Waardering voor Jehovah’s bescherming
De volgende brief is van een tiener die Gods wet betreffende bloed respecteerde.
Beste David,
Voor het eerst kan ik zeggen dat ik mij goed voel. Ik heb net een periode van zes maanden achter de rug waarin ik in dit ziekenhuis in Californië onder toezicht stond van een nieronderzoekingsteam. Als ik nog eens over de ervaring nadenk, kan ik tot mijn vreugde opmerken dat ik onder het beschermende toezicht van Jehovah heb gestaan.
De eerste zeven weken moest ik mij aan een serie proeven onderwerpen. Deze brachten aan het licht dat mijn rechternier een aangeboren afwijking vertoonde — een vernauwde slagader. Dit bleek de belangrijke slagader te zijn die de nier voedt. Normaal is deze zo dik als een potlood, maar in mijn geval was ze nauwelijks wijder dan een speld.
De Schepper heeft in de nier een schitterend mechanisme ontworpen waardoor ervoor wordt gezorgd dat er in alle voorkomende gevallen voldoende circulerend bloed voorhanden is. Er wordt een krachtig hormoon, renine genaamd, door de nier afgescheiden, en wel in precies de juiste hoeveelheden, om de bloedtoevoer te stimuleren of te verminderen. Een en ander gebeurt evenwel zo soepel, dat wij van de manier waarop alles wordt geregeld, helemaal niets merken. Onder bepaalde omstandigheden kan dit mechanisme echter overactief worden, en dit gebeurt af en toe ook werkelijk. Mijn rechternier produceerde bijvoorbeeld maar liefst drie maal de normale hoeveelheid renine, waardoor mijn bloeddruk tot 200/160 werd verhoogd. 120/70 zou normaal voor mij zijn.
Medicijnen bleken de druk niet te kunnen verlagen. Deze bleef zelfs stijgen en had een dermate slechte uitwerking op mijn ogen dat ik een bril moest dragen. Een van de medicijnen die ik op doktersvoorschrift ontving, tastte mijn geheugen aan. Een ander medicijn maakte dat ik niets meer kon doen. Ik moest van school. Mijn lichaamsfuncties waren zo versneld dat ik elke dag zestien uur achtereen heel vast sliep, en in de uren dat ik wakker was, had ik vaak een barstende hoofdpijn. Drie of vier maal per dag had ik een zware neusbloeding. Door uitputting en het slikken van veel medicijnen verkeerde ik in een staat van voortdurende lethargie.
EEN MOEILIJKE BESLISSING
Een operatie werd als het beste middel tot herstel beschouwd. De hoofduroloog stelde mij voor de keus: Hij kon de slagader herstellen en met behulp van bloedtransfusies de helft van de nier redden, of hij kon de nier helemaal verwijderen zonder van bloedtransfusie gebruik te maken. Herstel van de slagader zou ernstige nabloedingen tot gevolg kunnen hebben. Aan de andere kant zou ik uitstekend op één gezonde nier kunnen leven en mij er wel bij kunnen voelen. Ik besloot de nier te laten wegnemen.
De dag vóór de operatie kwam het hoofd van het niertransplantatieteam binnen en vroeg of ik de nier die bij mij zou worden weggenomen, zou willen afstaan aan een jonge patiënt bij wie beide nieren niet meer goed functioneerden. Het schijnt dat hoewel de slagader die naar mijn nier leidde niet functioneerde, de nier zelf gezond was. De arts wilde graag mijn nier hebben, maar ik legde hem uit dat ik, als een van Jehovah’s getuigen, mij moest houden aan wat Gods wet ten aanzien van een dergelijke aangelegenheid te kennen geeft. Ik zei hem dat hij een eerlijk en duidelijk antwoord op zijn vraag zou krijgen nadat wij de kwestie in familieverband aan de hand van Gods Woord hadden besproken.
Later op die dag lichtten wij hem in over ons bijbelse standpunt met betrekking tot menselijk vlees en het gebruik ervan en citeerden de hierop betrekking hebbende passages uit Gods Woord. Hij vroeg of ik wel een goed geweten kon hebben nadat ik zijn jonge patiënt mijn nier had ontzegd. In antwoord hierop zette ik uiteen dat het niet aan mij stond mijn nier weg te geven en dat dit orgaan gebruikt moest worden overeenkomstig de wil van Degene die het had geschapen. Hij moest trouwens toegeven dat hij zelfs met de nier niet kon garanderen dat zijn patiënt in leven kon blijven. Ik zette uiteen dat toekomstig leven door middel van de beloofde opstanding, zowel voor mijzelf als voor zijn jonge patiënt, afhankelijk was van onze gehoorzaamheid aan Gods beginselen zoals die in de Heilige Schrift staan opgetekend.
OP JEHOVAH STEUNEN
Toen kwam de narcotiseur mij bezoeken. De narcotiseur schijnt in dit ziekenhuis veel autoriteit te hebben. Hij kan, ongeacht de afspraak die tussen patiënt en chirurg is gemaakt, bevel geven tot het gebruik van bloedtransfusie. Hij gaf mij een stuk dat ik moest ondertekenen. Hierin kwam een alinea voor waarin hij verklaarde dat mijn religieuze overtuiging hem ernstig in zijn bekwaamheid belemmerde en dat ik naar zijn mening derhalve een groot chirurgisch risico was. Hij wilde in geval van mijn dood van alle aansprakelijkheid worden ontheven. Het was al laat en ik moest het zonder de hulp van mijn ouders stellen. In een stil gebed steunde ik op Jehovah opdat hij mij door de crisis zou heenvoeren. Ik tekende zijn stuk.
Deze man was er gebelgd over dat hij lager dan God werd geacht, en hij liet zich in zijn routinebehandeling door zijn emoties beheersen. Toen ik buiten de operatiekamer wachtte, hoorde ik dat hij zijn collega’s ertoe trachtte over te halen het tegen de chirurg op te nemen. Weer vroeg ik Jehovah in gebed om hulp. Toen kwam de chirurg binnen. Wat zou hij doen? Hij weigerde nadrukkelijk zijn overeenkomst met mij te schenden, terwijl hij verklaarde dat niemand het recht had de oprechte geloofsovertuiging van mij of van wie maar ook te bekritiseren.
De narcotiseur ging met tegenzin aan de slag. Hij was erg nors en ruw tegen mij toen hij mij voor de operatie gereedmaakte. Hij begon zelfs bij de eenvoudigste handelingen fouten te maken. Naarmate zijn woede toenam, traden zijn fouten duidelijker aan het licht. Nadat hij ten slotte zeven ernstige fouten in de routinebehandeling had gemaakt, kwam de professor onder wiens toezicht de narcose plaatsvond, tussenbeide en deed het werk zelf.
Het succes van de operatie was dramatisch. Binnen twee minuten nadat de nier was verwijderd, begon de bloeddruk te dalen totdat deze het normale peil had bereikt. Ik verliet het ziekenhuis, maar ik moest terugkomen toen bleek dat de bloeddruk weer gevaarlijk begon te stijgen. Na zeven dagen begon ik mij beter te voelen. Het is klaarblijkelijk een postoperatieve reactie geweest, doordat mijn lichaam zich moest aanpassen na zo’n grote voorraad renine gehad te hebben. Nu het allemaal voorbij is, heb ik mij in mijn hele leven nog nooit zo goed gevoeld.
Na mijn herstel heb ik vele dingen opnieuw moeten leren. Het schijnt dat de afgelopen drie jaar vooral mijn geheugen ernstig is aangetast. Maar wat geweldig dat alles weer normaal functioneert en wat ben ik blij dat Jehovah mij veilig door deze benarde ervaring heeft heengeholpen! Ik hoop mijn aangelegenheden zo te kunnen regelen dat ik als een volle-tijdprediker van Gods beloofde koninkrijk gezondheid en vrede kan brengen aan degenen die hun vertrouwen in Jehovah stellen.
Te zamen met jou, geliefde medegetuige, Jehovah lovend,
D. B.