Brief
„OVER DE GODDELIJKE OPDRACHT”
9 october 1949
Geliefde Broeder,
Hier het antwoord op je onlangs ontvangen brief over het geboren worden van kinderen aan de klasse der „andere schapen” die Armageddon zullen overleven:
De Wachttoren heeft tal van keren uiteengezet, dat Christus Jezus thans nog geen aardse kinderen verwekt en dat daarom de tegenwoordige leden van de klasse der „andere schapen” niet tot eeuwig leven op aarde worden gerechtvaardigd. Het overblijfsel van de gezalfde leden van Christus’ lichaam is evenmin de moeder van de klasse der „andere schapen” van tegenwoordig, en het zou niet juist zijn wanneer de „andere schapen” het overblijfsel in geestelijke zin met vader of moeder zouden aanspreken. Tijdens de duizendjarige regering van Christus wordt er over hen die uit de graftomben te voorschijn komen en eeuwig leven verkrijgen, niet gesproken als over de kinderen der aardse vorsten, doch er wordt van hen gezegd dat zij „aan de engelen gelijk en . . . zonen Gods [zijn], omdat zij zonen der opstanding zijn” (Luk. 20:35, 36, Nw. Vert.). Daar zij op aarde leven verkrijgen door middel van het offer van Christus’ volmaakte menselijke lichaam, wordt er over hem eveneens gesproken als over hun „eeuwige Vader”. Het leven dat zij verkrijgen, zal geen geestelijk leven zijn, doch een zeer letterlijk menselijk of aards leven, en de „vorsten” geven hun dit niet.
Het is niet juist te zeggen dat de „andere schapen” die Armageddon overleven en die trouwen en door huwelijken onder elkaar kinderen voortbrengen, gelijk „Gods zonen” zijn die in Noachs dagen de dochteren der mensen trouwden. Hun huwelijk onder elkaar is geen terugkeer van het geestelijke naar het menselijke of aardse, ten einde een bastaardras van verworpenen voort te brengen. Wanneer men zegt, dat het huwelijk na Armageddon en het alsdan baren van kinderen, betekent, van het geestelijke naar het vleselijke terugkeren, dan is dit hetzelfde als wanneer men zou zeggen dat het huwen en het voortbrengen van kinderen door de gezalfde Christenen, betekent, van het geestelijke naar het vleselijke terugkeren. In bepaalde gevallen raadde de apostel Paulus gezalfde Christenen aan „in de Here” te trouwen, en stellig vertelde hij hun niet, van het geestelijke naar het vleselijke terug te keren en een nakomelingschap van bastaarden voort te brengen, die niet Gods goedkeuring zouden hebben en tot vernietiging gedoemd zouden zijn. Evenmin betekent het een terugvallen van het geestelijke tot het vleselijke en het voortbrengen van bastaardkinderen, wanneer een lid van het gezalfde overblijfsel met een van de „andere schapen” trouwt en hieruit kinderen voortkomen. In 1 Korinthe, hoofdstuk 7, zegt de apostel, dat wanneer één lid van een echtpaar geen Christen is, de kinderen van zulk een echtvereniging toch heilig zijn, en de ongewijde echtgenoot door de gelovige vrouw en de ongewijde vrouw door de gelovige echtgenoot wordt geheiligd. Waarom zou het dan anders zijn, wanneer twee „andere schapen” die Armageddon overleven, beiden gewijd zijnde en als teken van Gods goedkeuring in leven gebleven, trouwen en dan kinderen baren? Hun kinderen zullen stellig niet gelijken op de gibborim of mannen van name die „Gods zonen” en de dochteren der mensen in Noachs dagen ter wereld brachten. — Genesis 6:1-4.
Daar deze „andere schapen” die trouwen, beiden aan de gerechtigheid zijn gewijd, worden hun kinderen in gerechtigheid ontvangen en zijn rechtvaardig. Jij tracht aan het woord „rechtvaardig” de betekenis te geven van lichamelijke volmaaktheid. Klaarblijkelijk ben jij vergeten, dat de brochure ’De zachtmoedigen beërven de aarde’ op bladzijde 25 zegt: „Het huwelijk van deze getrouwe en zachtmoedige overlevenden van Armageddon zal over de gehele aarde aanleiding geven tot het ontstaan van huizen en gezinnen. De verfraaide aarde zal vrolijk weerklinken van de liefelijke stemmen der kinderen die deze gewijde ouders zullen omvangen en baren in gerechtigheid. Doordat de ouders zelf nog niet volmaakt zijn, zullen zij hun kinderen niet in volmaaktheid kunnen verwekken, maar zij zullen dit in gerechtigheid doen. Zij zullen daarna hun kinderen opvoeden in de lering en vermaning van de Here God en onder het rechtvaardige toezicht der ’nieuwe hemelen’.”
De zondvloed was voor de oude goddeloze wereld een werkelijke, letterlijke ramp. De Krijg van Armageddon zal voor deze tegenwoordige boze wereld eveneens een letterlijke ramp zijn, en niet slechts iets geestelijks. De ark der redding die wij binnengaan, is geen letterlijke ark, doch is Gods organisatie; en wat het feit betreft dat Noachs gezin tijdens hun verblijf in de ark geen kinderen had, indien het feit dat de klasse der „andere schapen” thans in de „ark”-toestand natuurlijke kinderen heeft, het beeld der kinderloosheid van de bewoners van de ark te niet zou doen, dan zou het „ark”-beeld of voorbeeld eveneens te niet worden gedaan door het feit dat het gezalfde overblijfsel thans natuurlijke kinderen heeft. Doch dit doet het niet. Kinderen die thans worden geboren, worden niet in vervulling van de opnieuw uitgevaardigde goddelijke opdracht geboren. Toen God deze opdracht om te trouwen en zich te vermenigvuldigen na de Vloed opnieuw uitvaardigde en aan Noach gaf (Genesis 9:1, 7), werd de opdracht symbolisch op een voorbeeldige wijze vervuld: 70 (10 x 7) geslachten worden in Genesis, hoofdstuk 10, vermeld, die van Noach en zijn zonen afstamden. Op dezelfde wijze zal de goddelijke opdracht die na Armageddon opnieuw wordt uitgevaardigd, worden vervuld, niet doordat de aarde tot overvloeiens toe zal worden gevuld met bewoners, doch door een symbolische vervulling welke voor hen die ten gevolge van de opstanding der doden worden opgewekt, voldoende ruimte zal overlaten. Aldus zal God, zoals in het Wachttoren-artikel „De raad van de apostel betreffende het huwelijk”, 1 mei 1947, bladzijde 149, kolom 2, voetnoot, wordt uiteengezet, aantonen, dat hij de goddelijke opdracht op een zeer letterlijke wijze ter rechtvaardiging van zijn woord in vervulling kan laten gaan, en hij zal een getrouw bewijs van de vervulling er van geven. Zij die een aandeel hebben aan de vervulling er van, zullen God nog steeds ’in zijn tempel dag en nacht dienen’ (Openb. 7:15), zij zullen Deuteronomium 6:7 vervullen wat betreft het opvoeden van hun kinderen, en hun kinderen zullen Efeze 6:1-3 vervullen wat betreft het gehoorzamen van hun ouders, evenals het gezalfde overblijfsel en hun kinderen worden geleerd deze goddelijke geboden te gehoorzamen.
Getrouw met je verbonden in Theocratische dienst,
WATCH TOWER BIBLE & TRACT SOCIETY