacht te profiteren; zij veegde het vuil namelijk onder de bedden. Later controleerde ik dit met mijn blote voeten, en zij verkeerde erg in verlegenheid toen mijn voeten zo vuil waren dat ze gewassen moesten worden.
Het is werkelijk heel belangrijk dat mijn huis netjes is en alles op een bepaalde plaats staat. Zoals het nu is, heb ik in mijn geest van elke kamer een precieze voorstelling, zodat ik door het hele huis kan lopen zonder mij ergens tegen te stoten.
Het oefenen van de zintuigen
Sommige mensen zijn de mening toegedaan dat de andere zintuigen van een blinde van nature sterker zijn. Onderzoekingen hebben echter aangetoond dat dit niet zo is. De blinde wordt niet met speciaal verfijnde gehoor-, voel-, reuk- of smaakzintuigen geboren; door oefening zijn zij evenwel in staat de doeltreffendheid van hun andere zintuigen te vergroten. Laat ik u een voorbeeld geven.
Gaat u eens zitten luisteren naar de een of andere muziek. Sluit uw ogen zodat u beter van het geluid kunt genieten. Wat bent u nu aan het doen? U sluit zich nu af voor bepaalde invloeden van buiten die u zouden kunnen afleiden, en door concentratie bent u uw gehoor aan het oefenen. Ditzelfde vindt plaats met blinde personen. Wij worden niet door allerlei dingen afgeleid zoals mensen met een normaal gezichtsvermogen, en wij kunnen ons daardoor beter op de ontwikkeling van onze andere zintuigen concentreren, bijvoorbeeld ons gehoor.
Het is opmerkelijk hoeveel inlichtingen men door andere zintuigen dan het gezicht kan verkrijgen. Ik gebruik al mijn zintuigen — mijn reuk, gehoor, gevoel en smaak — om als het ware te kunnen „zien” waar ik ben of wat ik doe. Op die manier krijg ik een tamelijk volledig beeld van mijn omgeving en weet ik precies wat er om mij heen gebeurt.
Vooral de gehoorzin is van bijzonder groot belang. Er zijn natuurlijk in de eerste plaats de geluiden die door bepaalde voorwerpen worden afgegeven — een ronkende auto, een draaiende ventilator of een sprekende persoon. Blinden worden experts in het analyseren van deze geluiden. Ik kan bijvoorbeeld door de richting van waaruit iemands stem komt, bepalen of hij groot of klein is, zodat ik dan naar boven of naar beneden kijk.
Ook teruggekaatste geluiden kunnen veel inlichtingen verschaffen. In iemands omgeving worden tal van geluiden geproduceerd — voetstappen op het trottoir, stemmen van mensen, verkeersgeluiden, enzovoort — en deze geluiden worden voortdurend teruggekaatst door muren, meubilair, vloeren en andere voorwerpen. Blinden ontwikkelen een bewustzijn voor deze teruggekaatste geluiden en kunnen er vaak veel uit opmaken. Ik kan bijvoorbeeld door een straat of door een gebouw lopen en uit het teruggekaatste geluid opmaken of ik in de buurt van een muur, een deur of een ander voorwerp ben.
Ook mijn tastzin vertelt mij heel veel. Ik leer niet alleen van wat ik met mijn handen aanraak, maar ook van de andere dingen die ik met mijn gevoel waarneem. Een zachte wind, hoe licht ook, kan betekenen dat er een deur of raam open staat, of als ik op straat ben, dat ik een opening tussen twee gebouwen passeer. Wanneer ik door de keuken loop en het fornuis is aan, is het waarnemen van warmte of koude erg belangrijk. Ook kan ik van een voertuig dat ergens staat geparkeerd, door de warmte die het uitstraalt bepalen of het daar al lang of kort heeft gestaan. De gemiddelde persoon is gewoonlijk verbaasd over het volledige beeld dat ik mij zonder gezichtsvermogen met behulp van de andere zintuigen van mijn omgeving kan vormen.
Spreken met een blinde
Het is een bijzonder grote hulp voor een blinde als u hem net zo behandelt als personen die wel kunnen zien. Ga niet naar ons toe met de woorden: „Raad eens wie ik ben.” Dit beklemtoont alleen maar onze omstandigheid. Als u iemand aan een blinde voorstelt is het prettiger wanneer u in plaats van: „Mag ik u mijnheer Die-en-die voorstellen”, zegt: „Aan uw rechterkant staat mijnheer Die-en-die, ik zou hem graag aan u willen voorstellen.”
Het getuigt ook niet van werkelijke vriendelijkheid wanneer u zegt: „Daar gaat die arme blinde man (vrouw).” Ik voel mij niet „arm”. Dat wij een handicap hebben, betekent nog niet dat wij geen gevuld en gelukkig leven kunnen leiden. Wij waarderen het wanneer u net zo tegen ons praat als tegen anderen. Dan voelen wij ons een deel van de groep, en niet de een of andere zeldzame soort.
Een gevuld en nuttig leven
Ik kan werkelijk de meeste dingen doen die andere mensen met een normaal gezichtsvermogen ook doen. Ik kan niet alleen braille lezen maar ook in braille schrijven, waarbij ik gebruik maak van een kleine graveerstift en een klein stukje metaal vol gaatjes. Daar deze instrumenten klein zijn, kan ik ze overal mee naar toenemen en wanneer dat nodig is aantekeningen maken. Als ik een toespraakje houd op de Theocratische Bedieningsschool in de gemeente van Jehovah’s getuigen waarmee ik ben verbonden, kan ik mijn aantekeningen aftasten zodat ik nooit mijn gezicht van mijn publiek hoef af te wenden. Ik hoef ook nooit op mijn klokje te kijken, ik voel op mijn klokje.
Wat mijn leven echter vooral gevuld en zinvol maakt, is het kennen en dienen van mijn Schepper, Jehovah God. Ik ben een volle-tijdonderwijzer en besteed minstens honderd uur per maand om anderen te helpen Gods voornemens te leren kennen. Ik ga met mijn hond op stap en bezoek de mensen van huis tot huis. Als ik iemand vind bij wie ik mag terugkomen, schrijf ik zijn naam en adres op, waarbij ik er nauwkeurig op let waar ik mij bevind en hoe ik naar dezelfde straat moet terugkomen, en dan kan ik met behulp van mijn hond deze persoon opnieuw bezoeken. Op het ogenblik leid ik iedere week ongeveer tien bijbelstudies in de huizen van geïnteresseerde personen.
Ik heb mijn kinderen opgevoed met het doel dat ook zij een aandeel zouden hebben aan ditzelfde godvruchtige werk. In maart 1970 behoorde mijn dochter Marlene tot de afgestudeerden van de zendingsschool Gilead van Jehovah’s getuigen in de stad New York, en in september 1971 studeerde Tommy aan dezelfde school af. Tommy is nu zendeling in Spanje.
Marlene heeft zes maanden als zendelinge in Ecuador gediend; toen werd zij echter zo ernstig ziek dat zij naar Puerto Rico terugkeerde. Ik was dag en nacht bij haar in het ziekenhuis. Vanuit haar bed bestudeerde zij met een van de verpleegsters de bijbel, hoewel zij elke keer wanneer de studie was afgelopen, bewusteloos raakte. De verpleegster is nu zover dat zij haar opdracht aan Jehovah God om hem te dienen, door de waterdoop wil symboliseren. De ziekte bleek dodelijk te zijn en na vijfentwintig jaar een produktief leven te hebben geleid, stierf Marlene. Er waren meer dan duizend personen op haar begrafenis aanwezig.
Als ik nu met mensen over Gods voornemens spreek, hebben ze een extra betekenis voor mij. Ik ben Jehovah God zo dankbaar voor zijn belofte van de opstanding, en dat de dag zal komen waarop ik in staat zal zijn mijn dochter te voelen, haar te horen, en, ja, haar ook te zien wanneer zij weer op deze aarde leeft. Ik voel dat mijn leven inderdaad gevuld en nuttig is, doordat ik met zoveel mogelijk mensen de grootse hoop tracht te delen die onze liefdevolle Schepper de mensheid aanbiedt.