Zal het voedsel voor ons betekenen?
Miljoenen werken hard voor een schamel bestaan. Zou er iets kunnen zijn dat voor hen meer waarde heeft dan voedsel?
BESTEEDT u het grootste deel van de dag om aan voedsel voor u en uw gezin te komen? Hebt u het nodig gevonden op uw werk een grotere verantwoordelijkheid op u te nemen? Was u ter wille van een betere levensstandaard gedwongen een tweede baan aan te nemen? Zo ja, dan bent u niet de enige.
De meeste mensen op aarde moeten hard werken om in hun levensbehoeften te voorzien, en het schijnt anderen over het algemeen koud te laten of zij erin slagen of niet. Aangezien voedsel een levensbehoefte is, komt het velen voor dat het voor hen het meest praktische is het verkrijgen van het dagelijkse voedsel tot het belangrijkste in hun leven te maken. Maar is het dit ook?
Hoewel men hierdoor misschien in zijn onmiddellijke stoffelijke behoeften kan voorzien, is het de vraag of het praktisch is. In een Hongkongse krant, The Star, van 19 december 1968 stond de volgende vette kop: „WERKEN VOOR EEN VROEGTIJDIG GRAF.” Het artikel wees erop dat de meeste mannen in Hongkong heel hard werken om hun gezin te onderhouden. Sommigen hebben meer dan één betrekking. Anderen werken elke dag twee werktijden. Maar, zo waarschuwde een arts: „Dit gaat een mens ten slotte zijn gezondheid kosten.”
Als u erbij stilstaat, wat heeft een mens dan aan zijn leven als hij al zijn tijd besteedt om aan zijn dagelijks brood te komen en zich naar een vroegtijdig graf spoedt? Toch beschouwen vele hardwerkende mensen elke andere handelwijze als onpraktisch. Zij beschouwen een studie van Gods Woord de bijbel bijvoorbeeld als tijdverspilling, omdat zij geen rechtstreekse, tastbare voordelen van hun krachtsinspanningen zien. Een Chinese huisvrouw maakte de opmerking: „Maar het kan ons geen rijst geven.” Overal ter wereld besteden mensen die er net zo over denken hun krachten vrijwel uitsluitend aan het verkrijgen van materiële dingen.
Krachtsinspanningen vaak teleurstellend
De raad die men gewoonlijk hoort is: „Werk hard, spaar uw geld en u zult een ’appeltje voor de dorst’ hebben.” Toch worden mensen die deze raad opvolgen vaak bitter teleurgesteld.
Neemt u de Chinese vrouw eens die hard werkte om in een drukke straat in Hongkong groenten te verkopen. Na veertig jaar zo hard te hebben gewerkt, kwam zij op een avond laat thuis en ontdekte dat een dief in haar huis had ingebroken en meer dan $10.000, haar hele spaargeld, had gestolen! „Nu heb ik zin om zelfmoord te plegen — ik heb niets om voor te leven”, zei zij. Het geld van anderen, dat zij op de bank hadden staan, was plotseling gedevalueerd. Ook zij hebben dus zo maar ineens veel of alles verloren.
Onderstreept dit niet de juistheid van de raad die Jezus Christus gaf? Hij zei: „Vergaart u niet langer schatten op aarde, waar mot en roest verteert en waar dieven inbreken en stelen. Vergaart u veeleer schatten in de hemel, waar noch mot noch roest verteert en waar dieven niet inbreken en stelen.” — Matth. 6:19, 20.
Jezus gaf op deze wijze te kennen dat er schatten van grotere dan materiële waarde zijn. Mensen hebben meer nodig dan letterlijk voedsel, zoals Jezus uitlegde met de woorden: „De mens moet niet van brood alleen leven, doch van elke uitspraak die uit Jehovah’s mond voortkomt” (Matth. 4:4). Geestelijk voedsel, dat wil zeggen, kennis betreffende onze hemelse Schepper, Jehovah God, is eveneens noodzakelijk. Daarom spoorde Jezus degenen in zijn tijd die letterlijk voedsel van al te groot belang achtten ertoe aan: „Werkt niet voor het voedsel dat vergaat, maar voor het voedsel dat blijft voor het eeuwige leven.” — Joh. 6:27.
