Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w93 15/9 blz. 28-31
  • Volhard in de pioniersdienst

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Volhard in de pioniersdienst
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1993
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • In financiële behoeften voorzien
  • Part-timewerk vinden
  • Slechte gezondheid en ontmoediging
  • Acht uw dienstvoorrecht kostbaar
  • De zegeningen van de pioniersdienst
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1997
  • Pioniersdienst — Iets voor jou?
    Onze Koninkrijksdienst 1978
  • Tonen dat je de pioniers ondersteunt
    Onze Koninkrijksdienst 1992
  • Het aandeel van de pionier in het bijeenbrengen van de „grote schare”
    Onze Koninkrijksdienst 1976
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1993
w93 15/9 blz. 28-31

Volhard in de pioniersdienst

ONGEVEER 4.500.000 getuigen van Jehovah maken over de hele wereld het goede nieuws bekend. Onder hen bevinden zich meer dan 600.000 pioniers, of volle-tijdverkondigers van het Koninkrijk. Degenen die tot dit leger van pioniers behoren, variëren in leeftijd van jonge tieners tot gepensioneerden van in de negentig. Zij hebben allerlei achtergronden en komen uit alle rangen en standen van de maatschappij.

Ongetwijfeld willen al deze volle-tijdpredikers een succes maken van de pionierbediening. Velen hebben het verlangen deze dienst tot hun loopbaan voor het leven te maken. Sommigen kunnen dat om bepaalde redenen niet. Maar anderen zijn ondanks financiële moeilijkheden, een slechte gezondheid, ontmoediging en andere problemen in staat geweest te blijven pionieren. Hoe kunnen volle-tijdpredikers dus het hoofd bieden aan zulke problemen en volharden in de pioniersdienst?

In financiële behoeften voorzien

Over het algemeen verrichten pioniers werelds werk om hun kosten te dekken, net zoals de apostel Paulus dat deed (1 Thessalonicenzen 2:9). In de meeste delen van de wereld hebben zij te maken met omhoogschietende prijzen voor voedsel, kleding, onderdak en vervoer. Vaak is het moeilijk het part-time wereldse werk te vinden dat zij nodig hebben. Zulke baantjes bieden, zo die er al zijn, vaak slechts een minimumloon, zonder voorzieningen voor een ziektekostenverzekering.

Als wij ’eerst Gods koninkrijk en Zijn rechtvaardigheid blijven zoeken’, kunnen wij erop vertrouwen dat Jehovah voor onze materiële behoeften zal zorgen. Pioniers behoeven dus, wanneer zij financieel onder druk staan, ’niet bezorgd te zijn voor de volgende dag’ (Mattheüs 6:25-34). Terwijl zij serieus moeite doen om zulke problemen op te lossen, zal een sterk vertrouwen in Jehovah hun een overmatige bezorgdheid besparen.

Wanneer iemand financiële problemen heeft, kunnen de uitgaven misschien worden teruggebracht. Met wat veranderingen in het budget is het wellicht mogelijk om aan de behoeften te voldoen, maar niet alleen aan behoeften van materiële aard. Om de kosten te drukken, delen sommige pioniers een flat met andere christenen. Ouders die hun kinderen helpen te pionieren, geven hun soms gratis of tegen een minimale prijs kost en inwoning. Anderen helpen pioniers met de kosten voor voedsel en vervoer. Pioniers zullen anderen echter niet tot last willen zijn, want zij hebben een schriftuurlijke plicht om zichzelf te onderhouden. — 2 Thessalonicenzen 3:10-12.

Vervoerskosten kunnen worden teruggebracht door ze met andere pioniers te delen. Als twee pioniers allebei een auto hebben, zouden zij samen in hetzelfde gebied kunnen prediken, waarbij zij één auto gebruiken en de kosten van het rijden met twee auto’s vermijden. Pioniers die geen auto hebben, kunnen wellicht samenwerken met pioniers die wel een auto hebben en in de vervoerskosten bijdragen. Reiskosten kunnen verder teruggebracht worden door dichtbijgelegen gebieden hoofdzakelijk te voet te bewerken. In veel landen maken pioniers gebruik van goedkope vormen van openbaar vervoer.

Tot degenen die financiële problemen overwonnen en in de volle-tijddienst volhardden, behoorden Newton Cantwell en zijn vrouw. Zij verkochten hun boerderij en begonnen in 1932, tijdens de Grote Depressie, met zes van hun zeven kinderen te pionieren. „Het duurde niet lang of wij hadden al het geld dat de verkoop van onze boerderij ons had opgeleverd, uitgegeven, voornamelijk aan doktersrekeningen”, schreef broeder Cantwell. „Wij kunnen ons nog herinneren dat wij, toen wij naar onze tweede toewijzing verhuisden, nog net genoeg geld hadden om twee weken huur vooruit te betalen, waarna wij nog vijf dollar overhadden. Toch wisten wij dat Jehovah voor ons zou zorgen als wij ijverig in zijn dienst zouden staan. . . . Wij leerden op verschillende manieren te bezuinigen. Als wij naar een nieuw gebied verhuisden, sprak ik bijvoorbeeld met enkele eigenaars van benzinestations en legde hun uit dat wij elke dag in verband met ons christelijke werk drie auto’s op de weg hadden. Dit had gewoonlijk tot gevolg dat wij korting kregen. Onze zoons leerden al gauw zelf reparaties aan onze auto’s te verrichten, wat ons heel wat garagerekeningen uitspaarde.” De Cantwells boden op die manier met succes het hoofd aan financiële uitdagingen en volhardden in de volle-tijddienst. Broeder Cantwell stond nog steeds op de pionierslijst toen hij op de leeftijd van 103 jaar stierf.

Part-timewerk vinden

Veel pioniers voorzien in hun levensonderhoud door middel van een part-timebaan. Paulus werkte, samen met zijn medegelovigen Aquila en Priskilla, als tentenmaker om zichzelf in de bediening in Korinthe te onderhouden (Handelingen 18:1-11). Vaak bieden geestelijke broeders in deze tijd pioniers graag part-time werelds werk aan. Andere pioniers vinden zulk werk via uitzendbureaus, die tijdelijke banen aanbieden. Vertrouwen op God is van wezenlijk belang, evenals vurige gebeden om zijn leiding bij het nemen van beslissingen inzake werk. — Spreuken 15:29.

„Na uit een gebedsvol overwegen van de aangelegenheid veel kracht te hebben geput,” zei een pionier, „deelde ik mijn baas mee dat mijn bedieningswerk een ernstige persoonlijke verantwoordelijkheid is en dat ik de betrekking voor hele dagen niet kon aannemen. De woensdag daarop werd mij gevraagd de werkkring opnieuw in overweging te nemen, maar dan op een part-timebasis. Ik nam de baan met vreugde aan.” Onderschat de kracht van het gebed niet, en laat uw gebeden door daden volgen.

Pioniers kunnen het raadzaam vinden om toekomstige werkgevers te vertellen dat zij part-timewerk zoeken omdat zij zichzelf in de bediening willen onderhouden. Zij zouden de dagen kunnen noemen waarop zij beschikbaar zijn en het aantal uren dat zij per week aan een baan kunnen besteden. Twee vleselijke zusters konden een full-timebaan bij een juridisch adviesbureau delen, waardoor zij ieder twee en een halve dag per week konden werken. Hierdoor konden zij als pioniers in hun onderhoud voorzien totdat zij de Wachttoren-Bijbelschool Gilead bijwoonden en een toewijzing als zendeling ontvingen.

Er kunnen verschillende soorten schriftuurlijk aanvaardbaar werk worden gevonden door met medegelovigen en anderen te spreken, of door kranteadvertenties te raadplegen. Nederigheid is een hulp, want dat kan pioniers ervan weerhouden al te kieskeurig te zijn wat het soort werk betreft dat zij willen doen. (Vergelijk Jakobus 4:10.) Om te blijven pionieren, moeten zij wellicht werelds werk doen dat sommige mensen als eenvoudig of minderwaardig beschouwen. Als iemand zulk werk aanvaardt maar liever iets anders doet, kan hij na verloop van tijd misschien ander werk vinden.

Slechte gezondheid en ontmoediging

Sommigen moeten wegens ernstige gezondheidsproblemen stoppen met de pioniersdienst. Als pioniers in dit opzicht echter niet overhaast een beslissing nemen, bemerken zij wellicht dat een ziekte genezen kan worden of dat hun gezondheid voldoende kan verbeteren om te blijven pionieren. Velen kunnen ondanks gezondheidsproblemen pionieren omdat zij een medische behandeling krijgen, een voor hen geschikt dieet volgen, en de benodigde rust en lichaamsbeweging krijgen. Een reizende opziener merkte een pionierster op die zo’n last van artritis had dat zij geholpen moest worden om in de dienst van huis tot huis te lopen (Handelingen 20:20). Toch leidden zij en haar man 33 huisbijbelstudies en hadden zij 83 mensen geholpen Gods waarheid te aanvaarden. Na verloop van tijd verbeterde haar gezondheid, en elf jaar later woonde zij de pioniersschool bij.

Ontmoediging kan sommigen ertoe brengen uit de pioniersdienst te gaan (Spreuken 24:10). Eén pionier zei tegen een reizende opziener: „Ik stop met pionieren. . . . Ik moet rekeningen betalen.” Hij had een bril nodig die twintig dollar kostte. „Stop je met de pioniersdienst omdat je twintig dollar nodig hebt?”, vroeg de opziener. De pionier kreeg de suggestie om een dag in de plaatselijke koffieplantage te gaan werken, de twintig dollar te verdienen, de bril te kopen en te blijven pionieren. Uit een verder gesprek bleek dat ontmoediging door dure reparaties aan zijn auto het voornaamste probleem was. De pionier werd aangeraden de uitgaven te beperken door elke dag binnen een straal van een paar kilometer te rijden in plaats van door een groot gebied. Hij kreeg ook de raad om zijn geestelijke gezindheid te bewaren. De pionier paste de raad toe en ontving zes maanden later een uitnodiging om de Gileadschool bij te wonen. Na zijn graduatie kreeg hij een buitenlandse toewijzing en diende daar vele jaren getrouw tot aan zijn dood. Ja, vaak zijn grote zegeningen het gevolg als wij niet bezwijken onder ontmoediging maar in gedachte houden dat Jehovah met ons is.

Acht uw dienstvoorrecht kostbaar

In weerwil van beproevingen, zoals noden en tijden zonder voedsel, beschouwde Paulus zijn bediening als een schat (2 Korinthiërs 4:7; 6:3-6). In deze tijd hebben veel dienstknechten van Jehovah in Afrika, Azië, Oost-Europa en elders onder ontberingen en vervolging het voorrecht van de pioniersdienst niet opgegeven. Doe daarom, wanneer u met beproevingen wordt geconfronteerd, alle mogelijke moeite om, tot Jehovah’s lof, in deze bevoorrechte dienst te volharden.

De meeste pioniers konden slechts door hun levenswijze te vereenvoudigen in de volle-tijddienst gaan. Zij hebben net als Paulus materialistische verlokkingen weerstaan en geleerd tevreden te zijn met „voedsel, kleding en onderdak”. Om in de pioniersdienst te volharden, moeten zij tevreden blijven met de noodzakelijke dingen (1 Timotheüs 6:8). Wanneer wij onze door God geschonken voorrechten kostbaar achten en ze boven materiële bezittingen plaatsen, is vreugde het resultaat.

Ter illustratie: Anton Koerber had het voorrecht de Koninkrijksbelangen ten overstaan van regeringsfunctionarissen in Washington D.C. (VS) te vertegenwoordigen. Hij diende enige tijd als pionier en was in de jaren ’50 kringopziener. Enkele vroegere collega’s van hem benaderden hem eens met een voorstel waardoor hij netto een miljoen dollar zou kunnen verdienen. Maar daarvoor zou hij ongeveer een jaar lang al zijn tijd aan zaken moeten besteden. Na om leiding en een geest van gezond verstand gebeden te hebben, zei hij: „Ik kan mijn schitterende voorrechten van dienst voor Jehovah op deze plaats onmogelijk zelfs maar voor een jaar opgeven, nee, nog niet voor al het geld van de wereld. Ik vind het dienen van mijn broeders en zusters hier in Washington waardevoller, en ik weet dat ik hier Jehovah’s zegen geniet. Ik zou ongetwijfeld die miljoen dollar verdienen, maar hoe zou ik er geestelijk, of zelfs lichamelijk, aan toe zijn na een jaar zo geleefd te hebben?” Daarom sloeg hij het aanbod af. Door evenzo hun voorrechten kostbaar te achten, worden velen geholpen in de pioniersdienst te volharden.

Wat een grootse zegeningen genieten pioniers! Het is een zegen om vele uren te besteden aan het spreken over Jehovah’s glorierijke koningschap (Psalm 145:11-13). Doordat pioniers zoveel tijd aan de bediening besteden, genieten zij de zegen dat zij geestelijke troost kunnen verschaffen aan de armen en onderdrukten, zieken of personen die iemand in de dood hebben verloren, en anderen die diepbedroefd zijn en een op zekerheid berustende hoop nodig hebben. Als onze omstandigheden toelaten dat wij een aandeel hebben aan de volle-tijdprediking, zullen wij dus beslist veel zegeningen genieten. Het is ’de zegen van Jehovah die rijk maakt’ (Spreuken 10:22). En met zijn hulp en zegen kunnen de vele Koninkrijksverkondigers vreugdevol volharden in de pioniersdienst.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen