Inzicht in het nieuws
’Niet-seksistische’ bijbel
„Want God had de wereld zo lief, dat God Gods enige Kind gaf opdat een ieder die in dat Kind zou geloven, niet vernietigd zou worden, maar eeuwig leven zou hebben.” Die vertaling klinkt u misschien vreemd in de oren. Maar dat is de manier waarop Johannes 3:16 wordt weergegeven in een nieuwe 192 bladzijden tellende vertaling van bijbelfragmenten, The Inclusive Language Lectionary, uitgegeven door de Nationale Raad van Kerken in Amerika.
„Dit lectionarium probeert over God te spreken als iemand die boven sekseverschillen staat”, zegt het voorwoord. Opdat de lezers „niet [worden] overstelpt met mannelijke metaforen”, gebruikt de vertaling uitdrukkingen als „God mijn Vader en Moeder” in plaats van „Vader”, „Kind” in plaats van „Zoon”, „Soeverein” in plaats van „Heer”, enzovoort. Jezus’ gebed op de avond van zijn arrestatie begint dan ook met: „God, mijn Moeder en Vader, het uur is gekomen; verheerlijk uw Kind opdat uw Kind u verheerlijke.” — Johannes 17:1.
Tot degenen die zich afkeurend over de vertaling uitlaten, behoort professor Bruce Metzger van het Theologisch Seminarie in Princeton (VS), die zei: „Het is het werk van de godsdienstonderwijzer en niet van de bijbelvertaler om uit te leggen dat God boven verschillen in geslacht staat.” Wat het nieuwe lectionarium heeft gedaan, „komt neer op het herschrijven van de bijbel”, voegde hij eraan toe. In een poging zich solidair te verklaren met de vrouwenemancipatiebeweging (en de ordinatie van vrouwen te verdedigen) heeft de Nationale Raad van Kerken het klaarblijkelijk juist geacht Gods Woord te veranderen.
De Farizeeën en schriftgeleerden in Jezus’ tijd hadden hun eigen ideeën en doelstellingen en daardoor maakten zij Gods Woord krachteloos. Jezus zei over hen: „Zo hebt gij dan het woord Gods krachteloos gemaakt ter wille van uw overlevering.” Hedendaagse „Farizeeën” trachten iets soortgelijks te doen. Maar hun aanbidding is net zo min aanvaardbaar voor God als die van de Farizeeën uit de oudheid over wie Jezus verder zei: „Tevergeefs blijven zij [God] aanbidden, omdat zij mensengeboden als leerstellingen onderwijzen.” — Matthéüs 15:6, 9.
„In de knoei”
Wat zegt de gezaghebbende Club van Rome twaalf jaar na de publikatie van het vooruitziende rapport „De grenzen aan de groei” over de toekomst? „Sindsdien zijn alle indicaties in de wereld verslechterd, met één uitzondering: het bewustzijn van het publiek”, zegt Aurelio Peccei, de voorzitter van de Club. „Men begrijpt nu dat wij in de knoei zitten.”
Er zijn beslist veel dingen die mensen er meer van doordringen dat „wij in de knoei zitten”. De heer Peccei zegt: „De mensen moeten weten dat de situatie heel ernstig is, vanuit welke hoek je het ook bekijkt — uit het oogpunt van het milieu, morele waarden, oorlog en vrede, werkloosheid, en maatschappelijk gezien.” Hoewel hij van mening is dat „wij over alle middelen beschikken om orde op zaken te stellen”, baart het hem zorgen dat men te veel vertrouwen stelt in wat de Club zegt. „Zij geloven dat wij wijzer en invloedrijker zijn dan het geval is, en dat wij meer weten dan wij in werkelijkheid weten.”
Maar er is er Eén in wie wij ons vertrouwen kunnen stellen. Wie is dat? ’Degene die van het begin af de afloop vertelt, en van oudsher de dingen die niet gedaan zijn; Degene die zegt: „Míjn raad zal tot stand komen en al mijn welbehagen zal ik doen.”’ Ja, Jehovah God is Degene die voor de mensheid een schitterende toekomst in petto heeft. „Zie!” zegt hij, „Ik maak alle dingen nieuw.” — Jesaja 46:10; Openbaring 21:5.
Geweld in het gezin
„Hoogst waarschijnlijk bedraagt het aantal kinderen dat jaarlijks in de Verenigde Staten wordt mishandeld of verwaarloosd op zijn minst 1.000.000”, zegt een rapport van het Nationale Centrum voor Mishandelde en Verwaarloosde Kinderen. The New York Times bericht dat twee tot zes miljoen vrouwen in de Verenigde Staten worden geslagen en op zijn minst een half miljoen bejaarden door familieleden worden mishandeld; aan gewelddadige familieruzies is naar verluidt „20 procent van alle sterfgevallen bij de politie in diensttijd en 40 procent van de verwondingen” te wijten.
Cijfers zoals deze zijn zo alledaags geworden dat veel mensen zich niet realiseren wat dit betekent. In de eerste plaats laten zulke statistische gegevens zien dat de meest fundamentele van de menselijke verhoudingen — het gezin — aan het uiteen vallen is. Daarnaast vormen ze een vervulling van de onfeilbare profetie uit de bijbel dat ’de mensen zichzelf zullen liefhebben, . . . ongehoorzaam zullen zijn aan ouders, . . . geen natuurlijke genegenheid zullen hebben, niet ontvankelijk voor enige overeenkomst zullen zijn, . . . zonder zelfbeheersing, heftig’. Het om zich heen grijpende geweld binnen het gezin en elders, te zamen met andere kritieke problemen overal ter wereld, bewijst dat wij in „de laatste dagen” leven, in „kritieke tijden die moeilijk zijn door te komen”. — 2 Timótheüs 3:1-3.