„Goddelijke zegepraal”-congressen zonder stoornis over de gehele wereld gehouden
GEDURENDE de zomer van 1973 op het noordelijk halfrond en vervolgens, van eind 1973 tot begin 1974, tijdens de zomer op het zuidelijk halfrond, hebben Jehovah’s getuigen hun „Goddelijke zegepraal”-congressen gehouden — in totaal meer dan 140. De congressen begonnen in Noord-Amerika en werden daarna achtereenvolgens in Europa, Azië, Afrika, Australië, Nieuw-Zeeland, Midden- en Zuid-Amerika, en op Hawaii, de Filippijnen en andere eilanden in de Atlantische en Stille Oceaan gehouden.
Het onvolledige bericht onthult dat 2.594.305 personen hun belangstelling voor het bijbelse antwoord op de problemen van onze tijd toonden door aanwezig te zijn. Het programma, waarin bijbelse beginselen en profetieën werden behandeld, was door het Besturende Lichaam van Jehovah’s getuigen opgesteld en uitgewerkt, zodat allen, ongeacht waar zij het congres bijwoonden, dezelfde schriftuurlijke inlichtingen ontvingen. In de meeste landen hadden leden van het Besturende Lichaam trouwens een aandeel aan het programma.
Volgens de berichten die tot dusver zijn ontvangen, werden er op de congressen 81.830 personen gedoopt. Dezen hadden gedurende verscheidene maanden met Jehovah’s getuigen een intensieve studie van de bijbel gemaakt. Hun doop symboliseert hun opdracht om Gods wil te doen, hetgeen omvat dat zij de beginselen van de bijbel in hun dagelijkse leven toepassen en ook actieve dienst verrichten als bekendmakers van het goede nieuws van Gods Messiaanse koninkrijk.
De grootste mensenmenigte die op één enkel congres van de wereldomvattende serie aanwezig was — 107.442 personen — kwam in Port Harcourt, Nigeria, bijeen. Gerekend bij het aantal aanwezigen op twee andere congressen bracht dit Nigeria’s totale bezoekersaantal op 214.237. Evenals op de andere congressen overal ter wereld, was het aantal pasgeïnteresseerde personen uitzonderlijk hoog. Nigeria’s bezoekersaantal was ruim het dubbele van het aantal actieve Getuigen in het land. Op de drie Nigeriaanse congressen werden 7153 nieuwe Getuigen gedoopt. Aan de andere kant van de Atlantische Oceaan, in El Salvador, waren de 3700 Getuigen in het land eveneens oververheugd 10.788 personen op hun congres te zien. Maar hun vreugde was zelfs nog groter toen 1046 kandidaten zich voor de doop aanboden, hetgeen overeenkwam met 28 percent van het aantal actieve Getuigen in dat land.
REGERINGEN ERKENNEN VREDE-BEVORDEREND WERK
Dat de regeringen en regeringsfunctionarissen de congressen toestonden en in vele gevallen zelfs nauw met de congresorganisatie samenwerkten, getuigt ervan dat Jehovah’s getuigen niets met politieke verwikkelingen en revolutionaire bewegingen te maken hebben. De Getuigen leven in overeenstemming met Jezus’ beschrijving van zijn discipelen: „Zij [zijn] geen deel van de wereld . . ., evenals ik geen deel van de wereld ben” (Joh. 17:14; Jak 4:4). Zij betalen ’aan caesar terug wat van caesar is’, door zich te schikken naar de belastingwetten en alle andere wetten die niet rechtstreeks in strijd zijn met Gods geboden. Maar zij betalen ook ’aan God terug wat van God is’, door hun leven te gebruiken om zijn wil te doen en door naar zijn koninkrijk, en niet naar menselijke regeringen, op te zien als het middel waardoor de mensheid vrede en geluk zal ontvangen. — Matth. 22:21.
In Nairobi, Kenya, werd Grant Suiter, die als een lid van het Besturende Lichaam van de Getuigen op bezoek was, te zamen met een van de plaatselijke Getuigen voor de televisie geïnterviewd. Het interview, dat tien minuten zou duren, bleek zo interessant te zijn, dat de interviewer het gesprek met achtentwintig minuten verlengde. Hij stelde de vraag: ’Waarom verbieden sommige regeringen Jehovah’s getuigen?’ Het antwoord werd gegeven dat de regeringsfunctionarissen in zulke gevallen niet werkelijk luisteren en onderzoeken om te zien wat Jehovah’s getuigen doen. Zij luisteren naar wat de tegenstanders van de Getuigen, vooral de geestelijken, zeggen, en handelen dan daarnaar. Sommige regeringen, die later ontdekten dat het werk van de Getuigen in werkelijkheid niets met politiek te maken heeft en ook niet omverwerpend is, hebben ondanks tegenstand van de zijde van de geestelijken hun verbodsbepaling opgeheven. Vele regeringsfunctionarissen zijn gaan inzien dat Jehovah’s getuigen de morele maatstaven van de mensen hebben verhoogd en onder degenen die de bijbel met hen bestuderen, de vrede hebben bevorderd (Gal. 5:19-24; Ef. 6:15). En dit is nog niet alles, want in de ontwikkelingslanden is onder Jehovah’s getuigen het analfabetisme veel lager als gevolg van het programma dat de Getuigen op touw hebben gezet om mensen die graag willen leren lezen en schrijven, te onderwijzen.
Jehovah’s getuigen weten ook dat ’in elke natie de mens die [God] vreest en rechtvaardigheid werkt, aanvaardbaar voor hem is’ (Hand. 10:35). Dat zij werkelijk vanuit het hart interraciale eenheid nastreven, bleek duidelijk op zondagmiddag op het congres in Johannesburg, in Zuid-Afrika. De bezoekers waren onder de indruk van het enthousiasme dat de Zuidafrikaanse afgevaardigden aan de dag legden. De reden voor hun blijdschap was dat zij voor het eerst ongeacht ras of kleur met elkaar konden vergaderen. Het werd hun namelijk voor deze ene bijeenkomst toegestaan in het Randstadion te vergaderen, een sportstadion waar de regering een gemengd publiek toelaat. Het bezoekersaantal was bij deze gelegenheid 33.408.
ZELFSTANDIGHEID
Ook vermeldenswaard is de wijze waarop de plaatselijke Getuigen in elk land er blijk van gaven de hele organisatie van de congressen — huisvesting, nieuwsdienst en cafetaria-afdelingen, alsook het programma — met zeer weinig of geen hulp van geoefende zendelingen te kunnen afhandelen. Dit trad op de voorgrond in Kenya, waar het werk van Jehovah’s getuigen gedurende korte tijd verboden is geweest. Maar toen de verbodsbepaling werd opgeheven, kon het congres internationaal zijn, terwijl de plaatselijke Getuigen het buitengewoon aangenaam vonden bezoekers uit de Verenigde Staten, Canada, Europa en verschillende Afrikaanse landen te gast te hebben.
Ook in Uruguay, Zuid-Amerika, trokken de zendelingen zich geheel terug, terwijl de Uruguayaanse Getuigen er blijk van gaven goed geoefend en bekwaam te zijn door alle onderdelen van hun grote congres met meer dan 7000 afgevaardigden, zelf te organiseren.
HET VERLANGEN OM TE LEREN EN ANDEREN TE HELPEN, OVERWINT MOEILIJKHEDEN
Hoewel op alle congressen dezelfde geest heerste, was de situatie in andere opzichten zeer verschillend. Op de Fidzji-eilanden was de congreszaal bijvoorbeeld een grote, met een rieten dak beschutte plaats die aan de zijkanten open was. Voor de Europese bezoekers waren banken neergezet, maar de Fidzjianen zaten overeenkomstig hun gewoonte op bamboe- of rieten matten. De huisvesting voor de eilandbewoners bestond in een grote omheinde en van een rieten dak voorziene afdeling die in het midden door een wand was verdeeld, zodat er één zijde was voor de mannen en één voor de vrouwen. Deze huisvesting werd gratis verschaft, aangezien velen die van de talrijke andere eilanden in dat gebied afkomstig waren, al hun spaargeld hadden gebruikt om per vliegtuig en per boot naar de congresplaats te komen.
In Sao Paulo, Brazilië, waar het op een na grootste congres werd gehouden, stortregende het de hele zaterdag, waardoor iedereen drijfnat werd. Alle aanwezigen waren gedwongen te staan omdat de zitplaatsen van het reusachtige Pacaembu-stadion, die in werkelijkheid betonnen „treden” waren, in kleine watervalletjes waren veranderd. Maar dit ongemak bracht de menigte er niet toe uiteen te gaan. Op zondag, toen het nog steeds regende, verschenen er 94.586 personen om naar de openbare lezing te luisteren. Regeringsambtenaren feliciteerden de congresleiding met de prestatie die was geleverd en met de geest die er onder de congresgangers heerste. — Rom. 13:3, 4.
Evenals de apostel Paulus hebben heel wat Getuigen, sommigen met hun gezin, hun vaderland verlaten om in landen te dienen waar de behoefte sterker wordt gevoeld. Op één congres berichtten sommigen van hen dat zij naar Costa Rica waren gegaan, naar de stad Escazú, waar slechts acht getuigen van Jehovah waren, met nog een klein geïsoleerd groepje niet ver daarvandaan. Na zes maanden met elkaar samengewerkt en elkaar aangemoedigd te hebben, hadden zij een krachtige, actieve gemeente van vijftig Koninkrijksbekendmakers, terwijl dit aantal nu al tot tachtig is gegroeid.
Grote bevolkingsgroepen leven vaak in geïsoleerde, verspreide gebieden. Jehovah’s getuigen hebben het probleem met alle middelen die hun ter beschikking stonden aangepakt, waarbij zij zich niet alleen ten doel stelden de mensen met het goede nieuws te bereiken, maar ook in het gebied te blijven om met hen te studeren en hen te helpen een nauwkeurige kennis van God te verkrijgen. De congresgangers op het Peruviaanse congres, in Lima, hoorden een interessant verslag van een van de gebruikte methoden. Tien mannen waren gezamenlijk met twee grote kampeerwagens naar afgelegen gebieden van het Andesgebergte gereisd. Elke wagen werd door vijf mannen als „basis” gebruikt van waaruit zij de omgeving bewerkten. Zij hadden ook een jeep bij zich voor kleinere wegen en paden en plaatsen die moeilijk te bereiken waren. In enkele maanden tijd verspreidden zij vijfenzeventigduizend bijbelverklarende boeken en tijdschriften. Nu zijn zij druk bezig om deze mensen te helpen Gods Woord te bestuderen en te begrijpen.
Jehovah’s getuigen overal ter wereld beseffen dat wat zij tot stand hebben mogen brengen, niet aan hun eigen kracht of wijsheid te danken is. Zij denken er net zo over als de apostel Paulus, die zei: „Niet dat wij uit onszelf voldoende bekwaam zijn om iets als uit onszelf voortkomende te kunnen beschouwen, maar dat wij voldoende bekwaam zijn, komt uit God voort” (2 Kor. 3:5, 6). Belemmeringen en barrières worden ’niet door kracht, maar door Jehovah’s geest’ overwonnen. — Zach. 4:6.
Jehovah’s getuigen danken daarom Jehovah God dat hij hun heeft toegestaan de waarheid in te zien die mensen vrijmaakt. Door zijn geest zijn zij in staat geweest hun levenswijze te veranderen. Zij hebben zeer veel waardering voor de bediening die God hun heeft gegeven om anderen te helpen de waarheid te leren kennen.
En alle getuigen van Jehovah over de gehele wereld verenigen zich om Jehovah door bemiddeling van zijn Zoon persoonlijk en in het openbaar te danken voor de leiding van zijn geest en voor het feit dat hij zijn hemelse legerscharen heeft verschaft om het voor hen mogelijk te maken in deze tijd van ongekende onzekerheid en benauwdheid op het gebied van wereldse aangelegenheden, in zoveel landen en onder zulke totaal verschillende omstandigheden en regeringen bijeen te komen.
Terwijl Jehovah’s getuigen in geloof vooruitzien, hebben zij plannen gemaakt om te beginnen in juni 1974, indien Jehovah wil, soortgelijke — hoewel kleinere — congressen te houden. Er wordt een geestelijk opbouwend programma opgesteld. In een aantal landen zullen er veel meer congresplaatsen worden gebruikt, zodat het voor alle afgevaardigden gemakkelijker zal zijn de congressen te bezoeken. Er zal waarschijnlijk ook een congres in uw omgeving worden gehouden. Begin nu plannen te maken er aanwezig te zijn. Wij zijn ervan overtuigd dat u niet teleurgesteld zult zijn maar veel profijt zult trekken van wat u zult horen. U zult intens genieten van de omgang met mensen die geloof stellen in God en zijn Woord en die de bijbelse beginselen in hun leven toepassen. Wij nodigen u hartelijk uit aanwezig te zijn om ’te proeven en te zien dat Jehovah goed is’. — Ps. 34:8.