Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w67 15/9 blz. 553-557
  • Geloof vereist om God te behagen

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Geloof vereist om God te behagen
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1967
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • GELOOF
  • VOORBEELDEN VAN GELOOF
  • Laat zien dat je in Jehovah’s beloften gelooft
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk (studie-uitgave) 2016
  • Het op de proef stellen van uw getrouwheid
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1955
  • Geloof in geloof — Is dat uw geloof?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1961
  • ‘Geef ons meer geloof’
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2015
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1967
w67 15/9 blz. 553-557

Geloof vereist om God te behagen

„Zonder geloof [is het] onmogelijk hem welgevallig te zijn, want wie tot God nadert, moet geloven dat hij bestaat en dat hij de beloner wordt van wie hem ernstig zoeken.” — Hebr. 11:6.

1. (a) Wat zou volgens Gods Woord de bijbel in onze tijd toenemen en wat zou dus afnemen? (b) Welke recente gebeurtenissen bevestigen dit?

GODS Woord de bijbel vertelt ons met betrekking tot de dagen waarin wij leven: „Wegens het toenemen der wetteloosheid zal de liefde van de meesten verkoelen” (Matth. 24:12). Wij bemerken dat deze verklaring waar is en dat het geloof onder de mensen in de christenheid afneemt. Dit werd bevestigd door het Federal Bureau of Investigation toen men bij het publiceren van de cijfers voor 1963 bekendmaakte dat het aantal ernstige misdrijven in Amerika sinds 1958 met 40 percent was gestegen. Dit is vijf maal zoveel als de bevolkingstoename van 8 percent. 50,4 percent van de in de buitenwijken verrichte arrestaties wegens ernstige misdrijven kwamen voor rekening van jeugdige personen beneden de achttien jaar. J. E. Hoover, directeur van de F.B.I., schatte de jaarlijkse kosten van misdaad in de Verenigde Staten voorzichtig op zevenentwintig miljard dollar ($27.000.000.000).a Daarnaast is ook de jeugdmisdaad toegenomen. Immoraliteit en echtscheidingen op andere dan schriftuurlijke gronden zijn de hoogte in gevlogen, niet alleen in de Verenigde Staten, maar ook in andere landen. De American Weekly bericht dat in Zweden, waar een kerk-staat-regering is, „zeven van de tien gehuwde Zweedse vrouwen voor zij naar het altaar gaan minstens één kind ter wereld hebben gebracht.”

2. Welke waarschuwingen zijn er gegeven om het geloof te beschermen?

2 Misschien is een van de voornaamste oorzaken gelegen in het feit dat de geest van de mensen misleid wordt door onwetenschappelijk gepraat, juist omdat het uit de mond van vooraanstaande personen komt. Zinspelend op precies zulk een situatie, gaf de christelijke apostel Paulus in zijn brief aan de gemeente in Kolosse de waarschuwing: „Past op: misschien zal iemand u als zijn prooi wegdragen door middel van de filosofie en door ijdel bedrog overeenkomstig de overlevering van mensen, overeenkomstig de elementaire dingen van de wereld en niet overeenkomstig Christus.” En bij een andere gelegenheid gaf dezelfde schrijver een jongeman de waarschuwing: „Behoed wat u is toevertrouwd, en keer u af van de holle klanken waardoor wat heilig is geweld wordt aangedaan, en van de tegenstrijdigheden der valselijk zo genoemde ’kennis’. Door met zulk een kennis te geuren, zijn sommigen van het geloof afgeweken.” — Kol. 2:8; 1 Tim. 6:20, 21.

3. Wat komen wij uit 2 Timótheüs 3 te weten ten aanzien van wat er in onze tijd kan worden verwacht?

3 Met het oog op profetische openbaringen die negentienhonderd jaar geleden werden opgetekend, is het interessant de gebeurtenissen en toestanden in deze twintigste eeuw na te gaan. De bijbel heeft de moeilijke tijden waarin wij leven voorzegd, tijden van degeneratie en morele ineenstorting en waarin de mensen meer liefde voor genoegens dan voor de Almachtige God zouden hebben, verbondsverbrekers zouden zijn en er vele andere slechte praktijken op na zouden houden. Hier volgt wat Paulus aan de jongeman Timótheüs schreef over de toestanden die zich in de „laatste dagen” zouden voordoen: „Weet dit, dat er in de laatste dagen kritieke tijden zullen aanbreken, die moeilijk zijn door te komen. Want de mensen zullen zichzelf liefhebben, het geld liefhebben, zullen aanmatigend zijn, hoogmoedig, lasteraars, ongehoorzaam aan ouders, ondankbaar, deloyaal, geen natuurlijke genegenheid hebbend, niet ontvankelijk voor enige overeenkomst, kwaadsprekers, zonder zelfbeheersing, heftig, zonder liefde voor het goede, verraders, onbezonnen, opgeblazen van trots, met meer liefde voor genoegens dan liefde voor God, die een vorm van godvruchtige toewijding hebben, maar de kracht ervan niet blijken te bezitten; en keer u af van dezen.” Vervolgens onthult het verslag dat zij die geloof hebben en godvruchtig leven vervolgd zullen worden en, nogmaals ter bevestiging van het feit dat de wetteloosheid zou toenemen, zegt het dat anderen misleid zouden worden: „Allen die met godvruchtige toewijding in vereniging met Christus Jezus wensen te leven, zullen ook vervolgd worden. Maar goddeloze mensen en bedriegers zullen van kwaad tot erger voortgaan, terwijl zij misleiden en worden misleid.” — 2 Tim. 3:1-5, 12, 13.

4. Wat zijn enkele redenen waarom velen het geloof in God en Zijn Woord laten varen?

4 Sommigen zijn van de bijbel en het geloof erin afgestapt wegens de belachelijke uitleg van de christenheid van wat er volgens hun zeggen in staat, zoals de leerstelling van het hellevuur, en omdat zij God de schuld voor goddeloosheid, oorlogen en inquisities geven. Aan de andere kant maken sommige personen bezwaar tegen de zuivere wetten en de manier waarop de bijbel rechtvaardige beginselen hooghoudt, terwijl zij hun vleselijke lusten en zucht naar geld, macht, genoegens en immoraliteit wensen te bevredigen. In plaats van te doen wat juist is, negeren zij de bijbel en volgen hun eigen denkbeelden en filosofieën over het leven. Anderen vinden dat de bijbel er te krachtig op wijst dat het vereiste Gods wil te doen ook betekent dat men zich moet verbinden met bedienaren die energiek bezig zijn met de prediking van het evangelie. Dit maakt te veel inbreuk op hun tijd en zij geven er de voorkeur aan de weg van de minste weerstand te volgen, de weg die strookt met de sociale gebruiken van „deze wereld”. Geloof is geen hoedanigheid die alle mensen bezitten of die door velen wordt begeerd. — 2 Thess. 3:2.

5. Waarom zullen wij niet verwachten dat de meerderheid geloof heeft?

5 Men dient in te zien dat het niet de meerderheid is die de bijbel zal aanvaarden en getrouw en uit oprechte liefde in de voetstappen van Christus Jezus zal treden, heilige dienst voor de Almachtige God zal verrichten en liefde voor de naaste ten toon zal spreiden. De waarheid is dat slechts een minderheid de rechtvaardige verordeningen die in Gods Woord de bijbel zijn uiteengezet, zal aanvaarden en naleven. Dit wordt aangetoond door Jezus’ eigen woorden als hij zegt: „Nauw is de poort en smal de weg die naar het leven voert, en weinigen zijn er die hem vinden.” Dit wil niet zeggen dat die weg er niet is, maar dat de meeste mensen er niet naar zoeken. Als tegenstelling tot dit patroon zei Jezus ook: „Breed en wijd is de weg die naar de vernietiging voert, en velen zijn er die daardoor ingaan.” Dit betekent de weg van de minste weerstand te volgen, de weg die strookt met het nationalisme, en dat men zijn tijd en leven met andere dingen vult en zijn tijd en moeite verspilt. — Matth. 7:14, 13.

6. Wie zullen geloof ten toon spreiden? Wat zullen zij doen?

6 Er is op aarde een minderheid van mensen, bekend als Jehovah’s getuigen, die het geloof bewaren, mensen die het volste vertrouwen hebben in Gods Woord en hun leven aan het doen van Gods wil hebben opgedragen, en God heeft „hun hart door geloof gezuiverd”. Dit is in harmonie met Jezus’ woorden en uitspraken. Hij gaf de raad: „Spant u krachtig in om door de nauwe deur binnen te gaan, want velen, zeg ik u, zullen trachten binnen te gaan, maar zullen niet in staat zijn.” Waarom niet? Omdat zij de Almachtige God en hun liefde voor hem niet de eerste plaats in hun hart hebben gegeven. — Hand. 15:9; Luk. 13:24.

GELOOF

7. Wat is geloof?

7 Geloof betekent vertrouwen te hebben of getrouw te zijn als gevolg van de beloften van God. Het wordt het beste gedefinieerd door de woorden van de apostel Paulus in zijn brief aan de Hebreeën: „Geloof is de verzekerde verwachting van dingen waarop wordt gehoopt, de duidelijke demonstratie van werkelijkheden die echter niet worden gezien.” Geloof moet reëel zijn, levend, en vast gefundeerd op de overtuiging dat de ware God Jehovah is. Geloof schenkt het volste vertrouwen in de beloning die hij belooft aan degenen die hem zoeken. — Hebr. 11:1.

8, 9. (a) Is geloof een hoedanigheid die de mens eigen is? (b) Wat is het verschil tussen geloof en lichtgelovigheid? (c) Waarvan moet geloof vrij zijn?

8 Geloof is geen hoedanigheid die de mens eigen is, doch men moet deze hoedanigheid verwerven, en men slaagt hierin door een ijverige studie van Gods Woord de bijbel te maken. Door progressieve studie ontwikkelt zich een diepe liefde voor de bijbel en voor de Auteur ervan, evenals voor zijn Zoon Jezus Christus. Er is „één geest . . . één Heer, één geloof . . . één God en Vader van allen, die boven allen en door allen en in allen is”. — Ef. 4:4-6.

9 Geloof moet niet worden verward met de lichtgelovigheid die thans overal kenbaar is. De loyaliteit van een christen kan zelfs niet met het kleinste beetje lichtgelovigheid worden aangelengd, zoals wij thans bij mensen waarnemen die blijk geven van geloof in en loyaliteit aan verschillende religieuze organisaties, hetzij van het heidendom of van de christenheid. Het valt duidelijk waar te nemen dat er verschillende „geloven” bestaan die, behalve dat ze niet in overeenstemming zijn met Gods Woord, ook met elkaar in strijd zijn. Dit toont op zich al hoe belangrijk en noodzakelijk het is het onvervalste christelijke geloof met een vast fundament, gebaseerd op Jehovah God de Schepper van het universum en zijn Zoon Jezus Christus, te zoeken. Dezelfde gedachte wordt door de apostel Paulus in zijn brief aan de gemeente in Thessaloníka beklemtoond, waarin hij de noodzaak aantoont vrij te zijn van lichtgelovigheid, terwijl hij de broeders vraagt aan te houden in gebed, opdat „wij bevrijd mogen worden van schadelijke en goddeloze mensen, want niet alle mensen bezitten geloof”. Hoe belangrijk is het dus geloof te verwerven en op te bouwen en geen theorieën en meningen van mensen en sociale stelsels te aanvaarden die het zouden verwoesten! (2 Thess. 3:2) Geloof kan niet worden aangelengd zodat men in een groep christenen verschillende geloofsovertuigingen krijgt. Er kan slechts één geloof zijn, gebaseerd op de leringen van de ware God en van zijn Zoon Jezus Christus. Zulk een onvervalst geloof is het bezit van een organisatie die door Jehovah God wordt geleid, namelijk de Nieuwe-Wereldmaatschappij van Jehovah’s getuigen.

10. Welke eenheid van spreken leggen Jehovah’s getuigen aan de dag, en waarom is het zo belangrijk dat er geen verschil van gedachten is?

10 Vaak ontmoet een prediker van Jehovah’s getuigen, als hij aan de velddienst deelneemt en bij de mensen aanbelt, een huisbewoner die opmerkt: „O, wat u zegt klinkt hetzelfde als wat de vorige getuige van Jehovah die hier was, zei.” Misschien hoort hij later een soortgelijke opmerking, namelijk: „Wat jullie, Jehovah’s getuigen, zeggen, klinkt allemaal hetzelfde.” Wij zijn blij dat dit zo is; dit is een goed teken. Anders zouden wij geen organisatie kunnen zijn die Jehovah’s geest bezit, hetgeen eenheid van denken, doel en werkwijze tot gevolg heeft, iets dat in 1 Korinthiërs 1:10 zo duidelijk wordt aanbevolen: „Nu vermaan ik u, broeders, bij de naam van onze Heer Jezus Christus, dat gij allen in overeenstemming met elkaar spreekt en dat er geen verdeeldheid onder u is, maar dat gij nauw verenigd zijt in dezelfde geest en in dezelfde gedachtengang.” Het ligt dus voor de hand dat waar volkomen eenheid van denken en spreken bestaat, één gemeenschappelijk geloof zal zijn.

11. Waarom kan de handelwijze van de christenheid God niet behagen? Hoeveel geloof wordt er vereist?

11 In de christenheid is het geloof verwaterd en verzwakt en loyaliteit wordt er van de leden niet vereist. Zonder veel of zelfs weinig geloof, is het fundamenteel onmogelijk dat iemand Gods gunst verkrijgt. Dit blijkt uit de woorden die de apostel Paulus tot de Hebreeën richt, namelijk: „Zonder geloof [is het] onmogelijk hem welgevallig te zijn, want wie tot God nadert, moet geloven dat hij bestaat en dat hij de beloner wordt van wie hem ernstig zoeken” (Hebr. 11:6). In werkelijkheid bestaat er geen graad van geloof, zoals vijftig percent, zestig percent, of zelfs vijfennegentig percent, aangezien alleen honderd percent geloof in aanmerking kan komen voor Gods goedkeuring. Het is interessant op te merken dat vele mannen uit de oudheid in het elfde hoofdstuk van Hebreeën worden genoemd wegens het aan de dag leggen van zulk een honderd percent geloof.

12. (a) Waarop is geloof gebaseerd, en hoe kan het versterkt worden? (b) Hoe kan men geloof verkrijgen en vervolgens ten toon spreiden?

12 Ten einde de waarde van ons geloof te bepalen om te weten te komen of het zwak is of krachtig, gebaseerd op een juist en hecht fundament, moeten wij de maatstaf van geloof, Gods Woord de bijbel, gebruiken. Overeenstemming met en gehoorzaamheid aan Gods maatstaven zijn onontbeerlijk. Paulus maakte er gewag van dat het apostelschap gebaseerd was op gehoorzaamheid aan Gods Woord en het aan de dag leggen van geloof met betrekking tot Zijn naam. Aan de Romeinen schreef hij hoe belangrijk het was dat „er onder u een uitwisseling van aanmoediging mag zijn, doordat een ieder wordt aangemoedigd door middel van het geloof van de ander, zowel het uwe als het mijne”, opdat zijn en hun geloof vaster gefundeerd mocht worden. Het geloof dat wij bezitten, kunnen wij ten toon spreiden door de woorden die wij spreken, ja, het woord des geloofs dat wij prediken: „Met het hart oefent men geloof tot rechtvaardigheid, maar met de mond doet men een openbare bekendmaking tot redding.” Een volkomen geruststelling in dit opzicht vormen Paulus’ woorden wanneer hij vervolgens verklaart: „Niemand die zijn geloof op hem grondt, zal worden teleurgesteld.” De vraag rijst: Hoe kan iemand in eerste instantie geloof verkrijgen of dit op een vaste basis funderen? „Hoe zullen zij . . . hem aanroepen in wie zij geen geloof hebben gesteld? Hoe zullen zij vervolgens geloof stellen in hem van wie zij niet hebben gehoord? Hoe zullen zij vervolgens horen zonder dat iemand predikt?” Dit brengt onder onze aandacht dat geloof in eerste instantie kan worden verkregen door naar een dienstknecht van God te luisteren. God zal dus stellig zijn dienstknechten uitzenden om te prediken, zodat heel velen hun geloof kunnen opbouwen door naar het Woord van God, de bron van geloof, te luisteren. Wij kunnen ons geloof onder andere afmeten naar de wijze waarop wij bereid zijn ons geheel en al voor de christelijke bediening in te zetten terwijl wij ons geloof ten toon spreiden door onze werken. — Rom. 1:12; 10:10, 11, 14; Jak. 2:18.

13. Hoe kunnen personen die pas belangstelling voor de bijbel hebben hun geloof opbouwen?

13 Pas geïnteresseerde personen of zij die net aan de bediening gaan deelnemen, kunnen zich verlaten op mensen die ’vast in het geloof’ zijn. Zij die sterk zijn, zijn in staat „de zwakheden te dragen van hen die niet sterk zijn”. Laten wij verder gaan: „Laat een ieder van ons zijn naaste behagen in datgene wat zijn opbouw ten goede komt”, hetgeen in dit geval zijn geloof is. Deze verklaring maakt tegelijkertijd duidelijk dat zelfs zij die sterk zijn, actief moeten blijven en aan het bedieningswerk moeten blijven deelnemen om een rotsvast geloof te behouden. Waarop kunnen zij zich verlaten ten einde hun geloof en rijpheid te behouden? De volgende woorden maken dit duidelijk: „Want alle dingen die eertijds werden geschreven, werden tot ons onderricht geschreven, opdat wij door middel van onze volharding en door middel van de vertroosting uit de Schriften hoop zouden hebben.” God verschaft dus in feite de basis voor onze hoop en ons geloof. Degenen die geloof bezitten, kunnen dit levend houden, zoals Paulus ook illustreerde met de woorden: „Nu ben ook ik voor mij er met betrekking tot u, mijn broeders, van overtuigd dat gij ook zelf vol van goedheid zijt, daar gij vervuld zijt met alle kennis, en dat gij ook in staat zijt elkaar terecht te wijzen. Aangaande sommige punten schrijf ik u echter wat vrijmoediger, om ze u weer in herinnering te brengen, krachtens de onverdiende goedheid die mij van God gegeven is.” De op Gods Woord gebaseerde uitwisseling van geloof zal, door er onder elkaar uiting aan te geven, opbouwend en versterkend zijn, met het oog op de pogingen van tegenstanders die tegenovergestelde meningen te berde brengen en op een versterkte manier druk uitoefenen ten einde de morele kracht van het geloof te gronde te richten. — Rom. 15:1, 2, 4, 14, 15.

14. Waarom dienen wij God tot ons te laten spreken, en hoe waarschuwt hij voor andere inlichtingenbronnen?

14 Het is dus licht te begrijpen dat men over kennis van Jehovah God en Zijn Woord moet beschikken om werkelijk overtuiging te bezitten. Om hem te leren kennen, moeten wij hem tot ons laten spreken, niet mondeling natuurlijk, maar door middel van de geschreven bladzijden van de bijbel. Dit is de enige fundamentele bron van inlichtingen waardoor wij Jehovah kunnen leren kennen. De psalmist waarschuwt ons dienaangaande voor andere bronnen, met de woorden: „Vertrouwt niet op edelen, op een mensenkind, bij wien geen heil is.” Welk een gezonde raad dit is, beseffen wij als wij betreffende de mens lezen: „Gaat zijn adem uit, dan keert hij weder tot zijn aarde, te dien dage vergaan zijn plannen.” Op mensen te vertrouwen zou dus betekenen dat wij ten slotte met hen en hun armzalige leerstellingen vergaan. — Ps. 146:3, 4.

VOORBEELDEN VAN GELOOF

15, 16. Welk soort van geloof legde Mozes aan de dag? (b) Wie waren enkele anderen die volgens het bijbelse verslag een sterk geloof ten toon spreidden?

15 Men dient in gedachten te houden dat geloof geen gave is doch veeleer een hoedanigheid die moet worden aangekweekt. Vele mannen uit de oudheid hebben een voorbeeldig geloof aan de dag gelegd. Zij waren gewone mensen, net als wij. Zij moesten dus geloof aankweken en dit funderen. Was er van Mozes’ kant niet veel geloof voor nodig om tot de vluchtende Israëlieten de moedige woorden te spreken: „Vreest niet, houdt stand, dan zult gij de verlossing des HEREN zien, die Hij u heden bereiden zal; want de Egyptenaren, die gij heden gezien hebt, zult gij nimmermeer zien. De HERE zal voor u strijden, en gij zult stil zijn”? (Ex. 14:13, 14) En, buiten dit, wat een geloof had Mozes niet nodig om meer dan twee miljoen mensen door een uitgestrekte wildernis te leiden, terwijl er voor zo’n grote menigte mensen weinig voedsel en water was! Hij vertrouwde evenwel op Jehovah en deed zoals hem was opgedragen.

16 Men zou vele bijbelverslagen kunnen opsommen over hen die geloof hadden, zoals Noach, Abraham, Mozes, David en anderen. Zij bezaten werkelijk een oprecht geloof. Zij waren mannen met een groot geloof. — 2 Petr. 2:5; Hebr. 11:7, 8, 17, 24-27, 32.

17, 18. (a) Waarom zal Jezus in de christenheid geen geloof vinden? (b) Onder wie zal hij het wel vinden, en wat zal hun geestesgesteldheid met betrekking tot het geloof zijn?

17 Wat valt er over deze tijd te zeggen? Wat voor soort van geloof kunnen wij in de „laatste dagen” waarin wij leven, verwachten te vinden? „Wanneer de Zoon des mensen gekomen zal zijn, zal hij dan werkelijk het geloof op aarde vinden?” (Luk. 18:8) Omdat de religies der christenheid nauwe relaties onderhouden met de politieke elementen van de wereld en nauw betrokken zijn bij de programma’s van menselijke leiders, de vredesplannen en de stelsels van de wereld, in plaats van hun vertrouwen te stellen op Gods koninkrijk onder Christus Jezus, is het duidelijk dat daarin geen werkelijk geloof te vinden is.

18 Zij die hun vertrouwen stellen in de organisaties der christenheid, komen er al heel moeilijk toe hun vertrouwen in Gods koninkrijk te stellen. Geloof in Gods koninkrijk en vertrouwen in zijn beschermende macht zijn echter wel in de Nieuwe-Wereldmaatschappij van Jehovah’s getuigen te vinden. Laten allen die God liefhebben en zijn wil doen, ermee voortgaan waarachtig geloof aan te kweken en er niet in verslappen het krachtig te houden. Wij moeten niet toelaten dat materialisme, nationalisme of andere belangen van buitenaf ons in beslag nemen en ons geloof verzwakken. Wij dienen dezelfde geestesgesteldheid te bezitten als door Christus’ discipelen in Lukas 17:5 aldus onder woorden werd gebracht: „Geef ons meer geloof.”

[Voetnoten]

a New York Times van 21 juli 1964, blz. 17.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen