Van onze lezers
Ontrouw Dank u wel voor de serie „Als een huwelijkspartner ontrouw is”, in de Ontwaakt! van 22 april 1999. Ik was het slachtoffer van ontrouw. Hoewel ik nu al drie jaar gescheiden ben, doet het nog steeds veel pijn. De artikelen hebben mij geholpen te erkennen dat ik het uit mijn hoofd moet zetten, de normale routine weer moet oppakken en verder moet leven.
V. B., Trinidad
Ik heb dit onderwerp eerder onderzocht, maar nog nooit is het zo goed uiteengezet. Vanaf het eerste moment dat ik de bijbelse boodschap hoorde, begreep ik dat het de waarheid was. Nu heeft Jehovah mij nog een reden gegeven om het te geloven.
G. B., Italië
Na mijn scheiding leed ik aan zware depressiviteit, had ik weinig zelfrespect en een eindeloze lijst gezondheidsproblemen. Hoewel ik er nog steeds onder lijd, vind ik veel troost in mijn geloof in Jehovah’s beloften en de liefde en emotionele steun van mijn gemeente!
A. B., Canada
Negen maanden nadat ik van mijn man gescheiden ben, vecht ik nog steeds tegen de pijn van het alleenzijn. Hoe kan ik over straat lopen zonder dat iemand mijn hand vasthoudt? Wie zit er naast mij op de christelijke vergaderingen? Wie gaat met mij mee naar de dokter? Dank jullie wel dat jullie mij eraan hebben herinnerd dat Jehovah onschuldige huwelijkspartners niet in de steek laat.
E. S., Brazilië
Het kader „Bij wie ligt de verantwoordelijkheid?” heeft mij veel troost gegeven. Ik koos voor echtscheiding na de ontrouw van mijn man. Net als Job wilde ik soms dood zijn (Job 17:11-13). Maar de steun van familieleden en christelijke broeders en zusters heeft mij staande gehouden.
M. O., Argentinië
Ik heb de serie niet gelezen — ik heb ze verslonden! Ik heb een echtscheiding achter de rug, en deze artikelen bespraken alle vragen en zorgen die erdoor werden opgeworpen. Bedankt dat jullie je om ons bekommeren.
E. L., Frankrijk
Ik was zeven jaar toen mijn vader ons gezin in de steek liet. Het was een harde klap. Een paar jaar later vroeg Vader of hij weer bij ons mocht komen wonen. Mijn broers en ik waren er heel erg op tegen, maar Moeder zei ja. Na uw artikelen gelezen te hebben, begin ik te begrijpen waarom zij die moeilijke beslissing nam.
A. A., Brazilië
Dank u, dank u, dank u voor deze serie! Het is vertroostend te weten dat je dezelfde gevoelens en emoties hebt als anderen die zo’n situatie meemaken. Maar u zei: „Mogelijk hebt u uw partner niet alle liefde, tedere genegenheid, complimenten en eer gegeven waaraan behoefte bestond.” Die uitspraak is pijnlijk voor degenen onder ons die hebben geprobeerd een door problemen geplaagd huwelijk te redden. Wanneer iemand overweegt overspel te plegen, kan hij heel onhebbelijk worden, en dan is het moeilijk om zo iemand genegenheid te geven.
L. W., Verenigde Staten
Het spijt ons als deze uitspraken iemand van onze lezers pijn hebben gedaan. Het was echter niet onze bedoeling te suggereren dat een overspeler zijn huwelijkspartner de schuld kan geven voor zijn wangedrag. In het kader „Bij wie ligt de verantwoordelijkheid?” beklemtoonden wij dat de overspeler verantwoordelijk is voor zijn kwaaddoen, ongeacht „de onvolmaaktheden van de onschuldige partner”. De uitspraak in kwestie maakte deel uit van een bespreking over verzoening. Wij beklemtoonden slechts de noodzaak van een goede communicatie en moedigden echtparen die zich wilden verzoenen, aan om vast te stellen wat de zwakke plekken in hun huwelijk zijn die wellicht dringend aandacht behoeven. Er kunnen ook verborgen wrokgevoelens zijn waarover openlijk gesproken moet worden. Gewoonlijk leidt zo’n gesprek ertoe dat beide partners tekortkomingen toegeven. Per slot van rekening ’struikelen wij allen vele malen’ (Jakobus 3:2). En hoewel zulke gesprekken vaak erg pijnlijk zijn, vormen ze, zoals het artikel zei, „een belangrijk onderdeel . . . van het proces tot herstel van het vertrouwen”. — Red.