„Het gaf mij een heel warm gevoel”
Burt woont in Engeland. Hij ging zes weken in Australië logeren bij zijn broer Eric en diens vrouw, die Jehovah’s Getuigen zijn. Omdat Burt tot een andere religie behoorde, aarzelde hij toen zijn broer hem uitnodigde om mee te gaan naar een bijeenkomst in de Koninkrijkszaal. Maar hij was zo verrast over de hartelijke en vriendelijke geest waarmee hij ontvangen werd, dat hij na zijn terugkeer in Engeland de volgende waarderende brief aan de gemeente schreef:
„Ik moet bekennen dat ik geen Getuige ben, want ik ben actief lid van de Anglicaanse Kerk, zodat ik wel een beetje benauwd was toen ik met Eric en Joan meeging naar hun zondagsdienst.
Ik had helemaal niet bang hoeven zijn. Niet alleen was de manier waarop ik door vrijwel de hele gemeente werd begroet, bijzonder broederlijk en oprecht, maar het gaf mij een heel warm gevoel dat ik, die toch een volslagen vreemde was, geaccepteerd werd, niet zozeer als bezoeker, maar als welkom lid van de gemeente.
Hoewel ik niet alles in uw dienst en uw getuigenis begreep, heb ik aan het einde van de bijeenkomst afscheid genomen met het gevoel dat deze ervaring mij zeer goed had gedaan en met in mijn hart de vraag waarom de liefde en oprechtheid die gedurende de hele dienst zo duidelijk tot uitdrukking kwam, zich niet over onze hele zozeer gekwelde wereld zou kunnen uitbreiden.
Met heel hartelijke groeten,
Burt B.”