Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w93 1/9 blz. 8-9
  • Gilead — Gebied voor moedige mensen

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Gilead — Gebied voor moedige mensen
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1993
  • Vergelijkbare artikelen
  • Gilead
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
  • Gilead
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • Jefta komt zijn gelofte aan Jehovah na
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2007
  • Jefta
    Hulp tot begrip van de bijbel
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1993
w93 1/9 blz. 8-9

Taferelen van het Beloofde Land

Gilead — Gebied voor moedige mensen

KORT voordat de Israëlieten de Jordaan overtrokken en het Beloofde Land binnengingen, drong Mozes er bij hen op aan: „Weest moedig en sterk. . . . Jehovah, uw God, zelf trekt met u mee.” — Deuteronomium 31:6.

Mozes’ aansporing was ook tot de stammen Ruben en Gad en de halve stam Manasse gericht. Zij hadden gezien ’dat het land Gilead een plaats voor vee was’, en daarom hadden zij erom gevraagd Gilead als woongebied toegewezen te krijgen. — Numeri 32:1-40.

Gilead lag aan de andere kant, ten oosten, van de Jordaan. Het gebied bestond in wezen uit de hele oostelijke oever, vanaf het noordelijke uiteinde van de Dode Zee tot aan de Zee van Galilea. Het liep van de Jordaanvallei omhoog naar goedbewaterde hoogvlakten en koepelvormige heuvels. Gilead was dus een goed gebied om graan te verbouwen en vee te laten grazen. De bovenstaande foto geeft u een idee hoe een deel van Gilead er uitzag. Maar waarom zouden wij moed met zo’n betrekkelijk aangenaam gebied in verband brengen?

De stammen die verkozen in Gilead te wonen, deden dat duidelijk niet omdat ze bang waren. Bedenk dat zij ermee instemden de Jordaan over te steken om tegen de vijanden in het Beloofde Land te vechten. En toen zij in Gilead terugkwamen, hadden zij nog meer moed nodig. Waarom? Omdat zij aan de grens woonden, blootgesteld aan aanvallen van Ammonieten in het zuidoosten en van Syriërs in het noorden. En aangevallen werden zij. — Jozua 22:9; Rechters 10:7, 8; 1 Samuël 11:1; 2 Koningen 8:28; 9:14; 10:32, 33.

Vooral die aanvallen waren gelegenheden waarbij moed nodig was. Nadat Jehovah bijvoorbeeld had toegelaten dat de Ammonieten Gilead onderdrukten, had Gods volk berouw en keerde zich voor leiding tot „een sterke, dappere man”, wiens vader eveneens Gilead heette. Deze dappere, of moedige, man was Jefta. Hij is bekend wegens een eed waaruit bleek dat hij, ondanks het feit dat hij moedig was, Gods leiding en steun zocht. Jefta legde een gelofte af dat als God hem in staat zou stellen de onderdrukkende Ammonieten te onderwerpen, de eerste die hem uit zijn huis tegemoet zou komen aan God ’ten brandoffer gebracht’, of geofferd, zou worden.a Dit bleek Jefta’s enige kind, zijn dochter, te zijn, die later in Gods heiligdom ging dienen. Ja, Jefta en, in een ander opzicht, zijn dochter toonden moed. — Rechters 11:1, 4-40.

Een tentoonspreiding van moed die misschien niet zo bekend is, vond plaats in de tijd van Saul. Breng u, om u een voorstelling te maken van de omstandigheden, in herinnering dat toen Saul koning werd, de Ammonieten dreigden het rechteroog uit te steken van de mannen van Jabes-Gilead, een stad die aan een wadi kan hebben gelegen die door de heuvels naar beneden liep, naar de Jordaan. Saul bracht snel een leger op de been om Jabes te versterken (1 Samuël 11:1-11). Laten wij, met dit in gedachten, naar het eind van Sauls regering gaan en zien hoe er moed werd getoond.

U kunt u misschien herinneren dat Saul en drie van zijn zonen in een oorlog tegen de Filistijnen sneuvelden. Die vijanden hieuwen Saul het hoofd af en hingen de lichamen van Saul en zijn zonen triomfantelijk aan de muur van Beth-San (1 Samuël 31:1-10; rechts ziet u de blootgelegde tell of puinheuvel van Beth-San). Dit bericht bereikte Jabes, in de heuvels van Gilead aan de andere kant van de Jordaan. Wat konden de Gileadieten doen, geconfronteerd met een vijand die zo machtig was dat hij de koning van Israël kon verslaan?

Kijkt u eens mee op de kaart. „Onmiddellijk stonden alle dappere mannen op, en zij trokken de hele nacht door en namen het dode lichaam van Saul en de dode lichamen van zijn zonen van de muur van Beth-San en kwamen naar Jabes en verbrandden ze daar” (1 Samuël 31:12). Ja, zij vielen midden in de nacht de vesting van de vijand binnen. U kunt u wel voorstellen waarom de bijbel hen dapper, of moedig, noemt.

Na verloop van tijd scheidden tien stammen zich af en vormden het noordelijke koninkrijk Israël, en Gilead hoorde daar ook bij. Omliggende natiën, eerst de Syriërs en later de Assyriërs, begonnen delen van dat gebied ten oosten van de Jordaan in bezit te nemen. Dus in weerwil van vroegere voorbeelden van moed, betaalden de inwoners van Gilead een prijs voor het feit dat zij in een grensgebied woonden. — 1 Koningen 22:1-3; 2 Koningen 15:29.

[Voetnoot]

a Een zorgvuldig onderzoek van het verslag weerlegt de beschuldiging dat Jefta zijn kind als een mensenoffer bracht. Zie Hulp tot begrip van de bijbel, blz. 729, 730, uitgegeven door de Watchtower Bible and Tract Society of New York, Inc.

[Kaart op blz. 8]

(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)

ZEE VAN GALILEA

DODE ZEE

Jordaan

Beth-San

Ramoth-Gilead

Jabes

GILEAD

[Verantwoording]

Gebaseerd op een kaart onder het auteursrecht van Pictorial Archive (Near Eastern History) Est. and Survey of Israel

[Illustratieverantwoording op blz. 8]

Pictorial Archive (Near Eastern History) Est.

[Illustratieverantwoording op blz. 9]

Pictorial Archive (Near Eastern History) Est.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen