Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g71 8/7 blz. 13-15
  • Ik was een guerrillastrijder

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Ik was een guerrillastrijder
  • Ontwaakt! 1971
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Ik sloot mij bij de EOKA aan
  • De bommen plaatsen
  • Gepakt met strafbaar bewijsmateriaal!
  • Ik ontmoette Jehovah’s getuigen
  • Bijbelstudie leidt tot werkelijke vrijheid
  • Wij vluchtten voor bommen — 50 jaar later!
    Ontwaakt! 1998
  • Meer dan vijftig jaar „Kom over”
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1996
  • Cyprus
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • Ik vond ware rijkdom in Australië
    Ontwaakt! 1994
Meer weergeven
Ontwaakt! 1971
g71 8/7 blz. 13-15

Ik was een guerrillastrijder

ZOALS VERTELD AAN ONTWAAKT!-CORRESPONDENT OP CYPRUS

NATIONALISME was iets waarin ik van kindsbeen af werd onderwezen. De Grieken hebben de wereld de beschaving gebracht, zo werd mij verteld, en ik moest niet vergeten dat ik een Griekse Cyprioot was. Op school werden er door mijn geschiedenisleraar verhalen bij mij in gehamerd over dappere helden die tijdens de Griekse opstand in 1821 tegen de Turken streden. Hij vertelde deze verhalen vol geestdrift.

Ook thuis werd mij nationalisme geleerd. Het was vermengd met religie, aangezien mijn vader priester van de Grieks-Orthodoxe Kerk was. ’Wij zijn Grieken en wij willen onze vrijheid’, zei mijn vader telkens weer met klem.

Wij stonden toen onder Brits bestuur. Mij werd geleerd dat als wij de Engelsen, die als tirannen werden beschouwd, uit Cyprus konden verdrijven, wij vrij zouden worden! Van jongs af werd mij haat tegen de Engelsen bijgebracht.

Op 1 april 1955 begon de EOKA (Nationale Organisatie van Cypriotische Strijders) in actie te komen. Het doel van deze organisatie was, militaire doelwitten te saboteren en verwoesting aan te richten en vrees te verwekken onder de Engelsen door in het wilde weg te doden totdat zij ons kleine eiland hadden verlaten. Dan zouden wij vrij worden! Vrijheid! — dat woord klonk mij als muziek in de oren.

Met een gevoel van trots las ik altijd in de kranten over de prestaties van de mannen en vrouwen die bij de EOKA waren aangesloten. Ik wilde wel dat ik tot die dappere mannen, die patriotten, behoorde — maar hoe? Op een dag werd mijn wens vervuld.

Ik sloot mij bij de EOKA aan

De EOKA-organisatie stond onder leiding van Digenis, een legendarische figuur op Cyprus. Ze had een onderbevelhebber en enkele sectieleiders, één voor elke stad of plaats. Er waren ook vele groepsleiders. Ik zou spoedig een sectieleider ontmoeten.

Dit was in het jaar 1957. Ik was toen vijfentwintig jaar oud, gehuwd en had twee kinderen. Toen de EOKA-sectieleider van mijn stad op mij toetrad, luisterde ik met groot respect en intense aandacht naar hem. Ja, ik wilde een actief lid van de organisatie zijn. Ik was helemaal vóór deze zaak, maar ik had opleiding nodig. Mijn opleiding bestond in het maken van bommen.

Toen ik de kunst van het bommen-maken onder de knie had, werd ik tot groepsleider aangesteld. Ik had het bevel over tweeëndertig man. Eindelijk bereikte ik mijn doel!

De bommen plaatsen

Wij moesten tijdbommen en mijnen in onze geheime schuilplaats maken. Wij legden ze vervolgens neer waar onze sectieleider ons bevel gaf ze neer te leggen. Op een bepaalde tijd zouden ze exploderen en hun vernietigingswerk doen.

Wij hadden echter een groot probleem, namelijk hoe wij de bommen onopgemerkt van onze schuilplaats naar het doelgebied moesten vervoeren. Wij slaagden erin dit probleem op te lossen door koffers met verborgen afdelingen te maken. In de onderste afdeling legden wij dan de bom en nadat wij dat gedeelte hadden afgesloten, stopten wij er kleding en andere artikelen in. Wij zorgden er goed voor dat de kleding die wij erin stopten niet van een van ons was die de bom op haar plaats moesten brengen.