In onze tijd dient het duidelijk te zijn dat als men alleen maar uit is op voedsel, of op geld om voedsel te kopen, dit slechts tot teleurstelling kan leiden. Waarom is dit zo? Door wat er vóór ons ligt. Zelfs op dit ogenblik krijgen 1500 miljoen mensen in Zuid-Amerika, Afrika, India en China minder dan het minimum dat zij aan voedsel nodig hebben; zij zijn ondervoed. Ja, volgens The South China Morning Post van 2 januari 1969 sterven er elke minuut zesenzestig mensen in de wereld aan de gevolgen van ondervoeding! Dit is echter slechts een voorproefje van wat er te wachten staat.
Een bekend geleerde maakte in Het Beste van april 1969 de opmerking: „Het is ontstellend duidelijk dat wij in de strijd om de mensheid te voeden een verpletterende nederlaag hebben geleden. . . . het [is] al te laat om een drastische verhoging van het sterftecijfer door honger te voorkomen. In een goed gedocumenteerd boek, Famine — 1975!, voorspellen William en Paul Paddock dat wij ons in 1975 midden in de hongersnoden zullen bevinden. . . . Gedane zaken nemen geen keer. Wij moeten ons bezighouden met de overlevenden — als die er zijn.”
Geleerden zien een catastrofale wereldomvattende hongersnood thans, ondanks de krachtsinspanningen van de mens om deze af te wenden, als onafwendbaar. Wat een somber vooruitzicht! Moeten wij ons hierom nu niet afvragen: Zou er een andere oplossing voor de problemen van de mens kunnen zijn? Is er Iemand die voor voldoende voedsel kan zorgen?
Een Bron om over na te denken
Denkt u eens over de kwestie na. Wie heeft de aarde met haar vele prachtige landschappen en de hemel met zijn ontelbare miljarden sterren gemaakt? Wij hebben waardering voor deze scheppingen, maar wie heeft ze daar geplaatst opdat wij ervan kunnen genieten? Het ware antwoord staat in de bijbel opgetekend: „Jehovah . . . is de Maker van de aarde door zijn kracht, Degene die het produktieve land door zijn wijsheid stevig bevestigt, en Degene die door zijn verstand de hemelen heeft uitgespannen.” — Jer. 10:10, 12.
Maar weinigen denken ooit aan de aanbidding van hun Schepper. Wat een zegen missen zij hierdoor! Jehovah God zorgt namelijk inderdaad voor degenen die hun vertrouwen op hem stellen. Een koning uit de oudheid maakte de volgende ware opmerking: „Eens was ik een jonge man, ook ben ik oud geworden, en toch heb ik een rechtvaardige niet volkomen verlaten gezien, noch zijn nageslacht zoekende brood.” — Ps. 37:25.
Hoewel anderen misschien gebrek leden, hadden Gods dienstknechten genoeg te eten. Zou u niet graag de zekerheid hebben dat u krijgt wat voor het leven nodig is? Merkt u dan eens op wat Jezus Christus tot de aanbidders van de hemelse Vader zei: „Weest dus nooit bezorgd en zegt niet: ’Wat zullen wij eten?’ of: ’Wat zullen wij drinken?’ of: ’Wat zullen wij aandoen?’ Want al deze dingen streven de natiën vurig na. Want uw hemelse Vader weet dat gij al deze dingen nodig hebt. Blijft dan eerst het koninkrijk en Zijn rechtvaardigheid zoeken en al deze andere dingen zullen u worden toegevoegd.” — Matth. 6:31-33.
Wat een wonderbare verzekering! Al deze andere dingen, met inbegrip van voedsel, zullen u worden toegevoegd. Uw krachtsinspanningen om ze te verkrijgen, zullen met succes worden beloond. Hebt u echter opgemerkt wat u moet doen om zeker te zijn van deze noodzakelijke dingen voor het leven? U moet ’eerst de belangen van Gods koninkrijk en Zijn rechtvaardigheid zoeken’. Hoe praktisch is het daarom er de tijd voor af te nemen om Gods Woord de bijbel te bestuderen en te weten te komen wat ervoor nodig is om uw hemelse Schepper te behagen! Dit kan ertoe leiden dat u niet alleen Gods wonderbare verzekering krijgt thans de stoffelijke levensbehoeften te ontvangen, maar ook in Gods nieuwe samenstel van dingen eeuwig leven en zowel geestelijke als stoffelijke overvloed te zullen verkrijgen. — Joh. 17:3.
Vooruitzien is praktisch
Het is zeer praktisch te werken met het oog op leven in Gods rechtvaardige nieuwe samenstel. Werpt iemand evenwel tegen: „Maar dat is in de toekomst”?
Welnu, bekijkt u het eens op deze wijze. Ouders werken hard om hun kinderen een goede opvoeding te geven. Dit houdt vaak in dat zij nog eens tien tot vijftien jaar voor hen moeten zorgen en hun studie moeten betalen. Zij zijn echter van mening dat het praktisch is zo ver vooruit te zien, omdat hun kinderen mettertijd in staat zullen zijn een betrekking te krijgen en het gezinsinkomen aan te vullen. Het is nog praktischer Jezus’ raad ter harte te nemen om voor de toekomst te zorgen door schatten in de hemel te vergaren.
Hoe vergaart men echter schatten in de hemel? Door een levenswijze te volgen die de goede wil van God in de hemel tot gevolg heeft. Geen enkele dief kan u deze schatten ontnemen en ze zullen niet met de jaren dof worden. Deze schatten zullen u zelfs tot voordeel zijn als u mocht sterven. Hoe dan wel? Omdat God u, als u zijn goedkeuring hebt, zal gedenken door u in zijn nieuwe samenstel van dingen weer tot leven te brengen. — Matth. 6:19, 20.
Denkt u eens een ogenblik over dat grootse nieuwe samenstel dat God maakt, na. Het zal niet dit oude samenstel zijn, opgelapt en vernieuwd door zwakke, onvolmaakte mensen. Neen, het zal volkomen nieuw zijn. Hoe zal het echter mogelijk zijn de huidige regeringen van mensen door een bestuur van God te vervangen?
Weg met het oude, leve het nieuwe
Hiervoor zal nodig zijn dat God een eind aan dit gehele goddeloze samenstel van dingen maakt. Jezus Christus sprak in de bijbel over het „besluit van het samenstel van dingen” en zijn discipelen verwezen naar „de laatste dagen”. Jezus’ profetie heeft in eerste instantie betrekking op de vernietiging van Jeruzalem in 70 G.T., maar het is heel duidelijk dat ze ook een toepassing heeft gedurende Christus’ tweede tegenwoordigheid, die in de eerste eeuw nog in de verre toekomst lag. Jezus gaf de mensen zichtbare bewijzen om naar uit te zien zodat zij deze gewichtige tijd konden herkennen.
De bijbel beschrijft dat „de laatste dagen” een tijd van chaotische, angstige wereldtoestanden met oorlogen, pestilentiën, aardbevingen en toegenomen wetteloosheid zouden kenmerken. Jezus zei ook dat er „voedseltekorten” zouden zijn (Matth. 24:3-14; 2 Tim. 3:1-5). Hoe duidelijk kan men deze toestanden thans in de wereld waarnemen! Al deze dingen te zamen betekenen dat wij nu in de „tijd van de einde” leven, in de tijd van Christus’ tweede tegenwoordigheid, waarin God weldra dit goddeloze samenstel van dingen zal vernietigen.
Degenen echter die er tijd voor afnemen om Gods wil te leren kennen en te doen, hebben nu schitterende vooruitzichten. Zij kunnen vol zelfvertrouwen verwachten gespaard te worden, daar de bijbel belooft: „De wereld gaat bovendien voorbij en ook haar begeerte, maar wie de wil van God doet, blijft in eeuwigheid” (1 Joh. 2:17). Denk u eens in: in leven te blijven als God een eind aan deze goddeloze wereld maakt!
Het leven in Gods nieuwe samenstel zal dan geen lange, moeilijke strijd om het bestaan zijn. Gods zegen op het werk van de mens zal duidelijk te zien zijn. Het vreugdeschenkende werk dat erin bestaat discipelen te maken van mensen uit alle natiën en de christelijke organisatie op te bouwen, zal spoedig met een letterlijk bouwprogramma worden uitgebreid. De belofte van de bijbel luidt: „Zij zullen stellig huizen bouwen en bewonen, en zij zullen stellig wijngaarden planten en hun vrucht eten.” Wat zal werken dan een vreugde zijn als men zo van de voordelen van zijn arbeid kan genieten! De bewoners van de aarde zullen dan „niet voor niets zwoegen, noch zullen zij baren tot ontsteltenis, want zij zijn het nageslacht bestaande uit de uitverkorenen van Jehovah, en hun nakomelingen met hen”. — Jes. 65:21, 23.
Dan zal voedsel niet meer, zoals thans in zoveel landen, schaars zijn. Ja, Gods nieuwe samenstel zal een tijd van overvloed inluiden! Tijdens de regering van koning Salomo uit de oudheid genoot Gods volk overvloed. Dit is profetisch voor een wereldomvattende welvaart die weldra verwezenlijkt zal worden, zoals de bijbel met de volgende woorden voorzegt: „Er zal volop koren op aarde blijken te zijn; op de top der bergen zal overvloed zijn.” — Ps. 72:16; Matth. 12:42.
Ja, wat een heerlijke tijd zal dat zijn om in te leven! Het nieuwe samenstel zal stellig de belofte vervullen die bij monde van de psalmist werd gegeven, die met betrekking tot de liefdevolle Schepper zei: „Gij opent uw hand en verzadigt de begeerte van al wat leeft.” — Ps. 145:16.
Een tijd om te handelen
Het is nu kennelijk niet de tijd om bezwaard te worden met de zorgen voor dit leven en om alle krachtsinspanningen op stoffelijke belangen te concentreren. De tijd voor dit goddeloze samenstel van dingen loopt snel ten einde! Het is derhalve dringend noodzakelijk dat wij stoffelijk voedsel niet tot het belangrijkste in ons leven maken. Als wij werkelijk willen leven, moeten wij Jezus’ raad ter harte nemen: „Werkt niet voor het voedsel dat vergaat, maar voor het voedsel dat blijft voor het eeuwige leven.” — Joh. 6:27.
Die raad is vooral in deze tijd van belang, nu de mensen overal ter wereld zo in beslag worden genomen door hun zorg voor de dagelijkse levensbehoeften. Maar hoe druk u het ook met dergelijke bezigheden hebt, het is beslist van het allergrootste belang dat u zich eveneens de tijd gunt om geestelijk voedsel in u op te nemen. U kunt zonder deze kennis van God eenvoudig niet lang meer leven! Waarom zou u dus niet het aanbod van Jehovah’s getuigen aanvaarden u te mogen helpen, de wil van Jehovah God en zijn schitterende voornemens met de mensheid te leren kennen. De tijd die u hieraan besteedt, zal zeer gering blijken te zijn in vergelijking met de beloningen en zegeningen die zullen volgen.
Inderdaad, welk een geluk zal u te beurt vallen als u niet op stoffelijk voedsel, maar op de grote Voedselverschaffer, Jehovah God, vertrouwt! Indien u dat doet, zult u binnenkort, over slechts enkele jaren, tijdens de vernietiging van dit oude samenstel voor zijn bescherming en hoede in aanmerking komen. Dan zult u op een gereinigde aarde waar ’Jehovah der legerscharen stellig voor alle volken een feestmaal van schotels rijk aan olie zal aanrechten’, ten volle van het leven genieten. — Jes. 25:6.