’Geen christenen in de gevangenis’
De eerste christenen leidden een voorbeeldig leven. Zo zeer zelfs, dat Minucius Felix aan het begin van de derde eeuw het volgende antwoord aan een heiden kon geven: „Als wij christenen met jullie vergeleken zouden worden . . . dan zouden wij veel beter dan jullie bevonden worden.Jullie verbieden, maar plegen niettemin overspel; wij staan erom bekend dat wij slechts onze eigen vrouwen hebben; jullie straffen misdaden wanneer ze gepleegd zijn; bij ons is het zo dat alleen al het denken aan misdaden zondig is; jullie vrezen hen die weten wat jullie uitvoeren; wij vrezen zelfs al ons eigen geweten, zonder hetwelk wij niet kunnen bestaan; ten slotte nog dit: de gevangenissen puilen uit van jullie mensen, maar daar is geen christen te vinden tenzij hij om zijn geloof is aangeklaagd.” — The Ante-Nicene Fathers, Deel 4, blz. 195, The Octavius, hst. 35.