KOLENBEKKEN.
Gewoonlijk een stookapparaat, dat uit een panvormig, door poten van de grond opgeheven komfoor bestond waarin een kolen- of houtskoolvuur brandend gehouden kon worden. Men vermoedt dat het met kolenbekken vertaalde Hebreeuwse woord (’ach) van Egyptische oorsprong is, waardoor te kennen wordt gegeven dat het kolenbekken zelf misschien uit Egypte werd ingevoerd. — Jer. 36:22, 23.