Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w64 1/7 blz. 413-415
  • Het doel missen

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Het doel missen
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1964
  • Vergelijkbare artikelen
  • Wie is zonder zonde?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1960
  • Gods geneesmiddel tegen zonde
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1961
  • Zonde
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • Zonde
    Inzicht in de Schrift, Deel 2
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1964
w64 1/7 blz. 413-415

Het doel missen

VELE mensen in de hedendaagse samenleving vinden het geloof in de zonde uit de tijd en zijn van mening dat het slecht voor de geestelijke gezondheid is zich van zonde bewust te zijn. Deze mening doet licht de morele beperkingen wegvallen, met een achteruitgang van de algemene moraal als gevolg. De psycholoog O. H. Mowrer, eertijds president van de „American Psychological Association”, verklaarde ten aanzien van het deel dat de Freudiaanse psychologie tot dit demoraliserende standpunt heeft bijgedragen:

„Een halve eeuw hangen wij, psychologen, nu grotendeels de Freudiaanse stelling aan dat . . . de patiënt in feite te goed is geweest; dat hij impulsen in zich heeft, vooral de seksuele drift en de agressiviteit, die hij onnodig heeft verdrongen. En gezondheid, zo vertellen wij hem, schuilt in het uiting geven aan die impulsen.” In hun pogingen het bewustzijn van zonde te vernietigen, hebben psychologen, aldus dr. Mowrer, tevens een einde gemaakt aan morele beperkingen, met het gevolg dat persoonlijkheidsstoornissen thans veelvuldiger en in beschamender vormen voorkomen.

Niettegenstaande het feit dat mensen die in de ogen der wereld wijs worden geacht het begrip zonde verwerpen, is de zonde een realiteit die zich niet gemakkelijk laat loochenen. Er is veel meer bij betrokken dan het overtreden van morele wetten. Iemands verhouding tot zijn Schepper wordt erdoor geschaad, want zonde heeft betrekking op het overtreden van goddelijke wetten. Het Griekse woord ervoor is hamartia, dat de gedachte inhoudt aan missen, zoals de goede weg missen of verkeerd lopen, in gebreke blijven iets te doen, dat waar het op aankomt missen of de verkeerde weg opgaan. Het Hebreeuwse woord voor zonde geeft een overeenkomstige gedachte weer. Jehovah God heeft zijn schepselen een standaard van rechtvaardigheid als een na te streven doel van volmaaktheid voor ogen gesteld. Het missen of niet bereiken van dit doel wordt zonde genoemd. De zonde kan van tweeërlei aard zijn — de overgeërfde zonde en de zonde die wij persoonlijk begaan.

De overgeërfde zonde is verantwoordelijk voor de onvolmaakte functionering van ons lichaam en voor de dood die iedereen automatisch treft. Gods Woord zegt erover: „Door bemiddeling van één mens [is] de zonde de wereld . . . binnengekomen en door middel van de zonde de dood, en aldus [heeft] de dood zich tot alle mensen . . . uitgebreid omdat zij allen gezondigd hadden” (Rom. 5:12, NW). Die ene mens, Adam, was de gemeenschappelijke voorvader van alle mensen. Doordat hij opzettelijk in gebreke bleef aan de standaard van volmaakte gehoorzaamheid aan God te voldoen, en aldus het doel miste, zondigde hij en bracht hij zichzelf in een onvolmaakte toestand. Daar zijn kinderen werden geboren toen hij zich in die toestand bevond, erfden zij de uit zijn zonde voortvloeiende onvolmaaktheid. Daardoor komt het dat al zijn nakomelingen aan de gevolgen van zijn zonde onderhevig zijn.

Het andere type zonde is het gevolg van ons persoonlijk falen het doel dat God heeft gesteld, zijn standaard van rechtvaardigheid, te bereiken. Omdat wij onvolmaakt zijn, kunnen wij dat doel niet bereiken, maar wij kunnen er wél naar streven en trachten het zo dicht mogelijk te benaderen door Gods wetten te gehoorzamen. Uit dergelijke pogingen blijkt onze liefde voor rechtvaardigheid. Indien wij de oprechte wens koesteren te doen wat juist is in Jehovah’s ogen, zullen wij ons innig verdrietig voelen wanneer wij een van zijn wetten overtreden. Wij zullen berouw hebben over wat wij hebben gedaan, ernstig om vergeving bidden en ons er niet opnieuw schuldig aan maken. God zal onze zonden door middel van Christus’ losprijsoffer bedekken en ons er geen verwijt van blijven maken. Met het oog op onze berouwvolle houding zal hij ons vergeven.

Jehovah’s vergevensgezindheid strekt zich echter niet uit tot iemand die de zonde tot een regelmatig terugkerend onderdeel van zijn leven maakt en de zonde dus beoefent. Zo iemand heeft niet de neiging of de wens naar het doel dat God de mens heeft gesteld te streven. Hij overtreedt Gods wetten moedwillig, legt geen liefde voor rechtvaardigheid aan de dag en voelt geen wroeging over zijn zonden. Zijn geweten wordt afgestompt en ongevoelig voor het verkeerde van zijn handelwijze in Gods ogen. Over zo’n wetteloos iemand zegt de bijbel: „Een ieder die zonde beoefent, beoefent ook wetteloosheid, en daarom is zonde wetteloosheid. Wie zonde beoefent, spruit uit de Duivel voort, want de Duivel zondigt reeds van het begin af” (1 Joh. 3:4, 8, NW). Het goddeloze geestelijke schepsel dat als de Duivel bekendstaat, heeft vanaf het begin van zijn zondige loopbaan moedwillig de wetten van God overtreden. Hij heeft klaarblijkelijk elk schuldbesef in de kiem gesmoord en staat dat wat God als zonde veroordeelt, als wenselijk voor. Moedwillige zondaars leggen eenzelfde houding aan de dag.

Men kan niet van God verwachten dat hij de zonden vergeeft van iemand die weigert zich van zijn zonden bewust te zijn en die niet om vergeving vraagt. Het is niets anders dan zelfbedrog het bestaan van de zonde te loochenen. Dat iemand weigert Gods wetten te erkennen, wil nog niet zeggen dat ze niet bestaan en dat degene die ze overtreedt, onschuldig is. Evenmin als menselijke rechters iemand zullen vrijspreken omdat hij weigert de wetten te erkennen die hij overtreedt, spreekt God het onschuldig uit wanneer iemand de goddelijke wetten overtreedt. De bijbel schrijft: „Indien wij de bewering uiten: ’Wij hebben geen zonde’, misleiden wij onszelf en de waarheid is niet in ons. Indien wij onze zonden belijden, dan is hij getrouw en rechtvaardig om ons onze zonden te vergeven en ons van alle onrechtvaardigheid te reinigen.” — 1 Joh. 1:8, 9, NW.

Iemand die zijn zonde bekent en deze vol berouw aan God belijdt, waarbij hij om vergeving vraagt, zal vergeving ontvangen. Zo iemand bezit de juiste geesteshouding ten aanzien van het gehoorzamen van goddelijke wetten. Omdat hij de juiste hartetoestand blijkt te bezitten, leidt zijn zonde niet tot zijn dood. Ook al sterft hij wegens de overgeërfde zonde van Adam een „natuurlijke” dood, dan bezit hij nog de hoop op een opstanding. Dit kan echter niet worden gezegd van de man die wetteloos is wanneer het om Gods wetten gaat en die hetzelfde standpunt tegenover de zonde inneemt als de Duivel. Omdat hij zich niet schuldig voelt wanneer hij de goddelijke wetten heeft verbroken, heeft hij geen berouw en stelt hij geen pogingen in het werk om vergeving te krijgen. Door de zonde te beoefenen, is zijn geweten afgestompt en daardoor is hij in het kwade verhard. Zo iemand zal niet in Gods herinnering voortleven. „De gedachtenis des rechtvaardigen zal tot zegening zijn, maar de naam der goddelozen zal wegrotten.” — Spr. 10:7.

Of het nu aan de Freudiaanse psychologie of aan een andere demoraliserende denkwijze te wijten is dat de morele beperkingen worden opgeheven, het is bijzonder gevaarlijk zich erdoor te laten leiden. Die weg voert naar zonde en dood, niet naar het leven. „Wordt niet misleid: God laat niet met zich spotten. Want wat een mens zaait, dat zal hij ook oogsten.” — Gal. 6:7, NW.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen