Van welke tafel eet u?
„Gij kunt niet aan ’de tafel van Jehovah’ en aan de tafel van de demonen deel hebben.” — 1 KORINTHIËRS 10:21.
1. Welke tafels zijn voor ons in gereedheid gebracht, en welke waarschuwing geeft de apostel Paulus in verband daarmee?
DEZE geïnspireerde woorden van de apostel Paulus maken duidelijk dat er voor de mensheid twee figuurlijke tafels in gereedheid zijn gebracht. Elke tafel wordt geïdentificeerd door de soort van symbolisch voedsel dat erop klaargezet wordt, en wij allen eten hetzij van de ene of van de andere tafel. Indien wij God echter willen behagen, kunnen wij niet van zijn tafel eten en terzelfder tijd ook nog wat van de tafel van de demonen nuttigen. De apostel Paulus waarschuwde: „De dingen die de natiën slachtofferen, [slachtofferen] zij aan demonen . . . en niet aan God; en ik wil niet dat gij deelhebbers met de demonen wordt. Gij kunt niet de beker van Jehovah en de beker van de demonen drinken; gij kunt niet aan ’de tafel van Jehovah’ en aan de tafel van de demonen deel hebben.” — 1 Korinthiërs 10:20, 21.
2. (a) Welke tafel van Jehovah bestond er in de dagen van het oude Israël, en wie hadden deel aan de gemeenschapsoffers? (b) Wat betekent deel hebben aan de tafel van Jehovah in deze tijd?
2 Paulus’ woorden herinneren ons aan de gemeenschapsoffers die de Israëlieten uit de oudheid overeenkomstig Jehovah’s Wet brachten. Het altaar van God werd een tafel genoemd, en van degene die het dier als offer aanbood, werd gezegd dat hij gemeenschap met Jehovah en met de priesters had. Hoe dan wel? In de eerste plaats had Jehovah deel aan het offer omdat het bloed op zijn altaar werd gesprenkeld en het vet door de vlammen eronder werd verteerd. In de tweede plaats had de priester er deel aan doordat hij (en zijn gezin) de geroosterde borst en rechterpoot van het geofferde dier aten. En in de derde plaats had degene die het offer aanbood er deel aan door de rest ervan te eten (Leviticus 7:11-36). In deze tijd betekent het deel hebben aan de tafel van Jehovah dat wij hem, naar het voorbeeld van Jezus en zijn apostelen, de soort van aanbidding schenken die hij verlangt. Om dat te doen, moeten wij ons geestelijk voeden met datgene wat Jehovah door middel van zijn Woord en organisatie verschaft. Het was de Israëlieten, die zich in een speciale gemeenschap met Jehovah aan zijn tafel verheugden, verboden om slachtoffers aan demonen aan hun tafel aan te bieden. Voor de geestelijke Israëlieten en hun metgezellen, de „andere schapen”, geldt hetzelfde goddelijke verbod. — Johannes 10:16.
3. Hoe zou iemand zich er in onze tijd schuldig aan kunnen maken deel te hebben aan de tafel van de demonen?
3 Hoe zou iemand zich er in onze tijd schuldig aan kunnen maken deel te hebben aan de tafel van de demonen? Door de belangen te bevorderen van alles wat tegen Jehovah gekant is. Tot de tafel van de demonen behoort alle demonische propaganda, die erop gericht is te misleiden en ons van Jehovah af te keren. Wie zou zijn hart en geest met zulk vergif willen voeden? Ware christenen weigeren deel te hebben aan de offers die de meeste mensen in deze tijd aan de god van de oorlog en de god van de rijkdom brengen. — Mattheüs 6:24.
„De tafel van de demonen” mijden
4. Voor welke vraag zien wij allen ons gesteld, en waarom zouden wij niet willens en wetens deel willen hebben aan de tafel van de demonen?
4 De vraag waarvoor wij allen ons gesteld zien, is: Van welke tafel eet ik? Wij kunnen er niet aan ontkomen dat wij of aan de ene of aan de andere tafel moeten eten. (Vergelijk Mattheüs 12:30.) Wij zouden niet willens en wetens deel willen hebben aan de tafel van de demonen. Hierdoor zouden wij de gunst van de enige ware en levende God, Jehovah, verliezen. Daarentegen leidt het tot eeuwig leven in geluk wanneer wij uitsluitend aan Jehovah’s tafel voedsel tot ons nemen! (Johannes 17:3) Men zegt wel dat iemand is wat hij eet. Ieder die dus fysiek en mentaal gezond wil blijven, moet erop letten wat hij eet. Net als vetrijk junk food (minderwaardig voedsel), ook al is het met behulp van chemische toevoegingen smakelijk gemaakt, er niet toe bijdraagt ons fysiek gezond te houden, zo is ook de met demonische ideeën doorspekte propaganda van deze wereld, figuurlijk gesproken, slecht junk food, dat onze geest zal verderven.
5. Hoe kunnen wij het in deze tijd vermijden demonische leringen in ons op te nemen?
5 De apostel Paulus voorzei dat de mensen in de laatste dagen misleid zouden worden door de „leringen van demonen” (1 Timotheüs 4:1). Zulke demonische leringen worden niet alleen in vals-religieuze geloofsovertuigingen aangetroffen, maar worden ook op andere manieren wijd en zijd verbreid. Wij moeten bijvoorbeeld analyseren en afwegen wat voor boeken en tijdschriften wij en onze kinderen lezen, wat voor televisieprogramma’s wij bekijken, en naar welke toneelstukken en bioscoopfilms wij kijken (Spreuken 14:15). Als wij voor ontspanning romans lezen, gaan die dan over zinloos geweld, ongeoorloofde seks of occulte praktijken? Als wij non-fiction lezen om iets te leren, wordt in die lectuur dan een filosofie of levenswijze uiteengezet die „niet overeenkomstig Christus” is? (Kolossenzen 2:8) Worden er ijdele speculaties gepresenteerd, of wordt er propaganda gevoerd voor betrokkenheid bij wereldse maatschappelijke bewegingen? Moedigt ze aan tot het besluit heel rijk te worden? (1 Timotheüs 6:9) Is het een publikatie die op subtiele wijze verdeeldheid zaaiende leringen brengt die onchristelijk zijn? Als het antwoord bevestigend is en wij zulk materiaal blijven lezen of bekijken, lopen wij het risico dat wij van de tafel der demonen eten. Er zijn in deze tijd honderdduizenden publikaties waarin wereldse filosofieën worden bevorderd die o zo verlicht en bij de tijd lijken (Prediker 12:12). Maar niets van al deze propaganda is echt nieuw; ook werpt ze geen nut voor ons af en worden wij er niet beter van, net zomin als Eva beter werd van wat Satan listig tegen haar zei. — 2 Korinthiërs 11:3.
6. Waar dient onze reactie op neer te komen wanneer Satan ons uitnodigt zijn demonische junk food te proeven?
6 Hoe dienen wij dus te reageren als Satan ons uitnodigt om zijn demonische junk food te proeven? Zoals Jezus deed toen hij door Satan werd verleid om stenen in brood te veranderen. Jezus antwoordde: „Er staat geschreven: ’De mens moet niet van brood alleen leven, doch van elke uitspraak die uit Jehovah’s mond voortkomt.’” En toen de Duivel Jezus „alle koninkrijken der wereld en hun heerlijkheid” aanbood indien hij zou neervallen en een daad van aanbidding jegens Satan zou verrichten, gaf Jezus ten antwoord: „Ga weg, Satan! Want er staat geschreven: ’Jehovah, uw God, moet gij aanbidden en voor hem alleen heilige dienst verrichten.’” — Mattheüs 4:3, 4, 8-10.
7. Waarom houden wij onszelf voor de gek als wij denken dat wij met goed gevolg zowel van Jehovah’s tafel als van de tafel van de demonen kunnen eten?
7 Jehovah’s tafel en de tafel die door zijn demonische vijanden is gedekt, kunnen nooit met elkaar verenigd worden! O ja, het is al eerder geprobeerd. Denk eens aan de Israëlieten in de dagen van de profeet Elia. Het volk beweerde Jehovah te aanbidden, maar zij geloofden dat andere goden, zoals Baäl, voorspoed beloofden. Elia trad op het volk toe en zei: „Hoe lang zult gij nog op twee verschillende gedachten hinken? Indien Jehovah de ware God is, gaat hem volgen; maar is het Baäl, gaat hem volgen.” Ontegenzeglijk hinkten de Israëlieten „eerst op het ene en dan op het andere been” (1 Koningen 18:21, The Jerusalem Bible). Elia daagde de priesters van Baäl uit te bewijzen dat hun godheid de ware God was. De God die vuur uit de hemel op een slachtoffer zou kunnen laten neerdalen, zou de ware God blijken te zijn. Welke moeite de priesters van Baäl zich ook getroostten, zij faalden. Toen bad Elia eenvoudig: „O Jehovah, antwoord mij, opdat dit volk moge weten dat gij, Jehovah, de ware God zijt.” Onmiddellijk viel er vuur van Jehovah uit de hemel neer en verteerde het drijfnat gemaakte dierenoffer. Diep getroffen door de overtuigende demonstratie van het feit dat Jehovah de ware God was, gehoorzaamde het volk Elia en bracht alle 450 profeten van Baäl ter dood (1 Koningen 18:24-40). Zo moeten ook wij in deze tijd Jehovah als de ware God erkennen en ons er resoluut toe zetten alleen van zijn tafel te eten, als wij dat nog niet hebben gedaan.
’De getrouwe slaaf’ zet het voedsel op Jehovah’s tafel
8. Welke slaaf zou Jezus volgens zijn voorzegging gebruiken om zijn discipelen gedurende zijn tegenwoordigheid geestelijk te voeden, en wat is de identiteit van die slaaf?
8 De Heer Jezus Christus voorzei dat gedurende zijn tegenwoordigheid een „getrouwe en beleidvolle slaaf” geestelijk voedsel voor zijn discipelen zou verschaffen: „Gelukkig is die slaaf wanneer zijn meester hem bij zijn aankomst daarmee bezig vindt! Voorwaar, ik zeg u: Hij zal hem aanstellen over al zijn bezittingen” (Mattheüs 24:45-47). Het is gebleken dat deze slaaf niet één afzonderlijke persoon, maar de klasse van opgedragen, gezalfde christenen is. Deze klasse heeft op Jehovah’s tafel voor zowel het gezalfde overblijfsel als de grote schare het voortreffelijkste voedsel gezet. De „grote schare”, die nu uit meer dan vier miljoen personen bestaat, heeft aan de zijde van het gezalfde overblijfsel haar standpunt ingenomen voor de universele soevereiniteit van Jehovah God en voor zijn koninkrijk, door middel waarvan hij zijn heilige naam zal heiligen. — Openbaring 7:9-17.
9. Van welk instrument bedient de slaafklasse zich om Jehovah’s Getuigen van geestelijk voedsel te voorzien, en hoe wordt hun geestelijke feestmaal profetisch beschreven?
9 Deze getrouwe slaafklasse bedient zich van de Watch Tower Bible and Tract Society om alle getuigen van Jehovah van geestelijk voedsel te voorzien. Terwijl de christenheid en de rest van dit samenstel van dingen verhongeren wegens gebrek aan levengevend geestelijk voedsel, doet Jehovah’s volk zich te goed aan een feestmaal (Amos 8:11). Dit geschiedt als een vervulling van de profetie in Jesaja 25:6: „Jehovah der legerscharen zal op deze berg stellig voor alle volken een feestmaal aanrechten van schotels rijk aan olie, een feestmaal van wijn bewaard op de droesem, van schotels rijk aan olie en vol merg, van wijn bewaard op de droesem, geklaard.” Zoals in vers 7 en 8 wordt aangetoond, zal dit feestmaal eeuwig voortduren. Wat een zegen is dit voor allen die zich nu in Jehovah’s zichtbare organisatie bevinden, en wat een altoosdurende zegen zal het in de toekomst zijn!
Hoed u voor het giftige voedsel op de tafel van de demonen!
10. (a) Wat voor voedsel wordt door de boze slaafklasse verstrekt, en waardoor worden zij gemotiveerd? (b) Hoe behandelt de boze slaafklasse haar voormalige medeslaven?
10 Het voedsel op de tafel van de demonen is giftig. Beschouw bijvoorbeeld eens het voedsel dat door de boze slaafklasse en de afvalligen wordt verstrekt. Het is noch voedzaam noch opbouwend; het is geen gezond voedsel. Dat kan het ook niet zijn, want de afvalligen eten niet meer van Jehovah’s tafel. Als gevolg daarvan is alles wat zij in de vorm van de nieuwe persoonlijkheid hadden ontwikkeld, verdwenen. Wat hen aandrijft, is niet heilige geest maar venijnige bitterheid. Zij zijn bezeten van slechts één doel — hun voormalige medeslaven slaan, zoals Jezus voorzei. — Mattheüs 24:48, 49.
11. Wat schreef C. T. Russell over iemands keuze van geestelijk voedsel, en hoe beschreef hij degenen die Jehovah’s tafel de rug toekeren?
11 In 1909 bijvoorbeeld schreef de toenmalige president van het Wachttorengenootschap, C. T. Russell, over degenen die Jehovah’s tafel de rug toekeerden en vervolgens hun voormalige medeslaven begonnen te mishandelen. The Watch Tower van 1 oktober 1909 zei: „Voor allen die zich afscheiden van het Genootschap en zijn werk, geldt dat zij in plaats van zelf voorspoed te genieten of anderen op te bouwen in het geloof en in de genadegaven van de geest, naar het schijnt het tegenovergestelde doen — pogen schade toe te brengen aan de Zaak die zij eens dienden, en, met meer of minder rumoer, in vergetelheid verzinken, terwijl zij alleen zichzelf en anderen die bezeten zijn van een soortgelijke twistzieke geest, schade berokkenen. . . . Als sommigen denken dat zij aan andere tafels even goed of beter voedsel kunnen krijgen, of dat zij zelf voedsel kunnen voortbrengen dat even goed of beter is — laten zij hun gang gaan. . . . Maar terwijl wij bereid zijn anderen overal heen te laten gaan waar zij voedsel en licht kunnen vinden dat hun voldoening schenkt, gaan degenen die onze tegenstanders worden, verrassend genoeg anders te werk. In plaats van op de manhaftige wijze van de wereld te zeggen: ’Ik heb iets gevonden wat mij beter aanstaat; vaarwel!’, spreiden deze lieden woede, boosaardigheid, haat, tweedracht, ’werken van het vlees en van de duivel’ tentoon in een mate die wereldse mensen naar ons weten nooit hebben tentoongespreid. Het lijkt wel of krankzinnigheid, satanische hondsdolheid, hen aangegrepen heeft. Sommigen van hen slaan ons en beweren dan dat wij het zijn die geslagen hebben. Zij zijn bereid verachtelijke leugens te spreken en te schrijven en zich tot gemene streken te verlagen.”
12. (a) Hoe slaan afvalligen hun medeslaven? (b) Waarom is het gevaarlijk zich uit nieuwsgierigheid te voeden met de geschriften van afvalligen?
12 Ja, afvalligen publiceren lectuur waarin zij hun toevlucht nemen tot verdraaiingen, halve waarheden en regelrechte leugens. Zij posten zelfs bij congressen van Getuigen, in een poging de argelozen in de val te lokken. Het zou dan ook gevaarlijk zijn ons er uit nieuwsgierigheid toe te laten bewegen ons met zulke geschriften te voeden of naar hun schimpende gepraat te luisteren! Hoewel wij misschien niet denken dat het voor ons persoonlijk een risico is, blijft het gevaar bestaan. Waarom? Om te beginnen presenteert sommige afvallige lectuur onwaarheden in de vorm van „vleiend gepraat” en „vervalste woorden” (Romeinen 16:17, 18; 2 Petrus 2:3). Zou u dat ook niet van de tafel der demonen verwachten? En hoewel de afvalligen misschien ook bepaalde feiten presenteren, worden die gewoonlijk uit hun verband gerukt met het doel anderen van de tafel van Jehovah af te trekken. Al hun geschriften leveren eenvoudigweg kritiek en breken af! Niets erin is opbouwend.
13, 14. Wat zijn de vruchten van de afvalligen en hun propaganda?
13 Jezus zei: „Aan hun vruchten zult gij hen herkennen” (Mattheüs 7:16). Wat nu zijn de vruchten van de afvalligen en hun publikaties? Vier dingen zijn kenmerkend voor hun propaganda. (1) Gewiekstheid. Efeziërs 4:14 zegt dat zij ’listig zijn in het beramen van dwaling’. (2) Verwaande intelligentie. (3) Gebrek aan liefde. (4) Oneerlijkheid in verschillende vormen. Dit zijn precies de ingrediënten van het voedsel dat op de tafel van de demonen staat, alles met de bedoeling het geloof van Jehovah’s volk te ondermijnen.
14 En dan is er nog een aspect. Waarheen zijn de afvalligen teruggekeerd? In veel gevallen zijn zij weer binnengetreden in de duisternis van de christenheid en haar leerstellingen, zoals het geloof dat alle christenen naar de hemel gaan. Bovendien nemen de meesten niet langer een krachtig schriftuurlijk standpunt in met betrekking tot bloed, neutraliteit en de noodzaak getuigenis af te leggen van Gods koninkrijk. Wij echter zijn aan de duisternis van Babylon de Grote ontkomen, en wij willen er nooit naar terugkeren (Openbaring 18:2, 4). Waarom zouden wij als loyale dienstknechten van Jehovah zelfs maar een blik willen werpen in het propagandamateriaal dat afkomstig is van deze verwerpers van Jehovah’s tafel, die nu met woorden degenen slaan die ons helpen „gezonde woorden” tot ons te nemen? — 2 Timotheüs 1:13.
15. Welk bijbelse beginsel helpt ons de verstandige handelwijze te volgen wanneer wij horen van beschuldigingen die de afvalligen uiten?
15 Sommigen zijn misschien nieuwsgierig naar beschuldigingen die de afvalligen uiten. Maar wij dienen het beginsel uit Deuteronomium 12:30, 31 ter harte te nemen. Hier waarschuwde Jehovah de Israëlieten bij monde van Mozes aangaande datgene wat zij moesten mijden wanneer zij de heidense bewoners van het Beloofde Land eenmaal hadden verdreven. „Neem u in acht dat gij u er niet toe laat verstrikken hen te volgen, nadat ze van voor uw aangezicht zijn verdelgd, en dat gij niet naar hun goden informeert, door te zeggen: ’Hoe dienden deze natiën hun goden altijd? En ik, ja, ik zal het stellig ook zo doen.’ Zo moogt gij niet doen ten aanzien van Jehovah, uw God.” Ja, Jehovah God weet hoe menselijke nieuwsgierigheid werkt. Denk aan Eva, en ook aan de vrouw van Lot! (Lukas 17:32; 1 Timotheüs 2:14) Laten wij nooit aandacht schenken aan wat de afvalligen zeggen of doen. Laten wij er daarentegen druk mee bezig zijn mensen op te bouwen en ons loyaal te voeden aan de tafel van Jehovah!
Alleen Jehovah’s tafel zal blijven bestaan
16. (a) Wat zal er binnenkort gebeuren met Satan, zijn demonen en de figuurlijke tafel waarvan de natiën der wereld eten? (b) Wat zal er gebeuren met alle mensen die van de tafel der demonen blijven eten?
16 Binnenkort zal plotseling de grote verdrukking losbarsten en snel tot een climax worden gevoerd in „de oorlog van de grote dag van God de Almachtige” (Openbaring 16:14, 16). Ze zal een hoogtepunt bereiken wanneer Jehovah dit samenstel van dingen en de figuurlijke tafel waarvan de natiën van de wereld eten, vernietigt. Jehovah zal ook de gehele onzichtbare organisatie van Satan de Duivel met haar demonenhorden omverwerpen. Degenen die van Satans geestelijke tafel, de tafel van de demonen, zijn blijven eten, zullen gedwongen worden aanwezig te zijn bij een letterlijke maaltijd, nee, niet als deelhebbers, maar als hoofdgerecht — wat hun vernietiging betekent! — Zie Ezechiël 39:4; Openbaring 19:17, 18.
17. Welke zegeningen vallen degenen ten deel die uitsluitend van Jehovah’s tafel eten?
17 Alleen Jehovah’s tafel zal blijven bestaan. Degenen die er met waardering van eten, zullen gespaard worden en zullen het voorrecht hebben daar tot in alle eeuwigheid van te eten. Nooit meer zal enige vorm van voedselschaarste hen bedreigen (Psalm 67:6; 72:16). In volmaakte gezondheid zullen zij Jehovah God dienen in het Paradijs! Eindelijk zullen de bezielende woorden uit Openbaring 21:4 op schitterende wijze worden vervuld: „Hij zal elke traan uit hun ogen wegwissen, en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geschreeuw, noch pijn zal er meer zijn. De vroegere dingen zijn voorbijgegaan.” Wanneer tegenstand tot het verleden behoort, zal de universele soevereiniteit van Jehovah God overal tot in alle eeuwigheid erkend worden terwijl een eindeloze stroom van goddelijke gunst neerdaalt op de losgekochte mensheid die de Paradijsaarde bewoont. Laten wij allen, teneinde deze beloning te verwerven, vastbesloten zijn uitsluitend deel te hebben aan Jehovah’s tafel, die rijkelijk gevuld is met het beste geestelijke voedsel!
Wat zou u antwoorden?
◻ Hoe kunnen wij vermijden door demonische leringen misleid te worden?
◻ Waarom kunnen wij niet met goed gevolg zowel van Jehovah’s tafel als van de tafel der demonen eten?
◻ Wat voor voedsel wordt door afvalligen verstrekt?
◻ Waarom is het gevaarlijk nieuwsgierig te zijn naar de beschuldigingen die afvalligen uiten?
◻ Wat zijn de vruchten van de afvalligen?
[Illustratie op blz. 10]
Jehovah’s tafel is rijkelijk gevuld met het beste geestelijke voedsel