Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g71 8/8 blz. 12-15
  • Veranderende houding ten aanzien van werk

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Veranderende houding ten aanzien van werk
  • Ontwaakt! 1971
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Veranderende houdingen ten aanzien van eerlijkheid
  • Verantwoordelijkheid van de werkgever
  • Druk van een achteruitgaand samenstel
  • Voordelen van juiste houdingen
  • Hoe kan ik mijn baan behouden?
    Ontwaakt! 1984
  • Hoe krijg (en behoud!) ik een baan?
    Wat jonge mensen vragen — Praktische antwoorden
  • Bent u bereid te werken?
    Ontwaakt! 1973
  • Vindt u vreugde in uw werk?
    Ontwaakt! 1973
Meer weergeven
Ontwaakt! 1971
g71 8/8 blz. 12-15

Veranderende houding ten aanzien van werk

HEBT u opgemerkt dat de houding van werknemers verandert? Misschien is het u opgevallen bij veel verkopers, vooral in de winkels van grote steden, waar de bediening dikwijls veel te wensen overlaat. Het is heel goed mogelijk dat u minderwaardige koopwaar hebt ontvangen of misschien hebt u zo nu en dan zelfs wel prullegoed geaccepteerd eenvoudig omdat u wist dat er te veel tijd overheen zou gaan voordat de firma het artikel kon vervangen.

Op veel terreinen van de handel zijn er mensen die wel betaald willen worden maar die niet het werk willen doen of het niet goed willen doen. Er is steeds meer onverschilligheid en de houding van „het kalmpjes aan doen” op het werk.

Vooral sinds de Tweede Wereldoorlog hebben werknemers hogere eisen gesteld zoals meer geld en andere voordelen, maar naar de mening van veel mensen is de kwaliteit van hun werk dikwijls steeds minder voldoeninggevend gebleken.

Werkgevers in deze tijd zeggen dat veel werknemers eenvoudig geen volle dag werk willen leveren. Toen het Wachttorengenootschap in Amerika bijvoorbeeld bij bepaalde gelegenheden inkopen trachtte te doen, werd hun meegedeeld dat het niet zeker was wanneer het verkrijgbaar was ’aangezien dit er helemaal van afhing of het personeel zin had om te werken’. Veel werknemers hebben dikwijls een onverschillige houding. Eén werkgever zei: „Toen ik zelf een zaak begon, moest ik soms de hulp van de vakvereniging inroepen. Weet u, ik kreeg ongeveer één goede werker op de tien die ik in dienst nam. De mannen wilden echt niet werken. Ik mocht van geluk spreken als ik vijftien minuten werk per uur uit hen kon krijgen. Als je ze wegstuurde, vonden zij dat niet erg. Dan trokken zij van de werkloosheidsverzekering of ze zeiden: ’We hebben maling aan je. We hebben de bond achter ons staan.’”

Het commentaar van een aannemer uit Kentucky over de houding die men tegenwoordig ten opzichte van werk heeft, komt op hetzelfde neer. Hij zegt: „Veel werknemers in deze tijd hebben hoofdzakelijk belangstelling voor twee dingen: wanneer zij met werken mogen ophouden en betaaldag. Zij hebben geen belangstelling voor de firma noch voor wat de firma tracht te doen.”

Deze werkgever sprak ook over een neiging die onder veel jonge mensen bestaat om snel een hoge positie te willen krijgen maar zonder al de krachtsinspanningen in het werk te stellen die worden vereist om een vakman te worden. „Wij moeten bij veel van deze jonge werknemers gewoon naast hen blijven staan en hun alles voordoen, anders wordt het niet juist gedaan. Vroeger werkte een jongen met zijn vader samen. Na vier of vijf jaar aldus te zijn opgeleid, wist hij zijn hoofd en zijn handen te gebruiken. Maar zo is het niet meer. De jongeman zoekt gewoonlijk een gemakkelijke manier om eronderuit te komen. Maar er zijn geen gemakkelijke manieren om bekwaamheden te verwerven noch om het lichaam en de geest te trainen bepaalde dingen te doen.”

Nadat hij had nagedacht over wat hij zo juist had gezegd, vervolgde hij: „Ik neem tegenwoordig liever een man van veertig of ouder in dienst. De oudgedienden zijn heel moeilijk te vervangen.”

Anderen hebben eveneens opgemerkt dat veel jeugdige werknemers tegenwoordig de mening zijn toegedaan dat ’werk noodzakelijk maar niet wenselijk is’. Misschien komt dit doordat zoveel jongeren op genoegens uit zijn. Zij hebben hun geest niet alleen op ontspanning gericht zodat zij geneigd zijn zich aan baldadigheid over te geven, maar zij worden ook gemakkelijk door hun omgeving afgeleid, vandaar dat zij iemand nodig hebben die het toezicht over hen heeft. Velen hebben goede bedoelingen, maar zij hebben geen goede werkgewoonten ontwikkeld, zodat zij niet de hele dag gestadig kunnen doorwerken.

Veranderende houdingen ten aanzien van eerlijkheid

Er zijn niet alleen veranderende houdingen ten aanzien van vlijt en vakmanschap, maar ook met betrekking tot eerlijkheid. Veel werknemers stelen door werktijd op te geven terwijl zij niet eens op het werk waren. Wanneer er bijvoorbeeld storing optreedt in een communicatienet, moet er met spoed een storingsploeg worden uitgezonden om de verbindingslijnen te onderzoeken, de storing op te sporen en te verhelpen. Bij dit werk is gewoonlijk geen opzichter aanwezig. Wanneer de storing is verholpen, moeten de mannen die de herstelwerkzaamheden hebben verricht dus het aantal werkuren opgeven. Men heeft opgemerkt dat het voor veel werknemers een normale zaak is om meer uren op het rooster te zetten dan zij in werkelijkheid aan het karwei hebben besteed.

Veel werknemers hebben geen gewetensbezwaren om tijd en andere dingen van hun werkgever te stelen. „Stelen is zo gewoon”, zei een werkgever, „dat het als vanzelfsprekend wordt aangenomen.” Een fabrikant in lederwaren scheen diefstal als een feit te aanvaarden: „Wat de werknemers maar in hun zak kunnen steken, nemen zij mee”, zei hij tamelijk onverschillig. „Zij zijn van mening dat de firma het aan hen verplicht is. Zij beschouwen het niet werkelijk als stelen, noch denken zij dat het verkeerd is om te stelen.”

Een lasser merkte op dat als hij zijn uitrusting ’s avonds niet aan de ketting legde of achter slot borg, ze zeer waarschijnlijk vóór de ochtend gestolen zou zijn. Eén werkgever onthulde dat hij twintig jaar lang zijn bedrijf niet had kunnen verlaten om vakantie te nemen omdat er niemand was die hij bij de koopwaren kon vertrouwen. Pas nadat hij iemand in dienst had genomen die volgens bijbelse beginselen leeft, een van Jehovah’s getuigen, nam hij zijn eerste vakantie.

Verantwoordelijkheid van de werkgever

Hoe komt het dat de houding ten aanzien van werk verandert? Het is gemakkelijk genoeg om de werknemers de schuld te geven, maar de feiten tonen aan dat de leiding er dikwijls toe heeft bijgedragen. Soms wordt er bijvoorbeeld door superieuren druk uitgeoefend om de werknemers langzamer te doen werken. Een meisje dat in een boekbinderij op stukloon werkte, bemerkte dat zij orders overtrad toen zij met haar normale snelheid werkte. Van haar voorman moest zij met haar produktiebericht knoeien om het in overeenstemming te brengen met dat van de andere werkers op de afdeling. Het teveel werd op het bericht van de volgende dag gezet, zodat zij gedwongen werd in een langzamer tempo te werken.

Aan de andere kant is een bedrijf soms al te zeer op produktie uit, hetgeen nadelig is voor de werkgewoonten. „Heel wat bedrijven in deze tijd nemen het er niet zo nauw mee hoe een werkstuk eruitziet zolang het er maar mee door kan”, gaf één werknemer toe. „Wat ze willen, is produktie.” Hierdoor wordt er snel maar slordig werk geleverd, dat dikwijls overgedaan moet worden.

Soms is er een onverschillige houding onder de bedrijfsleiding, en dit kan alleen maar slechte werkgewoonten tot gevolg hebben. „Neem mijn werk eens”, zei een elektricien. „Wij moeten om 8 uur beginnen, maar de mensen komen niet vóór 8.30 of 9 uur op het werk, en toch zegt de firma niets. Als het de firma niets kan schelen, waarom zouden de werknemers zich dan druk maken?”

Een soortgelijke onverschillige houding wordt dikwijls met betrekking tot stelen aan de dag gelegd. Een aannemer zei dat ’er bedrijven zijn die het stelen niet erg vinden. Ze denken maar zo dat ze de werknemer tegen een lager salaris in dienst hebben genomen zodat als hij steelt, zijn lagere salaris het verlies ruimschoots compenseert’.

Er schuilt echter meer achter de veranderende houdingen ten aanzien van werk dan enkel het feit dat sommige werkgevers in gebreke blijven tot de juiste houding aan te moedigen.

Druk van een achteruitgaand samenstel

Met zoveel werknemers die geen volle dag werk willen leveren, is het een kwestie van druk die op anderen wordt uitgeoefend om zich naar de algemene houding te schikken. Zo was er een jongeman op een universiteit die na een vijfweekse periode op zijn eerste betrekking te midden van andere werknemers op zekere dag aan het hoofd van de faculteit waaraan hij studeerde vertelde wat hij had meegemaakt. Hij begon met te zeggen: „Wordt er van de studenten niet verwacht dat zij hun werkgever elke dag het beste werk leveren dat zij kunnen?”

„Waarom vraagt u dat?” informeerde de hoogleraar.

„Welnu, op mijn betrekking begon ik mijn best te doen. Al gauw werd mij door een van mijn collega’s gezegd dat ik niet zo snel moest werken. Ik schonk geen aandacht aan hem; toen werd ik door anderen benaderd en ten slotte sprak de chef er met mij over.”

„Bent u toen langzamer gaan werken?” vroeg de hoogleraar.

„Ja. Ik zag dat ik impopulair werd bij de andere werknemers, maar het zat me niet lekker dat ik niet mijn best trachtte te doen.”

Dit is natuurlijk geen alleenstaand geval. Het is vaak gebeurd. Een ijverige arbeider kwam in een grote fabriek op de afdeling van de automatische draaibanken te werken. Hij vond het werk gemakkelijk en vond het daarom fijn om tamelijk snel te werken. Na slechts enkele dagen kwam een van de oudere draaiers naar hem toe en zei: „Kalmpjes aan, maat, het heeft geen haast. Doe het een beetje langzamer. Luister naar mijn raad; het is gezonder.”

Werknemers op alle mogelijke terreinen hebben dezelfde vormen van druk ondervonden. Velen hebben aldus minder gedaan dan zij normaal zouden doen. Men heeft bemerkt dat mannen die graag werkten en die niet konden nalaten meer te doen, soms afgewerkte produkten onder hun werkbank hadden verborgen omdat zij bang waren ze in te leveren. Men heeft werknemers wel urenlang niets zien doen omdat de „limiet” van de dag was bereikt. Onderzoekers hebben echter bemerkt dat veel werkende mensen een afschuw hebben van het hele gedoe dat zij „lijntrekken” of „het kalmpjes aan doen” noemen.

Nog een reden voor de veranderde houdingen ten aanzien van werk is de tendens om super-„zwel”-concerns te vormen, waar werknemers zich vaak de gevangene voelen van het gigantisme. Veel jongeren klagen dat werken voor hen een niet lonende, frustrerende ervaring is. Het gevoel iets gepresteerd te hebben, wat men zozeer nodig heeft, wordt dikwijls niet verkregen.

Eén werkgever in een elektriciteitsbedrijf die deze veranderde houdingen onder werknemers heeft opgemerkt, zei eenvoudig: „Misschien is het ’t samenstel.” Inderdaad, het hele samenstel van dingen vertoont sporen van achteruitgang en er is een algemeen verbreide morele ineenstorting. In de bijbel werd trouwens voorzegd, wanneer daarin over de „laatste dagen” wordt gesproken, dat overal waar zich maar belijdende christenen bevinden, de tijd zou aanbreken waarin de ’mensen het geld zouden liefhebben, aanmatigend zouden zijn, hoogmoedig, ondankbaar, deloyaal, niet ontvankelijk voor enige overeenkomst, onbezonnen en opgeblazen van trots’ (2 Tim. 3:1-5). Deze eigenschappen zijn niet bevorderlijk voor betere houdingen ten aanzien van werk.

Het hele samenstel van dingen is er dus bij betrokken en de diverse houdingen van zorgeloosheid, oneerlijkheid, onverschilligheid, onbetrouwbaarheid, gebrek aan samenwerking, enzovoort, zijn een uiting van „de geest van de wereld” en de eigenschappen van „de heerser van deze wereld”, die in de bijbel als niemand anders dan Satan de Duivel wordt geïdentificeerd. — 1 Kor. 2:12; Joh. 12:31; 14:30; 16:11; Openb. 12:9.

Voordelen van juiste houdingen

Hoewel de houdingen ten aanzien van werk veranderen, hoeft u niet mee te gaan met „de geest van de wereld” en u er niet door te laten beïnvloeden. U kunt goede houdingen van vlijt, opgewektheid, vriendelijkheid en samenwerking ontwikkelen; met zulke hoedanigheden maakt u uw werk plezieriger en verkrijgt u grotere voldoening.

Ja, wanneer u een goede houding ten aanzien van uw werk hebt, schept u er werkelijk genoegen in iets te presteren. Gods Woord de bijbel zegt dat de mens zich dient te ’verheugen in zijn werken’ (Pred. 3:13, 22). Om vreugde te kunnen scheppen in uw werk moet u het goed doen. Ja, wat voor werk u ook verricht, u kunt ernaar streven er het stempel van vakmanschap, van uitmuntendheid, op te drukken. Een vakman is iemand die alles wat hij moet doen, goed doet. Hij schept er vreugde in zijn werk goed te verrichten.

Een timmerman bijvoorbeeld die „in de bouw” goed werk levert, kan altijd met trots naar zijn werk wijzen. Het geeft hem een gevoel van waarde iets gepresteerd te hebben. Zijn gezin kan zich ook met hem verheugen. Een huisvrouw die haar best doet, vindt het ook fijn anderen de arbeid van haar handen te laten zien; zij ontwikkelt een gezonde houding ten aanzien van al haar werkzaamheden thuis (Spr. 31:27, 28, 31). Zelfs kleine kinderen zijn opgetogen over het goede werk dat zij doen. Iedere goede werker is dit trouwens. Want is er ook maar iemand die werkelijk vreugde schept in slordig werk?

Nog een voordeel van goede houdingen ten aanzien van werk is dat er waarschijnlijk meer vraag naar uw bekwaamheden en diensten zal zijn, zelfs wanneer er werkloosheid heerst, zoals thans in een aantal landen veel voorkomt. Eén werkgever, wiens zaak bekendstaat om de hoge kwaliteit van haar personeel, zei het volgende:

„Onze belangstelling gaat veeleer uit naar de houding van de werknemer dan naar zijn ervaring. Als iemand de juiste houding heeft, kun je er redelijk zeker van zijn dat hij zal blijven leren en groeien en zich zal blijven ontwikkelen. Bovendien zal hij altijd de soort van persoon zijn met wie wij graag samenwerken. Als een persoon geen goede houding heeft, willen wij hem niet hebben — wat zijn ervaring of bekwaamheid ook mag zijn. Vroeg of laat betekent een slechte houding altijd moeilijkheden.”

Een goede houding ten aanzien van werk kan iemand dus helpen werk te krijgen, terwijl iemand met een slechte houding ten aanzien van werk zonder werk kan komen te zitten. Aangezien veel firma’s in deze tijd met een hele kleine winstmarge werken, kan een slechte houding ten aanzien van werk onder werknemers ertoe bijdragen dat een zaak failliet gaat. Er zijn dus heel wat redenen waarom iemand die een slechte houding ten aanzien van werk heeft zonder werk kan komen te zitten. Hoe juist is het bijbelse beginsel: „Wat een mens zaait, dat zal hij ook oogsten.” — Gal. 6:7.

Hoe is uw houding ten aanzien van werk? Als u in dit opzicht verbetering wilt aanbrengen, kunt u de goede raad van de christelijke apostel Paulus ter harte nemen, die zei: „Wat gij ook doet, verricht uw werk met geheel uw ziel als voor Jehovah en niet voor mensen, want gij weet dat gij van Jehovah [de] rechtmatige beloning . . . zult ontvangen” (Kol. 3:23, 24). Deze schriftuurlijke raad helpt christenen de grootste aansporing met betrekking tot werk te verkrijgen. Met zo’n houding zal de werknemer niets van de goederen van zijn werkgever stelen, noch zal hij tijd van zijn werkgever stelen door er slechte werkgewoonten op na te houden. — Ef. 4:28.

De veranderende houdingen ten aanzien van werk dienen ons allen te waarschuwen dat wij op onze hoede moeten zijn om „de geest van de wereld” te weerstaan. Wij bevinden ons namelijk in een samenstel van dingen dat in verval is geraakt en dat spoedig door Gods rechtvaardige nieuwe ordening vervangen zal worden (2 Petr. 3:13). Ondertussen zal een goede houding ten aanzien van werk u vreugde en diepe persoonlijke voldoening schenken.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen