Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w67 15/9 blz. 549-552
  • De rol van de geestelijken in de huidige crisis

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • De rol van de geestelijken in de huidige crisis
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1967
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • HET OPTREDEN VAN DE GEESTELIJKHEID
  • CHRISTUS OF DE GEESTELIJKEN
  • DE WEG TOT BEHOUD VAN HET LEVEN
  • Wat de geestelijken doen
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1968
  • Huidige onwilligheid om naar Gods boodschap te luisteren leidt tot rampspoed
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1967
  • Wat zal er met de kerken gebeuren? — De betekenis voor u
    Ontwaakt! 1970
  • Leerstellingen in botsing
    Ontwaakt! 1970
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1967
w67 15/9 blz. 549-552

De rol van de geestelijken in de huidige crisis

Bouwen zij geloof op? Kunt u hun leiding aanvaarden?

MEER dan een jaar geleden verklaarde Oe Thant, secretaris-generaal van de Verenigde Naties, dat de wereld nog altijd geconfronteerd werd met „de politieke geschillen tussen grote machten, nog altijd de verschrikkelijke verwikkelingen van kernbewapening, nog altijd de niet te tolereren ongelijkmatigheid waarmee de voordelen van de wetenschappelijke en technologische ontwikkeling onder de volken der wereld verdeeld worden en zelfs nog altijd met ’s mensen onmenselijkheid jegens de mens”. Sedertdien is de wereldsituatie zelfs nog meer verslechterd. Misdaad en geweld zijn in stijgende lijn. Wij leven werkelijk in kritieke tijden.

Mannen en vrouwen van thans, die zich tegenover deze slechter wordende toestanden geplaatst zien, hebben behoefte aan de vaste verzekering dat er een God is die met hun lijden meevoelt, een God die speciale regelingen heeft getroffen ter verlichting en zegening van schepselen die het waard zijn. De mensen moeten thans voortdurend herinnerd worden aan de hoop die de profetieën van de bijbel verschaffen en van de uitstekende morele grondbeginselen die Gods geschreven Woord bevat. Van wie zullen zij deze positieve en gezaghebbende boodschap echter verwachten?

Waarom niet van de geestelijken, vraagt u wellicht, aangezien zij volgens zeggen aan de dienst van God zijn opgedragen? Talloze mensen beschouwen hen als personen die een positie innemen die op één lijn staat met de positie van de priesters van Israël over wie de bijbel in Maleachi 2:7 verklaart: „De lippen van den priester bewaren kennis en uit zijn mond zoekt men onderricht in de wet.” Natuurlijk wordt hier gesproken over de kennis van God en van zijn wet.

Mannen die het beroep van geestelijke of predikant hebben gekozen, ontvangen vele materiële gaven in ruil voor hun diensten. Zij behoeven geen zware, afmattende arbeid met hun handen te verrichten. Hun onderdak, hun kleding en ruime voorziening voor levensonderhoud zijn verzekerd. Als betaling voor hun diensten krijgen zij er het een en ander van wat de wereld aan luxe heeft te bieden bij. Zo zijn zij dus vrij zich uitsluitend aan geestelijke zaken te wijden en jong en oud de voortreffelijke beginselen van het geschreven Woord van God in te prenten. Zij hebben de tijd om de bijbel te bestuderen en daardoor tevens gehoor te geven aan het geïnspireerde en dringende verzoek: „Behoed wat u is toevertrouwd, en keer u af van de holle klanken waardoor wat heilig is geweld wordt aangedaan, en van de tegenstrijdigheden der valselijk zo genoemde ’kennis’.” — 1 Tim. 6:20.

Vele personen verwachten dus dat de geestelijken verdedigers zullen blijken te zijn van „het geloof dat eens voor altijd aan de heiligen werd overgeleverd”, zoals door Judas in vers 3 van zijn geïnspireerde brief is beschreven. Worden dergelijke verwachtingen in deze tijd van crisis, waarin zelfzuchtige, atheïstische denkbeelden hoogtij vieren, verwezenlijkt? Verdedigen de geestelijken de autoriteit van de bijbel?

HET OPTREDEN VAN DE GEESTELIJKHEID

Was het een belijdend atheïst die zei: „De bijbel is een boek als alle andere boeken, en een verrukkelijk boek. Men dient het echter niet te geloven”? Neen, volgens het Deense nieuwsblad Kalundborg Folkeblad van 5 augustus 1966 is dat gezegd door een Deense predikant, de deken van Holmen. En was het een gezworen antisemiet die verklaarde: „Het is absoluut noodzakelijk dat ons volk wordt gevoed met voedsel dat geschikt voor hen is en niet met vergif. Er is zoveel geestelijke rommel in het Oude Testament”? Neen, want deze woorden werden, naar verluidt, door J.C. Wansey, predikant van de Kerk van Engeland, geuit.

De katholieke geestelijke D. Stanley heeft volgens zeggen beweerd: „Geen enkel goed bekend staand katholiek theoloog zou thans beweren dat de eerste man een buitengewoon begaafd mens was die door een zondige beslissing uit de gratie viel. Als u de evolutie aanvaardt, was Adam . . . slechts een der Primaten [Opperdieren]. De mythe van een val klopt helemaal niet.” En een katholieke theoloog van België, E. Boné, verklaart botweg: „Als antropoloog doen de woorden ’Adam’ en ’Eva’ voor mij niet ter zake.” — Newsweek van 22 augustus 1966.

Met betrekking tot de geboorte van Jezus uit de maagd Maria verklaart E.W. Harrison, predikant van de Anglicaanse Kerk in Canada, ongeduldig: „Het is volkomen onbelangrijk. Ik weet niet of het een historisch feit is en het kan mij ook niet schelen. . . . daar kan ik mijn tijd niet mee verknoeien.” (Maclean’s Magazine van 6 augustus 1966). En dan is er het standpunt dat professor L.G. Geering, hoofd van Knox Theological Hall te Dunedin in Nieuw-Zeeland heeft ingenomen. Hij beweert dat de opstandingsverslagen in de Evangeliën niet als historische feiten beschouwd moeten worden. Volgens hem was het verhaal van het lege graf legendarisch, evenals de lichamelijke verschijning van Christus aan zijn discipelen na de opstanding. Zijn opvattingen trekken de autoriteit van de christelijke Griekse Geschriften in twijfel, zoals wordt uiteengezet in een artikel in het presbyteriaanse tijdschrift Outlook.

Op het gebied van de moraal treedt er in de zienswijze van vele geestelijken een merkwaardige losheid aan het licht. Geen agnostisch socioloog, maar dominee R.W. Wood van Engeland meent bijvoorbeeld met de volgende prijzende woorden over homoseksualiteit zijn hart te moeten uitstorten: „Wij hebben meer liefde in de wereld nodig en als deze verenigingen [van homoseksuelen] liefde voortbrengen, kan dat niet anders dan goed zijn.” En de katholieke priester Lazure, directeur van de school voor sociale wetenschappen aan de universiteit van Ottawa in Canada, is van mening dat „aan paren dient te worden toegestaan proefhuwelijken aan te gaan, met inbegrip van seksuele betrekkingen. Zulke proefhuwelijken dienen door de gemeenschap en de kerken gewettigd te worden, en de minimumleeftijd van paren dient 18 jaar te zijn.”

Er zouden nog veel meer bewijzen aangevoerd kunnen worden om te laten zien welke uitwerking het soort van theologische opleiding heeft die men van geestelijken op moderne universiteiten en seminaries ontvangt. Men geeft trouwens toe dat er meer aandacht wordt besteed aan sociologie, vergelijkende godsdienst en theologie dan aan de bijbel, het fundamentele handboek van het christendom. Er kan evenmin worden beweerd dat deze voorgaande voorbeelden slechts enkele „vogelvrije” lieden betreffen. Horen wij een algemeen luid protest van andere geestelijken tegen dergelijke antibijbelse denkbeelden? Wanneer hebt u voor het laatst gehoord van geestelijken die uitgesloten werden wegens antichristelijke leringen?

CHRISTUS OF DE GEESTELIJKEN

Iedereen die belijdt een christen te zijn, moet voor zichzelf beslissen of hij de leiding van Christus en zijn eerste discipelen wil volgen of van een geestelijke die in zijn opvatting over Gods Woord en hetgeen de bijbel leert, niet ’voor Christus’ is. Dat deze bovengenoemde zienswijzen in feite in strijd zijn met die van Christus Jezus, kan gemakkelijk worden vastgesteld. In plaats van op neerbuigende wijze naar de bijbel te verwijzen als louter „goede lectuur”, sprak Jezus erover als het betrouwbare en ware Woord van God. — Joh. 17:17.

De apostel Paulus gaf de mensen niet de raad niet in de bijbel te geloven en hij bestempelde de Hebreeuwse Geschriften ook niet als „vergif” of „geestelijke rommel”. In plaats daarvan verwees hij ernaar als „de heilige geschriften . . . die u wijs kunnen maken tot redding door middel van het geloof in verband met Christus Jezus”. Vervolgens legde hij er de nadruk op dat „de gehele Schrift . . . door God [is] geïnspireerd en nuttig om te onderwijzen, terecht te wijzen, dingen recht te zetten, streng te onderrichten in rechtvaardigheid” (2 Tim. 3:15-17). Geestelijken die van mening zijn dat hun moderne filosofieën de leer van de bijbel ver vooruit zijn, zijn het niet met de apostel Paulus eens.

Die geestelijken, of zij nu katholiek, protestant of iets anders zijn, die partij kiezen voor evolutionisten, die de gek steken met de bijbel en niet geloven in het daarin opgetekende verslag van de oorsprong van de mens, hebben stellig gebroken met Christus en zijn apostelen. Heeft Gods eigen Zoon niet volledig geloof gehecht aan het geschreven Woord, met inbegrip van het boek Genesis? Als u eraan twijfelt, waarom leest u dan niet zijn opmerkingen in Markus 10:6-8 en vergelijkt ze met wat geschreven staat in Genesis 1:27 en 2:24? De apostel Paulus gaf er de voorkeur aan zich te houden aan de leer van Jezus en deze aan anderen precies zo over te dragen als hij ze hoorde. Hij gaf trouwens de waarschuwing: „Past op: misschien zal iemand u als zijn prooi wegdragen door middel van de filosofie en door ijdel bedrog overeenkomstig de overlevering van mensen, overeenkomstig de elementaire dingen van de wereld en niet overeenkomstig Christus.” — Kol. 2:8.

Onderzoek eens het gehele Ro vijfde hoofdstuk van Paulus’ brief aan de Romeinen en let op de duidelijkheid van zijn betoog. Hij stelde geloof in de authenticiteit van het Genesisverslag, en hij aanvaardde het daarin opgetekende verslag over ’s mensen zondeval en hoe dringend hij een verlosser nodig had. Vergelijk zijn standpunt ten aanzien van dergelijke aangelegenheden eens met de moderne leer van geestelijken. Beter nog, vergelijk zijn geloofsbrieven als een „uitverkoren vat” van de Heer Jezus Christus eens met de geloofsbrieven van geestelijken die met succes een cursus in vergelijkende godsdienst hebben gevolgd en die het geïnspireerde Woord van God verloochenen. — Hand. 9:15.

Wij hebben hier voorbeelden gegeven van geestelijken die het bijbelverslag van de wonderbaarlijke geboorte en de wonderbaarlijke opstanding van Christus Jezus met verachting behandelen. Omdat zij de wijsheid en wonderen-verrichtende macht van God niet kunnen begrijpen en niet hebben kunnen doorgronden, omdat deze gebeurtenissen niet overeenstemmen met de bevindingen van de materiële wetenschap, weigeren zij de boodschap van de geïnspireerde Schrift te aanvaarden. Dat neemt niet weg dat zij, onlogisch genoeg, bereid zijn geweest geloof voor te wenden in mysteries die zowel onbegrijpelijk als onschriftuurlijk zijn, zoals hun leerstelling van de „Drieëenheid”, en deze te onderwijzen.

Petrus, een apostel van Jezus, was er veel beter toe in staat van de waarheid van de opstanding te getuigen dan de hedendaagse geestelijken, want hij was een ooggetuige. Let op zijn getuigenis dat staat opgetekend in Handelingen 10:40, 41, namelijk: „God heeft hem op de derde dag opgewekt en heeft gegeven dat hij openbaar werd, niet aan het gehele volk, maar aan getuigen die door God tevoren waren aangewezen, aan ons, die, nadat hij uit de doden was opgestaan, met hem gegeten en gedronken hebben.”

Geestelijken die hoererij en homoseksualiteit vergoelijken en aanmoedigen, spreken degenen die met Jezus waren en zijn onderwijs uit de eerste hand hoorden, lijnrecht tegen. De evangelieschrijver Matthéüs vermeldt bijvoorbeeld dat Jezus heeft gezegd: „Uit het hart komen . . . goddeloze overleggingen, moord, overspel, hoererij, diefstal, valse getuigenissen en lasteringen voort. Die dingen verontreinigen de mens” (Matth. 15:19, 20). En in volledige overeenstemming met Jezus’ zienswijze, verklaart de apostel Paulus nadrukkelijk: „Wordt niet misleid [door geestelijken of wie dan ook]. Noch hoereerders, noch afgodendienaars, noch overspelers, noch mannen die er voor tegennatuurlijke doeleinden op na worden gehouden, noch mannen die bij mannen liggen, noch dieven, noch hebzuchtige personen, noch dronkaards, noch beschimpers, noch afpersers zullen Gods koninkrijk beërven.” — 1 Kor. 6:9, 10.

Maar ondanks de ondubbelzinnige boodschap van de bijbel is een commissie van geestelijken, opvoedkundigen en artsen, opgericht door de Britse Raad van Kerken, onlangs tot de slotsom gekomen dat er geen strenge en vaste regels ten aanzien van „sex” en immoraliteit toegepast zouden kunnen worden. De commissie verklaarde dat niet alle seksuele betrekkingen als verkeerd veroordeeld kunnen worden en dat hoererij zo nu en dan geoorloofd was. Welke gids zult u volgen? Het onfeilbare Woord van God, of het woord van onvolmaakte en ongeïnspireerde mannen die heel goed zelfzuchtige motieven bij het verkondigen van hun denkbeelden kunnen hebben?

DE WEG TOT BEHOUD VAN HET LEVEN

De leer die u aanvaardt en uw houding ten aanzien van zulke uiterst belangrijke aangelegenheden hebben veel met uw toekomst te maken. Zal het een toekomst van eeuwig leven zijn? Dan moet u Jezus’ waarschuwing ter harte nemen: „Indien nu een blinde een blinde leidt, zullen beiden in een kuil vallen” (Matth. 15:14). Het is stellig voor een ieder van belang niet louter de bewijzen van bevoegdheid van zijn religieuze voorganger of godsdienstonderwijzer aan een onderzoek te onderwerpen, maar ook de aard van de organisatorische leer die door bemiddeling van zulk een onderwijzer wordt overgedragen. Is het niet duidelijk dat het hier niet gaat over slechts één geestelijke die de verkeerde weg opgaat? Het is het hele leerplan van seminaries die afgestudeerden afleveren die òf onwetend zijn òf minachting hebben voor de bijbel.

Men zou denken dat geestelijken die het niet eens zijn met het fundamentele leerboek van het christendom, de bijbel, zelf zouden begrijpen wat zo goed tot uitdrukking werd gebracht door een zegsman van het nationale genootschap van presbyteriaanse leken in Nieuw-Zeeland en dat vermeld stond in de Auckland Star van 12 september 1966, namelijk: „In plaats van een graad van ongeloof ten aanzien van uiterst belangrijke kwesties te prediken, zou het eerlijker zijn geweest zich uit de christelijke dienst terug te trekken.” Het blijkt echter dat die mannen niet van plan zijn vrijwillig een baan waarvoor zij een hogere opleiding hebben genoten of het salaris dat eraan verbonden is, op te geven.

Zij zijn in feite priesters van een vage religie, zonder gezaghebbende basis, met niet anders dan hun eigen beweringen. Hun rol in deze kritieke tijden is niet ter opbouwing doch ter verwoesting van het geloof. De bijbelschrijver Judas waarschuwde Christus’ volgelingen voor het gevaar waaraan zij door valse leraars worden blootgesteld, met de woorden: „Deze mensen zijn de onder water verborgen klippen op uw liefdemaaltijden, terwijl zij met u feestvieren, herders die zonder vrees zichzelf weiden; waterloze wolken, door winden heen en weer gedreven.” — Jud. 12.

Wat u in deze tijd van wereldcrisis nodig hebt, zijn vrienden die u aansporen tot een eerlijke bespreking van de bijbel. Geestelijken zoals de hiervoor genoemde deken van Holmen geloven niet in de bijbel en brengen zelfs de beschuldiging in dat „Jehovah’s getuigen hem [de bijbel] geloven, en daarom zijn zij geen christenen”. Waarom niet een dergelijke kromme redenatie ter zijde geschoven en waarom zou u geen onderzoek naar de Getuigen instellen? U zult stellig, net als zij, graag uw leven in overeenstemming brengen met de vereisten van Gods geschreven Woord ten einde de redding te verkrijgen die aan allen wordt beloofd die ’nauwkeurig in de voetstappen van Christus treden’! — 1 Petr. 2:21.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen