Mijn leven als een polygamist
Zoals verteld aan Ontwaakt!-correspondent in Dahomey
ALS jongen ben ik opgegroeid in de kraal van mijn vader in Dahomey. Het was een goedbevolkte kraal, want vader had twaalf vrouwen en, natuurlijk, vele kinderen behalve mij. Wij kinderen hadden een gelukkig, zorgeloos leven, want wij hadden massa’s speelkameraadjes in ons eigen gezin. Mijn vader was het opperhoofd van de kraal en eiste ieders respect.
Leidt het beoefenen van polygamie echter niet tot tal van problemen in het huisgezin?, zo zult u zich afvragen. Als antwoord zou ik willen zeggen: ja, inderdaad, en ik zou u graag over enkele van deze problemen willen vertellen. Ziet u, ook ik werd een polygamist.
Het zal u helpen ons leven te begrijpen als u precies weet wat een kraal is. Het is in feite een stuk land, omgeven door een hoge muur van rode leem die hard is gebakken in de zon. Daarbinnen liggen de vele verblijven, gebouwd van cementblokken of van dezelfde rode leem. Er is één keuken, doorgaans een overdekking met twee of drie muren. Als het weer goed is, hetgeen meestentijds het geval is, wordt er buiten gekookt.
Telkens als de eigenaar van een kraal het aantal van zijn vrouwen vermeerdert, bouwt hij een afzonderlijk woonverblijf voor elke nieuwe vrouw met de opening naar het erf. Het leven in een kraal is net als in een klein dorp. Dat er maar één keuken is, geeft geen grote moeilijkheden, aangezien de maaltijden niet op een vastgestelde tijd worden bereid. Wij aten eenvoudig als wij honger hadden en wij kregen niet allemaal tegelijk honger.
Goede voornemens
Tegen de tijd dat ik de huwbare leeftijd had bereikt, had ik reeds het besluit genomen slechts één vrouw te trouwen. Waarom? Omdat ik in onze eigen kraal ruimschoots de gelegenheid had gehad de voor- en nadelen af te wegen. Polygamie scheen wel enkele voordelen te hebben. Veel vrouwen en een groot gezin waren een teken van welstand en invloed. Het gezinshoofd ontving eer van een groot onderdanig gezin en werd ook in de gemeenschap zeer gerespecteerd. De algemene opvatting was dat de fetisjgoden een dergelijke man vruchtbaar hadden gemaakt.
De kraal was soms echter verre van vreedzaam. Ik herinner mij dat er bij vele gelegenheden felle onenigheid tussen de vrouwen van mijn vader rees. Soms leek het alsof vader één vrouw boven de anderen begunstigde. Dat kon ernstige moeilijkheden betekenen voor degene die speciale gunst ontving. Jaloezie van de andere vrouwen kon gevaarlijk zijn. Ja, ik had van gevallen gehoord dat vrouwen uit hevige jaloezie òf hun mededingster òf hun man hadden vergiftigd.
Het was dus met de beste voornemens dat ik mij ten doel stelde slechts één vrouw te hebben. Wij waren heel gelukkig maar zij gaf mij helaas geen kinderen. Ik had echter een sterk verlangen naar kinderen. Zo kwam het dat ik na twee jaar van mening was dat ik een tweede vrouw moest zoeken die mij kinderen kon geven.
Ik nam meer vrouwen
Bij speciale gelegenheden werden er dansavonden georganiseerd waarop alle dorpelingen bijeenkwamen om feest te vieren en te drinken. Zoiets kon verscheidene avonden duren, gedurende welke tijd er offers werden gebracht aan de fetisjgoden ten einde hun zegen voor een vruchtbaar jaar te krijgen. Op een van deze feesten zag ik kans regelingen te treffen voor het nemen van twee vrouwen, in plaats van één.
Eerst besloot ik wie ik zou kiezen. Vervolgens stuurde ik volgens onze gewoonte een vriend om een overeenkomst met de ouders van mijn toekomstige vrouwen te sluiten. Dit omvatte het vaststellen van de bruidsschat die door de ouders van de meisjes betaald moest worden. Hij moest hen ook overtuigen van de goede eigenschappen van de toekomstige echtgenoot. Mijn nieuwe schoonvaders, zelf ook gezinshoofden, rekenden de schoonzoon als aan hen onderworpen. Behalve dat de bruidegom de bruidsschat van hen ontvangt, kan van hem worden geëist dat hij voor hen werkt en, indien gevraagd, hen later zelfs ondersteunt.
Als alle regelingen zijn getroffen, wordt er een dag bepaald voor de uiteindelijke ceremonie en dan kunnen de ouders hun dochters er alles van vertellen. Het kan zijn dat de dochters niets van de kwestie afweten tot een paar dagen voor het huwelijk. Zij hebben er echter geen bezwaar tegen, want zij willen een man en een gezin hebben en hebben er dus niets op tegen dat hun ouders alles voor hen afhandelen. In de grotere steden is deze gewoonte aan het veranderen, maar in de dorpen heerst ze nog altijd. Hofmakerij en verlovingen zijn niet de gewoonte.
Mijn huis en mijn kraal gingen al gauw op die van mijn vader lijken. Toen ik invloed en eerbied in de gemeenschap verwierf, was ik zelfs met drie vrouwen niet meer tevreden. Ik kocht er nog twee. En ik zag dat de geschiedenis zich begon te herhalen. Ik kon nu voor mijzelf ontdekken hoe moeilijk het is alle vrouwen onpartijdig te behandelen. Herhaaldelijk rees er jaloezie, en er was veel geharrewar over kleinigheden in mijn kraal.
Toen een familielid van een van mijn vrouwen bijvoorbeeld stierf, moest ik, volgens ons gebruik, een geit kopen om te offeren. Het moest echter geen betere geit zijn dan voor het familielid van een van mijn andere vrouwen was gekocht. Als ik de ene vrouw maar een beetje meer vriendelijkheid betoonde, maakten de anderen haar het leven ondraaglijk. Het gekibbel en geruzie ergerde mij dikwijls. Omdat er thuis geen vrede heerste, begon ik omgang met andere vrouwen te zoeken die niet mijn vrouwen werden. Later zou deze handelwijze een waar probleem voor mij gaan vormen.
Niemand in ons dorp beschouwde polygamie ooit als immoreel. Zelfs het hebben van betrekkingen met andere, ongetrouwde meisjes werd niet als slecht beschouwd. Tal van meisjes hadden voor hun huwelijk een of twee baby’s. In plaats dat hen dit verhinderde een man te krijgen, was het vaak een hulp, want de mannen konden zien dat zij in staat waren kinderen te krijgen.
Vraagt u zich af wat er van al die kinderen werd? Welnu, als men begrijpt dat het iets begerenswaardigs is een groot gezin te hebben, is het niet moeilijk te begrijpen dat de ouders van een ongehuwde dochter een dergelijke uitbreiding van hun eigen gezin verwelkomden. Als het meisje getrouwd is, verandert de situatie echter. De man zal zijn vrouw niet toestaan omgang met andere mannen te hebben.
Religie en polygamie
Er waren een aantal religies in onze gemeenschap. Behalve onze oude fetisjreligie waren er ook een grote katholieke kerk en een aantal protestantse sekten, hoewel deze laatsten tamelijk klein waren. Deze kerken spraken nooit over polygamie. De meesten van hen die erheen gingen, beoefenden nog steeds fetisjisme en polygamie, en toch genoten zij een goede reputatie in de kerk.
Oorspronkelijk ging ik nooit naar een kerk, ofschoon ik altijd eerbied voor de bijbel had. Op zekere dag vertelde de priester mij echter dat ik nooit naar de hemel zou gaan aangezien ik niet gedoopt was. Dit baarde mij zorgen, dus liet ik mij als katholiek dopen. Vele jaren lang bleef ik een goed lid van de kerk, hoewel ik nog altijd een polygamist en een beoefenaar van de fetisjreligie was.
Toen zag ik 1947 voor het eerst een van de publikaties van het Wachttorengenootschap. Een van mijn vrienden had het boek „De waarheid zal u vrijmaken” genomen. Aangezien hij het niet meer wilde hebben, ruilde ik het met hem voor iets anders, want ik koesterde het verlangen meer van de bijbel te weten. Nu, na dat boek te hebben gelezen, was ik ervan overtuigd dat het in overeenstemming met de leer van de bijbel was. Ik begreep dat alle kerken in onze gemeenschap in het doen van wat de bijbel gebood niet van de fetisjreligie verschilden.
Ik ging niet meer naar de kerk en stelde steeds minder belang in de fetisjreligie. Verder ging ik echter niet, want ik begreep dat hetgeen ik uit de bijbel leerde van mij zou verlangen dat ik enkele grote veranderingen in mijn leven aanbracht. Ik wilde mij niet van alle vriendinnetjes die ik had losmaken. Zo verstreek een aantal jaren.
Er komt werkelijke vrijheid
Toen werkten op zekere dag enkele christelijke getuigen van Jehovah in onze woonplaats van huis tot huis. Zij werden gearresteerd en gevangen gezet. Dit maakte werkelijk indruk op mij. Dit waren stellig de ware christenen, aangezien zij bereid waren vervolging te ondergaan om de boodschap van de bijbel te prediken! Ik besloot dat het tijd werd dat ik iets ging doen, ook al betekende dit dat ik grote veranderingen in mijn leven moest aanbrengen.
Er werd met mijn hele gezin een bijbelstudie begonnen en kort daarna, in 1960, deed ik alle vrouwen op één na weg en besloot mijn leven aan Jehovah op te dragen. Toen ik mij destijds bij de katholieke kerk aansloot, werden er geen vragen gesteld wat de oude fetisjreligie betreft. Ik ontdekte echter al gauw dat het een volkomen andere zaak was om een van Jehovah’s getuigen te worden. Ik moest mijn leven in overeenstemming brengen met de vereisten van de bijbel. De vreugde te weten dat ik werkelijk de ware God diende, sterkte mij echter.
Wat er van mijn andere vier vrouwen werd? En hoe het met mijn kinderen staat? Ik ben blij te zeggen dat twee van mijn vroegere vrouwen eveneens Getuigen werden en hun leven aan Jehovah God opdroegen. De kinderen bleven allen bij mij en nu zijn twee van hen volle-tijdpredikers van het goede nieuws, terwijl er zes eveneens zijn opgedragen en met de plaatselijke gemeente van Jehovah’s getuigen de belangen van Gods koninkrijk dienen. Het maakte mij ook heel gelukkig dat ik regelingen mocht treffen voor het huwelijk van de jongste van mijn vroegere vrouwen met een volle-tijdprediker. Thans dienen zij als reizende vertegenwoordigers van het Wachttorengenootschap.
Ik ben werkelijk vrijgemaakt. Ik ben niet langer in religieus bijgeloof verstrikt en hang geen leerstellingen meer aan die de vereisten van de bijbel verzachten. Mijn geweten is zuiver omdat ik Jezus’ raad slechts één vrouw te hebben opvolg (Mark. 10:6-9). Ik weet dat ik in overeenstemming ben met de regelingen van de Heer ten aanzien van deugdzame christenen. — 1 Tim. 3:2.
Meer dan dat, ik bemerk dat in mijn geval de belofte van de Heer Jezus in Markus 10:29, 30 werkelijk in vervulling is gegaan. Mijn gezin is veel groter dan ik ooit had kunnen hopen. Ik heb overal broers en zusters, vaders en moeders en ook veel kinderen. Hoe dan wel? Doordat Jehovah God mij barmhartigheid heeft betoond en mij een deel van zijn grote aardse gezin heeft gemaakt dat in ware vrede samenwoont.
Thans leef ik in mijn huis met slechts één vrouw. Nu is het een werkelijke vreugde thuis te komen, omdat er vrede heerst — vrede die het resultaat is van het navolgen van Gods Woord. Ik ben weliswaar geen „grote” meneer meer met veel invloed in de gemeenschap, maar ik ben blij dat ik de invloed die ik heb kan gebruiken om anderen te helpen de ware God te leren kennen en dienen en geestelijke vrijheid te verkrijgen.
Het schenkt mij grote vreugde en vrede des geestes mijn geluk met anderen in de gemeenschap te delen. Sommigen van hen smaken nu al hetzelfde geluk, namelijk dat zij deel uitmaken van Jehovah’s grote gezin waarin geen jaloezie en geen losse morele opvattingen meer heersen. Ik hoop van harte dat ik nog velen meer mag helpen de ware vrijheid in Gods gemeente te verkrijgen voordat Jehovah een eind zal maken aan allen die vasthouden aan gebruiken die niet in overeenstemming zijn met zijn volmaakte wil.
[Illustratie op blz. 13]
Een polygamist ontdekt al gauw hoe moeilijk het is om alle vrouwen onpartijdig te behandelen; er ontstaat jaloezie