Als de politie of het leger ons dan zou aanhouden voor een onderzoek en zij de bom zouden vinden, konden wij ons verontschuldigen door te zeggen dat de koffer niet van ons was en dat wij hem waarschijnlijk per ongeluk hadden meegenomen. En om dit te bewijzen, konden wij er de aandacht op vestigen dat de kleding in de koffer niet van ons was.

Op een dag kregen wij de opdracht een tijdbom in een zaal in een legerbasis te plaatsen waar een Britse generaal zijn officieren zou toespreken. Een van mijn mannen die in de legerbasis werkte, speelde het klaar de sleutel die toegang gaf tot de zaal na te maken. De volgende dag kropen enkelen van ons de legerbasis binnen, openden de deur van de zaal en legden de tijdbom neer. Ze ontplofte volgens plan. Minstens tien officieren werden gedood en enkele anderen gewond.

Toen een vliegtuig dat soldaten vervoerde op zekere dag Cyprus zou verlaten, kreeg ik het bevel sabotage te plegen. Wij slaagden erin een tijdbom in de bagage van een van de passagiers te leggen. Er was echter een oponthoud in het vertrek van het vliegtuig en voordat de bagage zelfs maar in het vliegtuig was gebracht, ontplofte de bom op het vliegveld.

Mijn activiteit breidde zich uit en iedere keer als wij een van onze zaakjes opknapten, werden er drie of vier personen gedood of gewond.

Behalve dat ik het risico liep gearresteerd en gehangen of doodgeschoten te worden, waren er nog andere gevaren. Zo gebeurde het op een keer dat de bom die wij de avond tevoren hadden neergelegd, niet ontplofte. En enkelen van mijn mannen en ikzelf werkten ook op die plaats! Als de tijdbom nu ontplofte, zouden alle mensen, met inbegrip van mijn mannen en ikzelf, gedood kunnen worden. Een anoniem telefoontje naar de afdeling die met de opruiming van bommen belast was, redde de situatie.

Gepakt met strafbaar bewijsmateriaal!

Op een keer werd ik gepakt. Het was verbazingwekkend dat ik aan de dood ontsnapte. Wij hadden in een auto enkele 10 centimeter lange ijzeren buisjes die gebruikt konden worden voor het maken van bommen. Wij werden door de militaire politie aangehouden. Toen zij onze auto doorzochten en de ijzeren buisjes vonden, verdachten zij ons en seinden de legerautoriteiten. Wij werden gearresteerd en in verschillende gevangeniscellen opgesloten. De ondervraging begon.

Wij vertelden hun hetzelfde verhaal: Een van onze medepassagiers werkte in een ijzerhandel. Wanneer hij klaar was met een karweitje verzamelde hij alle overgebleven stukjes ijzer en wij hielpen hem eenvoudig door ze naar zijn nieuwe karwei te brengen. Ons verhaal werd onderzocht en geloofwaardig bevonden.

Wat mijn geest niettemin kwelde, waren niet de ijzeren buisjes; het was iets wat veel strafbaarder was. In onze auto had ik een brief van mijn EOKA-sectieleider! Daarin stonden orders voor een andere groepsleider en in de envelop zaten vijftien pond sterling. Ik moest die brief afgeven, waarin stond dat het geld in de envelop zat.

Toen de militaire politie onze auto doorzocht, zag een van hen de envelop. Hij pakte die en maakte ze open en zag de vijftien pond. De envelop verdween in zijn zak. Zou hij de brief nu aan de legerautoriteiten overhandigen? Dat was mijn grote zorg. Zo ja, dan was ik verloren. Hoe kon ik de aanwezigheid van de brief in de auto verklaren? Zij zouden te weten komen dat ik iemand van de EOKA was. Gelukkig voor mij had deze man een te grote liefde voor geld. Hij hield het geld, en onder de gegeven omstandigheden kon hij de incriminerende brief niet onthullen. Ik was gered. Het kostte mij alleen drie dagen van ondervraging en opsluiting.

Ik ontmoette Jehovah’s getuigen

Hoewel ik een nationalist was, was ik ook een religieus man, aangezien religie en nationalisme hier op Cyprus sinds onheuglijke tijden heel nauw met elkaar verbonden zijn geweest. Op een dag verkocht ik loterijbriefjes, waarvan de opbrengst gebruikt zou worden voor de bouw van een nieuwe Grieks-orthodoxe kerk. Bij dezelfde zaak waar ik werkte, was ook een van Jehovah’s getuigen in dienst. Ik hoorde hem vaak tot mijn collega’s over Jehovah spreken. Hij sprak zelfs met mij. Ik mocht hem wel. Was hij maar een beetje meer patriottisch gezind, dacht ik!

Op een dag vertelde deze christelijke getuige van Jehovah mij dat werkelijke vrijheid, niet slechts van allerlei nationalistische onderdrukking, maar vrijheid van ziekte en dood, door middel van het koninkrijk van Jehovah God zou komen. Bij een andere gelegenheid stapte ik op hem toe en vroeg hem een loterijbriefje te kopen. Hij sympathiseerde met mij en prees mij omdat ik een werk deed waarvan ik dacht dat het christelijk was, maar hij wilde geen lot kopen. Hij zei dat hij mij graag op een andere manier wilde helpen. Hij stelde voor mijn naam te noteren voor een jaarabonnement op het bijbelse tijdschrift De Wachttoren. Ik ging op het verhaal in.

Na enkele weken begon het tijdschrift over de post bij mij thuis te komen. Maar omdat ik er niet werkelijk in geïnteresseerd was het te lezen, gooide ik het meestal in een hoek van het huis. Ik haalde het niet eens uit de omslag.

Op zekere dag vroeg de Getuige mijn mening over een artikel dat in een recente uitgave van De Wachttoren stond. Het ging over een onderwerp waar ik werkelijk in geïnteresseerd was, maar omdat ik mij schaamde te zeggen dat ik het tijdschrift niet eens geopend had, zei ik hem dat ik hem de volgende dag een antwoord zou geven. Thuisgekomen doorzocht ik de stapel tijdschriften die ik in de hoek had gegooid en vond ik het artikel. Toen ik het doorlas, merkte ik dat het mij interesseerde. Elke keer als ik nadien deze getuige van Jehovah ontmoette, had hij iets interessants met mij te bespreken.

Bijbelstudie leidt tot werkelijke vrijheid

Niet lang daarna accepteerde ik een bijbelstudie. Ik betrok mijn gezin erin omdat ik begon te beseffen dat liefde voor God en liefde voor mijn naaste krachtiger in mij waren dan het nationalisme. Ik begon meer over God, zijn naam en zijn voornemens te leren. Ik begon te beseffen dat geluk niet wordt verkregen door de een of andere vorm van nationalisme of de een of andere menselijke regeringsvorm te bevorderen. Ik was voor de regering van Jezus Christus, Gods koninkrijk. Hoe blij was ik dat mij aan de hand van de bijbel werd getoond dat God er een doel mee heeft de natiën zo ver te laten gaan als ze zijn gegaan en dat wij nu in de generatie leven die de grote verandering zal meemaken waar christenen eeuwenlang naar hebben uitgezien. Er kwamen tranen in mijn ogen toen ik leerde dat Jehovah een barmhartige God is, die bereid is te vergeven, en hoezeer had ik persoonlijk vergiffenis nodig!

Na enkele bijbelstudies nam ik een besluit. Ik had God en zijn koninkrijk lief. En hoezeer had ik hem en zijn koninkrijk nodig! Ik symboliseerde mijn opdracht aan Jehovah God door mij in water te laten dopen. Het eerste wat ik daarna deed was, de tijdschriften De Wachttoren en Ontwaakt! te sturen naar alle mannen die onder mijn bevel streden. Slechts één toonde enige belangstelling voor de bijbelse boodschap.

Nu ben ik weer een „groepsleider”, maar dan in een andere zin — de opziener van een vredige gemeente van Jehovah’s getuigen. Ik heb weer ongeveer vijfendertig mensen met wie ik werk. En o wat een vreugde is het met hen in de velddienst uit te trekken en de gastvrije en vriendelijke mensen van Cyprus het goede nieuws te vertellen over de naderende vrede van duizend jaar onder de Koninkrijksheerschappij van Jezus Christus (Openb. 20:4-6). Wat een vreugde mijn landgenoten te kunnen voorlezen over de opstanding der doden en de schitterende toestanden die de ware God Jehovah in zijn snel naderbijkomende nieuwe samenstel van dingen tot stand zal brengen! — Openb. 21:1-4.

Ik heb nu de werkelijke vrijheid gevonden waarnaar ik zocht. Hoe dankbaar ben ik die getuige van Jehovah die mij het werkelijke doel in het leven heeft getoond!

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen