Slangen — vrienden of vijanden?
Door Ontwaakt!-correspondent in Panama
HIER in Panama treft men een grote verscheidenheid van slangen aan. Er zijn meer dan 125 verschillende soorten, maar slechts eenentwintig ervan zijn vergiftig. En de niet-vergiftige soorten zijn veel talrijker dan de vergiftige. Verscheidene zendelingen van Jehovah’s getuigen hebben interessante ondervindingen opgedaan. Een van hen, die in een stad in het binnenland woont, vertelt: „Op een dag vonden wij de afgeworpen huid van een boa constrictor in ons huis. We waren flink geschrokken. Toen we later de eigenaar van de huid ontdekten, schrokken we zelfs nog meer. Want we beseften dat hij blijkbaar al enige tijd in huis was en zich met de insekten voedde die ons pannendak bewoonden, zonder ons zelfs maar te laten weten dat hij in de buurt was.”
Een andere zendeling vertelt: „Verscheidene nachten lang merkte ik dat er iets in de spiraal van mijn bed zat. Ik kon ’s nachts zachte bewegingen voelen en horen, maar ik kon niets zien. Omdat ik onder een muskietennet sliep, voelde ik me heel goed beschermd tegen een muis of zelfs een rat, maar stelt u zich mijn ontsteltenis voor toen ik besloot op onderzoek uit te gaan en een vergiftige koraalslang vond die in de spiraal woonde!”
Ja, de algemene reactie als men met een slang geconfronteerd wordt is te schrikken. Is dat uw reactie? Is het gerechtvaardigd? Zijn slangen werkelijk gevaarlijke vijanden van de mens? Of dienen ze een nuttig doel?
Verhalen over slangen
Het is heel duidelijk dat sommige soorten slangen gevaarlijk kunnen zijn. De zeer vergiftige cobra bijvoorbeeld is naar men beweert alleen al in India verantwoordelijk voor zo’n 10.000 doden per jaar. In de broedtijd kan de cobra agressief zijn, en er gaan verhalen dat ze mensen heeft achtervolgd in een jacht op leven en dood.
De python is een andere beruchte slang, waarvan het noemen alleen al sommige mensen schrik aanjaagt. Ze kan ontzagwekkend groot worden. Er is een Aziatische python gemeten van wel tien meter lang! De python doodt haar prooi door ze te omknellen of samen te drukken totdat ze stikt. Er zijn maar weinig authentieke verhalen over slangen die mensen aanvallen en verslinden. Er is echter een authentiek geval van een veertienjarige jongen uit voormalig Oost-Indië die door een python werd aangevallen en opgeslokt. Een paar dagen later werd de grote slang gevangen en gedood, waarbij het lichaam van de jongen werd ontdekt.
De grootste slang die er bestaat is de Zuidamerikaanse anaconda, die haar slachtoffers eveneens doodt door ze te wurgen. Er zijn verhalen van vroeger uit Brazilië over de grote afmetingen en kracht van de anaconda. Enkele jaren geleden verspreidde een fotograaf een foto van een reusachtige anaconda van, naar verluidt, zo’n 40 meter lang. En in 1948 sprak een krantenbericht over een slang van ruim 47 meter die door een detachement van het Braziliaanse leger was gedood. Waren de slangen werkelijk zo lang? De juistheid van de beweringen is niet bevestigd. Er zijn echter betrouwbare berichten over anaconda’s van ruim elf meter, wat met recht groot is! De boa constrictor, die men in het Panamagebied aantreft, kan meer dan vier en een halve meter lang worden en volgt de anaconda en python in lengte op.
In hoeverre gevaarlijk
Aangezien deze grote slangen in het algemeen aan een kleinere prooi de voorkeur geven, is het gevaar voor mensen minimaal. Het grootste gevaar voor de mens is dus van de giftige slangen afkomstig. Slechts een gering percentage van de bijna 3000 slangensoorten in de wereld is echter vergiftig. Men schat dat slechts acht op de honderd enig gevaar voor de mens vormen.
Een schrijver merkte onlangs op dat ’de kans om in Panama door een slang gebeten te worden even groot is als de kans door de bliksem getroffen te worden’. Hij zei echter ook dat ’het het beste is zich niet in de omgeving van slangen op te houden omdat het meestal de slangenhandelaars zijn die slangebeten oplopen’.
De gevaarlijkste slangen in Panama zijn de vergiftige „Fer de lance” of pijlpunt, de bosmeester en koraalslang en, in mindere mate, de groene grijpstaartslang en de „copperhead”. Ook de zeeslang van de Grote Oceaan, waarvan, naar men meent, het vergif vijftig maal zo giftig is als van welke landslang maar ook, kan voor baders langs de kust van de Grote Oceaan gevaarlijk zijn.
Maar kan een jagende landslang, als ze dit probeert, een mens vangen? Waarschijnlijk niet. De hoogste snelheid die de meeste slangen kunnen bereiken ligt op ongeveer dertien kilometer per uur, langzamer dan een mens kan rennen, en er zijn maar weinig slangen die zich zo snel kunnen voortbewegen. Een opmerkelijke uitzondering hierop is de snelle koningscobra. Als ze zich echter voortbeweegt, houdt ze haar kop van de grond, maar ze moet hem horizontaal neerleggen om bochten te kunnen maken. Een mens kan dus in het open veld wegkomen door het maken van plotselinge zijbewegingen. Er zijn berichten over mensen die, door alleen maar zulke bewegingen te maken, aan de koningscobra ontsnapten!
In feite zijn slangen over het algemeen heel schuw en zullen zij, als daartoe de gelegenheid bestaat, uit de buurt van mensen blijven. Deze voorkeur om zich te verbergen bestaat zelfs bij de giftige soorten, de cobra in de meeste gevallen meegerekend. Slangen zijn er niet op uit mensen aan te vallen. Als men dus in de tuin of in de buurt van bomen en struiken voorzichtig is, is de kans dat men gebeten wordt gering. Op sommige plaatsen is het ook goed om rondom de garage of het huis op zijn hoede te zijn, omdat giftige slangen ook hier binnendringen.
Een onverdiende reputatie
Het blijkt dat slangen voor het merendeel een onverdiende reputatie genieten. De herpetoloog (iemand die studie maakt over reptielen) S. Telford is deze mening eveneens toegedaan. Hij zegt: „Ze hebben een reputatie die ze niet verdienen; omdat er een paar gevaarlijk zijn, zijn ze allemaal in een kwaad daglicht gesteld.”
In werkelijkheid dienen slangen een nuttig doel, zoals Telford uiteenzet. Ze zijn belangrijk voor de beperking van het aantal ratten, muizen en andere knaagdieren die zich met hoge snelheid vermenigvuldigen en grote schade kunnen aanrichten aan de oogst. Daarom beschouwen veel boeren de slang als hun vriend, als een medewerker bij hun moeizame arbeid.
Slangen staan de mens echter ook nog op een heel andere manier ten dienste. W. K. Friar, die in de Panama Canal Review van februari 1970 schreef, merkt op: „De boa constrictor, waarvan sommigen zeggen dat het een ’lekker brok vlees’ is, staat regelmatig op het menu van studenten van de Air Force Tropical Survival School (een luchtvaartschool) in de Panamakanaalzone.”
Hoewel sommige slangen gevaarlijk zijn en beslist met respect behandeld dienen te worden, zijn de meeste nuttig voor de mens. Het zijn vrienden, geen vijanden.