Een verdeelde Kerk — Kan ze voortbestaan?
„ALLEN die de reddende waarheid van Christus belijden, behoren tot de zichtbare Kerk. De scheidingen in de christenheid — tussen Oost en West en tussen Rome en de kerken van de Reformatie — zijn scheidingen binnen de ene Kerk” (Christians in Communion). Zo beziet één schrijver het christendom — als een wijdverspreide familie van religies, die allemaal de een of andere vorm van geloof in Jezus Christus belijden.
Maar het is een verdeelde familie, met botsende geloofsovertuigingen en gedragsnormen. „Het hedendaagse christendom . . . hanteert lagere maatstaven voor het kerklidmaatschap dan die men hanteert voor iemand die met een bus mee wil”, zegt een waarnemer. Welke diagnose moeten wij dan stellen van de geestelijke toestand waarin het christendom verkeert? De katholieke bisschop Basil Butler stelt vast: „Een verdeeld christendom is beslist erg ziek” (The Church and Unity). Hoe is die ziekte begonnen? Zijn er vooruitzichten op herstel?
„De mens der wetteloosheid”
De apostel Paulus waarschuwde dat er verdeeldheid zou ontstaan. Hij schreef aan christenen in Thessalonika die dachten dat Christus’ tegenwoordigheid vlak voor de deur stond: „Laat niemand u op enigerlei wijze misleiden, want die dag [Jehovah’s dag] komt niet tenzij eerst de afval komt en de mens der wetteloosheid wordt geopenbaard, de zoon der vernietiging.” — 2 Thessalonicenzen 2:3.
Deze „mens der wetteloosheid” bracht afval en opstand in de christelijke gemeente. Wie is hij? Niet een afzonderlijk persoon, maar de geestelijkheid van de christenheid. Deze klasse heeft zich betrekkelijk kort na de dood van Jezus’ apostelen boven de afvallige gemeente verheven en ging uiteindelijk heidense filosofieën onderwijzen, zoals de Drieëenheid en de onsterfelijkheid van de menselijke ziel (Handelingen 20:29, 30; 2 Petrus 2:1-3). Als een dodelijk virus infecteerde deze klasse de gemeente van belijdende christenen met door demonen geïnspireerde denkbeelden die onvermijdelijk tot verdeeldheid zouden leiden. — Galaten 5:7-10.
De besmetting was in de tijd van de apostel Paulus al begonnen. Hij schreef: „Het mysterie van deze wetteloosheid is weliswaar reeds aan het werk, maar alleen totdat hij die op het ogenblik als een belemmering werkt, niet meer in de weg staat” (2 Thessalonicenzen 2:7). De apostelen werkten als een belemmering voor het gif van afval. Toen hun verenigende invloed verdwenen was, verbreidde de afval zich onbelemmerd als gangreen. — 1 Timotheüs 4:1-3; 2 Timotheüs 2:16-18.
De activiteiten van deze „mens der wetteloosheid” gaan onverminderd door. In een recent rapport over „een in seksueel en theologisch opzicht gekwelde kerk”, wordt een aartsdiaken van de Anglicaanse Kerk aangehaald die klaagt: „Wanneer er een beroep op de geestelijken wordt gedaan om zich niet in te laten met seksuele activiteiten buiten het huwelijk, trekken zij zich daar niets van aan. Er worden mannen gewijd die homoseksuele praktijken beoefenen. Zij hebben goed slecht gemaakt en slecht goed.” — The Sunday Times Magazine, Londen, 22 november 1992.
Tarwe en onkruid
Jezus Christus zelf onderwees dat het ware christendom tijdelijk aan het oog zou worden onttrokken. Hij zei dat de oprichting van de christelijke gemeente te vergelijken was met een man die voortreffelijk zaad op zijn veld zaaide. Maar, zei Jezus, „zijn vijand [kwam] en zaaide er onkruid overheen, midden tussen de tarwe”. Toen de slaven van de eigenaar van het veld vroegen of zij moesten proberen het onkruid uit te trekken, zei hij: „Neen, opdat gij niet soms bij het verzamelen van het onkruid tegelijk daarmee de tarwe uittrekt.” Hoe lang zou deze mengeling van tarwe en onkruid blijven bestaan? De eigenaar van het veld zei: „Laat beide te zamen opgroeien tot de oogst.” — Mattheüs 13:25, 29, 30.
Tot „de oogst”, of de tijd van scheiding gedurende de laatste dagen van het „samenstel van dingen”, groeiden imitatiechristenen naast ware christenen (Mattheüs 28:20). Satan de Duivel gebruikte de afvalligen om een verdorven en verdeelde gemeente van imitatiechristenen te creëren (Mattheüs 13:36-39). Zij brachten een schandelijke vervalsing van het ware christendom voort (2 Korinthiërs 11:3, 13-15; Kolossenzen 2:8). Terwijl de kerk door de eeuwen heen versplinterde, werd het steeds moeilijker om ware christenen te identificeren.
Nieuwe afsplitsingen
In recentere tijden, zo zegt The Testing of the Churches — 1932–1982, „zijn er nieuwe afsplitsingen verschenen, in het bijzonder de charismatische beweging, die de nadruk legt op persoonlijk geloof en persoonlijke beleving”. Het is interessant dat sommigen de „wedergeboren” charismatische bewegingen bezien als tekenen van een geestelijk herstel in plaats van nieuwe afsplitsingen. In Noord-Ierland vond bijvoorbeeld in de jaren vijftig van de vorige eeuw zo’n opleving plaats. Er werden hoge verwachtingen gewekt. Een verslag sprak over „broederlijke eenheid . . . onder de presbyteriaanse, methodistische en congregationalistische geestelijken” en zei dat „elke dag nieuwe berichten bracht van trances, slaaptoestanden, visioenen, dromen en wonderen”. — Religious Revivals.
Velen waren van mening dat deze spectaculaire manifestaties er een bewijs van vormden dat Gods geest werkzaam was om zijn kerk te doen herleven. „De kerk van God”, zei een waarnemer, „is in deze gebieden in de volste zin weer tot leven gekomen.” Maar ook al werd deze specifieke opleving aangekondigd als „een glorierijke en ongekende mijlpaal in de religieuze geschiedenis van Ulster”, er is door deze en andere gelijksoortige oplevingen geen religieuze eenheid ontstaan onder personen die beweren geestelijk wedergeboren te zijn.
Zulke personen zullen aanvoeren dat zij in fundamentele kwesties verenigd zijn. Maar dat is hetzelfde argument als de rest van de christenheid gebruikt, die redeneert dat „wat christenen verenigt, nu al veel belangrijker is dan de dingen die hen nog steeds verdeeld houden” (The Church and Unity). De christenheid beweert: „Onze fundamentele eenheid met elkaar en met al onze medechristenen is geworteld in onze doop in Christus” (Christians in Communion). Te zeggen dat de verdeeldheid onbelangrijk is vanwege een gemeenschappelijk geloof in Jezus, is echter hetzelfde als te zeggen dat kanker niet ernstig is zolang het hart maar sterk is.
De realiteit is dat zulke hedendaagse religieuze bewegingen de verwarring groter hebben gemaakt en geestelijke anarchie hebben veroorzaakt, aangezien overredende onderwijzers volgelingen voor zichzelf bijeenbrengen. Jim Jones en David Koresh zijn recente voorbeelden van geestelijke leiders die duizenden hebben misleid (Mattheüs 15:14). Een baptistische geestelijke is een vooraanstaand lid van de Ku Klux Klan. Hij brengt zijn campagne voor superioriteit van de blanken in verband met een religieuze opleving en zegt dat degenen die eraan deelnemen „de kracht van goddelijke leiding [zullen] krijgen, en de moed van Hem die op Calvarië is gestorven [Jezus Christus]”.
Wat valt er te zeggen over de vermeende wonderen, de krachtige werken en de tekenen die in de naam van Jezus worden verricht? Denk aan de krachtige waarschuwing die Jezus Christus gaf dat niet degenen die enkel „Heer, Heer” zeggen, zijn goedkeuring verwerven, maar veeleer ’zij die de wil doen van zijn Vader’. Velen in deze tijd kennen niet eens de naam van zijn Vader, Jehovah. Jezus waarschuwde voor personen die ’in zijn naam demonen zouden uitwerpen, en in zijn naam krachtige werken zouden verrichten’, en toch „werkers der wetteloosheid” zouden zijn. — Mattheüs 7:21-23.
„Gaat uit van haar, mijn volk”
Hoe is de prognose voor de zieke christenheid? Zeer ongunstig. Dienen wij dan het advies op te volgen van de katholieke bisschop Butler om ons „zonder omhaal bij [de kerk] aan te sluiten en vanuit haar gelederen mee te helpen aan haar voortdurende ’zuivering’”? Nee! De verdeelde en tweedracht zaaiende christenheid zal niet blijven bestaan (Markus 3:24, 25). Ze maakt deel uit van een wereldrijk van valse religie dat Babylon de Grote wordt genoemd (Openbaring 18:2, 3). Dit met bloedschuld beladen religieuze stelsel staat vlak voor haar vernietiging door Gods hand.
De bijbel raadt oprechte christenen niet aan in deze verdorven religieuze organisatie te blijven en te proberen haar van binnenuit te veranderen. In plaats daarvan geeft dit boek de aansporing: „Gaat uit van haar, mijn volk, indien gij niet met haar in haar zonden wilt delen, en indien gij geen deel van haar plagen wilt ontvangen. Want haar zonden hebben zich helemaal tot aan de hemel opgehoopt, en God heeft zich haar ongerechtigheden te binnen gebracht.” — Openbaring 18:4, 5.
„Gaat uit” waarheen? Bedenk dat Jezus beloofde dat in de tijd van de oogst ware christenen weer bijeenvergaderd zouden worden in een wereldomvattende eenheid. Ook de profeet Micha voorzei zo’n bijeenvergadering met de woorden: „In eenheid zal ik hen stellen, als schapen in de kooi” (Micha 2:12). Is dit gebeurd?
Ja! Oprechte christenen worden nu over de hele aarde in een verenigde broederschap bijeenvergaderd. Wie zijn zij? Zij zijn de leden van de christelijke gemeente van Jehovah’s Getuigen, die verenigd het goede nieuws omtrent Gods koninkrijk in 231 landen bekendmaken. Zij hebben de verdeeldheid veroorzakende leerstellingen van de christenheid verworpen en streven ernaar God volgens de waarheid uit zijn Woord te aanbidden. — Johannes 8:31, 32; 17:17.
U wordt van harte uitgenodigd met hen te spreken. Als u graag meer zou weten over Jehovah’s Getuigen, neem dan contact op met de plaatselijke Getuigen of schrijf naar het dichtstbijzijnde adres op blz. 2 van dit tijdschrift.
[Illustratie op blz. 7]
„God heeft zich haar ongerechtigheden te binnen gebracht”