Onafhankelijkheid van God — Waarom niet?
„IK HOUD van opwinding.” „Ik heb er schoon genoeg van mij te laten vertellen wat ik moet doen!” „Laat mij toch met rust!” Dergelijke uitspraken kunnen wijzen op een geest van onafhankelijkheid. Soms kunt u zulke woorden zelfs uit de mond van christenen horen.
Hoe kunnen christenen worden besmet met de geest van onafhankelijkheid, zelfs onafhankelijkheid van God? Gewoonlijk begint het ermee dat zij een verwrongen kijk krijgen op de vereisten van Jehovah God (Psalm 73:2, 13, 14). Zij zien Gods wetten als hinderpalen die hun plezier in de weg staan, in plaats van als een bescherming die hen in staat stelt van het leven te genieten. Door de flonkering en het klatergoud van de goddeloze wereld hebben zij zich laten wijsmaken dat zij genoegens mislopen. Hoe staat het met u? Hoe denkt u over onafhankelijkheid van God?
Een eeuwenoud probleem
Onafhankelijk van God willen zijn, is niets nieuws. Het probleem is bijna zo oud als de mensheid. De geest van onafhankelijkheid werd door Satan de Duivel ingevoerd. Hij bedroog Eva, de eerste vrouw, zodat zij op de gedachte kwam dat zij gelukkiger zou zijn als zij maar bevrijd was van de leiding waarin haar Schepper voorzag. Eva geloofde dat zo’n onafhankelijke weg haar de ogen zou openen voor veel ervaringen en genoegens die haar door God werden onthouden. — Genesis 3:1-5; Openbaring 12:9.
Met ogen die verblind waren door haar pasgevormde zelfzuchtige verlangens drong Eva er bij haar echtgenoot op aan zich in de opstand bij haar aan te sluiten. Ook Adam koos voor onafhankelijkheid van God. Het gevolg: Verdriet kwam in de plaats van geluk. Zonde, schaamte, ziekte, pijn en dood deden hun intrede, niet alleen voor Adam en Eva, maar ook voor hun hele nageslacht. — Genesis 3:6, 16-19; Romeinen 5:12.
De bijbel laat zien dat ook engelen besloten de weg der onafhankelijkheid van God te bewandelen door ongeoorloofde genoegens met de ’mooie dochters der mensen’ na te jagen. Schonk die onafhankelijkheid ware bevrediging? Neen. Er kwam daarentegen zoveel grove immoraliteit en geweld uit voort, dat Jehovah besloot die wereld van goddeloze mensen te vernietigen. De onafhankelijke engelen werden demonen, die thans deze zelfde verwoestende geest van opstand onder de mensheid bevorderen. — Genesis 6:1-7, 11; Efeziërs 2:2; Judas 6-12.
De noodzaak van goddelijke leiding
De voorgaande feiten kunnen ons helpen een fundamentele waarheid te begrijpen: Om een succesrijk en aangenaam leven te kunnen leiden, moet de mens zich voor leiding op God verlaten. Dat is één reden waarom de bijbel zegt: „Ik weet heel goed, o Jehovah, dat het niet aan de aardse mens is zijn weg te bepalen. Het staat niet aan een man die wandelt, zelfs maar zijn schrede te richten” (Jeremia 10:23). Salomo, de wijze man uit de oudheid, onderkende welk gevaar er schuilt in het vaststellen van persoonlijke maatstaven voor een leven dat onafhankelijk is van goddelijke leiding. Hij schreef: „Er bestaat een weg die recht is voor het aangezicht van een man, maar de wegen van de dood zijn er naderhand het einde van.” — Spreuken 14:12.
Laten wij dit punt op twee manieren illustreren. Als alle piloten bij de burgerluchtvaart de aanwijzingen die door de verkeersleiding op de vliegvelden worden gegeven, zouden negeren en hun vliegtuigen wanneer en waar zij maar wilden aan de grond zouden zetten, hoe veilig zou het luchtverkeer dan zijn? Of als een ploeg bouwvakkers de werktekeningen zou weggooien en elk van hen zou besluiten aan zijn gedeelte van het gebouw precies te doen waar hij zin in had, wat voor gebouw zou er dan ontstaan? Wij begrijpen dat er maatstaven nageleefd moeten worden om een ordelijke samenleving te kunnen hebben.
Niemand is beter bekwaam om deze richtlijnen te verschaffen dan de Schepper van de mens, Jehovah. Omdat Jehovah God de Schepper is, heeft hij, en niet zijn schepping, de mens, het absolute recht om de maatstaven vast te stellen waarnaar zijn met verstand begiftigde schepselen dienen te leven. Hij kent onze begrenzingen; hij weet precies waar de grenslijn ligt tussen geluk en verdriet (Handelingen 17:26, 27). Telkens opnieuw leren de ervaringen die wij in het leven opdoen, dat Gods weg werkelijk succes heeft. Het is de beste weg voor ons.
Wij hoeven er niet naar te raden wat Jehovah’s maatstaven zijn; hij is zo vriendelijk geweest ons in zijn Woord, de bijbel, te zeggen: „Dit wetboek dient niet uit uw mond te wijken, en gij moet er dag en nacht met gedempte stem in lezen, opdat gij zorgvuldig moogt handelen overeenkomstig alles wat erin geschreven staat; want dan zult gij uw weg succesvol maken en dan zult gij wijs handelen” (Jozua 1:8). De apostel Paulus legt uit hoe allesomvattend Gods maatstaven zijn. In 2 Timótheüs 3:16, 17 schreef hij: „De gehele Schrift is door God geïnspireerd en nuttig om te onderwijzen, terecht te wijzen, dingen recht te zetten, streng te onderrichten in rechtvaardigheid, opdat de mens Gods volkomen bekwaam zij, volledig toegerust tot ieder goed werk.”
Jehovah nodigt ons uit zijn maatstaven te beproeven, ’om ons ervan te vergewissen wat de goede en welgevallige en volmaakte wil van God is’ (Romeinen 12:2). Natuurlijk is een grondige studie van de bijbel noodzakelijk om dit goed te kunnen doen. Of wij nu pas beginnen de bijbel te bestuderen of ons al tientallen jaren in Gods Woord verdiepen, het doel — nauwkeurige kennis van en inzicht in Gods wil te verkrijgen — is van belang. Indien wij nalaten ons waarnemingsvermogen te oefenen door het te gebruiken, zullen wij Jehovah’s richtlijnen niet scherp blijven zien. — Hebreeën 5:14.
Gods maatstaven negeren, betekent vragen om rampspoed. Een mens moet gewoonweg aan te veel hindernissen het hoofd bieden om zich er op basis van zijn eigen begrip doorheen te kunnen slaan. Om te beginnen moet hij het opnemen tegen de subtiele bovenmenselijke invloeden van Satan en zijn demonen (1 Johannes 5:19; Openbaring 12:12). Dan is er het wereldomvattende menselijke samenstel van dingen, dat doortrokken is van een geest van ongehoorzaamheid en uitermate grote zelfzucht (Efeziërs 2:2; 1 Johannes 2:15-17). En natuurlijk hebben wij strijd te voeren tegen onze eigen onvolmaaktheden en de bedrieglijke neigingen van ons hart (Psalm 51:3-5; Jeremia 17:9, 10). Dus leven zonder Jehovah’s richtlijnen is ongeveer net zo zinnig als autorijden in een auto zonder stuur.
Jezus Christus is het beste voorbeeld van iemand die waardering had voor goddelijke leiding. Hoewel hij volmaakt was, zei hij over zichzelf: „De Zoon kan geen enkel ding uit zichzelf doen, maar alleen wat hij de Vader ziet doen” (Johannes 5:19). Jezus leefde niet om zichzelf te behagen. Bij een andere gelegenheid zei hij: „Ik doe niets uit mijzelf: wat de Vader mij geleerd heeft, dat predik ik; hij die mij gezonden heeft, is met mij, en hij heeft mij niet aan mijzelf overgelaten, want ik doe altijd wat hem behaagt” (Johannes 8:28, 29, The Jerusalem Bible). Wilt u zich graag laten leiden door dezelfde maatstaf die door Jezus Christus werd erkend? — 1 Petrus 2:21.
De waarde van het aanvaarden van goddelijke leiding
Jehovah is „de gelukkige God” (1 Timótheüs 1:11). Hij wil ons niet beroven van gezonde genoegens, opwinding of geluk. Denk eens even na over de onverbloemde woorden in Romeinen 1:28-32. Onafhankelijkheid van God leidt alleen maar tot slechte gevolgen, want, in de bewoordingen van de Willibrordvertaling, verklaart het verslag:
„En daar zij het niet de moeite waard hebben geacht God te erkennen, heeft God hen prijsgegeven aan hun nietswaardige gezindheid zodat zij alles doen wat niet te pas komt. Vervuld zijn zij van allerlei ongerechtigheid, boosheid, hebzucht en slechtheid; vol nijd, bloeddorst, tweespalt, bedrog en kwaadaardigheid. Roddelaars zijn het, lasteraars, haters van God, vermetel, verwaand, protserig, vindingrijk in het kwaad, ongehoorzaam aan hun ouders, onverstandig, onbestendig, zonder liefde en zonder mededogen. En ofschoon zij Gods vonnis kennen, dat zij die zulke dingen doen de dood verdienen, bedrijven zij deze misdaden niet alleen, maar juichen ze ook toe bij anderen.”
Anderzijds worden zij die verkiezen zich aan Gods maatstaven te houden, aangemoedigd hun oude persoonlijkheid met haar geest van onafhankelijkheid weg te doen en te vervangen door een nieuwe, christelijke persoonlijkheid. Bij deze nieuwe persoonlijkheid behoort dat men vriendelijk en teder mededogend wordt en anderen vrijelijk vergeeft (Efeziërs 4:20-32). Ook treden bij deze persoonlijkheid de vruchten van Gods heilige geest aan de dag: „Liefde, vreugde, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtaardigheid, zelfbeheersing”. — Galáten 5:22, 23.
Kijk nu eens goed naar beide persoonlijkheden. Wat voor persoon bent u dan? Welke van beide zou u het liefst in uw kennissen aantreffen?
Bovendien leert de bijbel dat alle goddelozen in de zeer nabije toekomst door God vernietigd zullen worden (2 Petrus 3:7; 2 Thessalonicenzen 1:7-9). Jezus Christus voorzei dat vlak voordat God de aarde zou reinigen, de mensen in het algemeen even onverschillig ten aanzien van Gods maatstaven zouden zijn als in de dagen van Noach (Lukas 17:26-30). Daarom is het dringend noodzakelijk dat wij een volledig besef krijgen van de waarde van de richtlijnen die God heeft opgesteld. Dit is voor ons in deze tijd precies zo noodzakelijk om te kunnen overleven als het voor Noach in zijn tijd was.
Onafhankelijkheid van God schenkt dus geen waar geluk; het doen van Gods wil doet dat wel. Zij die zich aan Jehovah’s leiding onderwerpen, zullen worden beloond met eeuwig leven op een aarde gevuld met mensen die de christelijke persoonlijkheid bezitten. — Psalm 37:27-29.
[Illustratie op blz. 5]
Wat voor gebouw zou er ontstaan als elke werker de werktekeningen weggooide en naar eigen believen bouwde?
[Illustratie op blz. 6]
Het staat u vrij te reizen, maar om dat veilig te doen, moet u in het gebruik van uw vervoermiddel binnen de wettelijke grenzen blijven