Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w97 15/10 blz. 18-23
  • De zegeningen van de pioniersdienst

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • De zegeningen van de pioniersdienst
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1997
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Diepe gevoelens van voldoening en vreugde
  • Bewijzen van Jehovah’s zorg
  • „Een uitstekende manier om een nauwere band met Jehovah te krijgen”
  • Verlangt u er in uw hart vurig naar meer te doen?
  • Allen kunnen de pioniersgeest aan de dag leggen
  • De zegeningen van de pioniersdienst
    Onze Koninkrijksdienst 2003
  • Pioniers schenken en ontvangen zegeningen
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1994
  • Het aandeel van de pionier in het bijeenbrengen van de „grote schare”
    Onze Koninkrijksdienst 1976
  • Jij wordt uitgenodigd te gaan pionieren — Zul je de uitnodiging aannemen?
    Koninkrijksdienst 1973
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1997
w97 15/10 blz. 18-23

De zegeningen van de pioniersdienst

„De zegen van Jehovah — die maakt rijk, en hij voegt er geen smart bij.” — SPREUKEN 10:22.

1, 2. (a) Hoe drukte een pionier zijn gevoelens over de volle-tijddienst uit? (b) Waarom zijn pioniers in de gelegenheid om de vreugden van het maken van discipelen vollediger te ervaren?

„KAN er grotere vreugde bestaan dan te zien dat iemand met wie je studeert, een actieve lofprijzer van Jehovah wordt? Het is opwindend en geloofversterkend te zien wat een kracht Gods Woord bezit om mensen ertoe te bewegen veranderingen in hun leven aan te brengen teneinde Jehovah te behagen.” Zo schreef een pionier uit Canada die al meer dan 32 jaar in de volle-tijddienst is. Over zijn pioniersdienst zegt hij: „Ik kan me niet indenken dat ik iets anders zou doen. Ik kan me beslist niets anders voorstellen wat dezelfde vreugde zou schenken.”

2 Bent u het ermee eens dat het een bron van grote vreugde is ertoe bij te dragen dat iemand geholpen wordt de weg ten leven te gaan bewandelen? Natuurlijk zijn pioniers niet de enigen die deze vreugde ervaren. Al Jehovah’s dienstknechten hebben de opdracht ontvangen ’discipelen van mensen te maken’, en dit trachten zij ook te doen (Mattheüs 28:19). Maar doordat pioniers vele uren in de velddienst kunnen doorbrengen, zijn zij dikwijls in de gelegenheid om de vreugde van het maken van discipelen vollediger te ervaren. Pionieren brengt echter nog andere beloningen mee. Spreek maar eens met pioniers, en zij zullen u vertellen dat pionieren een schitterende manier is om te ondervinden dat ’de zegen van Jehovah iemand rijk maakt’. — Spreuken 10:22.

3. Wat zou ons kunnen stimuleren terwijl wij in onze dienst voor Jehovah voorwaarts gaan?

3 Onlangs is aan pioniers uit verschillende delen van de wereld gevraagd de zegeningen te beschrijven die zij in de volle-tijddienst hebben ondervonden. Laten wij eens beschouwen wat zij te zeggen hadden. Wees echter niet ontmoedigd als uw dienst wegens een zwakke gezondheid, voortschrijdende ouderdom of andere omstandigheden beperkt is. Houd in gedachte dat het erom gaat Jehovah met geheel uw ziel te dienen, in welke hoedanigheid dan ook. Niettemin kan het horen van commentaren van enkele pioniers uw belangstelling aanwakkeren om deze voldoening schenkende activiteit indien enigszins mogelijk op u te nemen.

Diepe gevoelens van voldoening en vreugde

4, 5. (a) Waarom is het zo’n lonende ervaring het goede nieuws met anderen te delen? (b) Hoe denken pioniers over hun aandeel aan de volle-tijddienst?

4 „Het is gelukkiger te geven dan te ontvangen”, zei Jezus (Handelingen 20:35). Ja, onzelfzuchtig geven brengt zijn eigen beloningen mee (Spreuken 11:25). Dit is vooral zo wanneer het erom gaat het goede nieuws met anderen te delen. Welk groter geschenk zouden wij een medemens feitelijk kunnen geven dan hem te helpen de kennis van God te verwerven, die tot eeuwig leven leidt? — Johannes 17:3.

5 Het is dan ook niet verwonderlijk dat degenen die een aandeel hebben aan de volle-tijddienst vaak opmerkingen maken over de vreugde en het gevoel van intense bevrediging die zij uit hun bediening putten. „Ik weet dat geen ander werk mij de voldoening had kunnen schenken die ik heb gesmaakt door de waarheid met anderen te delen”, zegt een 64-jarige pionier uit Engeland. Een weduwe uit Zaïre bracht tot uitdrukking wat pionieren voor haar betekent: „Na het verlies van mijn geliefde echtgenoot was de pioniersdienst een echte vertroosting voor mij. Hoe meer ik in de dienst uittrek om anderen te helpen, des te minder voel ik het tragische verlies. Ik stel mijn vertrouwen in Jehovah’s beloften en denk er bijna aldoor over na hoe ik degenen met wie ik studeer, kan helpen veranderingen in hun leven aan te brengen. Aan het eind van elke dag slaap ik lekker, en mijn hart loopt over van vreugde.”

6. Welke bijzondere vreugde hebben sommige pioniers gesmaakt?

6 Sommigen die al vele tientallen jaren pionieren, hebben de bijzondere vreugde gesmaakt om in afgelegen gebieden te dienen en daar gemeenten op te richten die uiteindelijk tot kringen zijn uitgegroeid. In Abasjiri op Hokkaido (het noordelijkste eiland van Japan) bijvoorbeeld woont een zuster die al 33 jaar pioniert. Zij weet nog te vertellen dat er op haar eerste kringvergadering — voor heel Hokkaido — slechts zeventig aanwezigen waren. En nu? Dat eiland telt twaalf kringen, met in totaal meer dan 12.000 verkondigers. Stel u voor hoe haar hart overvloeit van vreugde wanneer zij samen met de grote drommen mede-Koninkrijksverkondigers grote vergaderingen en congressen bezoekt die op dat eiland worden gehouden!

7, 8. Welke vreugde hebben de meeste pioniers met een lange staat van dienst gesmaakt?

7 Andere pioniers met een lange staat van dienst hebben de vreugde gesmaakt te zien dat bijbelstudenten werden gedoopt en dan naar grotere dienstvoorrechten streefden. In Japan vertelt een zuster die sinds 1957 in negen verschillende pionierstoewijzingen heeft gediend, hoe zij een exemplaar van het tijdschrift Ontwaakt! achterliet bij een jonge vrouw die bij een bank werkte. Binnen negen maanden werd de jonge vrouw gedoopt. Later trouwde zij en werden zij en haar man speciale pioniers. Wat een vreugde was het voor de pionierster toen haar gemeente in haar derde toewijzing bezoek kreeg van de nieuwe kringopziener en zijn vrouw — haar voormalige bijbelstudente!

8 Geen wonder dat degenen die de pioniersdienst tot hun loopbaan hebben gemaakt, deze bezien als „een schitterend voorrecht dat als een schat gekoesterd moet worden”, zoals een pionier die al 22 jaar volle-tijddienst verricht het uitdrukte!

Bewijzen van Jehovah’s zorg

9. Wat belooft Jehovah als de Grote Verzorger zijn dienstknechten, en wat betekent dit voor ons?

9 Jehovah, de Grote Verzorger, belooft zijn dienstknechten te schragen door in geestelijk en materieel opzicht voor hen te zorgen. Met reden kon koning David uit de oudheid zeggen: „Eens was ik een jonge man, ook ben ik oud geworden, en toch heb ik geen rechtvaardige volkomen verlaten gezien, noch zijn nageslacht zoekende brood” (Psalm 37:25). Natuurlijk ontslaat deze goddelijke waarborg ons niet van de verplichting in materieel opzicht voor ons gezin te zorgen, noch geeft ze ons het recht misbruik te maken van de edelmoedigheid van onze christelijke broeders en zusters (1 Thessalonicenzen 4:11, 12; 1 Timotheüs 5:8). Maar wanneer wij bereidwillig offers brengen in ons leven om Jehovah vollediger te kunnen dienen, zal hij ons nooit in de steek laten. — Mattheüs 6:33.

10, 11. Wat weten veel pioniers uit ervaring over Jehovah’s vermogen om voor hen te zorgen?

10 Pioniers over de hele wereld weten uit ervaring dat Jehovah zorgt voor hen die zich aan zijn zorgzame handen toevertrouwen. Beschouw eens het geval van een pioniersechtpaar dat naar een stadje verhuisde waar een grotere behoefte aan Koninkrijkspredikers bestond. Na enkele maanden werd werelds werk schaars, en hun spaargeld was op. Toen kregen zij een rekening van $81 voor de autoverzekering. „Wij konden dat bedrag met geen mogelijkheid betalen”, legt de broeder uit. „Die avond hebben wij intens gebeden.” De volgende dag ontvingen zij een kaartje van een gezin dat het zelf financieel niet breed had. Het gezin had geld teruggekregen van de belasting, zo schreven zij, en omdat het meer was dan zij hadden verwacht, wilden zij er een deel van aan het pioniersechtpaar geven. Er was een cheque ingesloten ter waarde van $81! „Nooit zal ik die dag vergeten — ik kreeg er kippevel van!”, zegt de pionier. „Wij hadden grote waardering voor de edelmoedigheid van dat gezin.” Ook Jehovah waardeert een dergelijke goedheid, die typerend is voor de edelmoedige geest waartoe hij zijn dienstknechten aanmoedigt. — Spreuken 19:17; Hebreeën 13:16.

11 Veel pioniers kunnen soortgelijke ervaringen vertellen. Vraag hun er maar naar, dan zullen zij u vertellen dat zij nooit „volkomen verlaten” zijn geweest. Een 72-jarige pionier zegt, terugkijkend op 55 jaar volle-tijddienst: „Jehovah heeft mij nooit in de steek gelaten.” — Hebreeën 13:5, 6.

„Een uitstekende manier om een nauwere band met Jehovah te krijgen”

12. Waarom is het bekendmaken van het goede nieuws zo’n opmerkelijk voorrecht?

12 Dat Jehovah ons zelfs maar vraagt het goede nieuws van zijn koninkrijk te verkondigen, betekent al een voorrecht voor ons. Hij beschouwt ons — die immers onvolmaakte mensen zijn — als zijn „medewerkers” in deze levenreddende activiteit (1 Korinthiërs 3:9; 1 Timotheüs 4:16). Als wij tot anderen over Gods koninkrijk prediken, als wij aankondigen dat er een eind gaat komen aan goddeloosheid, als wij mensen uitleggen hoe zijn wonderbare liefde blijkt uit de losprijs die hij heeft verschaft, als wij zijn levende Woord openslaan en de kostbare inhoud ervan aan rechtgeaarde mensen leren, moeten wij wel een nauwere band met onze Schepper, Jehovah, krijgen. — Psalm 145:11; Johannes 3:16; Hebreeën 4:12.

13. Wat zeggen sommigen over de uitwerking die hun pioniersdienst op hun verhouding met Jehovah heeft?

13 Pioniers kunnen er elke maand veel tijd aan besteden om zelf over Jehovah te leren en anderen over hem te onderwijzen. Welke invloed heeft dit naar hun mening op hun verhouding met God? „Pionieren is een uitstekende manier om een nauwere band met Jehovah te krijgen”, antwoordt een ouderling in Frankrijk die al ruim tien jaar pioniert. Een andere pionier in dat land, die al achttien jaar in de volle-tijddienst werkzaam is, zegt: „De pioniersdienst laat ons ’proeven en zien dat Jehovah goed is’, doordat wij dag in dag uit aan een steeds sterkere verhouding met onze Schepper bouwen” (Psalm 34:8). Een zuster in Engeland die al dertig jaar pioniert, denkt er net zo over. „Dat ik mij voor leiding in mijn bediening op Jehovah’s geest moet verlaten, brengt mij nader tot hem”, zegt zij. „Ik heb werkelijk gemerkt dat Jehovah’s geest mij bij veel gelegenheden op de juiste tijd naar een bepaald huis heeft geleid.” — Vergelijk Handelingen 16:6-10.

14. Hoe hebben pioniers er profijt van dat zij dag in dag uit de bijbel en op de bijbel gebaseerde publikaties gebruiken om anderen te onderwijzen?

14 Veel pioniers merken dat dag in dag uit gebruik maken van de bijbel en op de bijbel gebaseerde publikaties om schriftuurlijke waarheden uit te leggen en te onderwijzen, hen helpt te groeien in kennis van Gods Woord. Een 85-jarige broeder in Spanje die al 31 jaar pioniert, zet uiteen: „Pionieren heeft mij geholpen een grondige kennis van de bijbel te verkrijgen, kennis die ik heb gebruikt om veel mensen te helpen Jehovah en zijn voornemens te leren kennen.” Een zuster in Engeland die al 23 jaar pioniert, zegt: „De volle-tijddienst heeft mij geholpen een flinke eetlust voor geestelijk voedsel te ontwikkelen.” Aan anderen de „reden . . . voor de hoop die in u is” uitleggen, kan u sterken in uw eigen overtuiging betreffende geloofspunten die u dierbaar zijn (1 Petrus 3:15). Een pionier in Australië zegt: „Pionieren verbetert de kwaliteit van mijn geloof doordat ik mij tegenover anderen uit.”

15. Waartoe zijn velen bereid geweest teneinde in de pioniersdienst te gaan en daarin te volharden, en waarom?

15 Het is duidelijk dat deze pionierbedienaren ervan overtuigd zijn dat zij een vorm van dienst hebben gekozen die talloze zegeningen van Jehovah meebrengt. Geen wonder dat velen bereid zijn geweest aanpassingen in hun leven aan te brengen en zelfs een wereldse loopbaan en materiële rijkdom op te geven om in de pioniersdienst te gaan en daarin te volharden! — Spreuken 28:20.

Verlangt u er in uw hart vurig naar meer te doen?

16, 17. (a) Als u zich afvraagt of pionieren voor u tot de mogelijkheden behoort, wat zou u dan kunnen doen? (b) Hoe voelen sommigen zich als zij niet kunnen pionieren?

16 Na beschouwd te hebben wat pioniers over de zegeningen van de pioniersdienst zeggen, vraagt u zich misschien af of pionieren voor u haalbaar is. Waarom zou u in dat geval niet eens gaan praten met een pionier die de volle-tijddienst tot een succes heeft gemaakt? Misschien zult u het ook nuttig vinden met een van de ouderlingen in de gemeente te praten, iemand die u — uw gezondheidstoestand, uw beperkingen en uw gezinsverantwoordelijkheden — kent (Spreuken 15:22). De realistische opmerkingen van anderen kunnen u misschien helpen zorgvuldig af te wegen of pionieren voor u tot de mogelijkheden behoort. (Vergelijk Lukas 14:28.) Als u kunt pionieren, zullen uw zegeningen werkelijk groot zijn. — Maleachi 3:10.

17 Maar hoe staat het nu met de vele getrouwe Koninkrijksverkondigers die niet kunnen pionieren, hoewel zij er misschien naar verlangen meer te doen in de bediening? Beschouw bijvoorbeeld eens de gevoelens van een christelijke zuster die er de handen vol aan heeft om als alleenstaande moeder haar vier kinderen groot te brengen. „Ik heb een naar gevoel”, zegt zij, „omdat ik vroeger heb gepionierd maar nu, door mijn omstandigheden, niet zo veel in de velddienst kan gaan als toen.” Deze zuster houdt zielsveel van haar kinderen en wil voor hen zorgen. Terzelfder tijd verlangt zij er vurig naar meer in het predikingswerk te doen. „Ik houd van de dienst”, legt zij uit. Ook andere toegewijde christenen wier liefde voor God hen ertoe beweegt Jehovah ’met heel hun hart’ te willen dienen, koesteren soortgelijke gevoelens. — Psalm 86:12.

18. (a) Wat verwacht Jehovah van ons? (b) Waarom dienen wij niet ontmoedigd te zijn als omstandigheden ons beperken in wat wij kunnen doen?

18 Bedenk dat wat Jehovah van ons verwacht, dienst met geheel onze ziel is. Wat dit inhoudt, kan van persoon tot persoon aanmerkelijk verschillen. Sommigen kunnen hun aangelegenheden zo regelen dat zij als gewone pionier kunnen dienen. Vele anderen geven zich hetzij af en toe of op geregelde basis op als hulppionier om elke maand zestig uur aan de bediening te besteden. Veruit de meesten van Jehovah’s volk wijden zich echter als gemeenteverkondiger met geheel hun ziel aan het predikings- en onderwijzingswerk. Dus als u werkelijk beperkt bent door een zwakke gezondheid, gevorderde leeftijd, gezinsverantwoordelijkheden of andere omstandigheden, wees dan niet ontmoedigd. Zolang u het beste geeft wat u hebt, is uw dienst waardevol in Gods ogen, net als dit het geval is met de dienst van hen die in de volle-tijddienst zijn!

Allen kunnen de pioniersgeest aan de dag leggen

19. Wat is de pioniersgeest?

19 Ook al kunt u zich misschien niet als pionier laten inschrijven, u kunt wel de pioniersgeest aan de dag leggen. Wat is de pioniersgeest? In de uitgave van juli 1988 van Onze Koninkrijksdienst werd gezegd: „Het zou gedefinieerd kunnen worden als een positieve instelling ten opzichte van het gebod om te prediken en discipelen te maken, een volledige inzet voor het tonen van liefde en bezorgdheid voor mensen, zelfopofferend zijn, vreugde scheppen in het nauwgezet volgen van de Meester, en voldoening putten uit geestelijke en niet uit materiële dingen.” Hoe kunt u de pioniersgeest tentoonspreiden?

20. Hoe kunnen ouders de pioniersgeest aan de dag leggen?

20 Als u een ouder bent en jonge kinderen hebt, kunt u hun van harte een loopbaan als pionier aanbevelen. Uw positieve instelling ten opzichte van de bediening zal hen wellicht doordringen van de noodzaak Jehovah’s dienst tot het allerbelangrijkste in hun leven te maken. U zou pioniers en reizende opzieners met hun vrouw bij u thuis kunnen uitnodigen, zodat uw kinderen profijt kunnen trekken van het voorbeeld van degenen die vreugde hebben gevonden in de volle-tijddienst. (Vergelijk Hebreeën 13:7.) Zelfs in religieus verdeelde gezinnen kan de gelovige ouder, door woord en door voorbeeld, zijn of haar kinderen helpen zich in hun leven de volle-tijddienst ten doel te stellen. — 2 Timotheüs 1:5; 3:15.

21. (a) Hoe kunnen wij allen degenen die pionieren ondersteunen? (b) Wat kunnen ouderlingen doen om de pioniers aan te moedigen?

21 In de gemeente kunnen wij allen degenen die in staat zijn te pionieren, van harte ondersteunen. Zou u bijvoorbeeld bijzondere moeite kunnen doen om met een pionier in de velddienst samen te werken, vooral op tijden waarop hij of zij anders misschien alleen zou werken? De kans is groot dat u ontdekt dat er dan „een uitwisseling van aanmoediging” plaatsvindt (Romeinen 1:11, 12). Als u een ouderling bent, kunt u nog meer doen om de pioniers aan te moedigen. Wanneer het lichaam van ouderlingen vergadert, dienen zij de behoeften van de pioniers geregeld te beschouwen. Wanneer een pionier ontmoedigd is of wat moeilijkheden ondervindt, wees er dan niet te snel bij om aan te bevelen dat hij of zij ophoudt met pionieren. Hoewel het in sommige gevallen nodig kan zijn zo’n aanbeveling te doen, dient men niet te vergeten dat pionieren een schitterend voorrecht is dat de volle-tijddienaar misschien als een kostbare schat koestert. Een beetje aanmoediging en wat praktische raad of hulp is misschien alles wat nodig is. Het bijkantoor van het Genootschap in Spanje schrijft: „Als ouderlingen tot de pioniersdienst aanmoedigen, de pioniers in de velddienst ondersteunen en geregeld herderlijk contact met hen onderhouden, hebben de pioniers meer vreugde, voelen zij zich nuttig en willen zij ondanks de belemmeringen die zich wellicht voordoen, doorgaan.”

22. Waartoe dienen wij in deze kritieke periode van de menselijke geschiedenis vastbesloten te zijn?

22 Wij leven in een kritieke periode van de menselijke geschiedenis. Jehovah heeft ons een levenreddend werk opgedragen (Romeinen 10:13, 14). Laten wij, of wij nu wel of niet als pionier een volle-tijdaandeel aan dit werk kunnen hebben, de pioniersgeest aan de dag leggen. Laten wij een gevoel van dringendheid en een geest van zelfopoffering hebben. Laten wij vastbesloten zijn Jehovah te geven wat hij van ons vraagt — dienst met geheel onze ziel. En laten wij in gedachte houden dat wanneer wij alles geven waartoe wij in staat zijn — of het nu te vergelijken is met de geldstukjes van de weduwe of met Maria’s kostbare olie — onze dienst met geheel onze ziel wordt verricht, en Jehovah hecht grote waarde aan onze met geheel onze ziel verrichte dienst!

Kunt u zich dit herinneren?

◻ Waarom brengt de volle-tijddienst gevoelens van voldoening en vreugde mee?

◻ Wat weten veel pioniers uit ervaring over Jehovah’s vermogen om voor zijn dienstknechten te zorgen?

◻ Welke uitwerking heeft, zoals pioniers bemerken, hun bediening op hun verhouding met Jehovah?

◻ Hoe kunt u de pioniersgeest aan de dag leggen?

[Illustratie op blz. 23]

Discipelen maken schenkt pioniers grote vreugde

[Illustratie op blz. 23]

Uw kinderen kunnen profijt trekken van omgang met volle-tijdpredikers

[Illustratie op blz. 23]

Ouderlingen kunnen pioniers in de velddienst aanmoedigen

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen