Ontvoeringen — De grondoorzaken
ONTVOERINGEN zijn een hedendaagse plaag geworden. Maar dat geldt ook voor moord, verkrachting, diefstal, kindermishandeling en zelfs genocide. Hoe komt het dat het leven zo gevaarlijk is geworden dat mensen vaak bang zijn om ’s avonds de deur uit te gaan?
De grondoorzaken van deze epidemie van criminele activiteiten, met inbegrip van ontvoeringen, houden verband met diepgewortelde gebreken in de mensenmaatschappij. Wist u dat de bijbel deze gevaarlijke tijd bijna 2000 jaar geleden heeft voorzegd? Lees alstublieft eens wat er in 2 Timotheüs 3:2-5 voorzegd werd.
„De mensen zullen zichzelf liefhebben, het geld liefhebben, zullen aanmatigend zijn, hoogmoedig, lasteraars, ongehoorzaam aan ouders, ondankbaar, deloyaal, zonder natuurlijke genegenheid, niet ontvankelijk voor enige overeenkomst, kwaadsprekers, zonder zelfbeheersing, heftig, zonder liefde voor het goede, verraders, onbezonnen, opgeblazen van trots, met meer liefde voor genoegens dan liefde voor God, die een vorm van godvruchtige toewijding hebben, maar de kracht ervan niet blijken te bezitten.”
U bent het er waarschijnlijk mee eens dat deze lang geleden opgetekende woorden een perfecte beschrijving vormen van de huidige situatie. Tijdens ons leven zijn onderhuids woekerende gebreken in de mensenmaatschappij tot een enorme uitbarsting gekomen. Opmerkelijk is dat de bijbel de bovenstaande beschrijving van dit bedroevende gedrag van mensen laat voorafgaan door de woorden: „In de laatste dagen [zullen] kritieke tijden . . . aanbreken, die moeilijk zijn door te komen” (2 Timotheüs 3:1). Laten wij eens drie belangrijke gebreken in de maatschappij beschouwen die tot de epidemie van ontvoeringen hebben bijgedragen.
Problemen met de wetshandhaving
„Omdat het vonnis over een slecht werk niet spoedig is voltrokken, daarom is het hart der mensenzonen in hen er volkomen op gericht kwaad te doen.” — Prediker 8:11.
Veel politiekorpsen beschikken niet over de middelen om de epidemie van criminele activiteiten te bestrijden. In veel landen is ontvoering dus een misdrijf dat loont. In 1996 werd slechts twee procent van alle Colombiaanse ontvoerders gerechtelijk vervolgd. In Mexico werd in 1997 minstens $200 miljoen aan losgeld betaald. Sommige ontvoerders op de Filippijnen hebben zelfs cheques geaccepteerd als betaling van het losgeld.
Bovendien staat corruptie binnen de instanties die de wet moeten handhaven soms een doeltreffende misdaadbestrijding in de weg. Leiders van speciale antikidnapeenheden in Mexico, Colombia en voormalige sovjetrepublieken zijn zelf van ontvoering beschuldigd. De voorzitter van de Filippijnse senaat, Blas Ople, zegt in het tijdschrift Asiaweek dat uit officiële cijfers blijkt dat bij 52 procent van de ontvoeringen op de Filippijnen actieve of gepensioneerde politiemensen of militairen betrokken zijn. Een beruchte Mexicaanse ontvoerder werd volgens zeggen beschermd door „een muur van officiële protectie, bijeengehouden met een cement van steekpenningen aan gemeente-, staats- en federale politiefunctionarissen en openbare aanklagers”.
Armoede en maatschappelijk onrecht
„Ik voor mij wendde mij om alle daden van onderdrukking te kunnen zien die onder de zon worden bedreven, en zie! de tranen der onderdrukten, maar zij hadden geen trooster; en aan de zijde van hun onderdrukkers was macht.” — Prediker 4:1.
Veel mensen in deze tijd bevinden zich economisch en maatschappelijk in een hopeloze situatie, en zij zijn vaak degenen die zich aan ontvoeringen schuldig maken. In een wereld waar de kloof tussen rijk en arm steeds breder wordt en waar de mogelijkheden om op een eerlijke manier geld te verdienen vaak schaars zijn, zullen ontvoeringen dus een verleiding blijven vormen. Zolang er onderdrukking is, zullen ontvoeringen een middel zijn om wraak te nemen en de aandacht te vestigen op wat men als een onhoudbare situatie beschouwt.
Hebzucht en liefdeloosheid
„De liefde voor geld is een wortel van allerlei schadelijke dingen” (1 Timotheüs 6:10). „Wegens het toenemen der wetteloosheid zal de liefde van de meesten verkoelen.” — Mattheüs 24:12.
Door de hele geschiedenis heen heeft de liefde voor geld mensen tot afschuwelijke daden gebracht. En misschien is er geen ander misdrijf dat de angst, het verdriet en de wanhoop van mensen zo uitbuit als ontvoering. Voor velen is het hebzucht — de liefde voor geld — die hen ertoe drijft een onbekende grof te behandelen en te martelen en zijn familie weken-, maanden- en soms jarenlang aan een wrede beproeving bloot te stellen.
Er is beslist iets verschrikkelijk mis met een maatschappij die de nadruk legt op geld en die menselijke waarden met voeten treedt. Deze situatie vormt ongetwijfeld een broedplaats voor allerlei criminele activiteiten, met inbegrip van ontvoeringen.
Betekent dit dat wij ons bevinden in wat de bijbel „de laatste dagen” noemt? Zo ja, wat zal dit dan voor de aarde en voor ons betekenen? Is er een oplossing voor de verschrikkelijke problemen waarmee de mensheid wordt geconfronteerd, met inbegrip van ontvoeringen?
[Kader/Illustratie op blz. 8]
Niets nieuws
Al in de vijftiende eeuw v.G.T. kregen ontvoerders onder de Mozaïsche wet de doodstraf (Deuteronomium 24:7). Julius Caesar werd in de eerste eeuw v.G.T. ontvoerd voor een losgeld, en ook Richard I Leeuwenhart, koning van Engeland, in de twaalfde eeuw G.T. Het hoogste losgeld dat ooit werd betaald, was de 24 ton goud en zilver die de Inka’s in 1533 aan de Spaanse veroveraar Francisco Pizarro gaven om hun gevangengenomen heerser Atahualpa vrij te krijgen. Desondanks werd hij door de conquistadores gewurgd.
[Illustratie op blz. 9]
Ondanks de middelen van de politie vieren ontvoeringen hoogtij