De huidige kijk op epilepsie
HET was het middaguur op een Californische middelbare school. Een aantrekkelijk zestienjarig meisje kwam met verschillenden van haar klasgenoten de trap af. Plotseling viel zij op de grond. De spieren van haar lichaam spanden zich. Zij hield een ogenblik op met ademhalen, en haar spieren begonnen zich voortdurend samen te trekken waardoor haar lichaam heftig over de grond bewoog.
Vele medeleerlingen sloegen het angstig gade, volkomen verrast door wat zij met het meisje zagen gebeuren. Het was een aanval van epilepsie. Hoe zou u hebben gereageerd als het meisje een klasgenote of een kennis van u was geweest? Zou u haar als vriendin zijn blijven behandelen? Of zou u nu vinden dat zij een ongewenst persoon was? Zou u bang voor haar zijn en haar trachten te vermijden?
Vroegere denkbeelden en de huidige opvattingen
Gedurende duizenden jaren was de algemene gedachte dat epilepsie of vallende ziekte met magie of demonisme te maken had. Epileptici werden beschuldigd van hekserij en verbannen. Er werden gaten in hun hoofd geboord en zij werden met hete ijzers gebrand om de boze geesten uit te drijven. Hun kwaal werd beschouwd als een erfelijke „familietrek” en men dacht dat zij geestelijk achter waren.
Zulke ideeën bleven tot de moderne tijd bestaan en kwamen in de wetten van het land terecht. Nog in 1950 had één derde deel van de staten in de Verenigde Staten wetten die beperkingen stelden aan een huwelijk van epileptici. Veel staten hadden ook sterilisatiewetten die op hen van toepassing waren. Epileptici werd verboden een auto te besturen. En weinig firma’s wilden hen in dienst nemen.
Daarom werd de vroegere directeur van het Nationale Instituut voor Zenuwziekten en Blindheid, Dr. P. Bailey, ertoe bewogen op te merken: „Epilepsie is de enige kwaal waarbij de lijder meer belemmerd wordt door de houding van de gemeenschap dan door zijn handicap.”
Gelukkig zijn de opvattingen de laatste jaren verbeterd. Bijna alle staten hebben de sterilisatiewetten die van toepassing waren op epileptici, evenals de wetten die hen verboden te trouwen, ingetrokken. Het is in heel de Verenigde Staten voor epileptici mogelijk geworden een rijbewijs te krijgen; Denemarken stond al in 1937 toe dat epileptici een rijbewijs ontvingen. En werkgevers zijn nu meer geneigd hen in dienst te nemen.
Met de verbeterde opvattingen is ook de houding van het algemene publiek veranderd, zoals wordt weergegeven door onderzoekingen van het Amerikaanse Bureau voor Opinieonderzoek. In 1949 zei 57 percent van de ondervraagde personen dat zij er geen bezwaar tegen zouden hebben als hun kinderen met epileptische kinderen zouden spelen, vergeleken met 81 percent die in 1969 zei dat zij er geen bezwaar tegen hadden. Toen hun werd gevraagd of zij dachten dat epilepsie een vorm van achterlijkheid was, zei in 1949 59 percent: „Nee.” Maar in 1969 antwoordde 81 percent: „Nee.” En in 1949 vond slechts 45 percent dat epileptici zouden moeten worden aangenomen, terwijl in 1969 76 percent vond dat zij aangenomen moesten worden.
Wat is uw mening over dergelijke zaken? Zou u aarzelen met epileptici om te gaan of uw kinderen toe te staan dit te doen, waarbij u misschien denkt dat zo’n kwaal noodzakelijkerwijs veroorzaakt wordt door boze geesten?
De bijbel en epilepsie
De bijbel ondersteunt het denkbeeld niet dat epilepsie noodzakelijkerwijs veroorzaakt wordt door demonen. In Matthéüs 4:24 staat dat de mensen allen naar Jezus brachten „die er slecht aan toe waren, die door verscheidene kwalen en pijnen gekweld werden, door demonen bezetenen en lijders aan vallende ziekte”. Merk op dat er staat dat Jezus „door demonen bezetenen en lijders aan vallende ziekte” genas. De bijbel maakt dus een onderscheid tussen bezetenheid door demonen en epilepsie of vallende ziekte.
Het is waar dat de bijbel laat zien dat demonen epilepsie kunnen veroorzaken. Er wordt een geval vermeld waarbij een demon er de oorzaak van was dat een jongen geregeld op de grond viel, heftig heen en weer rolde, met het schuim op de mond, en nog andere kenmerken van epilepsie vertoonde (Mark. 9:14-29). Toch laat de bijbel ook zien dat demonen stomheid konden veroorzaken, door te zeggen: „Daar werd een stomme tot [Jezus] gebracht die door een demon bezeten was; en nadat de demon was uitgeworpen, sprak de stomme.” Ook maakt de bijbel duidelijk dat de blindheid van een man door een demon veroorzaakt werd. — Matth. 9:32, 33; 12:22.
Maar het feit dat de bijbel toont dat de demonen in staat zijn fysieke kwalen te veroorzaken, is er in het geheel geen aanduiding voor dat blindheid, stomheid en epilepsie in het algemeen veroorzaakt worden door boze geesten of demonen. Achter de meeste van deze kwalen schuilt een fysieke oorzaak.
Wat epilepsie inhoudt
Epilepsie kan men verdelen in een aantal verschillende hoofdvormen. Al deze vormen hebben echter één overheersend symptoom gemeen: terugkerende aanvallen. Bovendien heeft men ontdekt dat de verscheidene vormen van epilepsie ook een slecht functioneren van bepaalde hersencellen gemeen hebben.
Als wij de hersenen onderzoeken, ontdekken wij dat de hersencellen elektrische prikkels uitzenden. De elektrische ontladingen van de hersencellen geschieden in het normale geval ritmisch, volgens een golfpatroon. Er is een machine uitgevonden die deze golfpatronen kan registreren en ze op een lopende papierstrook kan weergeven. Maar bij sommige personen wordt de elektrische activiteit van de hersenen tijdelijk onderbroken en dan flitsen er onjuiste boodschappen naar de activiteitscentra van het lichaam. Dit resulteert in een aanval van epilepsie. Maar de stoornis in de hersenen, soms een „storm” genoemd, is spoedig voorbij en de aanval stopt.
Daarom kan men begrijpen waarom Dr. L.D. Boshes verklaarde: „Epilepsie is geen ziekte. Het is een symptoom dat erop duidt dat er iets niet in orde is met de hersenen; net zoals koorts op zichzelf geen ziekte of kwaal is maar een aanduiding dat er zich ergens in het lichaam een infectie bevindt.”
Epilepsie is geen zeldzame ziekte maar komt integendeel vrij algemeen voor. Men gelooft dat ongeveer één op de honderd personen deze ziekte heeft, het merendeel kinderen. Hierdoor komt men op meer dan twee miljoen lijders aan vallende ziekte in de Verenigde Staten! En dan zijn er nog miljoenen meer die zo nu en dan één enkele aanval krijgen, maar dit wordt niet onder epilepsie gerangschikt omdat de aanvallen niet steeds terugkeren.
Ofschoon de aanvallen wat hun verschijningsvorm betreft zeer variëren, geven gezaghebbende personen vaak drie hoofdvormen aan. Iedere hoofdvorm heeft zijn eigen karakteristieke hersengolfpatroon, dat het type elektrische „storm” in de hersenen weergeeft. De ernstigste vorm is die welke het meisje onderging dat in de inleiding van het artikel wordt beschreven. Zij had grand mal, wat de meeste mensen als een echte epileptische aanval beschouwen.
Hoewel een grand mal-aanval voor een toeschouwer schrikwekkend kan zijn, ondervindt het slachtoffer zelf, daar deze bewusteloos is, er geen pijn van en veroorzaakt de aanval maar zelden verwondingen. Het schokken en heen en weer rollen van het lichaam duurt slechts ongeveer één minuut, hoewel het voor iemand die het gadeslaat langer kan lijken. De persoon ontspant zich dan en het is mogelijk dat hij na een paar minuten weer opstaat en in staat is zijn normale activiteiten te hervatten alsof er niets is gebeurd.
Een tweede hoofdvorm is petit mal, die in het algemeen voorkomt tijdens de leeftijd van vijf tot twaalf jaar. Het is echter zeldzaam dat deze vorm als men volwassen is blijft bestaan. De aanval wordt gekenmerkt door korte storingen van het bewustzijn, deze duren gewoonlijk slechts vijf tot tien seconden. Ze kunnen vaak voorkomen, tot wel honderd keer of meer per dag. Het gezicht kan een starende uitdrukking krijgen en er kunnen lichte trekkingen aanwezig zijn van het hoofd of de armen, maar de persoon valt niet. Onmiddellijk na de aanval is de persoon geestelijk bij bewustzijn en is hij in staat met zijn activiteiten verder te gaan.
Psychomotore epilepsie is de derde hoofdvorm van vallende ziekte. De aanvallen bij deze vorm worden gekenmerkt door automatische, stereotiepe bewegingen of vreemde gedragingen. Het kan zijn dat het slachtoffer plotseling „uitgeschakeld” lijkt en ongewone handelingen gaat verrichten. Hij plukt of trekt misschien aan zijn kleren, beschouwt misschien de voorwerpen om hem heen of gaat rondlopen. Men zag eens een patiënt in een wachtkamer een asbak oppakken en van persoon naar persoon gaan om sigarettepeukjes aan te bieden.
Een psychomotorische aanval duurt gewoonlijk maar twee tot drie minuten. Daarna herinnert de persoon zich gewoonlijk weinig of niets meer van wat er is gebeurd. Slechts als de persoon lichamelijk wordt gehinderd kan hij boos lijken of luidruchtig worden.
Ofschoon het verkeerd functioneren van de hersencellen de oorzaak van het probleem is, wordt de intelligentie niet aangetast. De meeste epileptici hebben een gemiddelde intelligentie, sommigen zijn briljant en anderen zijn, zoals bij ieder willekeurig deel van de bevolking, beneden het gemiddelde.
Fysieke oorzaken
Wat is de oorzaak van de terugkerende elektrische „stormen” in de hersenen van sommige personen, waardoor zij aanvallen krijgen? Het feit is dat in de meeste gevallen van epilepsie de oorzaak niet bekend is. Er wordt echter gezegd dat iets dat zenuwcellen in de hersenen beschadigt ervoor verantwoordelijk kan zijn.
Dus kan een slag op de hersenen de oorzaak zijn of een hersentumor. Infecties kunnen ook verantwoordelijk zijn. Virussen die ziekten veroorzaken zoals mazelen, hersenvliesontsteking en andere ziekten, kunnen zich langs het ruggemerg naar boven begeven en de hersenen aantasten. Of een verstoring van het chemisch evenwicht in het lichaam kan de oorzaak van de kwaal zijn. Iemands lichaam kan bijvoorbeeld een bepaald enzym missen, wat tot een aantasting van de hersencellen kan leiden. Of een tekort aan pyridoxine, vitamine B6, kan ervoor verantwoordelijk zijn.
Ofschoon het niet bekend is of emotionele opwinding epilepsie veroorzaakt, doet deze vaak wel aanvallen ontstaan bij personen die er reeds aan lijden. Financiële of huishoudelijke zorgen, de vrees voor aanvallen of andere van streek brengende factoren kunnen de aanvallen verhaasten. Bij meisjes vinden de aanvallen soms alleen maar plaats in samenhang met de menstruatiecyclus, in het algemeen vóór de menstruatie.
Sommige personen schijnen aanleg te hebben voor epilepsie. Het is deze aanleg die van generatie op generatie schijnt over te gaan, net als de vatbaarheid voor andere kwalen zoals kanker en hartkwalen ook overerfelijk schijnt te zijn. Maar epilepsie zelf wordt niet overgeërfd. Daarom zijn de wetten die epileptici verboden te trouwen op grote schaal ingetrokken. Een algemeen aanvaarde mening luidt dat een epilepticus een kans heeft van één op de vijftig om een epileptisch kind te krijgen en een niet-epilepticus van één op de tweehonderd.
Een bemoedigend vooruitzicht
Het is bemoedigend dat epileptische kinderen naarmate zij ouder worden vaak herstellen van epilepsie. Ook kan nu minstens de helft van alle epileptici gevrijwaard worden tegen een aanval. Van nog eens 35 percent kunnen de aanvallen drastisch worden verminderd. En zelfs de overblijvende 15 percent kan worden geholpen. Hoe wordt dit gedaan?
Voornamelijk wordt dit gedaan met behulp van anticonvulsiva. Er zijn er nu twintig of meer beschikbaar, waarbij fenobarbital en difenylhydantoïne het meest worden gebruikt. De therapie houdt in dat men een dosering van een medicijn, of combinatie van medicijnen, vindt die voldoende is om de aanvallen te doen ophouden, terwijl men tevens tracht ongewilde neveneffecten zoveel mogelijk te vermijden. De medicijnen dienen om het natuurlijke chemische evenwicht in het lichaam te versterken en zodoende de abnormale elektrische activiteit van de hersenen te onderdrukken. Maar de medicijnen zijn geen geneesmiddelen. Ze worden geregeld ingenomen om aanvallen te voorkomen, net zoals de suikerzieke geregeld insuline inneemt om zijn gezondheid te handhaven.
Maar om een maximaal resultaat van de behandeling met medicijnen te verkrijgen, zijn een gezonde geestelijke kijk en manier van leven bijzonder belangrijk. De vrees, frustraties en angsten die aanvallen kunnen veroorzaken, dienen te worden verlicht. En de beste medicijn hiervoor is LIEFDE. Een epilepticus heeft het gevoel nodig dat men hem graag mag en dat anderen echt om hem geven.
Belangrijk is ook een juiste voeding, rust, beweging en gematigdheid in ieder aspect van zijn leven. De aanvallen van sommige epileptici zijn door dieettoevoegingen van vitamine B6 en magnesium onder controle gebracht.
Als de aanvallen onder controle worden gehouden, handelt een epilepticus even normaal als ieder ander. Vandaar dat het epileptici in de Verenigde Staten na een „aanval-vrije” periode van gewoonlijk één tot twee jaar wordt toegestaan een rijbewijs te krijgen. Het is alleen maar juist dat zij ook van een passende werkkring mogen genieten. Na een uitgebreide studie zei Dr. M.M. Udell dat hij „geen wezenlijke bewijzen op tafel kon brengen waardoor enig werkelijk verschil werd aangetoond tussen de werkprestaties van epileptici en anderen”.
Wees behulpzaam
Als u een familielid, vriend of alleen maar een kennis van een epilepticus bent, wilt u zeker helpen. En misschien kunt u het beste helpen door een epilepticus zo gewoon mogelijk te behandelen. Tracht hem in geen geval te vermijden of behandel hem niet als iemand die ongewenst is. Houd in gedachte dat epilepsie eenvoudig aan een verkeerd functioneren van het lichaam te wijten is.
Als het een epileptisch kind betreft, treed dan niet overmatig beschermend op. Laat het meedoen aan de activiteiten van andere kinderen. In werkelijkheid vinden aanvallen zelden tijdens lichamelijke activiteit plaats, dus is het gevaar tijdens het spelen minimaal. Natuurlijk kunnen aan kinderen die last hebben van vaak voorkomende aanvallen, activiteiten zoals paardrijden en boomklimmen wijselijk worden verboden.
Wat dient u te doen als u er getuige van bent dat iemand een aanval krijgt? Blijf rustig. U kunt niets doen om de aanval te stoppen. Maak de ruimte rond de persoon vrij zodat hij zichzelf niet verwondt, maar tracht niet zijn bewegingen te belemmeren. Als zijn mond open is kunt u een zacht voorwerp zoals een schone, opgevouwen zakdoek tussen zijn kiezen stoppen, opdat hij niet in zijn tong zal bijten. Maar wees daarmee voorzichtig zodat hij niet in uw vingers bijt. En als de aanval voorbij is, kunt u zich aan de zijde van de persoon bevinden en rustig en bemoedigend met hem praten.
Veel meer kunnen wij niet doen. Maar gelukkig is er één die meer kan doen. Negentien eeuwen geleden toonde Jezus Christus zijn macht om epilepsie te genezen, en als de koning van Gods koninkrijk zal hij spoedig die macht aanwenden tot zegen van allen, met inbegrip van epileptici.