Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w70 15/2 blz. 121-124
  • Ons sterken in Jehovah

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Ons sterken in Jehovah
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1970
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • HOE ONS IN JEHOVAH TE STERKEN
  • IN DEZE TIJD KRACHT VERWERVEN
  • GODS ORGANISATIE VAN HET GROOTSTE BELANG OM KRACHT TE VERWERVEN
  • „Leer mij uw wil te doen”
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2012
  • Traint u zich nu met het oog op de komende beproevingen?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1971
  • Jehovah heeft in Bijbelse tijden ontkoming verschaft
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2008
  • Vertrouw op Gods geest bij veranderingen in het leven
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2004
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1970
w70 15/2 blz. 121-124

Ons sterken in Jehovah

LANGZAAM keek de chirurg op nadat hij zijn patiënte, een zendelinge van het Wachttorengenootschap, had onderzocht. Zijn blik was somber. Vriendelijk maar ernstig lichtte hij haar in dat zij zich zo spoedig mogelijk aan een grote operatie moest onderwerpen.

„Er is geen andere mogelijkheid”, verklaarde hij. Later, toen haar man er bij was, stemde de chirurg erin toe geen bloed of bloedfracties te gebruiken. Het echtpaar besloot derhalve de operatie te laten verrichten. — Hand. 15:20.

De bovenstaande ervaring is niets nieuws of ongewoons voor leden van het menselijke geslacht. Ook degenen die God getrouw dienen, zijn nog steeds onderworpen aan zonde en dood, die de mensen van Adam hebben geërfd. Zoals de bijbel verklaart, kan er terecht worden gezegd dat „tijd en onvoorziene gebeurtenissen . . . hen allen [treffen]” (Pred. 9:11). Ja, wij kunnen allen van tijd tot tijd in ons leven beproevingen verwachten.

Degenen die Jehovah God dienen, moeten van de zijde van Satan en zijn organisatie vele beproevingen verduren die ten doel hebben hun rechtschapenheid jegens Jehovah te verbreken. Wellicht wordt er vreselijke druk uitgeoefend, vaak plotseling, om iemand ertoe te brengen te zwichten en God op de een of andere wijze ongehoorzaam te zijn. De beproeving kan bestaan in een krachtige verlokking om het genoegen van zonde te smaken. Of er is sprake van een wrede vervolging om iemand ertoe te dwingen een daad van deloyaliteit jegens God te begaan. — 1 Petr. 5:8.

Wanneer u plotseling voor een zware beproeving komt te staan, voelt u zich er misschien bijna door overweldigd. U zou u geneigd kunnen voelen aan ontmoediging toe te geven. Op zo’n moment is het passend zich te binnen te roepen hoe andere dienstknechten van God aan beproevingen het hoofd hebben geboden (1 Petr. 5:9). De bijbel toont aan wat zij deden om geestelijk sterk te blijven.

Denk bijvoorbeeld eens aan de keer dat de vluchteling David en zijn mannen naar hun standplaats in Ziklag terugkeerden. Wat een verwoestende aanblik wachtte hun! Een Amalekitische roversbende had een inval gedaan en de stad geplunderd. De bijbel zegt:

„Toen David met zijn mannen bij de stad kwam, zie, daar was ze met vuur verbrand, en wat hun vrouwen en hun zonen en hun dochters betreft, die waren gevankelijk weggevoerd. Toen verhieven David en het volk dat bij hem was, hun stem en weenden totdat zij geen kracht meer in zich hadden nog langer te wenen. . . . En het werd erg benauwend voor David, omdat het volk het erover had hem te stenigen; want de ziel van heel het volk was verbitterd geworden, . . . Daarom ging David zich sterken bij Jehovah, zijn God.” — 1 Sam. 30:3-6.

HOE ONS IN JEHOVAH TE STERKEN

Hoe kunnen wij ons eigenlijk in Jehovah sterken? De rest van het verslag betreffende Davids ervaring zal ons helpen inzien wat ervoor nodig is om in tijden van beproeving kracht van Jehovah te ontvangen.

Wij weten uit Gods Woord dat David een getrouwe en loyale dienstknecht van God was. Door middel van studie en meditatie had hij een grote kennis van God en Gods handelingen met de mens opgedaan. Dit blijkt uit vele bijbelse psalmen. David schreef bijvoorbeeld: „Ik heb gedacht aan dagen van weleer; ik heb gemediteerd over al uw activiteit; gaarne heb ik mij steeds intens beziggehouden met het werk van úw handen” (Ps. 143:5). David maakte het tot een gewoonte dit te doen. Hij wachtte niet totdat hij zich voor een noodsituatie geplaatst zag.

Toen David in Ziklag wanhopig was, kon hij dus uit een reservoir van kennis en ervaring met betrekking tot God en zijn handelingen putten. Dit zou een aanmoediging voor hem vormen en hem kracht schenken. Hij schreef hierover: „Op God heb ik mijn vertrouwen gesteld; ik zal niet bevreesd zijn. Wat kan vlees mij doen?” — Ps. 56:4; 31:1.

Ook zal David zich ongetwijfeld te binnen hebben geroepen hoe God hem bij voorgaande gelegenheden op wonderbare wijze had geholpen. Had God hem niet de overwinning op de reus Goliath geschonken? David kon waarlijk zeggen: „Jehovah is mijn licht en mijn redding. Voor wie zal ik vrezen? Jehovah is de veste van mijn leven. Wie zal ik duchten?” — Ps. 27:1.

David heeft ook gebeden. Hij was een man des gebeds, en vele gebeden van hem staan in de bijbel opgetekend. „Betoon mij gunst, o Jehovah, want ik verkeer erg in benauwdheid”, bad hij eens (Ps. 31:9). Ongetwijfeld heeft hij in zijn benauwdheid te Ziklag soortgelijke uitdrukkingen in zijn gebeden gebruikt.

Het is verder belangwekkend op te merken dat David niet van mening was dat hij een speciale positie innam en via een persoonlijk communicatiekanaal met God in contact stond. Hij erkende dat God via de Aäronische priesterschap een regeling had om met hem in contact te treden. Daarom maakte hij gebruik van deze regeling. Het bijbelse verslag legt uit:

„David zei derhalve tot de priester Abjathar, de zoon van Achimelech: ’Breng toch alstublieft de efod bij mij.’ Toen bracht Abjathar de efod bij David. En David ging Jehovah raadplegen, zeggende: ’Zal ik die roversbende achternazetten? Zal ik hen inhalen?’ Hierop zei hij tot hem: ’Zet hen achterna, want gij zult hen zonder mankeren inhalen, en gij zult zonder mankeren een bevrijding bewerken.’” — 1 Sam. 30:7, 8.

David deed wat hem werd gezegd. „Prompt begaf David zich op weg, hij en de zeshonderd man die bij hem waren.” Ja, David was er niet laks in of stelde het niet uit Jehovah’s instructies op te volgen. Toen hij eenmaal wist hoe ze luidden, voerde hij ze prompt uit. Als gevolg hiervan veranderde hij deze rampspoed in overwinning. Alle personen die waren weggevoerd en de goederen die van hen waren geroofd, won hij terug. — 1 Sam. 30:9, 18-20.

IN DEZE TIJD KRACHT VERWERVEN

Het verslag over David te Ziklag is niet slechts in Gods Woord bewaard gebleven om ons een interessant historisch facet van zijn leven te verschaffen. Het werd veeleer „tot ons onderricht” bewaard, „opdat wij door middel van onze volharding en door middel van de vertroosting uit de Schriften hoop zouden hebben” (Rom. 15:4). Dezelfde God die David kracht schonk, schenkt ook ons, die hem in deze tijd getrouw trachten te dienen, kracht en volharding. Door zijn geest schenkt hij ons kracht boven ons normale vermogen om zijn wil en zijn opdracht aan ons ten uitvoer te brengen, om aan onvoorziene omstandigheden het hoofd te bieden en vervolging te verduren. — 2 Kor. 4:7.

Misschien bent u er reeds mee begonnen in de voetstappen van Jezus Christus te treden door evenals hij het goede nieuws van Gods koninkrijk te prediken (Luk. 4:43; Matth. 28:19, 20). Herinnert u zich nog welk een beproeving het voor u betekende toen u, na de bijbel met Jehovah’s getuigen te hebben bestudeerd, voor het eerst besefte dat de zuivere aanbidding van Jehovah ook het werk omvatte dat erin bestaat de mensen van huis tot huis met de Koninkrijksboodschap te bezoeken? (Hand. 5:42; 20:20). Voor velen is Gods bevel om te prediken een werkelijke geloofsbeproeving geweest.

Naarmate u evenwel in kennis en begrip omtrent God en zijn voornemens toenam, begon ook de kracht om zijn wil te doen, in u te groeien. En door uw oprechte gebeden en de liefdevolle aanmoediging en hulp van hen die met Jehovah’s zichtbare organisatie zijn verbonden, bent u in staat geweest aan deze beproeving het hoofd te bieden. U kunt nu terugzien en openlijk toegeven dat u door de kracht van God bent geholpen aan het predikingswerk deel te nemen. U weet dat de bijbelwoorden waar zijn: „God is het die, ter wille van zijn welbehagen, in u werkt, opdat gij zowel wilt als werkt” (Fil. 2:13). Wat heeft deze oorspronkelijke ervaring van het verwerven van Gods kracht om zijn wil te doen, u vervolgens kracht gegeven om sindsdien andere beproevingen onder de ogen te zien en te overwinnen!

GODS ORGANISATIE VAN HET GROOTSTE BELANG OM KRACHT TE VERWERVEN

In het geval van David bestond er een nauw contact met Jehovah’s organisatie, en in tijden van beproeving bleek dit contact buitengewoon nuttig te zijn en kracht te schenken. Jehovah’s priester Abjathar gaf David de onder goddelijke inspiratie ontvangen instructies hoe hij precies moest handelen. Op overeenkomstige wijze schonk een engel uit Jehovah’s hemelse organisatie Jezus Christus kracht om aan de beproevingen op zijn rechtschapenheid het hoofd te bieden (Luk. 22:43). En christelijke broeders uit de gemeente te Rome gaven de apostel Paulus aanmoediging en kracht juist toen hij deze nodig had (Hand. 28:14, 15). Wat een voortreffelijke vermaning ligt er voor ons in deze tijd in deze ervaringen opgesloten! Wij dienen dicht bij Jehovah’s zichtbare organisatie te blijven! Hier ontvangen wij de nodige kracht en aanmoediging.

In onze tijd heeft Jehovah door middel van zijn „getrouwe en beleidvolle slaaf”-organisatie op progressieve wijze zijn wil geopenbaard (Matth. 24:45-47). Door middel van die organisatie worden wij erop voorbereid met succes aan beproevingen het hoofd te bieden en onze rechtschapenheid jegens God te handhaven. Dit getrouwe onderwijzende lichaam heeft bijvoorbeeld het bijbelse standpunt duidelijk gemaakt betreffende de heiligheid van leven en bloed en dat alleen het offerandelijke gebruik van bloed door God is goedgekeurd (Lev. 17:11-14; Hand. 15:20, 29). Deze kennis van Gods wil is voor de dienstknechten van God die men heeft willen dwingen bloedtransfusie te nemen, een bron van kracht geweest. Ook de aanmoediging van mededienstknechten van God is een grote hulp gebleken om onder zulke omstandigheden aan hun rechtschapenheid vast te houden. Maar ook al zou ons een ongeluk overkomen en al zou dit veel bloedverlies veroorzaken en ons misschien van mededienstknechten van God isoleren, wij zijn nooit van God geïsoleerd. Wij kunnen hem altijd in gebed aanroepen en om kracht vragen, met de verzekering dat wij deze zullen ontvangen. — Ps. 120:1; 121:1-8.

Ook Gods organisatie heeft zijn volk gesterkt om de opdracht het goede nieuws van het Koninkrijk tot de einden der aarde te prediken, ten uitvoer te brengen (Matth. 24:14). Wij zijn er natuurlijk van tevoren voor gewaarschuwd dat „allen die met godvruchtige toewijding in vereniging met Christus Jezus wensen te leven, . . . ook vervolgd [zullen] worden” (2 Tim. 3:12). En deze vervolging is gekomen, niet wegens ongehoorzaamheid jegens God, doch integendeel omdat Jehovah’s hedendaagse dienstknechten Jezus’ voorbeeld blijven volgen door de Koninkrijksboodschap te prediken en zich afgescheiden te bewaren van de wereld. — Joh. 17:16.

Denkt u maar aan de vervolging van Jehovah’s getuigen in Malawi, Zambia, Cuba, de Verenigde Arabische Republiek en vele andere landen. Zij zijn niet door Satans pogingen om de ware religie in die landen uit te roeien, overmand. Daarentegen heeft God hun de kracht gegeven die datgene wat normaal is te boven gaat, zodat zij, zoals de apostel Paulus vermeldde, volledig als overwinnaars te voorschijn komen (Rom. 8:35-37). Leest u de verslagen maar in het 1969 Yearbook of Jehovah’s Witnesses over de bovengenoemde landen, want dan zult u zien dat dit waar is. In de kracht van de opstandingshoop hebben zij zelfs de dood moedig onder de ogen gezien. — Joh. 5:28, 29.

Eén manier waarop Gods organisatie christenen in de eerste eeuw sterkte, was door getrouwe mannen uit te zenden ten einde de discipelen in hun verstrooide gemeenten te onderwijzen en aan te moedigen. Paulus en Barnabas waren twee van zulke reizende dienaren. Bij een zekere gelegenheid gingen deze mannen terug om de broeders in Lystra, Ikónium en Antiochië in Pisidië, waar zij gewelddaad van de zijde van het gepeupel hadden ondervonden, te bezoeken. De bijbel zegt: „Zij [keerden] . . . naar Lystra en Ikónium en Antiochië terug en versterkten de zielen der discipelen, terwijl zij hen ertoe aanmoedigden in het geloof te blijven en zeiden: ’Wij moeten door veel verdrukkingen heen het koninkrijk Gods binnengaan.’” — Hand. 14:21, 22.

Dit bezoek van Paulus en andere getrouwe dienstknechten heeft de discipelen inderdaad gesterkt om standvastig te blijven. In deze tijd ontvangt de organisatie van Jehovah’s getuigen dezelfde dienst. Getrouwe mannen, die door het besturende lichaam van de „getrouwe en beleidvolle slaaf” zijn uitgezonden, bezoeken voortdurend de gemeenten van Jehovah’s getuigen over de gehele aarde om hen ertoe aan te moedigen loyaal in Jehovah’s dienst te volharden. Wat heeft deze voorziening hen gesterkt!

Nu staan wij op de drempel van het nieuwe samenstel van dingen. De vernietiging van dit samenstel van dingen is ophanden (2 Petr. 3:7-13; 1 Joh. 2:15-17). Satan de Duivel staat op het punt zijn grote aanval op Gods dienstknechten te ondernemen. Zijn wij bevreesd? Worden wij gesterkt om aan de beproevingen die ons te wachten staan, het hoofd te bieden? Onbevreesd zeggen wij met Paulus’ woorden: „Voor alle dingen bezit ik de sterkte door hem die mij kracht verleent.” — Fil. 4:13.

Wij zullen doorgaan met onze persoonlijke studie van Gods Woord en op de gemeentevergaderingen blijven bijeenkomen. Wij zullen zonder ophouden tot Jehovah bidden om leiding en sterkte, terwijl wij ons er krachtig voor inspannen zijn wil te doen. God heeft beloofd: „Ik zal u geenszins in de steek laten noch u ooit verlaten.” Wij geloven dit met ons gehele hart en zeggen vastberaden: „Jehovah is mijn helper; ik zal niet bevreesd zijn. Wat kan een mens mij doen?” (Hebr. 13:5, 6). Ja, de beproevingen die ons nog te wachten staan, zullen wij in de kracht die van God komt kunnen doorstaan!

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen