De mineralen in uw voedsel
ER IS een tijd geweest dat men niet begreep welke taak mineralen in ons voedsel vervullen. Men legde ten aanzien van voedsel de nadruk op eiwitten (zoals vlees, vis, zuivelprodukten en eieren), vetten (zoals boter, reuzel en oliën) en koolhydraten (suikers en zetmeel). Vervolgens ging men onderscheiden dat een goede gezondheid ook afhing van andere factoren, zoals vitaminen, en dat zelfs bepaalde mineralen, die in zeer kleine hoeveelheden in het lichaam worden aangetroffen, onmisbaar waren.
Deze mineralen nu, zo licht men ons in, bevatten de duidelijke boodschap: „De mens kan nergens anders leven.” En tevens vernemen wij dat de mens, „als hij op een andere planeet [tot bestaan was gekomen], een andere minerale samenstelling zou hebben gehad”.a Dit is precies wat wij met het oog op het bijbelse scheppingsverslag in Genesis 2:7 zouden verwachten: „Jehovah God ging ertoe over de mens te vormen uit stof van de aardbodem en in zijn neusgaten de levensadem te blazen, en de mens werd een levende ziel.”
Het is interessant dat door een studie van deze mineralen eveneens het feit is bevestigd dat Jehovah God de mens oorspronkelijk „alle zaaddragende plantengroei . . . en elke boom waar zaaddragende boomvrucht aan zit” als voedsel heeft gegeven. Hoewel het lichaam vele van deze mineralen zorgvuldig bewaart, is dit niet het geval met kalium, dat hoofdzakelijk uit vruchten en groenten wordt opgenomen. Dagelijks verwijdert het lichaam een bepaalde hoeveelheid kalium, ongeacht de hoeveelheid die het binnenkrijgt, zodat het dagelijks kaliumrijk voedsel nodig heeft. Naar aanleiding van dit feit stelde een samenwerkende groep vooraanstaande voedseldeskundigen de vraag: „Zou de reden soms kunnen zijn dat de mens oorspronkelijk van vruchten en groenten leefde?” Ja, ongetwijfeld is dat de reden. — Gen. 1:29.
Geleerden kennen thans meer dan honderd elementen die op deze aarde worden gevonden. Sommige hiervan zijn echter kunstmatig, door de mens zelf gemaakt. Men heeft wel zo’n zestig natuurlijke elementen in levende wezens aangetroffen en alleen al in de mens ongeveer veertig.
Wij zullen hier geen speciale aandacht schenken aan de vier belangrijkste elementen die volgens een bepaalde beschrijving „een moleculairgewicht van 16 of minder hebben”. Voor 96 percent is het lichaam hieruit samengesteld. Het zijn: 65 percent zuurstof, 18 percent koolstof, 10 percent waterstof en 3 percent stikstof. Het feit dat het lichaam voor 75 percent uit zuurstof en waterstof bestaat, schijnt erop te duiden dat de mens dagelijks voldoende vocht tot zich moet nemen.
„Macro”- en „micro”-mineralen
Wat wij hier zullen beschouwen, zijn de „macro”-mineralen en „micro”- of „spoor”-elementen of -mineralen. De macro-elementen maken in totaal ongeveer 3,5 percent van het lichaam uit. Ze komen voor in hoeveelheden van minder dan 3 percent en meer dan 1/100ste van 1 percent. (Zie tabel.) Het zijn kalk, fosfor, kalium, zwavel, natrium, chloor en magnesium.
De micro-elementen vormen te zamen het restant van ongeveer 1/2 percent. Tot de belangrijkste micro- of spoorelementen behoren ijzer, mangaan, koper, jodium, zink, molybdeen, kobalt, fluor, chroom en broom.
Deze diverse mineralen zijn voor de voeding veel belangrijker dan men op grond van de uiterst kleine hoeveelheden die ervan in het lichaam worden aangetroffen, zou vermoeden. Kalk, het belangrijkste van deze elementen maakt slechts 1/70ste van het lichaam uit, terwijl dit tussen de 400 en 500 maal meer kalk bevat dan ijzer. IJzer is echter in het lichaam twintig maal zoveel aanwezig als koper, en koper weer vijf maal zoveel als jodium. Toch is jodium beslist noodzakelijk voor een goede gezondheid ook al bevindt zich in het lichaam slechts ongeveer één deel op de 2,5 miljoen of iets meer.
De mens moet nog veel leren over de aanwezigheid en de waarde van deze mineralen in het lichaam. Een medisch tijdschrift merkte hierover op: „Nieuwe kennis omtrent zowel macro- als micromineralen opent wijde vergezichten op het gebied van de voorkoming en behandeling van ziekten, doch ook op het terrein van de handhaving van een optimale voeding. . . . Voor onderzoekers betekenen ze een schat van opwindende mogelijkheden.”
De mineralen in het lichaam vervullen hoofdzakelijk twee taken. In de eerste plaats dienen ze als bouwstenen, doch bovendien regelen ze de verschillende processen die in het lichaam plaatsvinden, door zich met vitaminen, met andere mineralen en met enzymen te verbinden. Een aantal van deze mineralen vervult zelfs diverse waardevolle taken in het lichaam.
Bij het beschouwen van de inlichtingen over mineralen zullen wij er goed aan doen in gedachten te houden dat voedingsleer op lange na niet een wetenschap is waarover algemene overeenstemming bestaat zoals dat bijvoorbeeld het geval is met wis- en natuurkunde. Men is het onderling niet helemaal eens ten aanzien van de nauwkeurige verhouding waarin deze elementen in het lichaam voorkomen, alsook over de vraag waar men de grens moet trekken tussen macro- en micro-elementen en betreffende het antwoord op de vraag welke spoorelementen onmisbaar zijn. Datgene wat echter wel bekend is, kan heel nuttig blijken te zijn.
Kwaliteit van de bodem — te beïnvloeden
In dit artikel verschijnt tevens een tabel die een overzicht geeft van de hoeveelheden van deze mineralen, waar men ze in het lichaam kan aantreffen, van welke waarde ze zijn en in welk voedsel ze voorkomen. Tevens lijkt het ons verstandig enkele geleidende beginselen te geven in verband met de manier waarop men via zijn voedsel voldoende van deze mineralen binnenkrijgt. Er schijnt geen twijfel over te bestaan dat deze elementen in de bodem aanwezig moeten zijn alvorens ze in het voedsel dat erop groeit kunnen worden aangetroffen.
In dit verband valt er iets ten gunste van organische tuinbouw te zeggen, waarbij de nadruk wordt gelegd op het gebruik van dierlijke meststoffen, compost en het verbouwen van ’groenbemesters’ zoals lupine, lathyrus en wikke ten einde het mineraalgehalte van de bodem te verbeteren. Ongeveer vijfendertig jaar geleden verklaarde de befaamde bioloog en Nobelprijswinnaar Dr. A. Carrel:
„De mens is letterlijk uit het stof der aarde gemaakt. . . . Het hoofdvoedsel bevat mogelijk niet meer dezelfde voedingsbestanddelen als in vroeger tijden. Massaproduktie heeft de samenstelling van tarwe, eieren, melk, fruit en boter gewijzigd, hoewel deze artikelen hun gewone voorkomen hebben behouden. Chemische kunstmeststoffen hebben, doordat ze de oogst overvloedig hebben doen toenemen zonder alle elementen die aan de bodem zijn onttrokken te vervangen, indirect bijgedragen tot verandering van de voedingswaarde van granen en groenten. Door een kunstmatig dieet en een kunstmatige levenswijze heeft men hennen gedwongen zich in de gelederen van de massaproducenten te scharen. Is de kwaliteit van kippeëieren er niet door veranderd?” — Man the Unknown.
Praktische overwegingen
Ook al zijn er maar heel weinig mensen die ervoor kunnen zorgen dat zij zich met gewassen voeden die met organische meststoffen zijn geteeld, zij kunnen er echter toch veel aan doen dat zij voldoende mineralen in hun voedsel krijgen. Bijvoorbeeld kunnen zij de voorkeur geven aan ongeraffineerde of niet-veredelde voedingsmiddelen. Volkorenmeel, meel van zilvervliesrijst, gepelde haver of op ouderwetse manier geplette havervlokken en ongepolijste rijst bevatten alle veel meer uiterst belangrijke mineralen dan de veredelde tegenhangers ervan. Melasse, honing, ahornstroop, bruine suiker en gedroogde vruchten (zoals rozijnen en abrikozen, dadels en vijgen) bevatten overvloedig veel van de uiterst belangrijke mineralen koper en ijzer, die in witte suiker geheel ontbreken.
Het is eveneens een bekend feit dat voedsel uit de zee rijker is aan bepaalde mineralen dan voedsel uit de bodem; en dit is vooral het geval wanneer de grond generaties lang is bebouwd en uitsluitend met kunstmest is aangevuld. Dit geldt niet alleen voor vis en schaaldieren maar ook voor zeeplanten zoals zeewier (kelp), dat voor veel volken, bijvoorbeeld de Japanners, een belangrijk deel van hun voedsel uitmaakt en dat in westelijke landen voornamelijk in tabletvorm verkrijgbaar is.
De ideale toestand is dat de huisvrouw zich bij deze dingen betrokken voelt, aangezien ze te maken hebben met haar verplichtingen tegenover het gezin. Als zij weet welk voedsel rijk is aan de benodigde mineralen, kan zij het in haar gezinsmenu opnemen. Ook kan zij het zich ten doel stellen gekookte en rauwe groenten smakelijk te leren klaarmaken, zodat haar gezinsleden graag nog meer van deze voedingsmiddelen die rijk zijn aan mineralen zullen willen eten. Een verstandig gebruik van kruiden, uien en knoflook kan er veel toe bijdragen dat zij dit doel weet te verwezenlijken. Verstandig is het ook, alle „groentenat”, dat wil zeggen het water waarin de groente gekookt is, te gebruiken, want dit bevat veel mineralen.
De „zoetekauw” van het gezin kan eveneens aan zijn trekken komen zonder zijn toevlucht te hoeven nemen tot witte suiker, dat volgens een van Engelands voornaamste voedseldeskundigen „het enige dieetverschil is dat steevast aanwezig is tussen personen die coronaire hartziekten krijgen en hen bij wie dit niet het geval is”. Zoals reeds is opgemerkt, zijn er veel zoete voedingsmiddelen die niet alleen het verhemelte strelen en veel energie verschaffen maar ook zeer rijk zijn aan waardevolle mineralen. Vooral de leden van het vrouwelijke geslacht dienen deze suggesties op zichzelf van toepassing te brengen, daar velen van hen tot degenen behoren die de slechtste voedingsgewoonten hebben. Dat is althans de conclusie van het Amerikaanse ministerie van landbouw naar aanleiding van de antwoorden die 14.500 Amerikaanse vrouwen op de hun toegestuurde vragenlijsten hadden ingezonden.
Dan is er bovendien de kwestie van de kosten die in overweging moet worden genomen. Vruchten, noten, verse of diepvriesgroenten, eetbare paddestoelen en bepaalde soorten zeevoedsel kunnen misschien nogal kostbaar lijken, maar zijn ze eigenlijk werkelijk zo duur, wanneer men de voedingswaarde ervan in aanmerking neemt en bedenkt dat ze mogelijk een besparing op de medicijnen- en doktersrekeningen betekenen? Bovendien zal de slagersrekening aanzienlijk dalen wanneer men in plaats van vlees — dat over het algemeen tot de duurste voedingsmiddelen behoort — pinda’s, volkorenmeel, gebakken aardappels, tarwekiemen en vooral dergelijke groenten als linzen en sojabonen gebruikt.
Zonder enige twijfel vereist een goede voeding voldoende van deze waardevolle mineralen, doch terzelfder tijd schijnt een waarschuwend woord op zijn plaats te zijn. Het zou niet verstandig zijn ten aanzien van deze dingen tot uitersten te vervallen, alsof het belangrijkste in het leven van de mens zijn stoffelijke voedsel zou zijn. Zo is het niet. Waarom niet? Omdat „de mens . . . niet van brood alleen [moet] leven, doch van elke uitspraak die uit Jehovah’s mond voortkomt”. — Matth. 4:4.
[Voetnoten]
a Annals of Allergy, april 1968.
[Tabel op blz. 18, 19]
(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)
MINERALEN IN HET LICHAAM
Macromineralen
Mineraal % van het Plaats in het Voedsel waarin
lichaam lichaam; waarde het voorkomt
Kalk 1,5-9 99% in beenderen en Melk, andere
tanden. Bevordert zuivelprodukten
bloedstolling, koolsoorten,
spieractiviteit, niet-veredelde
zenuwfuncties, graanprodukten,
hartwerking; activeert peulvruchten,
bepaalde enzymen. (De beendermeel.
meeste mensen krijgen
niet genoeg kalk.)
Fosfor 1,0 75% in beenderen en Alle eiwitrijke
tanden. Bevordert voedingsmiddelen:
levensverrichtingen in vlees, vis,
de cel, voortplanting, noten,
nuttig gebruik van peulvruchten;
koolhydraten en vetten zuivelprodukten,
door handhaving van niet-veredelde
zuur-base-evenwicht; graanprodukten.
voedt hersenen, enz.
Kalium 0,35 In cellen. Speelt Alle vruchten en
voorname rol bij nuttig groenten.
gebruik van eiwitten en Aardappelschillen
koolhydraten; draagt vormen zeer rijke
bij tot behoud van bron (Dagelijkse
normale hartslag. dosis nood-
zakelijk.)
Zwavel 0,25 In (en belangrijk Eiwitrijk
voor) huid, nagels voedsel, ui,
en haar; het „schoon- koolsoorten.
heidsmineraal”.
Natrium 0,15 Overal in het lichaam. Tafel- en
Zorgt voor handhaving zeezout, kaas,
van waterevenwicht en boter, granen.
osmotische druk in „Een echt
lichaamsvochten; natriumarm dieet
bevordert handhaving is moeilijk te
van zuur-base-evenwicht; verwezenlijken.”
onontbeerlijk voor
nierfunctie.
Chloor 0,15 Voornamelijk in Zout, vlees,
extra-cellulaire bladgroenten,
vloeistoffen, maakt melk, tomaten,
deel uit van zoutzuur enz.
in maag. Bevordert lever-
werking en handhaaft
zuur-base-evenwicht.
Magnesium 0,05 Beenderen, zacht weefsel. Noten, peul-
Belangrijk voor hart- vruchten, vis,
en zenuwweefsel; hele graan-
noodzakelijk voor korrels,
groot aantal enzym- melasse, rauwe
werkingen. bladgroenten.
Micro- of spoorelementen of -mineralen
IJzer 0,004-7 In hemoglobine. Lever, mager
Bevordert zuurstof- vlees, peul-
vervoer naar cellen; vruchten,
activeert bepaalde eidooier,
cellulaire enzymen. melasse, donkere
(Vrouwen hebben meer bladgroenten,
ijzer nodig dan mannen.) rozijnen,
abrikozen,
bessen, uien,
oesters, hele
graankorrels.
Mangaan 0,0003 Noodzakelijk voor Hele graan-
beenvorming, de groei korrels,
en een normale peulvruchten,
stofwisseling; bietekoppen,
activeert vele ananas, bananen,
onontbeerlijke enzymen. bosbessen,
zoutwatervis.
Koper 0,0002 Bevordert nuttige Lever, nier,
gebruik van ijzer; schaaldieren,
activeert vele peulvruchten,
onontbeerlijke enzymen. noten, rozijnen,
„Onmisbaar element voor niet-veredelde
het leven zelf.” graanprodukten.
Jodium 0,00004 Hoofdzakelijk in de Zeevoedsel
schildklier. Regelt (dierlijk en
stofwisselingssnelheid, plantaardig),
bevordert de vorming eetbare
van schildklierhormoon, paddestoelen, aan
voorkomt struma, enz. zee groeiende
gewassen,
gejodeerd zout.
Zink Sporen Hoofdzakelijk in Dierlijke
geslachtsorganen en eiwitten, vis,
schildklier. Speelt hele graan-
zeer belangrijke rol korrels,
bij enzymen die voor ahornsuiker.
groei en lichaams-
functies nodig zijn.
Molybdeen Sporen Onontbeerlijk voor Peulvruchten,
beenvorming, normale hele graan-
stofwisseling, groei. korrels,
donkere blad-
groenten,
orgaanvlees
Kobalt Sporen In pancreas, lever, Lever,
milt. Bevordert peulvruchten,
bloedvorming; zeer hele graan-
belangrijk bestanddeel korrels.
van vitamine B-12.
Fluor Sporen In beenderen en tanden. Zeevoedsel, thee.
Voorkomt tandbederf.
Chroom Sporen Draagt bij tot groei, Ongeraffineerde
lange levensduur, suiker.
weerstand tegen ziekten,
vooral suikerziekte.
Broom Sporen In bloed van personen Watermeloenen,
die aan depressieve tomaten.
geestesziekten leden,
bleek minder aanwezig
dan normaal.
(Men dient te verwachten dat autoriteiten van elkaar verschillen; opsommingen zijn representatief en niet alles omvattend.)